Feiten Voorbeeldclausules

Feiten. 3.1. De eerste tussenkomende partij sluit een overeenkomst af voor het uitvoeren van baggerwerkzaamheden met het oog op de constructie van een “liquid natural gas”-installatie te ▇▇▇▇▇▇▇, gelegen aan de Noordelijke IJszee in het noorden van Rusland. 3.2. Op 20 juni 2013 verleent de tweede tussenkomende partij aan de eerste tussenkomende partij een kredietverzekering voor de commerciële en politieke risico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van het project. Voorafgaandelijk aan deze toekenning verstrekt de eerste tussenkomende partij aan de tweede tussenkomende partij een aantal als vertrouwelijk aangemerkte documenten ter beoordeling van het kredietrisico. 3.3. Op 10 april 2013 vraagt de verzoekende partij bij de tweede tussenkomende partij inzage in de milieuimpactanalyse voor het project, die door de eerste tussenkomende partij bij haar kredietverzekeringsaanvraag was gevoegd. Dit wordt geweigerd, waarop de verzoekende partij beroep instelt bij de Federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie. Met een beslissing van 14 mei 2013 willigt deze commissie het beroep in, en wordt de tweede tussenkomende partij opgedragen om het document openbaar te maken aan de verzoekende partij. Op 13 juni 2013 geeft de tweede tussenkomende partij uitvoering aan deze beslissing. 3.4. Inmiddels heeft de verzoekende partij een nieuwe vraag tot openbaarmaking aan de tweede tussenkomende partij gericht, met betrekking tot “een document welke de milieu-argumenten, -bezorgdheden en -voorwaarden formuleert die u, in uw hoedanigheid van het management van de Nationale Delcrederedienst, op de Raad van Bestuur van de Nationale Delcrederedienst van 21 mei 2013 heeft voorgelegd met betrekking tot de aanvraag van Jan De Nul voor een project te ▇▇▇▇▇▇▇, Rusland” en “ieder communicatie (brief, mail) met de voogdijministers van de Nationale Delcrederedienst, en met Jan De Nul met betrekking tot de milieubezorgdheden en -voorwaarden inzake de aanvraag van Jan De Nul voor een project te ▇▇▇▇▇▇▇, Rusland”. 3.5. De tweede tussenkomende partij deelt aan de verzoekende partij mee dat zij om meerdere redenen niet ingaat op de vraag. 3.6. Dezelfde dag tekent de verzoekende partij tegen deze beslissing beroep aan bij de Federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie. 3.7. Nadat de Federale Beroepscommissie vergeefs bij de tweede tussenkomende partij heeft aangedrongen op communicatie van de documenten, neemt zij op 8 juli 2013 een tussenbeslissing waarin zij he...
Feiten. Op 3 mei 2018 dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge een aanvraag in tot afgifte van een omgevingsvergunning voor de bouw van een meergezinswoning en de aanleg van een ondergrondse parkeergarage na de afbraak van een bestaande eengezinswoning op het perceel gelegen aan de Puienbroeklaan 35 (Sint-Kruis). De begeleidende nota licht toe dat de aanvraag strekt tot de bouw van een meergezinswoning van vijftien appartementen onder plat dak, verdeeld over vier bouwlagen waarvan de oppervlakte vanaf de tweede verdieping trapsgewijs afgebouwd wordt. De aanvraag houdt daarnaast de aanleg van zowel ondergrondse als bovengrondse parkeerplaatsen en fietsstaanplaatsen in. Twee bomen worden gerooid. De af te breken woning is een leegstaande villa, gelegen in een parkdomein dat, tezamen met een koetshuis en conciërgewoning, als kasteelsite ‘Puienbroek’, Puienbroeklaan nummers 35-37, in de inventaris van het bouwkundig erfgoed opgenomen is. Het perceel ligt volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan ‘Brugge - Oostkust’, vastgesteld met een koninklijk besluit van 7 april 1977, in woonparkgebied. Het maakt als lot 6 deel uit van een verkaveling, die initieel teruggaat tot een vergunning van 27 januari 1989 voor twee loten. Met een op 20 mei 1992 vergunde verkavelingswijziging wordt het aantal loten op drie gebracht. Een op 26 november 2010 vergunde verkavelingswijziging leidt tot een verkaveling van negen loten. Het openbaar onderzoek wordt van 11 juni 2018 tot en met 10 juli 2018 gehouden. De verzoekende partijen dienen een bezwaarschrift in. Op 3 september 2018 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge om de aanvraag niet te vergunnen. ▇▇▇▇▇ die beslissing tekent de tussenkomende partij op 28 september 2018 administratief beroep aan bij de verwerende partij. In de loop van de administratieve beroepsprocedure dient de tussenkomende partij een landschapsplan en een bemalingsnota in. Andersluidend met het verslag van 10 januari 2019 van de provinciale omgevingsambtenaar beslist de verwerende partij op 31 januari 2019 om het beroep in te willigen en een omgevingsvergunning aan de tussenkomende partij te verlenen. Dat is de bestreden beslissing.
Feiten. Op 8 maart 2013 (datum van het ontvangstbewijs) dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Herentals een aanvraag in voor een stedenbouwkundige vergunning voor “het afbreken van een woning en het bouwen van een appartementsgebouw met zeven appartementen, drie kantoren en bijhorende ondergrondse en bovengrondse parking”. De percelen zijn volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan „Herentals-Mol‟, gelegen in woongebied. De percelen zijn eveneens gelegen binnen de grenzen van het op 23 juni 1998 goedgekeurd bijzonder plan van aanleg „Gedempte vaart‟, meer bepaald in een zone voor aaneengesloten bebouwing en de zone “strook voor binnenplaatsen en tuinen I”. De percelen zijn niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde, niet-vervallen verkaveling. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek, georganiseerd van 12 april 2013 tot en met 11 mei 2013, wordt één bezwaarschrift ingediend door de verzoekende partij. Het Centrum voor Toegankelijkheid van de provindie Antwerpen brengt op 10 april 2013 een voorwaardelijk gunstig advies uit. De brandweer van de stad Herentals brengt op 11 april 2013 een voorwaardelijk gunstig advies uit. De nv Fluxys brengt op 16 april 2013 een gunstig advies uit. Het Agentschap Ruimte en Erfgoed, afdeling Onroerend Erfgoed brengt op 19 april 2013 een gunstig advies uit. De Vlaamse Milieumaatschappij, afdeling operationeel waterbeheer brengt op 3 mei 2013 een gunstig advies uit. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Herentals verleent op 28 mei 2013 een voorwaardelijk gunstig advies. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Herentals verleent op 15 juli 2013 een stedenbouwkundige vergunning aan de tussenkomende partij en motiveert zijn beslissing als volgt:
Feiten. Op <datum> heeft een < noemen soort ongeval (anders dan WAM), bijv. bedrijfs> ongeval plaatsgevonden, waarbij belanghebbende en verzekerde betrokken waren. Voor dit risico liep op het moment van het ongeval een aansprakelijkheidsverzekering bij verzekeraar. Belanghebbende heeft door dit ongeval letsel opgelopen waarvoor belanghebbende de verzekerde en/of verzekeraar aansprakelijk heeft gesteld. Verzekeraar heeft de aansprakelijkheid voor de geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval erkend / deels erkend / betwist1 Belanghebbende en verzekeraar hebben met elkaar onderhandeld over een definitieve afwikkeling van de geleden en te lijden schade. Belanghebbende heeft zich laten bijstaan door <naam belangenbehartiger>. De intentie van deze overeenkomst is: voorkoming van onduidelijkheid over geleden en mogelijk in de toekomst te lijden schade, zowel voor wat betreft de verschillende schadeposten als over de schadehoogte daarvan; het bieden van een oplossing voor een eventueel geschil over de mate van de aansprakelijkheid en daarmee over de omvang van de schadevergoedingsverplichting. Bij het sluiten van deze vaststellingsovereenkomst realiseren verzekeraar en belanghebbende zich dat er onzekerheden bestaan over toekomstige ontwikkelingen, zoals een eventuele wijziging in de lichamelijke toestand van belanghebbende, wijziging van de hoogte en/of duur van de sociale verzekeringen en/of voorzieningen, wijziging van belastingdruk enz. In deze vaststellingsovereenkomst zijn de goede en kwade kansen meegewogen, zodat partijen hierop niet terug kunnen komen bij wijzigende omstandigheden. Met het aangaan van deze overeenkomst is de zaak definitief afgedaan. In deze overeenkomst wordt vastgelegd welk bedrag aan schadevergoeding belanghebbende krijgt voor de schade die hij heeft geleden en in de toekomst nog zal lijden. Deze overeenkomst geldt zowel voor materiële als voor immateriële schade. De wettelijke basis voor deze overeenkomst is te vinden in de artikelen 7:900 en verder van het Burgerlijk Wetboek.
Feiten. Mevrouw S.L. is op 1 december 2011 in dienst getreden van de rechtsvoorganger van V.F(...) NV (hierna kortweg de N.V. genoemd) met een arbeidsovereenkomst voor bedienden voor onbepaalde duur. Haar functie werd in de arbeidsovereenkomst aangeduid als vertegenwoordiger P, voor heel België (cfr. stuk 1 bundel eiseres). De N.V. is actief in de pharma-industrie en richt haar activiteiten op de promotie en verkoop van pharmaceutische producten die… In haar functie bezocht mevrouw ▇.▇. artsen-specialisten om hen te informeren over de Pharma-producten en hen deze te doen voorschrijven. Mevrouw S.L. bezocht ook ziekenhuisapothekers om hen aan te zetten de producten aan te kopen. Mevrouw S.L. stelt dat ze ook de producten aan groothandelaars verkocht die de stadsapotheken beleveren. Deze groothandelaars kochten rechtstreeks bij de N.V. en daar onderhield mevrouw S.L. contacten mee. Beperkt sloot mevrouw S.L. ook sponsorcontracten met artsen-specialisten, waarbij C.m.b.t. nieraandoeningen werden gefinancierd door de N.V. De arbeidsovereenkomst van mevrouw S.L. werd op 1 november 2015 overgenomen door de N.V. en mevrouw ▇.▇. had laatst de functie van Key accountmanager regio Vlaanderen en Nederlandstalige apothekers Brussel (cfr. stuk 2 bundel eiseres). Vóór 1 november 2015 was mevrouw ▇. de verantwoordelijke voor de Key accountmanagers en haar leidinggevende. De periode nadien was de verantwoordelijke mevrouw ▇., ▇▇▇▇▇▇▇ vanuit de hoofdzetel in Zwitserland werkte. Met de nieuwe structuur kwamen er ook nieuwe werkingssystemen. Na de mondelinge rapporteringen vanaf 7 oktober 2016 werd er gevraagd om wekelijks een schriftelijk rapport op te stellen en besliste de General manager, de heer ▇. dat voor alle sponsoraanvragen een contract diende te worden opgesteld door de juridische dienst. Mevrouw S.L. werd meermaals geprezen voor haar goede prestaties (cfr. stukken 3,5,6 en 7 bundel eiseres en stukken 10,11 en 12 bundel verweerster). Op 5 oktober 2016 werd mevrouw ▇.▇., tijdens haar doktersbezoeken begeleid door haar rechtstreeks leidinggevende, de heer ▇., ▇▇▇▇▇▇▇ van dat bezoek een verslag uitbracht met positieve en negatieve punten (cfr. stuk 13 bundel verweerster). Mevrouw S.L. behaalde een gemiddelde score van 70 % en er werden 6 verbeterpunten aangegeven (met een score 50 tot 55 %). De N.V. verweet mevrouw S.L. een gebrekkige invulling van de weekrapporten (cfr. stuk 3 bundel verweerster), de niet-naleving van de procedure m.b.t. de sponsoraanvragen (cfr. stukken 5,...
Feiten. De Commissie gaat uit van de volgende feiten. 2.1 Na advies en bemiddeling door het intermediair hebben Consument en zijn partner (verder: Consument) een op de offerte van 9 juni 2009 gebaseerde hypothecaire overeenkomst van geldlening ([..nummer..]) bij HQ Hypotheken afgesloten. Op deze offerte zijn toepasselijk de Algemene Voorwaarden voor een hypothecaire lening en hypotheek (AV2008). 2.2 Consument heeft gekozen voor de zogenoemde Variabele Rente Clausule VR0803-HQ, waarvan de rente voor een kalenderkwartaal vaststaat. 2.3 In de offerte is vermeld: “In aanvulling op de in deze Offerte opgenomen voorwaarden en voor zover in deze Offerte hiervan niet uitdrukkelijk is afgeweken, zijn de volgende bepalingen van toepassing en maken onderdeel uit van deze Offerte: • Variabele Rente clausule (VR0803-HQ)” 2.4 Op de Variabele Rente Clausule VR0803-HQ is de Handleiding Variabele Rente Clausule VR0803-HQ van toepassing. In deze Handleiding is, voor zover van belang, bepaald: 1. De Rente wordt samengesteld uit de basisrente plus een in de Offerte vermelde opslag. 2. De basisrente wordt gebaseerd op het op de laatste werkdag van elk kalenderkwartaal geldende 3-maands EURIBOR-tarief, zoals dit wordt gepubliceerd in ‘Het Financieele ▇▇▇▇▇▇▇’ daags na de laatste werkdag van het daaraan voorafgaande kalenderkwartaal, vermeerderd met een eventueel door monetaire autoriteit(en) vastgestelde opslagrente. De basisrente wordt afgerond naar boven tot een veelvoud van 0,05%. 3. De Geldverstrekker behoudt zich, zolang de Geldnemer geen gebruik heeft gemaakt van diens eenmalig recht van consolidatie, het recht om voor (een) andere grondslag(en) voor de basisrente te kiezen, dan wel om de in de Offerte vermelde opslag te wijzigen. De Geldnemer zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gesteld. 4. De Rente wordt op de laatste werkdag van elk kalenderkwartaal vastgesteld voor het daaropvolgende kalenderkwartaal”. 5. Het recht van consolidatie kan slechts worden uitgeoefend en geldt uitsluitend bij (Offerten voor) Leningen: a) Waarin uitdrukkelijk verwijzing naar dit recht is opgenomen, en b) Door gebruikmaking, het invullen en opsturen ( per post of fax), van het keuze formulier, zoals dat is bijgevoegd”. 2.5 Uit de offerte volgt dat de opslag 1,15% bedroeg. 2.6 Per brief van 4 maart 2010 heeft HQ Hypotheken Consument over de aanpassing van de Variabele Rente, voor zover relevant, geschreven “ Op (een gedeelte van) deze geldlening is een variabele rente van toepassing. Op dit mo...
Feiten. Op 5 september 2011 stelt de toezichthouder bij de afdeling Milieu-inspectie buitendienst Vlaams Brabant, departement Leefmilieu, Natuur en Energie, ambtshalve vast dat op het terrein gelegen te […] ongebroken puin gestort wordt in een bouwput. De toezichthouder stelt op 6 september 2011 proces-verbaal op omdat de verzoekende partij niet beschikt over een milieuvergunning klasse I en omdat het puin niet voldoet aan de specificaties voor hergebruik als secundaire grondstof. Op 8 september 2011 verstuurt de toezichthouder een aanmaning naar de verzoekende partij om de opslag van afvalstoffen te beëindigen uiterlijk tegen 15 oktober 2011 en het bewijs van afvoer van het puin te bezorgen tegen uiterlijk 1 november 2011. Op 16 november 2011 stelt de toezichthouder in een navolgend proces-verbaal vast dat alle niet- conforme puinpartijen sedert 13 oktober 2011 van het terrein zijn verwijderd en dat aldus een einde gemaakt werd aan de vastgestelde milieumisdrijven. Op 3 februari 2012 beslist de procureur des Konings van Leuven om het milieumisdrijf niet strafrechtelijk te vervolgen. Met een brief van 27 maart 2012 brengt de gewestelijke entiteit de verzoekende partij op de hoogte van haar voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming, op te leggen en nodigt zij de verzoekende partij uit om schriftelijk haar verweer mee te delen. Op 10 mei 2012 bezorgt de verzoekende partij haar schriftelijk verweer aan de gewestelijke entiteit. Op 7 mei 2013 organiseert de gewestelijke entiteit een hoorzitting in aanwezigheid van de raadsman van de verzoekende partij. Op 10 april 2014 legt de gewestelijke entiteit de vermelde bestuurlijke geldboete op. Deze beslissing wordt aan de verzoekende partij betekend op 17 april 2014. De verwerende partij motiveert haar beslissing als volgt: 3.1 Het milieumisdrijf en de toerekenbaarheid aan de overtreder
Feiten. De commissie gaat uit van de volgende feiten: 2.1. Op 28 augustus 2023 om 9.42 uur mailt klaagster aan verweerder het volgende: 2.2. Op diezelfde dag om 12.27 uur antwoordt verweerder aan klaagster het volgende: “…Wat leuk om te horen, kunt u het via deze link proberen? … “ 2.3. Op 3 september 2023 om 14.58 uur mailt klaagster aan verweerder dat het haar opgevallen is dat de puppycursus op dinsdagavond wordt gegeven, maar klaagster dan vaak niet kan vanwege haar werk. Klaagster vraagt of de cursus ook op een ander moment gevolgd kan worden. 2.4. Op diezelfde dag om 18.13 uur antwoordt verweerder aan klaagster dat hij ook een cursus aanbiedt die flexibel ingepland kan worden. 2.5. Op 4 september 2023 om 10.42 uur geeft klaagster aan dat zij graag de cursus met flexibele tijdstippen wil afnemen en stelt vragen over de aanvangstijd en de wijze van betaling. 2.6. Op diezelfde dag om 19.53 uur antwoordt verweerder met de vraag welke dagen en momenten klaagster zou kunnen. Hij geeft hierbij aan vanaf 8 september 2023 plaats te hebben. 2.7. Op diezelfde dag om 20.11 uur mailt klaagster een overzicht van beschikbare data. 2.8. Op diezelfde dag om 20.41 uur bevestigt verweerder via Whatsapp dat de eerste afspraak gepland staat op 11 september 2023 om 18.00 uur en stuurt hierbij een tikkie met het bedrag ad € 250,00 voor het cursusgeld (10 lessen van 30 minuten). 2.9. Op diezelfde dag om 20.42 uur bevestigt klaagster via Whatsapp de afspraak en meldt dat ze het cursusgeld heeft voldaan. 2.10. Op 11 september 2023 belde verweerder rond 16 uur met klaagster om te melden dat hij met spoed naar de dierenarts moest en dat daarom de afspraak van 18 uur niet door kon gaan. Klaagster en verweerder spreken een nieuwe datum af en de afspraak wordt verplaatst naar 14 september 2023. 2.11. Op 14 september 2023 vindt de eerste les plaats (totaal 1 uur) en de tweede les wordt ingepland op 19 september 2023 om 11.00 uur. Over de les van 14 september 2023 schrijft klaagster: “Ik ben met onze puppy gegaan. We waren er in totaal 1 uur. We hebben kennis gemaakt en hij heeft verteld en uitleg gegeven. Er waren geen andere deelnemers. Mijn puppy heeft heel de tijd geblaft, wat ik erg storend vond, omdat we daar zo veel mee geoefend hebben en hij de laatste dagen erg rustig was qua blaffen. Dit hebben we via een hondentrainster voor elkaar gekregen, d.m.v. trainingsdiscs (een sliplijn en discs). Deze heb ik hier niet gebruikt, want ▇▇▇▇▇▇ (verweerder) was hier geen voorstander van. Hij w...
Feiten. Dr. D. B. , eerste appellant, is geneesheer-specialist in de gynaecologie. Hij was sinds 22 juni 1989 in die hoedanigheid werkzaam in het AZ . Op 17 februari 2012 richtte hij Dokterspraktijk D. B. , gynaecologie bvba, tweede appellante, op (hierna "Dokterspraktijk D. B. ") (zie publicatie in de bijlagen bij het BS 13 maart 2012). Vervolgens werd op 28 februari 2013 tussen AZ en Dokterspraktijk D. B. een "individuele overeenkomst tussen de Geneesheer Specialist en het Regionaal Ziekenhuis" ondertekend. In deze overeenkomst werd onder meer het volgende overeengekomen (stuk 1 appellanten; stuk 1 AZ ): Tussen de vzw Regionaal Ziekenhuis [...] hierna vermeld onder de benaming "het ziekenhuis" enerzijds, En De BVBA dokterspraktijk D. B. gynaecologie [ ] hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door zijn zaakvoerder Dokter P. D. B. , geneesheer- specialist in de Gynaecologie-Verloskunde [ ] hierna "de ziekenhuisgeneesheer" genoemd; In geval deze overeenkomst wordt aangegaan met een BVBA, dan: - dient het statutair doel van de BVBA de uitoefening van de geneeskunde door haar orgaan, de geneesheer-vennoot, te omvatten; - worden de prestaties uitgevoerd door de zaakvoerder-geneesheer in naam en voor rekening van de BVBA; - gebeurt de uitoefening van de geneeskunde in het kader van deze overeenkomst door de zaakvoerder-geneesheer-vennoot die tevens de arts is die door het ziekenhuis op advies van de medische raad aanvaard is. wordt toegelicht en overeengekomen wat volgt:
Feiten. 1. Op 15 maart 2010 (datum van het ontvangstbewijs) dient de verzoekende partij bij het college van burgemeester en schepenen van ......... een aanvraag in voor een stedenbouwkundige vergunning voor "het bouwen van magazijnen en kantoren". Het perceel is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 5 augustus 1976 vastgestelde gewestplan ‘Mechelen’ gelegen in ‘industriegebied II’. Het perceel is eveneens gelegen binnen de grenzen van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Willebroek Noord bis’, goedgekeurd met een besluit van de Vlaamse regering van 22 december 2008 (hierna: PRUP "Willebroek Noord bis"), binnen een "zone voor bedrijvigheid 2" (artikel 7). De gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar adviseert op 2 juni 2010 ongunstig en stelt voor om de vergunning te weigeren omdat niet wordt voldaan aan de voorschriften van het PRUP "Willebroek Noord bis". Op 2 april 2010 deelt het diensthoofd Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit van het “gemeentebestuur .........” aan de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij van de provincie Antwerpen (hierna: POM) het volgende mee: In bijlage maken wij U de bouwplannen over betreffende de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning op naam van .........voor adres of terrein gelegen: ..- kadastraal gekend als: , ......... voor de uitvoering van volgende werken: Oprichten van magazijnen en kantoren. In een brief van 19 april 2010 stelt de POM aan het “gemeentebestuur Willebroek” het volgende: - enerzijds, de beschikbare opmetingsplannen van ......... (opgesteld door een wettig beëdigd landmeter) van de beschikbare ruimte ter plaatse tussen de spoorweg (.........) en de eigendom van de (zie bijlage 1 en 2); en - anderzijds, het door de gemeenteraad van 26/02/2008 goedgekeurde stratentracé voor de toekomstige nieuwe openbare verbindingsweg ‘ ' tussen de rotonde aan de .........en de goedgekeurde stedenbouwkundige vergunning (25/02/2008) voor de realisatie van deze betrokken verbindingsweg (zie bijlage 3); .......... en de geplande en vergunde toekomstige nieuwe openbare verbindingsweg. De vergelijking van de ingediende bouwplannen van de .........met de beschikbare opmetingsplannen van .........tonen aan dat de beschikbare ruimte tussen de zuidgrens van de eigendom van .......... en de spoorweg (.........) minder groot is dan wat er op de ingediende bouwplannen is aangeduid doordat het bestaande spoor 3 ons inziens verkeerd is aangeduid op de ingediende bouwplannen: de palen voor de elektrische Re...