Feiten. Mevrouw S.L. is op 1 december 2011 in dienst getreden van de rechtsvoorganger van V.F(...) NV (hierna kortweg de N.V. genoemd) met een arbeidsovereenkomst voor bedienden voor onbepaalde duur. Haar functie werd in de arbeidsovereenkomst aangeduid als vertegenwoordiger P, voor heel België (cfr. stuk 1 bundel eiseres). De N.V. is actief in de pharma-industrie en richt haar activiteiten op de promotie en verkoop van pharmaceutische producten die… In haar functie bezocht mevrouw ▇.▇. artsen-specialisten om hen te informeren over de Pharma-producten en hen deze te doen voorschrijven. Mevrouw S.L. bezocht ook ziekenhuisapothekers om hen aan te zetten de producten aan te kopen. Mevrouw S.L. stelt dat ze ook de producten aan groothandelaars verkocht die de stadsapotheken beleveren. Deze groothandelaars kochten rechtstreeks bij de N.V. en daar onderhield mevrouw S.L. contacten mee. Beperkt sloot mevrouw S.L. ook sponsorcontracten met artsen-specialisten, waarbij C.m.b.t. nieraandoeningen werden gefinancierd door de N.V. De arbeidsovereenkomst van mevrouw S.L. werd op 1 november 2015 overgenomen door de N.V. en mevrouw ▇.▇. had laatst de functie van Key accountmanager regio Vlaanderen en Nederlandstalige apothekers Brussel (cfr. stuk 2 bundel eiseres). Vóór 1 november 2015 was mevrouw ▇. de verantwoordelijke voor de Key accountmanagers en haar leidinggevende. De periode nadien was de verantwoordelijke mevrouw ▇., ▇▇▇▇▇▇▇ vanuit de hoofdzetel in Zwitserland werkte. Met de nieuwe structuur kwamen er ook nieuwe werkingssystemen. Na de mondelinge rapporteringen vanaf 7 oktober 2016 werd er gevraagd om wekelijks een schriftelijk rapport op te stellen en besliste de General manager, de heer ▇. dat voor alle sponsoraanvragen een contract diende te worden opgesteld door de juridische dienst. Mevrouw S.L. werd meermaals geprezen voor haar goede prestaties (cfr. stukken 3,5,6 en 7 bundel eiseres en stukken 10,11 en 12 bundel verweerster). Op 5 oktober 2016 werd mevrouw ▇.▇., tijdens haar doktersbezoeken begeleid door haar rechtstreeks leidinggevende, de heer ▇., ▇▇▇▇▇▇▇ van dat bezoek een verslag uitbracht met positieve en negatieve punten (cfr. stuk 13 bundel verweerster). Mevrouw S.L. behaalde een gemiddelde score van 70 % en er werden 6 verbeterpunten aangegeven (met een score 50 tot 55 %). De N.V. verweet mevrouw S.L. een gebrekkige invulling van de weekrapporten (cfr. stuk 3 bundel verweerster), de niet-naleving van de procedure m.b.t. de sponsoraanvragen (cfr. stukken 5,6,7 en 8 bundel verweerster), de gebrekkige aanlevering van informatie rondom account tracking (opvolgen business) en het benoemen van target accounts (mogelijke nieuwe business - cfr. stuk 9 bundel verweerster), een deconstructieve houding en een beperkte omzet voor het product V., één van de producten waarmee mevrouw S.L. artsen bezocht, in november 2016, na één jaar slechts 10 000 EUR voor geheel België. Mevrouw S.L. werd arbeidsongeschikt vanaf 6 december 2016, aanvankelijk wegens kaakoperatie en nadien verlengd tot 15 januari 2017. In december 2016 ontvingen alle werknemers van de groep een brief met hun loon (cfr. stuk 15 bundel verweerster). Mevrouw S.L. ontving geen bonus. Op 16 januari 2017 hervatte mevrouw ▇.▇. opnieuw het werk. Vervolgens werd mevrouw ▇.▇. opnieuw arbeidsongeschikt op 20 januari 2017, tekens verlengd tot en met 30 april 2017 wegens burn -out (cfr. stukken 48 bundel eiseres). De N.V. stelt dat zij reeds tijdens de jaarwisseling had besloten om de arbeidsovereenkomst van mevrouw S.L. te beëindigen wegens ondermaatse prestaties en dat haar afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid die beslissing niet heeft beïnvloed, doch wel heeft uitgesteld. Met aangetekende brief dd. 28 april 2017 beëindigde de N.V. de arbeidsovereenkomst met ingang van 30 april 2017 en mits betaling van een opzeggingsvergoeding van 3 maanden en 13 weken (cfr. stuk 17 bundel verweerster en stuk 49 bundel eiseres). Er werd een beëïndigingsovereenkomst opgesteld m.b.t. de opzeggingsvergoeding ten bedrage van 47 078,88 EUR (cfr. stuk 50 bundel verweerster). Daarbij werd ook bepaald dat ze afstand zou doen van haar andere vorderingen. Mevrouw S.L. heeft geweigerd deze overeenkomst te ondertekenen. Met brief dd. 10 mei 2017 heeft de raadsman van mevrouw S.L. de N.V. in gebreke gesteld tot betaling van de opzeggingsvergoeding ten bedrage van 49 919,33 EUR, een uitwinningsvergoeding ten bedrage van 33 279,55 EUR, pro rata eindejaarspremie + vakantiegeld hierop, feestdagenloon + vakantiegeld hierop, pro rata premie koopkracht, pro rata ecocheques, vertrekvakantiegeld en een schadevergoeding wegens discriminatoir ontslag. Tevens werd de N.V. verzocht de redenen tot ontslag mee te delen (cfr. stuk 19 bundel eiseres). Met brief dd. 30 mei beantwoordde de raadsman van de N.V. deze brief van de raadsman van mevrouw S.L. met opgave van de redenen tot ontslag. Vervolgens werden een aantal posten m.b.t. het in aanmerking te nemen jaarloon voor de berekening van de opzeggingsvergoeding betwist. De raadsman van de N.V. betwistte verder dat mevrouw S.L. de hoedanigheid van handèlsvertegenwoordiger had. Er werd tevens betwist dat er sprake kon zijn van een discriminatoir ontslag (cfr. stuk 201 bundel verweerster). In antwoord op deze brief heeft de raadsman van mevrouw ▇.▇. op uitgebreide wijze gereageerd met brief dd. 14 juni 2017 (cfr. stuk 53 bundel eiseres en stuk 21 bundel verweerster) met mededeling van stavingsstukken (cfr. stukken 3-20 bundel eiseres). Uiteindelijk ontving mevrouw ▇.▇. op 16 juni 2017 betaling van een opzeggingsvergoeding van 47 336,86 EUR, de pro rata eindejaarspremie, de koopkrachtpremie, het feestdagenloon en het vertrekvakantiegeld. Vermits tussen partijen geen overeenkomst kon bereikt worden is mevrouw S.L. tot een procedure voor de arbeidsrechtbank overgegaan door neerlegging van een verzoekschrift op 3 oktober 2017. Volgens mevrouw S.L. werd op 20 december 2017 een niet correct formulier C 4 afgeleverd met vermelding van verschillende data voor ontslag (cfr, stuk 65 bundel eiseres). De ecocheques werden op 27 februari 2018 aan mevrouw S.L. overgemaakt (cfr. stuk 66 bundel eiseres). ARBEIDSRECHTBANK ANTWERPEN - AFDELING ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ -▇▇/ ▇▇▇▇/▇ Pagina 7
Appears in 1 contract
Sources: Procedure
Feiten. Mevrouw S.L. is Blijkens het arrest kunnen de feiten als volgt worden samengevat. Blijkens een op 1 december 2011 4 oktober 1990 te Bolivar (Ecuador) uitgegeven cognossement werd begin oktober 1990 een partij van 85.000 dozen bananen met een totaal ge- wicht van 1.700 ton in dienst getreden ontvangst genomen aan boord van de rechtsvoorganger m.s. "Cape Cod", eigendom van V.F(...) NV (hierna kortweg eiseres, met het oog op vervoer naar Zeebrugge. Bij aankomst te Zeebrugge op 25 oktober 1990 bleek een deel van de N.V. genoemd) lading beschadigd te zijn. Verweerster en eiseres stelden elk een expert aan, die een ver- slag opmaakte. Op 26 oktober 1990 werden de goederen gelost. Verweerster, die stelde derde-houdster van het cognossement te zijn, vorderde van eiseres en van Sea Trade Groningen B.V., vennootschap naar Nederlands recht, betaling van 319.982 DM en 61.409 BEF, vermeerderd met een arbeidsovereenkomst voor bedienden voor onbepaalde duur. Haar functie werd in de arbeidsovereenkomst aangeduid als vertegenwoordiger Pvergoeden- de intrest vanaf 25 oktober 1990, voor heel België (cfr. stuk 1 bundel eiseres)de gerechtelijke intrest en de kosten van het ge- ding. De N.V. is actief in dagvaarding, door de pharma-industrie en richt haar activiteiten op de promotie en verkoop van pharmaceutische producten die… In haar functie bezocht mevrouw ▇.▇. artsen-specialisten om hen te informeren over de Pharma-producten en hen gerechtsdeurwaarder gedateerd 25 oktober 1991, werd, teneinde deze te doen voorschrijven. Mevrouw S.L. bezocht ook ziekenhuisapothekers om hen betekenen aan te zetten de producten aan te kopen. Mevrouw S.L. stelt dat ze ook de producten aan groothandelaars verkocht die de stadsapotheken beleveren. Deze groothandelaars kochten rechtstreeks bij de N.V. en daar onderhield mevrouw S.L. contacten mee. Beperkt sloot mevrouw S.L. ook sponsorcontracten met artsen-specialisteneiseres, waarbij C.m.b.t. nieraandoeningen werden gefinancierd door de N.V. De arbeidsovereenkomst procureur des Konings te Brugge overgemaakt aan de Voorzitter van mevrouw S.L. werd het Amtsgericht van Hamburg op 1 5 november 2015 overgenomen door 1991. Bij bericht van 22 november 1991 liet de N.V. en mevrouw ▇.▇. had laatst Voorzitter van het Amtsgericht aan de functie van Key accountmanager regio Vlaanderen en Nederlandstalige apothekers Brussel (cfr. stuk 2 bundel eiseres). Vóór 1 procureur des Konings weten dat aan de aanvraag voldaan was op 21 november 2015 was mevrouw ▇. de verantwoordelijke voor de Key accountmanagers en haar leidinggevende1991. De periode nadien was Rechtbank van Koophandel te Brugge oordeelde dat de verantwoordelijke mevrouw ▇.vordering van ver- weerster verjaard was, ▇omdat de dagvaarding ten aanzien van eiseres geen stui- tende werking had overeenkomstig artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek, daar de betekening van de dagvaarding, die plaatsvindt op het ogenblik dat de Voorzitter van het Amtsgericht de stukken ontvangt, na de verjaringstermijn van één jaar gebeurde. Tegen dit ▇▇▇▇▇▇ vanuit tekende verweerster hoger beroep aan. In zoverre de hoofdzetel in Zwitserland werktevordering tegenover Sea Trade Groningen B.V. door het vonnis a quo ongegrond werd verklaard, werd dit vonnis bevestigd. Met Het Hof van Beroep te Gent oordeelde dat de nieuwe structuur kwamen er ook nieuwe werkingssystemen. Na vordering tegenover eiseres niet verjaard was omdat de mondelinge rapporteringen vanaf 7 oktober 2016 verjaring gestuit werd er gevraagd om wekelijks een schriftelijk rapport op te stellen en besliste de General manager, de heer ▇. dat voor alle sponsoraanvragen een contract diende te worden opgesteld door de juridische dienst. Mevrouw S.L. werd meermaals geprezen voor haar goede prestaties (cfr. stukken 3,5,6 en 7 bundel eiseres en stukken 10,11 en 12 bundel verweerster). Op 5 oktober 2016 werd mevrouw ▇.▇., tijdens haar doktersbezoeken begeleid door haar rechtstreeks leidinggevende, de heer ▇., ▇▇▇▇▇▇▇ van dat bezoek een verslag uitbracht met positieve en negatieve punten (cfr. stuk 13 bundel verweerster). Mevrouw S.L. behaalde een gemiddelde score van 70 % en er werden 6 verbeterpunten aangegeven (met een score 50 tot 55 %). De N.V. verweet mevrouw S.L. een gebrekkige invulling overhandiging van de weekrapporten (cfrdag- vaarding aan de procureur des Konings. stuk 3 bundel verweerster)Ook het middel van eiseres dat de dag- vaarding nietig was omdat de dagvaardingstermijn niet gerespecteerd werd, de niet-naleving van de procedure m.b.t. de sponsoraanvragen (cfr. stukken 5,6,7 en 8 bundel verweerster), de gebrekkige aanlevering van informatie rondom account tracking (opvolgen business) en het benoemen van target accounts (mogelijke nieuwe business - cfr. stuk 9 bundel verweerster), een deconstructieve houding en een beperkte omzet voor het product V., één van de producten waarmee mevrouw S.L. artsen bezocht, in november 2016, na één jaar slechts 10 000 EUR voor geheel België. Mevrouw S.L. werd arbeidsongeschikt vanaf 6 december 2016, aanvankelijk wegens kaakoperatie en nadien verlengd tot 15 januari 2017. In december 2016 ontvingen alle werknemers van de groep een brief met hun loon (cfr. stuk 15 bundel verweerster). Mevrouw S.L. ontving geen bonus. Op 16 januari 2017 hervatte mevrouw ▇afgewezen.▇. opnieuw het werk. Vervolgens werd mevrouw ▇.▇. opnieuw arbeidsongeschikt op 20 januari 2017, tekens verlengd tot en met 30 april 2017 wegens burn -out (cfr. stukken 48 bundel eiseres). De N.V. stelt dat zij reeds tijdens de jaarwisseling had besloten om de arbeidsovereenkomst van mevrouw S.L. te beëindigen wegens ondermaatse prestaties en dat haar afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid die beslissing niet heeft beïnvloed, doch wel heeft uitgesteld. Met aangetekende brief dd. 28 april 2017 beëindigde de N.V. de arbeidsovereenkomst met ingang van 30 april 2017 en mits betaling van een opzeggingsvergoeding van 3 maanden en 13 weken (cfr. stuk 17 bundel verweerster en stuk 49 bundel eiseres). Er werd een beëïndigingsovereenkomst opgesteld m.b.t. de opzeggingsvergoeding ten bedrage van 47 078,88 EUR (cfr. stuk 50 bundel verweerster). Daarbij werd ook bepaald dat ze afstand zou doen van haar andere vorderingen. Mevrouw S.L. heeft geweigerd deze overeenkomst te ondertekenen. Met brief dd. 10 mei 2017 heeft de raadsman van mevrouw S.L. de N.V. in gebreke gesteld tot betaling van de opzeggingsvergoeding ten bedrage van 49 919,33 EUR, een uitwinningsvergoeding ten bedrage van 33 279,55 EUR, pro rata eindejaarspremie + vakantiegeld hierop, feestdagenloon + vakantiegeld hierop, pro rata premie koopkracht, pro rata ecocheques, vertrekvakantiegeld en een schadevergoeding wegens discriminatoir ontslag. Tevens werd de N.V. verzocht de redenen tot ontslag mee te delen (cfr. stuk 19 bundel eiseres). Met brief dd. 30 mei beantwoordde de raadsman van de N.V. deze brief van de raadsman van mevrouw S.L. met opgave van de redenen tot ontslag. Vervolgens werden een aantal posten m.b.t. het in aanmerking te nemen jaarloon voor de berekening van de opzeggingsvergoeding betwist. De raadsman van de N.V. betwistte verder dat mevrouw S.L. de hoedanigheid van handèlsvertegenwoordiger had. Er werd tevens betwist dat er sprake kon zijn van een discriminatoir ontslag (cfr. stuk 201 bundel verweerster). In antwoord op deze brief heeft de raadsman van mevrouw ▇.▇. op uitgebreide wijze gereageerd met brief dd. 14 juni 2017 (cfr. stuk 53 bundel eiseres en stuk 21 bundel verweerster) met mededeling van stavingsstukken (cfr. stukken 3-20 bundel eiseres). Uiteindelijk ontving mevrouw ▇.▇. op 16 juni 2017 betaling van een opzeggingsvergoeding van 47 336,86 EUR, de pro rata eindejaarspremie, de koopkrachtpremie, het feestdagenloon en het vertrekvakantiegeld. Vermits tussen partijen geen overeenkomst kon bereikt worden is mevrouw S.L. tot een procedure voor de arbeidsrechtbank overgegaan door neerlegging van een verzoekschrift op 3 oktober 2017. Volgens mevrouw S.L. werd op 20 december 2017 een niet correct formulier C 4 afgeleverd met vermelding van verschillende data voor ontslag (cfr, stuk 65 bundel eiseres). De ecocheques werden op 27 februari 2018 aan mevrouw S.L. overgemaakt (cfr. stuk 66 bundel eiseres). ARBEIDSRECHTBANK ANTWERPEN - AFDELING ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ -▇▇/ ▇▇▇▇/▇ Pagina 7
Appears in 1 contract
Sources: Overeenkomst
Feiten. Mevrouw S.L. De feiten kunnen ingevolge het bestreden arrest worden weergegeven als volgt:
a. Kanzi is op 1 december 2011 in dienst getreden de naam die is gegeven aan een welbepaalde appelsoort, afkomstig van de rechtsvoorganger bomen van V.F(...) NV (hierna kortweg de N.V. genoemd) met een arbeidsovereenkomst voor bedienden voor onbepaalde duurhet ras Nicoter, om haar te onderscheiden van andere appelrassen of variëteiten. Haar functie werd in de arbeidsovereenkomst aangeduid als vertegenwoordiger P, voor heel België (cfr. stuk 1 bundel eiseres). De N.V. is actief in de pharma-industrie en richt haar activiteiten op de promotie en verkoop van pharmaceutische producten die… In haar functie bezocht mevrouw ▇.▇. artsen-specialisten om hen te informeren over de Pharma-producten en hen deze te doen voorschrijven. Mevrouw S.L. bezocht ook ziekenhuisapothekers om hen aan te zetten de producten aan te kopen. Mevrouw S.L. stelt dat ze ook de producten aan groothandelaars verkocht die de stadsapotheken beleveren. Deze groothandelaars kochten rechtstreeks bij de N.V. en daar onderhield mevrouw S.L. contacten mee. Beperkt sloot mevrouw S.L. ook sponsorcontracten met artsen-specialisten, waarbij C.m.b.t. nieraandoeningen werden gefinancierd door de N.V. De arbeidsovereenkomst van mevrouw S.L. werd op 1 november 2015 overgenomen door de N.V. en mevrouw ▇.▇. had laatst de functie van Key accountmanager regio Vlaanderen en Nederlandstalige apothekers Brussel (cfr. stuk 2 bundel eiseres). Vóór 1 november 2015 was mevrouw ▇. de verantwoordelijke voor de Key accountmanagers en haar leidinggevende. De periode nadien was de verantwoordelijke mevrouw ▇., ▇▇▇▇▇▇▇ vanuit brengt als enig appelboomras de hoofdzetel in Zwitserland werkte. Met Kanzi-appelen voort.
b. In het Mededelingenblad van het Communautair Bureau voor plantenrassen van 15 juni 2001 werd de nieuwe structuur kwamen er ook nieuwe werkingssystemen. Na de mondelinge rapporteringen vanaf 7 oktober 2016 werd er gevraagd om wekelijks een schriftelijk rapport op te stellen en besliste de General manager, de heer ▇. dat voor alle sponsoraanvragen een contract diende te worden opgesteld aanvraag door de juridische dienst. Mevrouw S.L. werd meermaals geprezen voor haar goede prestaties (cfr. stukken 3,5,6 en 7 bundel eiseres en stukken 10,11 en 12 bundel verweerster). Op 5 oktober 2016 werd mevrouw ▇.▇., tijdens haar doktersbezoeken begeleid door haar rechtstreeks leidinggevende, de heer ▇., nv ▇▇▇▇▇▇▇ van dat bezoek een verslag uitbracht met positieve en negatieve punten (cfr. stuk 13 bundel verweerster). Mevrouw S.L. behaalde een gemiddelde score van 70 % en er werden 6 verbeterpunten aangegeven (met een score 50 tot 55 %)gepubliceerd voor het appelras Nicoter, gedaan op 27 april 2001. De N.V. verweet mevrouw S.L. een gebrekkige invulling van de weekrapporten (cfr. stuk 3 bundel verweerster), de niet-naleving van de procedure m.b.t. de sponsoraanvragen (cfr. stukken 5,6,7 en 8 bundel verweerster), de gebrekkige aanlevering van informatie rondom account tracking (opvolgen business) en het benoemen van target accounts (mogelijke nieuwe business - cfr. stuk 9 bundel verweerster), een deconstructieve houding en een beperkte omzet voor het product V., één van de producten waarmee mevrouw S.L. artsen bezocht, in november 2016, na één jaar slechts 10 000 EUR voor geheel België. Mevrouw S.L. werd arbeidsongeschikt vanaf 6 december 2016, aanvankelijk wegens kaakoperatie en nadien verlengd tot 15 januari 2017. In december 2016 ontvingen alle werknemers van de groep een brief met hun loon (cfr. stuk 15 bundel verweerster). Mevrouw S.L. ontving geen bonus. Op 16 januari 2017 hervatte mevrouw ▇.▇. opnieuw het werk. Vervolgens werd mevrouw ▇.▇. opnieuw arbeidsongeschikt op 20 januari 2017, tekens verlengd tot en met 30 april 2017 wegens burn -out (cfr. stukken 48 bundel eiseres). De N.V. stelt dat zij reeds tijdens de jaarwisseling had besloten om de arbeidsovereenkomst van mevrouw S.L. te beëindigen wegens ondermaatse prestaties en dat haar afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid die beslissing niet heeft beïnvloed, doch wel heeft uitgesteld. Met aangetekende brief dd. 28 april 2017 beëindigde de N.V. de arbeidsovereenkomst met ingang van 30 april 2017 en mits betaling van een opzeggingsvergoeding van 3 maanden en 13 weken (cfr. stuk 17 bundel verweerster en stuk 49 bundel eiseres). Er werd een beëïndigingsovereenkomst opgesteld m.b.t. de opzeggingsvergoeding ten bedrage van 47 078,88 EUR (cfr. stuk 50 bundel verweerster). Daarbij werd ook bepaald dat ze afstand zou doen van haar andere vorderingen. Mevrouw S.L. heeft geweigerd deze overeenkomst te ondertekenen. Met brief dd. 10 mei 2017 heeft de raadsman van mevrouw S.L. de N.V. in gebreke gesteld tot betaling van de opzeggingsvergoeding ten bedrage van 49 919,33 EUR, een uitwinningsvergoeding ten bedrage van 33 279,55 EUR, pro rata eindejaarspremie + vakantiegeld hierop, feestdagenloon + vakantiegeld hierop, pro rata premie koopkracht, pro rata ecocheques, vertrekvakantiegeld en een schadevergoeding wegens discriminatoir ontslag. Tevens werd de N.V. verzocht de redenen tot ontslag mee te delen (cfr. stuk 19 bundel eiseres). Met brief dd. 30 mei beantwoordde de raadsman van de N.V. deze brief van de raadsman van mevrouw S.L. met opgave van de redenen tot ontslag. Vervolgens kwekersrechten werden een aantal posten m.b.t. het in aanmerking te nemen jaarloon voor de berekening van de opzeggingsvergoeding betwist. De raadsman van de N.V. betwistte verder dat mevrouw S.L. de hoedanigheid van handèlsvertegenwoordiger had. Er werd tevens betwist dat er sprake kon zijn van een discriminatoir ontslag (cfr. stuk 201 bundel verweerster). In antwoord op deze brief heeft de raadsman van mevrouw ▇.▇. op uitgebreide wijze gereageerd met brief dd. 14 juni 2017 (cfr. stuk 53 bundel eiseres en stuk 21 bundel verweerster) met mededeling van stavingsstukken (cfr. stukken 3-20 bundel eiseres). Uiteindelijk ontving mevrouw ▇.▇. op 16 juni 2017 betaling van een opzeggingsvergoeding van 47 336,86 EUR, de pro rata eindejaarspremie, de koopkrachtpremie, het feestdagenloon en het vertrekvakantiegeld. Vermits tussen partijen geen overeenkomst kon bereikt worden is mevrouw S.L. tot een procedure voor de arbeidsrechtbank overgegaan door neerlegging van een verzoekschrift op 3 oktober 2017. Volgens mevrouw S.L. werd op 20 december 2017 een niet correct formulier C 4 afgeleverd met vermelding van verschillende data voor ontslag (cfr, stuk 65 bundel eiseres). De ecocheques werden op 27 februari 2018 aan mevrouw S.L. overgemaakt (cfr. stuk 66 bundel eiseres). ARBEIDSRECHTBANK ANTWERPEN - AFDELING ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ -▇▇/ ingebracht in Better3fruit op 3 september 2002. Volgens het Mededelingenblad ging het houderschap van het kwekersrecht over van Nicolaï naar Better3Fruit op 20 april 2004.
c. Het merk Kanzi werd op 8 november 2001 gedeponeerd met als merkhouder Better3fruit (klassen 16 en 31). Als licentiehouder zijn de cvba EFC en de nv Greenstar Kanzi Europe vermeld.
d. Ingevolge een licentieovereenkomst van 2003 heeft Better3fruit aan ▇▇▇▇▇▇▇ een exclusief recht verleend tot het kweken en verkopen van de Nicoterbomen met gebruik van de daaraan verbonden merken. In deze licentieovereenkomst is in artikel 6 bedongen dat ▇▇▇▇▇▇▇ “geen enkel licentieproduct zou overdragen of verkopen indien de betrokken tegenpartij niet voorafgaandelijk schriftelijk de teeltlicentie onder bijlage 6 onderschrijft (in geval van tegenpartij/teler) of de vermarketinglicentie vermeld onder bijlage 7 onderschrijft (in geval van tegenpartij/handelspartner)”. De licentieovereenkomst afgesloten tussen Better3fruit en Nicolaï werd op 20 januari 2005 ontbonden.
e. Volgens factuur nr. 240255 van 24 december 2004 verkocht ▇▇▇▇▇▇▇ Pagina 77000 appelbomen, omschreven als Kanzi-Nicoter-bomen aan J.H. , eerste verweerder. In deze koop-verkoop heeft ▇. zich niet verbonden tot naleving van bepaalde voorschriften met betrekking tot de teelt van Kanzi-appelen en de verkoop van de oogst. Op 4 december 2007 werd door de gerechtsdeurwaarder vastgesteld dat op de markt van Hasselt J.G. , de tweede verweerder, appelen te koop aanbood onder de benaming Kanzi die afkomstig bleken te zijn van H. . Op een tussen partijen betwiste datum verkreeg de eiseres, Greenstar Kanzi Europe (hierna GKE), opgericht op 5 mei 2004, de exclusieve exploitatierechten van het kwekersrecht op Nicoter en op de merknaam Kanzi wat de fruitteelt betreft.
f. De eiseres leidde de oorspronkelijke vordering in waarbij de ingeroepen schending van het kwekersrecht en het merkenrecht hierop neerkomt dat de eiseres aan de eerste verweerder verwijt op onrechtmatige wijze Nicoter-bomen te hebben aangekocht en dus op onrechtmatige wijze Kanzi-appelen te hebben geteeld met de verdere afleiding dat het in de handel brengen van de oogst als Kanzi-appelen een inbreuk uitmaakt op de eerlijke handelspraktijken.
g. De partijen gaan er kennelijk van uit dat de licentieovereenkomst in overeenstemming was met de voorwaarden van de vrije mededinging.
Appears in 1 contract
Sources: Cassation Appeal