Feiten. Op 3 mei 2018 dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge een aanvraag in tot afgifte van een omgevingsvergunning voor de bouw van een meergezinswoning en de aanleg van een ondergrondse parkeergarage na de afbraak van een bestaande eengezinswoning op het perceel gelegen aan de Puienbroeklaan 35 (Sint-Kruis). De begeleidende nota licht toe dat de aanvraag strekt tot de bouw van een meergezinswoning van vijftien appartementen onder plat dak, verdeeld over vier bouwlagen waarvan de oppervlakte vanaf de tweede verdieping trapsgewijs afgebouwd wordt. De aanvraag houdt daarnaast de aanleg van zowel ondergrondse als bovengrondse parkeerplaatsen en fietsstaanplaatsen in. Twee bomen worden gerooid. De af te breken woning is een leegstaande villa, gelegen in een parkdomein dat, tezamen met een koetshuis en conciërgewoning, als kasteelsite ‘Puienbroek’, Puienbroeklaan nummers 35-37, in de inventaris van het bouwkundig erfgoed opgenomen is. Het perceel ligt volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan ‘Brugge - Oostkust’, vastgesteld met een koninklijk besluit van 7 april 1977, in woonparkgebied. Het maakt als lot 6 deel uit van een verkaveling, die initieel teruggaat tot een vergunning van 27 januari 1989 voor twee loten. Met een op 20 mei 1992 vergunde verkavelingswijziging wordt het aantal loten op drie gebracht. Een op 26 november 2010 vergunde verkavelingswijziging leidt tot een verkaveling van negen loten. Het openbaar onderzoek wordt van 11 juni 2018 tot en met 10 juli 2018 gehouden. De verzoekende partijen dienen een bezwaarschrift in. Op 3 september 2018 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge om de aanvraag niet te vergunnen. ▇▇▇▇▇ die beslissing tekent de tussenkomende partij op 28 september 2018 administratief beroep aan bij de verwerende partij. In de loop van de administratieve beroepsprocedure dient de tussenkomende partij een landschapsplan en een bemalingsnota in. Andersluidend met het verslag van 10 januari 2019 van de provinciale omgevingsambtenaar beslist de verwerende partij op 31 januari 2019 om het beroep in te willigen en een omgevingsvergunning aan de tussenkomende partij te verlenen. Dat is de bestreden beslissing.
Appears in 1 contract
Sources: Tussenarrest
Feiten. Naar aanleiding van een melding omtrent het houden van fazanten in looprennen, begeven de verbalisanten zich op 10 oktober 2012 naar de woning van de verzoekende partij om te controleren of de fazanten geringd zijn. De verbalisanten stellen vast dat er 623 ongeringde jonge fazanten in een volière en 190 ongeringde jonge fazanten in de stallingen zitten. De 813 fazanten worden in uitvoering van de bestuurlijke maatregel van 12 oktober 2012 in beslag genomen voor euthanasie. De verzoekende partij vertelt de verbalisanten dat zij niet wist dat de fazanten geringd moesten zijn, dat zij geen jager is en dat de fazanten ook niet dienen voor de jacht. De fazanten die in de stallingen gehouden zijn, verkeren in erbarmelijke staat. Ze zitten te krap behuisd en worden hierdoor door elkaar ernstig verwond. Er liggen fazantenkrengen in enkele kooien. In één kooi bevindt zich een dwergkonijn, zonder eten en drinken, tussen de fazanten en een fazantenkadaver. Deze vaststellingen worden opgenomen in het proces-verbaal nummer AN.64J.H2.110097/12, afgesloten op 25 november 2012 en verzonden op 29 november 2012. Op 3 mei 2018 dient januari 2013 meldt de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge een aanvraag in procureur des Konings dat hij niet zal overgaan tot afgifte van een omgevingsvergunning voor de bouw van een meergezinswoning en de aanleg van een ondergrondse parkeergarage na de afbraak van een bestaande eengezinswoning op het perceel gelegen aan de Puienbroeklaan 35 (Sint-Kruis). De begeleidende nota licht toe dat de aanvraag strekt tot de bouw van een meergezinswoning van vijftien appartementen onder plat dak, verdeeld over vier bouwlagen waarvan de oppervlakte vanaf de tweede verdieping trapsgewijs afgebouwd wordt. De aanvraag houdt daarnaast de aanleg van zowel ondergrondse als bovengrondse parkeerplaatsen en fietsstaanplaatsen in. Twee bomen worden gerooid. De af te breken woning is een leegstaande villa, gelegen in een parkdomein dat, tezamen met een koetshuis en conciërgewoning, als kasteelsite ‘Puienbroek’, Puienbroeklaan nummers 35-37, in de inventaris van het bouwkundig erfgoed opgenomen is. Het perceel ligt volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan ‘Brugge - Oostkust’, vastgesteld met een koninklijk besluit van 7 april 1977, in woonparkgebied. Het maakt als lot 6 deel uit van een verkaveling, die initieel teruggaat tot een vergunning van 27 januari 1989 voor twee lotenstrafrechtelijke vervolging. Met een brief van 25 februari 2015 brengt de gewestelijke entiteit de verzoekende partij op 20 mei 1992 vergunde verkavelingswijziging wordt het aantal loten de hoogte van haar voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming, op drie gebracht. Een op 26 november 2010 vergunde verkavelingswijziging leidt tot een verkaveling van negen loten. Het openbaar onderzoek wordt van 11 juni 2018 tot te leggen en met 10 juli 2018 gehoudennodigt zij de verzoekende partij uit om schriftelijk haar verweer mee te delen. De verzoekende partijen dienen partij voert geen schriftelijk of mondeling verweer. De gewestelijke entiteit legt op 10 juni 2015 de vermelde bestuurlijke geldboete op. Deze beslissing wordt aan de verzoekende partij betekend met een bezwaarschrift inaangetekende brief van 3 juli 2015. Op 3 september 2018 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge om de aanvraag niet te vergunnen. ▇▇▇▇▇ die beslissing tekent de tussenkomende partij op 28 september 2018 administratief beroep aan bij de verwerende partij. In de loop van de administratieve beroepsprocedure dient de tussenkomende partij een landschapsplan en een bemalingsnota in. Andersluidend met het verslag van 10 januari 2019 van de provinciale omgevingsambtenaar beslist de De verwerende partij op 31 januari 2019 om het beroep in te willigen motiveert haar beslissing als volgt:
3.1. Het milieumisdrijf en een omgevingsvergunning de toerekenbaarheid ervan aan de tussenkomende partij te verlenen. Dat is de bestreden beslissing.overtreder
Appears in 1 contract
Sources: Arrest
Feiten. Op 3 mei 2018 dient 8 februari 2000 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Oud- Heverlee een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van drie gekoppelde woningen. Op 27 juni 2011 (datum van het ontvangstbewijs) dienen de tussenkomende partij partijen bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge gemeente Oud-Heverlee een aanvraag in tot afgifte voor een stedenbouwkundige vergunning voor “het verbouwen van een omgevingsvergunning voor de bouw van een meergezinswoning en de aanleg van een ondergrondse parkeergarage na de afbraak van een bestaande eengezinswoning op het perceel gelegen aan de Puienbroeklaan 35 (Sint-Kruis)woning”. De begeleidende nota licht toe dat de aanvraag strekt tot de bouw van een meergezinswoning van vijftien appartementen onder plat dak, verdeeld over vier bouwlagen waarvan de oppervlakte vanaf de tweede verdieping trapsgewijs afgebouwd wordt. De aanvraag houdt daarnaast de aanleg van zowel ondergrondse als bovengrondse parkeerplaatsen en fietsstaanplaatsen in. Twee bomen worden gerooid. De af te breken betrokken woning is een leegstaande villa, gelegen in een parkdomein dat, tezamen met een koetshuis en conciërgewoning, als kasteelsite ‘Puienbroek’, Puienbroeklaan nummers 35-37, in de inventaris van het bouwkundig erfgoed opgenomen isbetreft één der vermelde woningen. Het perceel ligt is volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan ‘Brugge - Oostkust’, vastgesteld met een bij koninklijk besluit van 7 april 1977, 1977 vastgestelde gewestplan „Leuven‟ gelegen in woonparkgebiedwoonuitbreidingsgebied. Het maakt als lot 6 deel uit perceel is niet gelegen in een gebied waarvoor een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan geldt, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. Tijdens het openbaar onderzoek, die initieel teruggaat tot een vergunning georganiseerd van 27 januari 1989 voor twee loten. Met een op 20 mei 1992 vergunde verkavelingswijziging wordt het aantal loten op drie gebracht. Een op 26 november 2010 vergunde verkavelingswijziging leidt tot een verkaveling van negen loten. Het openbaar onderzoek wordt van 11 juni 2018 22 augustus 2011 tot en met 10 juli 2018 gehouden. De 21 september 2011, dient de verzoekende partijen dienen partij een bezwaarschrift in. Op 3 september 2018 beslist het Het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge om de aanvraag niet te vergunnen. ▇▇▇▇▇ die beslissing tekent de tussenkomende partij gemeente Oud-Heverlee weigert op 28 september 2018 administratief beroep aan bij de verwerende partij. In de loop van de administratieve beroepsprocedure dient de tussenkomende partij 8 november 2011 een landschapsplan en een bemalingsnota in. Andersluidend met het verslag van 10 januari 2019 van de provinciale omgevingsambtenaar beslist de verwerende partij op 31 januari 2019 om het beroep in te willigen en een omgevingsvergunning stedenbouwkundige vergunning aan de tussenkomende partij te verlenenpartijen. Dat Het college motiveert zijn beslissing als volgt:
1. De muur waarop deze wijzigingen zullen plaatsvinden is gemeenschappelijk en voor de helft eigendom van de bezwaarindiener.
2. Een constructie van 2 meter extra muur bovenop de bestaande buitenmuur achteraan het huis rekenend vanaf de dakgoot, betekent een hoogte van 5 à 6 meter blinde muur voor bezwaarindiener vanaf het terras op zijn eigendom.
3. Voor de keukenuitbreiding vanaf de bestaande achtermuur wordt 1m extra muur opgetrokken, gemeenschappelijke eigendom en blinde muur naast het terras.
4. Blinde muren tot 6 meter hoogte, ontnomen zonlicht (door het verhinderen van de passage tussen 12 en 17u).
5. Zon- en lichtinval via de koepel van onze veranda en in de living zal drastisch verminderen. Extra verlichting in de woning nodig. Foto‟s werden toegevoegd.
6. Het verminderen van zonlicht zal extra verwarming betekenen.
7. De extra grote opstaande ramen op de tweede verdieping, in plaats van schuine dakramen, zullen de privacy schaden voor zwembad tuin.
8. Het concept van drie aanpalende woningen die gezamenlijk gebouwd werden met eenzelfde constructie en van hoogstaande kwaliteit en waarde, wordt volledig onderbroken door het optrekken van een verdieping voor slechts 1 van de 3 woningen en dit met een waardevermindering tot gevolg voor het ganse geheel. Er wordt niet vermeld welke steen er nodig is.” Het college heeft in zitting van 8 november 2011 over deze bezwaren beraadslaagd en behandeld deze als volgt:
1. Het college neemt er nota van dat de muur gemeenschappelijk is. Omdat de wijzigingen in de perceelsgrens plaatsvinden, werd ook een (beperkt) openbaar onderzoek gehouden door het college. Deze materie omtrent gemene muren betreft een burgerlijke aangelegenheid.
2. Het concept van de drie woningen is dermate (inplanting schuin en niet haaks op de voorliggende straat) dat steeds een blinde gevel zichtbaar zal blijven. De aanvrager heeft eenzelfde blinde muur langsheen de voorzijde. Door de inplanting van de woningen is de bestreden beslissingimpact van deze hoge gemeenschappelijke muur veel groter langs de achterzijde. Het heeft direct impact op de leefruimten en lichtinval in de naastliggende woning.
3. Achteraan de woning zal de muur in de perceelsgrens 3,40m t.o.v. de bestaande buitenmuur van 2,00m bedragen. Het betreft een ophoging van een bestaande muur, die geenszins de natuur en rust zal verstoren. De vermindering van zonlicht zal beperkt zijn. Een uitbouw tot op 15m is vandaag zeer gangbaar en ook de bezwaarindiener ontving een vergunning voor het gelijkvloers uitbouwen tot op 15m (plaatselijk 16m) en met een hoogte van 3,75m.
4. zie behandeling punt 2
5. het betreft geen stedenbouwkundige bezwaar dat extra licht noodzakelijk zal zijn. Wel wordt er rekening gehouden met het punt dat de uitbouw op de eerste verdieping zonlicht en lichtinval beperkt.
6. dit betreft geen stedenbouwkundige bezwaar.
7. op de verdieping bevinden zich ramen die voldoende licht in de nieuwe slaapkamers moeten voorzien. Het betreft niet echt grote ramen (1m hoog), en ze zijn op een voldoende afstand ingeplant van de zijdelingse perceelsgrens.
8. de waardevermindering betreft geen punt van stedenbouwkundige aard. Het nieuwe ontwerp, uitgevoerd in platte daken, grote raamvlakken (achteraan en links) op het gelijkvloers en de keuze voor pleister, heeft een modern strakker karakter. Dit staat in contract met de kleinere woningen met licht hellend dak en uitgevoerd in gevelsteen. Het bezwaar wordt deels weerhouden.
Appears in 1 contract
Sources: Arrest
Feiten. Op 3 mei 2018 dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen De commissie gaat uit van de stad Brugge volgende feiten:
2.1. Tussen klaagster en verweerster is een aanvraag in wandelovereenkomst tot afgifte van een omgevingsvergunning stand gekomen voor onbepaalde tijd, waarbij er voor de bouw hond Dixie, een Australian Shepherd, minimaal één wandeling op een vaste dag per week wordt afgenomen bij verweerster.
2.2. De wandelovereenkomst is ondertekend op 12 april 2023. Op de wandelovereenkomst zijn de Algemene voorwaarden van verweerster van toepassing.
2.3. Op 31 juli 2023 vraagt klaagster aan verweerster waarom zij voor twee gemiste wandelingen van ▇▇▇▇▇ moet betalen, terwijl zij ruimschoots op tijd had geannuleerd wegens vakantie, en meldt ook de aankomende wandeling niet aanwezig te zijn. Op 1 augustus 2023 antwoordt verweerster dat het wandelcontract doorloopt tijdens vakanties en vergelijkt de overeenkomst met een meergezinswoning TV/internetabonnement, dat ook doorloopt tijdens de vakantie. Verweerster verwijst naar artikel 3 van de wandelovereenkomst en wijst klaagster op de mogelijkheid om de gemiste wandelingen gedurende het kalenderjaar gratis in te halen, mits er plaats is in de bus van verweerster en de aanleg hond in de groep past. Verweerster meldt tevens dat de inhaalwandelingen gewoon via het reserveringssysteem kunnen worden aangevraagd en dat het de verantwoordelijkheid van de klant is om zelf in de gaten te houden of het minimale aantal wandelingen wordt gehaald.
2.4. Op 14 augustus 2023 reageert ▇▇▇▇▇ tijdens een ondergrondse parkeergarage na de afbraak van een bestaande eengezinswoning wandeling niet op het perceel gelegen aan de Puienbroeklaan 35 (Sint-Kruis)commando ‘hier’ en liep weg bij verweerster. De begeleidende nota licht toe dat de aanvraag strekt tot de bouw van een meergezinswoning van vijftien appartementen onder plat dak, verdeeld over vier bouwlagen waarvan de oppervlakte vanaf de tweede verdieping trapsgewijs afgebouwd wordt. De aanvraag houdt daarnaast de aanleg van zowel ondergrondse als bovengrondse parkeerplaatsen Klaagster en fietsstaanplaatsen in. Twee bomen worden gerooid. De af te breken woning is een leegstaande villa, gelegen in een parkdomein dat, tezamen met een koetshuis en conciërgewoning, als kasteelsite ‘Puienbroek’, Puienbroeklaan nummers 35-37, in de inventaris van het bouwkundig erfgoed opgenomen is. Het perceel ligt volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan ‘Brugge - Oostkust’, vastgesteld met een koninklijk besluit van 7 april 1977, in woonparkgebied. Het maakt als lot 6 deel uit van een verkaveling, die initieel teruggaat tot een vergunning van 27 januari 1989 voor twee loten. Met een op 20 mei 1992 vergunde verkavelingswijziging wordt het aantal loten op drie gebracht. Een op 26 november 2010 vergunde verkavelingswijziging leidt tot een verkaveling van negen loten. Het openbaar onderzoek wordt van 11 juni 2018 tot en met 10 juli 2018 gehouden. De verzoekende partijen dienen een bezwaarschrift inverweerster hebben hierna telefonisch overleg.
2.5. Op 3 september 2018 beslist 28 augustus 2023 loopt ▇▇▇▇▇ wederom weg tijdens een wandeling met verweerster en reageert niet op het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge om de aanvraag niet te vergunnencommando ‘hier’. ▇▇▇▇▇▇ die beslissing tekent het een tweede voorval betrof, besluit verweerster om ▇▇▇▇▇ niet langer los te laten lopen, maar haar mee te nemen aan een lange uitlooplijn. Verweerster benadrukt dat dit niet een ideale situatie creëert en er gekeken gaat worden of deze oplossing werkbaar is. Klaagster stemt daarin toe.
2.6. Op 4 september 2023 wordt ▇▇▇▇▇ meegenomen aan een lange uitlooplijn en op 11 september 2023 is er gekozen om ▇▇▇▇▇ mee te nemen naar een HOP, een speciaal omheinde honden ontmoetingsplaats.
2.7. Op 18 september 2023 wordt ▇▇▇▇▇ wederom uitgelaten op de tussenkomende partij HOP, maar vergeten derden om het hek goed af te sluiten. Hierdoor weet ▇▇▇▇▇ opnieuw te ontsnappen en negeert de verdere commando’s van verweerster.
2.8. Op diezelfde dag stuurt verweerster aan klaagster een mail waarin zij meldt dat er per direct wordt gestopt met het meenemen van ▇▇▇▇▇ in de groepswandelingen vanwege het risico dat Dixie wegloopt. Verweerster biedt solo wandelingen aan, maar deze worden enkel op 28 woensdag en vrijdag verzorgd.
2.9. Op 19 september 2018 administratief beroep 2023 reageert klaagster op verweerster dat ze het erg jammer vindt dat ▇▇▇▇▇ niet meer meekan met de groepswandelingen. Klaagster wijst het voorstel van verweerster voor solowandelingen af, omdat klaagster alleen voor de maandag of de dinsdag een oppas nodig heeft. Klaagster vraagt de huissleutel terug aan bij verweerster en bedankt verweerster voor de verwerende partijgeleverde diensten.
2.10. In Op 20 september 2023 reageert verweerster op klaagster dat zij het ook erg jammer vindt dat zij klaagster niet langer van dienst kan zijn. Verweerster meldt de loop wandelingen van ▇▇▇▇▇ uit het systeem te halen en zegt dat na ontvangst van de administratieve beroepsprocedure dient de tussenkomende partij een landschapsplan en een bemalingsnota in. Andersluidend met het verslag van 10 januari 2019 betaling van de provinciale omgevingsambtenaar beslist laatste factuur contact op te nemen met klaagster omtrent de verwerende partij sleuteloverdracht. Verweerster stelt nog een ander bedrijf voor als oplossing voor klaagster.
2.11. Op 29 september 2023 stuurt verweerster de eindfactuur ad € 72,00 naar klaagster voor vier groepswandelingen in de maand september 2023. Op de factuur staat als vervaldatum 6 oktober 2023. Op 8 oktober 2023 ontvangt klaagster een eerste herinnering voor het betalen van deze eindfactuur.
2.12. Op 11 oktober 2023 om 11.54 uur stuurt verweerster aan klaagster een tweede herinneringsmail voor het betalen van de eindfactuur. Het openstaande bedrag ad € 72,00 dient uiterlijk vrijdag 13 oktober 2023 te zijn bijgeschreven op 31 januari 2019 de bankrekening van verweerster. Bij gebreke hiervan wordt de vordering op maandag 16 oktober 2023 overgedragen aan het incassobureau.
2.13. Op 11 oktober 2023 om 15.45 uur laat klaagster aan verweerster weten op de eindfactuur een bedrag ad €18,00 te hebben betaald, aangezien verweerster was vergeten om de reeds betaalde niet-afgenomen wandelingen van juli/▇▇▇▇▇▇▇▇ in mindering te brengen op het bedrag van de eindfactuur.
2.14. Op diezelfde dag om 16.06 uur laat verweerster aan klaagster weten dat er geen restitutie geldt voor de gemiste wandelingen en verzoekt klaagster vriendelijk om het beroep restantbedrag ad €54,00 te betalen.
2.15. Op diezelfde dag om 17.34 uur vraagt klaagster aan verweerster wanneer ze de gemiste wandelingen kan inhalen.
2.16. Op diezelfde dag om 18.07 uur antwoordt verweerster aan klaagster dat de gemiste wandelingen ingehaald konden worden tijdens de looptijd van het wandelcontract. Echter, dit wandelcontract is komen te vervallen per 1 oktober 2023. Verweerster adviseert klaagster om de artikelen 3 en 6 van het wandelcontract nog eens goed door te nemen.
2.17. Op diezelfde dag om 21.32 uur antwoordt klaagster aan verweerster dat zij niet in de gelegenheid is geweest om de wandelingen in te willigen en een omgevingsvergunning halen, omdat het wandelcontract per direct beëindigd was.
2.18. Op 12 oktober 2023 schrijft verweerster aan klaagster dat klaagster zeven weken de tijd heeft gehad om de wandelingen in te halen. Daarnaast schrijft verweerster dat in de voorwaarden omschreven staat dat de honden die uitgelaten worden bij verweerster naar basiscommando’s behoren te luisteren. Dixie negeerde de basiscommando’s meerdere keren, waardoor zij niet meer voldeed aan de tussenkomende partij voorwaarden om in groepen te verlenenworden uitgelaten. Dat Verweerster heeft nog aangeboden om solo wandelingen in te plannen met ▇▇▇▇▇, maar dit aanbod sloeg klaagster af. Normaliter hanteert verweerster een opzegtermijn van één maand, maar om klaagster tegemoet te komen heeft verweerster dit aangepast naar 1 oktober 2023. Verder schrijft verweerster aan klaagster dat zij zich beraadt op overige stappen waarbij de vervallen wandelingen van de maand oktober in rekening gebracht worden, als ook de geleden schade als gevolg van het weglopen van Dixie.
2.19. Op 14 oktober 2023 ontvangt verweerster een mail met dreigende toon. Verweerster reageert hier niet op.
2.20. Op 16 oktober 2023 draagt verweerster de vordering over aan incassobureau. Verweerster vordert van klaagster naast het resterende bedrag van de eindfactuur ad €54,00 ook een bedrag ad € 180,00 vanwege gemiste omzet door het weglopen van Dixie en de volledige opzegtermijn van het wandelcontract ad €90,00, in totaal een bedrag ad €324,00.
2.21. Op 17 oktober 2023 ontvangt verweerster van klaagster een aangetekende brief d.d. 14 oktober 2023, waarin klaagster haar huissleutel terugeist van verweerster. Klaagster verwacht de sleutel voor 17 oktober 2023 17.00 uur in haar brievenbus. Klaagster zegt anders genoodzaakt te zijn haar sloten te vervangen, waarna de kosten daarvan zullen worden verhaald op verweerster.
2.22. Op 18 oktober 2023 bevestigt verweerster aan klaagster de ontvangst van de aangetekende brief d.d. 14 oktober 2023, maar meldt hierin dat de brief pas is ontvangen op 17 oktober 18.21 uur. Dit is na de bestreden beslissinggestelde deadline van klaagster om de huissleutel terug te geven. Daarnaast wijst verweerster klaagster op het feit dat zij akkoord is gegaan met de sleutelovereenkomst, waarin staat dat de sleutel pas overhandigd wordt als de laatste factuur is voldaan. Verder meldt verweerster dat er persoonlijk getekend dient te worden voor ontvangst van de sleutel.
2.23. Op 24 oktober 2023 ontvangt klaagster een aanmaning van het door verweerster ingeschakeld incassobureau, voor de betaling van de hoofdsom ad € 320,00, zonder kosten binnen een termijn van veertien dagen. Bij gebreke van voldoening van de hoofdsom binnen die betaaltermijn, wordt de vordering verhoogd met incassokosten ad € 48,60.
2.24. Bij brief d.d. 6 november 2023 legt klaagster het geschil voor aan de geschillencommissie.
Appears in 1 contract
Sources: Bindend Advies
Feiten. Op 3 mei 2018 dient 1. In 2010 koopt het Vlaams Gewest het domeinbos ‘Wolfsheuvel’ van KBC-verzekeringen. Het Agentschap Natuur en Bos (hierna ANB) wordt aangesteld als beheerder van het domein. In onderlinge afspraak tussen de tussenkomende verzoekende partij bij en het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge een aanvraag in tot afgifte van een omgevingsvergunning voor de bouw van een meergezinswoning en de aanleg van een ondergrondse parkeergarage na de afbraak van een bestaande eengezinswoning op het perceel gelegen aan de Puienbroeklaan 35 (Sint-Kruis). De begeleidende nota licht toe ANB wordt bepaald dat de aanvraag strekt tot de bouw van jacht in het domein definitief zal eindigen op 1 januari 2012. Ook dient alle infrastructuur (jachthuis, fazantenvolières, etc.) te worden opgeruimd. Nadien wordt vastgesteld dat een meergezinswoning van vijftien appartementen onder plat dak, verdeeld over vier bouwlagen waarvan de oppervlakte vanaf de tweede verdieping trapsgewijs afgebouwd wordt. De aanvraag houdt daarnaast de aanleg van zowel ondergrondse als bovengrondse parkeerplaatsen aantal jachtkansels en fietsstaanplaatsen in. Twee bomen worden gerooid. De af te breken woning is een leegstaande villa, gelegen in een parkdomein dat, tezamen met een koetshuis en conciërgewoning, als kasteelsite ‘Puienbroek’, Puienbroeklaan nummers 35-37, in de inventaris hoogzit op minder dan 100 meter van het bouwkundig erfgoed opgenomen is. Het perceel ligt volgens domeinbos behouden zijn door de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan ‘Brugge - Oostkust’, vastgesteld met een koninklijk besluit van 7 april 1977, in woonparkgebied. Het maakt als lot 6 deel uit van een verkaveling, die initieel teruggaat tot een vergunning van 27 januari 1989 voor twee lotenverzoekende partij. Met een op 20 mei 1992 vergunde verkavelingswijziging wordt brief van 15 juni 2012 beveelt het aantal loten op drie gebrachtANB deze kansels te verwijderen tegen 15 augustus 2012. Een op 26 november 2010 vergunde verkavelingswijziging leidt tot Met een verkaveling brief van negen loten14 augustus 2012 reageert de verzoekende partij dat zij de jachtkansels heeft verwijderd maar dat zij de beslissing betreurt. Het openbaar onderzoek wordt Volgens haar zou onder meer door de overpopulatie van 11 juni 2018 tot en met 10 juli 2018 gehoudenreeën een afschotplan gerealiseerd moeten worden. De verzoekende partijen dienen partij geeft aan dat zij nu genoodzaakt wordt om observatie- en jachthutten te plaatsen ter hoogte van het maaiveld, die een bezwaarschrift inveiligheidsrisico inhouden voor wandelaars en ruiters. Op 19 juni 2013 stelt de toezichthouder voor het ANB vast dat de verzoekende partij verschillende jachthutten heeft geplaatst. Het betreffen houten hutten met diverse kijkgaten en achteraan een deur. Het geheel staat op een houten constructie op 28 cm boven de grond. In totaal zijn er 5 hutten, op ongeveer 100, 30, 25, 6, en 3 september 2018 beslist m van het college van burgemeester bos. De toezichthouder treft de verzoekende partij met jachtkarabijn en schepenen telescopische kijker aan in één van de stad Brugge jachthutten. Deze vaststellingen worden opgenomen in het proces-verbaal nr. AN.63A.H2.110055/13, afgesloten op 1 juli 2013 en verzonden op 4 juli 2013. Op 27 september 2013 meldt de procureur des Konings dat hij niet zal overgaan tot strafrechtelijke vervolging. Met een brief van 4 november 2013 brengt de gewestelijke entiteit de verzoekende partij op de hoogte van haar voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen en nodigt zij de aanvraag niet verzoekende partij uit om schriftelijk haar verweer mee te vergunnendelen. De verzoekende partij bezorgt haar schriftelijk verweer met een aangetekende brief van 11 december 2013 aan de gewestelijke entiteit. Op 19 september 2014 organiseert de gewestelijke entiteit een hoorzitting in aanwezigheid van de verzoekende partij.
2. Op 22 maart 2013 sluit de verzoekende partij met de ▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇ een overeenkomst met betrekking tot de jacht in Kalmthout-Wuustwezel. Daarin wordt onder meer overeengekomen dat het jachtrevier van de verzoekende partij wordt toegevoegd aan het revier van de heer ▇▇▇▇▇▇, waardoor de heer Aerden jachtrechthouder wordt. Als tegenprestatie krijgt de verzoekende partij 50% van de labels voor afschot van reewild. Op 19 mei 2014 treft de toezichthouder voor het ANB de verzoekende partij aan in zijn voertuig op de Wolfsvenweg. De verzoekende partij is op dat moment in bezit van een jachtkarabijn. In antwoord op de vraag van de verbalisant wat de verzoekende partij komt doen, verklaart deze dat zij komt jagen en dat de heer Aerden hiervan op de hoogte is. De verbalisant neemt contact op met de heer Aerden die beslissing tekent verklaart dat de tussenkomende verzoekende partij geen toestemming heeft om te jagen op zijn jachtterrein. Op 21 mei 2014 bevestigt de verbalisant per e-mail dat de verzoekende partij zijn jachtterrein niet mag betreden of er mag jagen. Uit navraag bij de dienst beleid van het ANB blijkt dat de heer ▇▇▇▇▇▇ de enige jachtrechthouder op het terrein in kwestie is en dat de verzoekende partij niet gemachtigd is om daar te jagen zonder toestemming van de heer ▇▇▇▇▇▇. Deze vaststellingen worden opgenomen in het proces-verbaal nr. AN.63A.H2.110033/14, afgesloten op 22 mei 2014 en verzonden op 4 juni 2014. Op 7 oktober 2014 meldt de procureur des Konings dat hij niet zal overgaan tot strafrechtelijke vervolging. Met een brief van 16 oktober 2014 brengt de gewestelijke entiteit de verzoekende partij op 28 september 2018 administratief beroep de hoogte van haar voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen en nodigt zij de verzoekende partij uit om schriftelijk haar verweer mee te delen.
3. De gewestelijke entiteit legt op 31 maart 2015 de vermelde bestuurlijke geldboete op. Deze beslissing wordt aan bij de verwerende partijverzoekende partij betekend met een aangetekende brief van 27 april 2015. In de loop van de administratieve beroepsprocedure dient de tussenkomende partij een landschapsplan en een bemalingsnota in. Andersluidend met het verslag van 10 januari 2019 van de provinciale omgevingsambtenaar beslist de De verwerende partij op 31 januari 2019 om het beroep in te willigen en een omgevingsvergunning aan de tussenkomende partij te verlenen. Dat is de bestreden beslissing.motiveert haar beslissing als volgt: “…
Appears in 1 contract
Sources: Arrest
Feiten. Op 3 mei 2018 dient de tussenkomende partij bij het college Na een klacht van burgemeester en schepenen een buur stelt een politie-inspecteur van de stad Brugge een aanvraag in tot afgifte van een omgevingsvergunning voor de bouw van een meergezinswoning en de aanleg van een ondergrondse parkeergarage na de afbraak van een bestaande eengezinswoning op het perceel gelegen aan de Puienbroeklaan 35 (Sint-Kruis). De begeleidende nota licht toe dat de aanvraag strekt tot de bouw van een meergezinswoning van vijftien appartementen onder plat dak, verdeeld over vier bouwlagen waarvan de oppervlakte vanaf de tweede verdieping trapsgewijs afgebouwd wordt. De aanvraag houdt daarnaast de aanleg van zowel ondergrondse als bovengrondse parkeerplaatsen en fietsstaanplaatsen in. Twee bomen worden gerooid. De af te breken woning is een leegstaande villa, gelegen in een parkdomein dat, tezamen met een koetshuis en conciërgewoning, als kasteelsite ‘Puienbroek’, Puienbroeklaan nummers 35-37, lokale politie in de inventaris van het bouwkundig erfgoed opgenomen is. Het perceel ligt volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan ‘Brugge - Oostkust’, vastgesteld met een koninklijk besluit van 7 april 1977, in woonparkgebied. Het maakt als lot 6 deel uit van een verkaveling, die initieel teruggaat tot een vergunning van 27 januari 1989 voor twee loten. Met een op 20 mei 1992 vergunde verkavelingswijziging wordt het aantal loten op drie gebracht. Een op 26 november 2010 vergunde verkavelingswijziging leidt tot een verkaveling van negen loten. Het openbaar onderzoek wordt van 11 juni 2018 tot en met 10 juli 2018 gehouden. De verzoekende partijen dienen een bezwaarschrift in. Op 3 september 2018 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge om de aanvraag niet te vergunnen. politiezone ▇▇▇▇▇ (hierna de verbalisant) op 3 maart 2013 op het kruispunt van de Kampweg en de Schaapsdijk te Wuustwezel vast dat er op het bouwterrein een grote pomp aanwezig is, die beslissing tekent voor geluidsoverlast zorgt. Deze pomp dient voor het droogpompen van het bouwterrein. De betrokken buur deelt aan de tussenkomende verbalisant mee dat de pomp reeds sinds 26 februari 2013 in werking is en elke nacht voor geluidsoverlast zorgt. De ▇▇▇▇ ▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇ deelt namens de verzoekende partij in een telefonisch contact met de verbalisant mee dat hij de pomp die nacht niet wil stilleggen, aangezien de dag erna gegraven zal worden op het terrein en hij andere bezigheden heeft. Op 4 maart 2013 vervangen medewerkers van de verzoekende partij de betrokken pomp door een nieuwe pomp om verdere problemen met de buren te voorkomen. Deze vaststellingen worden opgenomen in het proces-verbaal nr. AN.64.L6.001606/2013, afgesloten op 4 maart 2013 en verzonden aan de procureur des Konings op 7 mei 2013. Op 25 juni 2013 verneemt de verbalisant van de gemeentelijke milieuvergunningsdienst dat voor het gebruiken van de pomp geen milieuvergunning klasse 3 werd aangevraagd. De verbalisant neemt dezelfde dag contact met de verzoekende partij, die bevestigt dat er op de betreffende locatie droogzuigwerken zijn uitgevoerd en dat zij hiervoor geen milieuvergunning klasse 3 heeft aangevraagd. De verzoekende partij verwijst naar de nv Teletronica voor wie zij de betreffende werken heeft uitgevoerd. Dezelfde dag neemt de verbalisant telefonisch contact met de nv Teletronica. Er werd volgens haar pas in laatste instantie beslist tot het droogpompen van het terrein voor de aanleg van nutswerken, zodat er geen milieuvergunning klasse 3 werd aangevraagd. Op 23 juli 2013 meldt de procureur des Konings dat hij niet zal overgaan tot strafrechtelijke vervolging. Op 5 augustus 2013 wordt de werfleider van de verzoekende partij verhoord. Met een brief van 11 oktober 2013 brengt de gewestelijke entiteit de verzoekende partij op 28 september 2018 administratief beroep aan bij de verwerende partijhoogte van haar voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen en nodigt zij de verzoekende partij uit om schriftelijk haar verweer mee te delen. De verzoekende partij bezorgt haar schriftelijk verweer met een aangetekende brief van 14 oktober 2013. In dit verweerschrift stelt de verzoekende partij dat op 26 februari 2013 een bronbemaling geplaatst werd in opdracht van de nv Teletronica en dit tot en met 5 maart 2013. In de loop algemene voorwaarden van het contract staat volgens de verzoekende partij dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor de nodige vergunningen. De gewestelijke entiteit deelt met een aangetekende brief van 16 oktober 2013, als antwoord op het verweerschrift aan de verzoekende parti,j mee dat het proces-verbaal niet enkel de vaststelling inhoudt van het ontbreken van een melding klasse 3, maar tevens van het niet naleven van de administratieve beroepsprocedure dient daaraan gekoppelde milieuvoorwaarden, meer bepaald het veroorzaken van geluidsoverlast tijdens de tussenkomende bronbemaling. In een bijkomend verweerschrift van 8 november 2013 stelt de verzoekende partij nog dat een landschapsplan dieselpomp altijd een beetje geluidsoverlast met zich meebrengt, maar dat al haar pompen gekeurd zijn door de fabrikant wat geluidsnormen betreft en dat er wordt gewerkt met zo stil mogelijke pompen om de overlast zo veel mogelijk te beperken. Het heeft volgens haar geen zin om de pomp ’s avonds af te zetten wanneer er de volgende dag werken gepland zijn. De werken zouden dan immers niet kunnen doorgaan en de pompen zouden weer heropgestart worden, waardoor de werken langer duren en dit dus ook langer geluidsoverlast veroorzaakt. Er werd volgens haar bovendien niet geklaagd tot 3 maart 2013, hoewel de pomp reeds aanwezig was vanaf 26 februari 2013. De gewestelijke entiteit legt op 27 februari 2015 de vermelde bestuurlijke geldboete op. Deze beslissing wordt aan de verzoekende partij betekend met een bemalingsnota inaangetekende brief van 9 februari 2015. Andersluidend met het verslag van 10 januari 2019 van de provinciale omgevingsambtenaar beslist de De verwerende partij op 31 januari 2019 om het beroep in te willigen en een omgevingsvergunning aan de tussenkomende partij te verlenen. Dat is de bestreden beslissing.motiveert haar beslissing als volgt:
Appears in 1 contract
Sources: Arrest
Feiten. Op 3 mei 2018 dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen De commissie gaat uit van de stad Brugge volgende feiten:
2.1. Er is een aanvraag pensionovereenkomst tot stand gekomen tussen klager en verweerster. Klager heeft zijn hond, genaamd Biene ondergebracht in tot afgifte van een omgevingsvergunning het hondenpension (hierna: verweerster) voor de bouw periode van een meergezinswoning en de aanleg van een ondergrondse parkeergarage na de afbraak van een bestaande eengezinswoning op het perceel gelegen aan de Puienbroeklaan 35 (Sint-Kruis). De begeleidende nota licht toe dat de aanvraag strekt tot de bouw van een meergezinswoning van vijftien appartementen onder plat dak, verdeeld over vier bouwlagen waarvan de oppervlakte vanaf de tweede verdieping trapsgewijs afgebouwd wordt. De aanvraag houdt daarnaast de aanleg van zowel ondergrondse als bovengrondse parkeerplaatsen en fietsstaanplaatsen in. Twee bomen worden gerooid. De af te breken woning is een leegstaande villa, gelegen in een parkdomein dat, tezamen met een koetshuis en conciërgewoning, als kasteelsite ‘Puienbroek’, Puienbroeklaan nummers 35-37, in de inventaris van het bouwkundig erfgoed opgenomen is. Het perceel ligt volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan ‘Brugge - Oostkust’, vastgesteld met een koninklijk besluit van 7 april 1977, in woonparkgebied. Het maakt als lot 6 deel uit van een verkaveling, die initieel teruggaat tot een vergunning van 27 januari 1989 voor twee loten. Met een op 20 mei 1992 vergunde verkavelingswijziging wordt het aantal loten op drie gebracht. Een op 26 10 november 2010 vergunde verkavelingswijziging leidt tot een verkaveling van negen loten. Het openbaar onderzoek wordt van 11 juni 2018 2019 tot en met 12 november 2019.
2.2. Bij aanvang van het verblijf van Biene bij verweerster op 10 juli 2018 gehoudennovember 2019, heeft klager mondeling gemeld dat Biene niet in de buurt van kippen mocht komen. De verzoekende reden hiervan was dat de hond graag achter kippen aanjaagt. Dit wordt door beide partijen dienen een bezwaarschrift inerkend.
2.3. Op 3 september 2018 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge om de aanvraag niet te vergunnen. 11 november 2019 is ▇▇▇▇▇ aan haar rechtervoorpoot gewond geraakt.
2.4. Verweerster verklaart over het ontstaan van de wond dat Biene is geplaatst in een speelweide met een aantal andere honden. De medewerker ging het verblijf dat aan het veld ligt schoonmaken. Toen de medewerker terugkwam op het veld was Biene buiten de speelweide over het twee meter hoge hekwerk geklommen, en hierbij gewond geraakt aan haar rechtervoorpoot.
2.5. Klager heeft zijn vraagtekens bij deze verklaring omtrent het ontstaan van de verwonding, omdat de hond fysiek onmogelijk in staat zou zijn om over een twee meter hoog hek te springen. Klager vermoedt dat Biene gebruik heeft gemaakt van de struiken die beslissing tekent de tussenkomende partij op 28 september 2018 administratief beroep aan tot halverwege/driekwart van het hek komen om over het hekwerk te komen om bij de verwerende partijkippen te kunnen komen.
2.6. Na het constateren van de verwonding, heeft verweerster klager telefonisch geïnformeerd over de verwondingen die Biene had opgelopen (en de oorzaak hiervan). Nadat klager telefonisch toestemming heeft gegeven, heeft verweerster een dierenarts geconsulteerd en is Biene behandeld voor de verwonding aan de rechtervoorpoot. De factuur van de dierenarts bedraagt €359,79.
2.7. Op 16 november 2019 heeft klager schriftelijk beklag gedaan en heeft klager het dierenpension aansprakelijk gesteld. Klager stelt zich - kort en zakelijk weergegeven - op het standpunt dat verweerster niet heeft voldaan aan haar zorgplicht jegens Biene en dat er sprake is van risicoaansprakelijkheid.
2.8. Op 26 november 2019 heeft verweerster schriftelijk haar aansprakelijkheid afgewezen en zich op het standpunt gesteld - kort en zakelijk weergegeven - dat de schade haar niet valt toe te rekenen en dat zij wel heeft voldaan aan haar zorgplicht.
2.9. In de loop periode van 14 november 2019 tot en met 27 november 2019 heeft klager meermaals een dierenarts geconsulteerd om de administratieve beroepsprocedure dient de tussenkomende partij een landschapsplan en een bemalingsnota inwond van Biene te laten verzorgen. Andersluidend met het verslag van 10 januari 2019 van de provinciale omgevingsambtenaar beslist de verwerende partij op 31 januari 2019 om het beroep in te willigen en een omgevingsvergunning aan de tussenkomende partij te verlenen. Dat is de bestreden beslissingDe kosten voor deze consulten bedroegen € 487,47.
Appears in 1 contract
Sources: Bindend Advies
Feiten. Op 3 mei 2018 dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen De Commissie gaat uit van de stad Brugge volgende feiten.
2.1 In 2008/2009 is Consument behandeld binnen het Centrum voor diagnostiek, advies en kortdurende behandeling van de GGZ [locatie]. Daar heeft hij vijf gesprekken gevoerd met een aanvraag sociaal psychiatrisch verpleegkundige.
2.2 Op 19 oktober 2011 heeft Consument bij Verzekeraar een Hypotheek Opvang Polis aangevraagd. Consument heeft hiertoe een ‘Beknopte gezondheidsverklaring’ ingevuld. Vraag 2 hiervan luidde als volgt: Deze vraag heeft Consument ontkennend beantwoord.
2.3 Consument heeft vervolgens ook een uitgebreide gezondheidsverklaring ingevuld. Vraag 3 sub b luidde als volgt:
b) aandoeningen van psychische aard zoals depressie, overspannenheid, overwerktheid, slapeloosheid, burn-out?”
2.4 Vraag 4 sub b luidde als volgt:
b) heeft u wel eens een fysiotherapeut, psycholoog of een andere paramedicus geraadpleegd? (zo ja, waarvoor, wanneer, wie?)”.”
2.5 Consument heeft de uitgebreide gezondheidsverklaring op 4 oktober 2011 ondertekend.
2.6 De verzekering is op 1 oktober 2011 ingegaan. Het verzekerde maandbedrag is € 1.066,00. Er geldt een eigen risicotermijn van 730 dagen. Op het polisblad zijn de ‘Algemene verzekeringsvoorwaarden HOP 0910’ van toepassing verklaard.
2.7 Op 10 september 2017 heeft Consument bij Verzekeraar een claim ingediend omdat hij per 12 januari 2016 arbeidsongeschikt is vanwege psychische klachten (angst, dwang en autisme).
2.8 Verzekeraar heeft de claim in tot afgifte behandeling genomen en zijn medisch adviseur heeft het medisch dossier van een omgevingsvergunning Consument beoordeeld. In zijn advies van 23 februari 2018 heeft de medisch adviseur bij de vraag of sprake is van pre-existente klachten vermeld dat Consument al in 2008/2009 onder psychische behandeling is geweest en dat het ging om rouwverwerking en acceptatie. De medisch adviseur vermeldt ook dat hij er niet mee bekend is welke diagnose is gesteld en dat het volgende behandeltraject op 3 januari 2013 is aangevangen.
2.9 Per e-mail van 26 maart 2018 heeft Consument de ontslagbrief van 9 februari 2009 van de sociaal psychiatrisch verpleegkundige van het Centrum voor diagnostiek, advies en kort- durende behandeling van de bouw van een meergezinswoning en de aanleg van een ondergrondse parkeergarage na de afbraak van een bestaande eengezinswoning op het perceel gelegen GGZ [locatie], gericht aan de Puienbroeklaan 35 (Sint-Kruis)huisarts van Consument, toegezonden aan Verzekeraar. De begeleidende nota licht toe In die brief staat dat de aanvraag strekt tot de bouw Consument van een meergezinswoning van vijftien appartementen onder plat dak, verdeeld over vier bouwlagen waarvan de oppervlakte vanaf de tweede verdieping trapsgewijs afgebouwd wordt. De aanvraag houdt daarnaast de aanleg van zowel ondergrondse als bovengrondse parkeerplaatsen en fietsstaanplaatsen in. Twee bomen worden gerooid. De af te breken woning is een leegstaande villa, gelegen in een parkdomein dat, tezamen met een koetshuis en conciërgewoning, als kasteelsite ‘Puienbroek’, Puienbroeklaan nummers 35-37, in de inventaris van het bouwkundig erfgoed opgenomen is. Het perceel ligt volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan ‘Brugge - Oostkust’, vastgesteld met een koninklijk besluit van 7 april 1977, in woonparkgebied. Het maakt als lot 6 deel uit van een verkaveling, die initieel teruggaat tot een vergunning van 27 januari 1989 voor twee loten. Met een op 20 mei 1992 vergunde verkavelingswijziging wordt het aantal loten op drie gebracht. Een op 26 november 2010 vergunde verkavelingswijziging leidt tot een verkaveling van negen loten. Het openbaar onderzoek wordt van 11 juni 2018 10 september 2008 tot en met 10 juli 9 februari 2009 in behandeling is geweest en dat hij oplossingsgerichte therapie, gericht op rouwverwerking, autonomie en losmaking, heeft gevolgd. In de brief staat ook het volgende: In de brief staat verder dat op As 1 van DSM IV geen diagnose is gesteld. Bij As 2 van DSM IV is het volgende ingevuld: “diagnose uitgesteld, cluster C-trekken”.
2.10 Op 12 april 2018 gehoudenheeft de medisch adviseur een nieuw rapport opgesteld, nadat aanvullende medische informatie was opgevraagd bij behandelaars van Consument in verband met het vermoeden van pre-existentie van de psychische klachten. In dit rapport staat het volgende:
2.11 Vervolgens heeft Verzekeraar wederom aanvullende medische gegevens opgevraagd. Psychiater [naam psyciater 2] heeft per brief van 18 mei 2018, gericht aan een andere medisch adviseur van Verzekeraar, aan Verzekeraar doen toekomen: o de aanmeldingsbrief van 3 november 2008 van de sociaal psychiatrisch verpleegkundige aan de huisarts van Consument. Deze brief vermeldt dat bij Consument diagnostisch sprake lijkt te zijn van een aanpassings- stoornis met angst en van onverwerkte problematiek vanuit het gezin van herkomst. Op As I van de DSM IV Classificatie is een Aanpassingsstoornis met angst vastgesteld.
2.12 In reactie hierop heeft de (eerdere) medische adviseur aanvullend geadviseerd in een rapport van 7 juni 2018. De verzoekende partijen dienen een bezwaarschrift in. Op 3 september adviseur vermeldt in dat rapport het volgende Hierover wordt in mijn 1e advies wel gedocumenteerd.”
2.13 Per brief van 13 juni 2018 beslist het college van burgemeester en schepenen heeft Verzekeraar Consument medegedeeld: o dat hij vraag 2 van de stad Brugge om korte medische vragenlijst onjuist heeft beantwoord; o dat hij vraag 3 sub b en vraag 4 sub b van de aanvraag uitgebreide medische vragenlijst onjuist heeft beantwoord. Verzekeraar laat Consument in de brief weten dat de verzekering niet op de juiste basis is afgesloten en dat dit gerepareerd zal worden door alsnog een clausule aan de verzekering toe te vergunnenvoegen. Volgens ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇ die beslissing tekent is dit geregeld in art. 7:929 lid 1 en art. 7:930 lid 3 BW. De toegevoegde uitsluitingsclausule luidt als volgt:
2.14 Verzekeraar heeft vervolgens, met een beroep op de tussenkomende partij op 28 september 2018 administratief beroep aan bij uitsluitingsclausule, de verwerende partij. In de loop claim van de administratieve beroepsprocedure dient de tussenkomende partij een landschapsplan en een bemalingsnota in. Andersluidend met het verslag van 10 januari 2019 van de provinciale omgevingsambtenaar beslist de verwerende partij op 31 januari 2019 om het beroep in te willigen en een omgevingsvergunning aan de tussenkomende partij te verlenen. Dat is de bestreden beslissingConsument afgewezen.
Appears in 1 contract
Sources: Niet Bindend Advies