Common use of Feiten Clause in Contracts

Feiten. Op 5 september 2011 stelt de toezichthouder bij de afdeling Milieu-inspectie buitendienst Vlaams Brabant, departement Leefmilieu, Natuur en Energie, ambtshalve vast dat op het terrein gelegen te […] ongebroken puin gestort wordt in een bouwput. De toezichthouder stelt op 6 september 2011 proces-verbaal op omdat de verzoekende partij niet beschikt over een milieuvergunning klasse I en omdat het puin niet voldoet aan de specificaties voor hergebruik als secundaire grondstof. Op 8 september 2011 verstuurt de toezichthouder een aanmaning naar de verzoekende partij om de opslag van afvalstoffen te beëindigen uiterlijk tegen 15 oktober 2011 en het bewijs van afvoer van het puin te bezorgen tegen uiterlijk 1 november 2011. Op 16 november 2011 stelt de toezichthouder in een navolgend proces-verbaal vast dat alle niet- conforme puinpartijen sedert 13 oktober 2011 van het terrein zijn verwijderd en dat aldus een einde gemaakt werd aan de vastgestelde milieumisdrijven. Op 3 februari 2012 beslist de procureur des Konings van Leuven om het milieumisdrijf niet strafrechtelijk te vervolgen. Met een brief van 27 maart 2012 brengt de gewestelijke entiteit de verzoekende partij op de hoogte van haar voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming, op te leggen en nodigt zij de verzoekende partij uit om schriftelijk haar verweer mee te delen. Op 10 mei 2012 bezorgt de verzoekende partij haar schriftelijk verweer aan de gewestelijke entiteit. Op 7 mei 2013 organiseert de gewestelijke entiteit een hoorzitting in aanwezigheid van de raadsman van de verzoekende partij. Op 10 april 2014 legt de gewestelijke entiteit de vermelde bestuurlijke geldboete op. Deze beslissing wordt aan de verzoekende partij betekend op 17 april 2014. De verwerende partij motiveert haar beslissing als volgt: 3.1 Het milieumisdrijf en de toerekenbaarheid aan de overtreder

Appears in 1 contract

Sources: Arrest

Feiten. 1. De verzoekende partij exploiteert een inrichting voor de productie van klokken, vitrinekasten en kisten. Zij beschikt over een vergunning voor een stookinstallatie op hout van 872 KW en CV- installatie op stookolie van 460 KW – totaal 1.332 KW. Daarnaast beschikt zij tevens over een vergunning voor vier spuitcabines met een totaal vermogen van 42,5 KW voor het coaten van houten oppervlakken met een jaarlijks oplosmiddelenverbruik van maximaal 6 ton. 2. Op 5 september 2011 stelt de toezichthouder bij 31 januari 2012 wordt in opdracht van de afdeling Milieu-inspectie buitendienst Vlaams Brabant, departement Leefmilieu, Natuur door het erkend laboratorium SGS een emissiemeting uitgevoerd op de schouw van de houtverbrandingsinstallatie van de verzoekende partij. Hieruit blijkt dat de emissiegrenswaarden overeenkomstig artikel 5.43.2.3.1 b) VLAREM II van de parameters CO en Energie, ambtshalve vast dat op totaal stof worden overgeschreden. Deze vaststellingen worden opgenomen in het terrein gelegen te […] ongebroken puin gestort wordt in een bouwput. De toezichthouder stelt op 6 september 2011 proces-verbaal met nummer HA64.H1.0054-12, afgesloten op omdat de verzoekende partij niet beschikt over een milieuvergunning klasse I 18 april 2012 en omdat het puin niet voldoet aan de specificaties voor hergebruik als secundaire grondstofverzonden op 20 april 2012. Op 8 september 2011 verstuurt de toezichthouder een aanmaning naar de verzoekende partij om de opslag van afvalstoffen te beëindigen uiterlijk tegen 15 oktober 2011 en het bewijs van afvoer van het puin te bezorgen tegen uiterlijk 1 november 2011. Op 16 november 2011 stelt de toezichthouder in een navolgend proces-verbaal vast dat alle niet- conforme puinpartijen sedert 13 oktober 2011 van het terrein zijn verwijderd en dat aldus een einde gemaakt werd aan de vastgestelde milieumisdrijven. Op 3 februari 30 april 2012 beslist meldt de procureur des Konings van Leuven om het milieumisdrijf dat hij niet strafrechtelijk te vervolgenzal overgaan tot strafrechtelijke vervolging. Met een brief van 27 maart 1 juni 2012 brengt de gewestelijke entiteit de verzoekende partij op de hoogte van haar voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming, op te leggen en nodigt zij de verzoekende partij uit om schriftelijk haar verweer mee te delen. Op 10 mei 2012 bezorgt de De verzoekende partij bezorgt haar schriftelijk verweer met een aangetekende brief van 12 juni 2012 aan de gewestelijke entiteit. 3. Op 7 mei 2013 organiseert 28 april 2011 wordt de gewestelijke entiteit een hoorzitting in aanwezigheid van de raadsman oplosmiddelenboekhouding (VOS-document) van de verzoekende partijpartij voor het exploitatiejaar 2010 onderzocht. Hierbij wordt vastgesteld dat voor 2008, 2009 en 2010 niet voldaan is aan de periodieke emissiemetingen voor de verf en vernisproducten. Nadat de oplosmiddelenboekhouding van het exploitatiejaar 2011 wordt bezorgd, stelt de verbalisant vast dat de vereiste periodieke emisssiemetingen voor 2011 evenmin uitgevoerd zijn. Deze vaststellingen worden opgenomen in het proces-verbaal met nummer HA64.H1.0105-12, afgesloten op 28 augustus 2012 en verzonden op 28 augustus 2012. Op 10 april 2014 legt 2 oktober 2012 meldt de procureur des Konings dat hij niet zal overgaan tot strafrechtelijke vervolging. Met een brief van 29 november 2012 brengt de gewestelijke entiteit de vermelde verzoekende partij op de hoogte van haar voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming, op te leggen en nodigt zij de verzoekende partij uit om schriftelijk haar verweer mee te delen. De verzoekende partij bezorgt haar schriftelijk verweer met een aangetekende brief van 30 november 2012 aan de gewestelijke entiteit. 4. De gewestelijke entiteit legt op 27 januari 2015 een alternatieve bestuurlijke geldboete opvan 2.184 euro op en een voordeelontneming van 22.274 euro. Deze Met een verzoekschrift van 9 maart 2015 dient de verzoekende partij een beroep in bij het College. Op 22 mei 2015 gaat de verwerende partij over tot de intrekking van voormelde beslissing. Het College verklaart het beroep vervolgens op 10 maart 2016 onontvankelijk bij gebrek aan voorwerp. 5. De gewestelijke entiteit neemt op 6 juli 2015 een nieuwe beslissing om tegemoet te komen aan het argument uiteengezet in het verzoekschrift van de verzoekende partij van 9 maart 2015 dat de bestreden beslissing niet motiveert dat de schending van de redelijke termijn een impact heeft gehad op het boetebedrag. De beslissing wordt aan de verzoekende partij betekend op 17 april 2014met een aangetekende brief van 22 juli 2015. De verwerende partij motiveert haar beslissing als volgt: 3.1 Het milieumisdrijf en de toerekenbaarheid aan de overtreder

Appears in 1 contract

Sources: Arrest

Feiten. Met een brief van 6 april 2012 meldt de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (vervolgens: OVAM) aan de verzoekende partij het volgende: - Ofwel rapporteert u rechtstreeks aan de OVAM voor elke exploitatiezetel die beschikt over een erkenning als overbrenger voor AEEA. - Ofwel wordt u partner bij Recupel. Dan rapporteert u aan Recupel en Recupel neemt de rapportering aan de OVAM op zich. (…) Als rechtsgrond van de verplichting tot rapportage aan OVAM vermeldt de brief artikel 5.5.5.3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en –beheer (vervolgens: VLAREA). Omdat de verzoekende partij aan de brief van 6 april 2012 geen gevolg blijkt te hebben gegeven, verzendt OVAM op 15 juni 2012 een herinneringsbrief waarin de verzoekende partij wordt gevraagd om de onlinerapportering vóór 1 juli 2012 in te vullen. Als rechtsgrond van de rapportageverplichting vermeldt OVAM artikel 5.2.5.4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (vervolgens: VLAREMA) dat vanaf 1 juni 2012 VLAREA heeft vervangen. Op 5 september 2011 2012 stelt een toezichthouder van OVAM ten laste van de toezichthouder bij de afdeling Milieu-inspectie buitendienst Vlaams Brabant, departement Leefmilieu, Natuur en Energie, ambtshalve vast dat op het terrein gelegen te […] ongebroken puin gestort wordt in een bouwput. De toezichthouder stelt op 6 september 2011 verzoekende partij proces-verbaal op omdat wegens schending van artikel 5.2.5.4 VLAREMA. Er wordt vastgesteld dat de verzoekende partij niet beschikt als geregistreerd inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of –makelaar heeft verzuimd om op verzoek van ▇▇▇▇ informatie te verschaffen over een milieuvergunning klasse I het behalen van de doelstellingen betreffende hergebruik, recyclage en omdat het puin niet voldoet aan de specificaties voor hergebruik als secundaire grondstofnuttige toepassing, zoals bepaald in artikel 3.4.4.5 VLAREMA. Op 8 29 september 2011 verstuurt de toezichthouder een aanmaning naar de verzoekende partij om de opslag van afvalstoffen te beëindigen uiterlijk tegen 15 oktober 2011 en het bewijs van afvoer van het puin te bezorgen tegen uiterlijk 1 november 2011. Op 16 november 2011 stelt de toezichthouder in een navolgend proces-verbaal vast dat alle niet- conforme puinpartijen sedert 13 oktober 2011 van het terrein zijn verwijderd en dat aldus een einde gemaakt werd aan de vastgestelde milieumisdrijven. Op 3 februari 2012 beslist de procureur des Konings van Leuven om het milieumisdrijf dat hij de verzoekende partij niet strafrechtelijk te zal vervolgen. Met een aangetekende brief van 27 maart 17 december 2012 brengt de gewestelijke entiteit verwerende partij de verzoekende partij op de hoogte van haar voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming, geldboete op te leggen en nodigt zij de leggen. De verzoekende partij uit wordt gewezen op haar recht op schriftelijk verweer en op het recht om schriftelijk haar verweer mee te delenworden gehoord. Op 10 mei 2012 bezorgt 29 september 2014 beslist de verzoekende verwerende partij haar schriftelijk verweer aan om de gewestelijke entiteit. Op 7 mei 2013 organiseert de gewestelijke entiteit een hoorzitting in aanwezigheid van de raadsman van de verzoekende partij. Op 10 april 2014 legt de gewestelijke entiteit de vermelde voormelde alternatieve bestuurlijke geldboete op. Deze beslissing wordt van 498 euro aan de verzoekende partij betekend op 17 april 2014te leggen. De verwerende partij motiveert haar beslissing als volgt: 3.1 Het milieumisdrijf en de toerekenbaarheid aan de overtreder

Appears in 1 contract

Sources: Arrest