Common use of Stemming Clause in Contracts

Stemming. Bij de stemming op 18 april 2019 heeft de plenaire vergadering amendement 31 op het voorstel voor een verordening aangenomen. Het aldus geamendeerde Commissievoorstel vormt het standpunt van het Parlement in eerste lezing, dat in de wetgevingsresolutie in bijlage dezes is opgenomen1. De niet in grijs gemarkeerde delen van de bijgaande tekst stemmen inhoudelijk, met kleine inconsistenties, overeen met de gemeenschappelijke lezing die op 19 februari 2019 tijdens de laatste trialoogvergadering in het kader van de achtste parlementaire zittingsperiode (2014-2019) is bereikt. Die inconsistenties moeten worden gecorrigeerd voordat de Raad zijn standpunt vaststelt, zodra er een akkoord is bereikt over de hele tekst. 1 De tekst van het standpunt van het Parlement dat is weergegeven in de wetgevingsresolutie, is voorzien van markeringen die aangeven waar het Commissievoorstel is geamendeerd. Toevoegingen aan de tekst van de Commissie zijn vetgedrukt en gecursiveerd. Het symbool " ▌" staat voor geschrapte tekst. – gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0476), – gezien artikel 294, lid 2, artikel 173, lid 3, artikel 182, lid 4, artikel 183 en artikel 188, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0268/2018), – gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, – gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 12 december 20181, – gezien de op 25 januari 2019 door zijn Voorzitter aan de commissievoorzitters gestuurde brief, waarin de aanpak van het Parlement met betrekking tot de sectorale programma's van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) betreffende de periode na 2020 wordt uiteengezet, – gezien de op 1 april 2019 door de Raad aan de Voorzitter van het Europees Parlement gestuurde brief, waarin de gemeenschappelijke lezing wordt bevestigd waarover de medewetgevers het tijdens de onderhandelingen eens zijn geworden, – gezien artikel 59 van zijn Reglement, – gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Begrotingscommissie en de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0412/2018), 1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast2; 2. verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen; 3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen. 1 PB C 110 van 22.3.2019, blz. 75. 2 Dit standpunt vervangt de amendementen die zijn aangenomen op 12 december 2018 (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0516).

Appears in 1 contract

Sources: Proposal for a Regulation

Stemming. Bij de stemming op 18 april 2019 14 juni 2023 heeft de plenaire vergadering het compromisamendement (amendement 31 nr. 508) op het voorstel voor een verordening bovengenoemde verordeningsvoorstel aangenomen. Het aldus geamendeerde Commissievoorstel vormt het standpunt van het Parlement in eerste lezing, dat in de wetgevingsresolutie in de bijlage dezes bij deze nota is opgenomen1. Het standpunt van het Parlement is conform wat eerder door de instellingen is overeengekomen. De niet Raad zou dan ook met het standpunt van het Parlement moeten kunnen instemmen. De wetgevingshandeling kan vervolgens worden vastgesteld in grijs gemarkeerde delen de versie van de bijgaande tekst stemmen inhoudelijk, met kleine inconsistenties, overeen met de gemeenschappelijke lezing die op 19 februari 2019 tijdens de laatste trialoogvergadering in het kader standpunt van de achtste parlementaire zittingsperiode (2014-2019) is bereikt. Die inconsistenties moeten worden gecorrigeerd voordat de Raad zijn standpunt vaststelt, zodra er een akkoord is bereikt over de hele teksthet Parlement. 1 De tekst van In het standpunt van het Parlement dat is weergegeven in de wetgevingsresolutie, is voorzien van markeringen die aangeven waar zijn de bij de amendementen aangebrachte wijzigingen in het Commissievoorstel is geamendeerdaangegeven. Toevoegingen aan de tekst van de Commissie zijn vetgedrukt en gecursiveerd. Het symbool " ▌" staat voor geschrapte tekst. – gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0476COM(2020)0798), – gezien artikel 294, lid 2, artikel 173, lid 3, artikel 182, lid 4, artikel 183 en artikel 188, tweede alinea, 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8C9-0268/20180400/2020), – gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond, – gezien artikel 294, lid 3, artikel 114 en artikel 192, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, – gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 12 december 2018124 maart 20211, – na raadpleging van het Comité van de Regio’s, – gezien het overeenkomstig artikel 74, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 18 januari 2023 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren, – gezien de op 25 januari 2019 door artikelen 59 en 40 van zijn Voorzitter aan de commissievoorzitters gestuurde brief, waarin de aanpak van het Parlement met betrekking tot de sectorale programma's van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) betreffende de periode na 2020 wordt uiteengezetReglement, – gezien de op 1 april 2019 door adviezen van de Raad aan Commissie industrie, onderzoek en energie, de Voorzitter van het Europees Parlement gestuurde brief, waarin Commissie interne markt en consumentenbescherming en de gemeenschappelijke lezing wordt bevestigd waarover de medewetgevers het tijdens de onderhandelingen eens zijn geworden, – gezien artikel 59 van zijn ReglementCommissie vervoer en toerisme, – gezien het verslag van de Commissie industriemilieubeheer, onderzoek volksgezondheid en energie en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Begrotingscommissie en de Commissie interne markt en consumentenbescherming voedselveiligheid (A8A9-0412/20180031/2022), 1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast2vast1; 2. verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen; 3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen. 1 PB C 110 van 22.3.2019, blz. 75. 2 Dit standpunt vervangt de amendementen die zijn aangenomen op 12 december 2018 10 maart 2022 (Aangenomen tekstenPB C 347 van 9.9.2022, P8_TA(2018)0516blz. 245).

Appears in 1 contract

Sources: Regulation Proposal

Stemming. Bij de stemming op 18 april 2019 11 november 2021 heeft de plenaire vergadering het compromisamendement (amendement 31 100) op het voorstel voor een verordening aangenomen. Er zijn geen andere amendementen aangenomen. Het aldus geamendeerde Commissievoorstel vormt het standpunt van het Parlement in eerste lezing, dat in de wetgevingsresolutie in de bijlage dezes is opgenomen1opgenomen2. Het standpunt van het Parlement is conform wat eerder door de instellingen is overeengekomen. De niet Raad zou dan ook met het standpunt van het Parlement moeten kunnen instemmen. De wetgevingshandeling kan vervolgens worden vastgesteld in grijs gemarkeerde delen van de bijgaande tekst stemmen inhoudelijk, met kleine inconsistenties, overeen met de gemeenschappelijke lezing die op 19 februari 2019 tijdens de laatste trialoogvergadering in het kader van de achtste parlementaire zittingsperiode (2014-2019) is bereikt. Die inconsistenties moeten worden gecorrigeerd voordat de Raad zijn standpunt vaststelt, zodra er een akkoord is bereikt over de hele tekst. 1 De tekst versie van het standpunt van het Parlement dat is weergegeven Parlement. 2 In het in de wetgevingsresolutie, is voorzien wetgevingsresolutie opgenomen standpunt van markeringen die aangeven waar het Parlement zijn de wijzigingen van het Commissievoorstel is geamendeerdaangegeven. Toevoegingen aan de tekst van de Commissie zijn vetgedrukt en gecursiveerd. Het symbool " ▌" staat voor duidt op geschrapte tekst. – gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0476COM(2016)0271) en de amendementen op het voorstel (COM(2018)0633), – gezien artikel 294, lid 2, artikel 173, lid 3, artikel 182, lid 4, artikel 183 en artikel 18878, tweede alinealeden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0268/20180174/2016), – gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, – gezien het advies overeenkomstig artikel 74, lid 4, van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 12 december 20181, – gezien de op 25 januari 2019 door zijn Voorzitter aan de commissievoorzitters gestuurde brief, waarin de aanpak van het Parlement met betrekking tot de sectorale programma's van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) betreffende de periode na 2020 wordt uiteengezet, – gezien de op 1 april 2019 Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad aan de Voorzitter bij brief van 30 juni 2021 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement gestuurde briefovereenkomstig artikel 294, waarin lid 4, van het Verdrag betreffende de gemeenschappelijke lezing wordt bevestigd waarover werking van de medewetgevers het tijdens de onderhandelingen eens zijn gewordenEuropese Unie goed te keuren, – gezien artikel 59 van zijn Reglement, – gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Begrotingscommissie zaken en de Begrotingscommissie, – gezien het verslag van de Commissie interne markt burgerlijke vrijheden, justitie en consumentenbescherming binnenlandse zaken (A8-0412/20180392/2016), 1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast2vast; 2. verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen; 3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen. 1 PB C 110 van 22.3.2019, blz. 75. 2 Dit standpunt vervangt de amendementen die zijn aangenomen op 12 december 2018 (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0516).

Appears in 1 contract

Sources: Proposal for a Regulation

Stemming. Bij de stemming op 18 april 13 februari 2019 heeft de plenaire vergadering amendement 31 de amendementen nrs. 1-24 op het voorstel voor een verordening verordeningsvoorstel aangenomen. Het aldus geamendeerde Commissievoorstel vormt het standpunt van het Parlement in eerste lezing, dat is vervat in de wetgevingsresolutie in bijlage dezes is opgenomen1. De niet in grijs gemarkeerde delen van de bijgaande tekst stemmen inhoudelijk, met kleine inconsistenties, overeen met de gemeenschappelijke lezing die op 19 februari 2019 tijdens de laatste trialoogvergadering in het kader van de achtste parlementaire zittingsperiode (2014-2019) is bereikt. Die inconsistenties moeten worden gecorrigeerd voordat de Raad zijn standpunt vaststelt, zodra er een akkoord is bereikt over de hele tekstdezes1. 1 De tekst van In het in de wetgevingsresolutie vastgelegde standpunt van het Parlement dat is weergegeven in de wetgevingsresolutie, is voorzien geamendeerde tekst van markeringen die aangeven waar het Commissievoorstel is geamendeerdgemarkeerd. Toevoegingen aan de tekst van de Commissie zijn vetgedrukt en gecursiveerd. Het symbool " ▌" staat voor geschrapte tekst. – gezien Het recht dat van toepassing is op de derdenwerking van de cessie van vorderingen ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 februari 2019 over het voorstel voor een verordening van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0476), – gezien artikel 294, lid 2, artikel 173, lid 3, artikel 182, lid 4, artikel 183 en artikel 188, tweede alinea, betreffende het recht dat van het Verdrag betreffende toepassing is op de werking derdenwerking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend cessie van vorderingen (C8-0268/2018COM(2018)0096 – C8- 0109/2018 – 2018/0044(COD), – gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, – gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 12 december 20181, – gezien de op 25 januari 2019 door zijn Voorzitter aan de commissievoorzitters gestuurde brief, waarin de aanpak van het Parlement met betrekking tot de sectorale programma's van het Meerjarig Financieel Kader ) (MFK) betreffende de periode na 2020 wordt uiteengezet, – gezien de op 1 april 2019 door de Raad aan de Voorzitter van het Europees Parlement gestuurde brief, waarin de gemeenschappelijke lezing wordt bevestigd waarover de medewetgevers het tijdens de onderhandelingen eens zijn geworden, – gezien artikel 59 van zijn Reglement, – gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Begrotingscommissie en de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0412/2018Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing), 1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast2vast; 2. verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen; 3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen. 1 2 PB C 110 303 van 22.3.201929.8.2018, blz. 752. 2 Dit standpunt vervangt de amendementen die zijn aangenomen op 12 december 2018 (Aangenomen teksten3 PB C 367 van 10.10.2018, P8_TA(2018)0516).blz. 50. Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 3

Appears in 1 contract

Sources: Regulation Proposal