Rustmoment Voorbeeldclausules

Rustmoment. Op bepaalde momenten worden rustmomenten gegeven. Na maximaal 3 uur werken vindt er een rustmoment van ten minste 6 minuten, of een pauze, plaats. In maximaal 5% mag dit na maximaal 3 uur en 10 minuten plaats vinden.
Rustmoment. Op bepaalde momenten worden rustmomenten gegeven, hetzij binnen het stationnement, hetzij door middel van slippen. Het rustmoment wordt gekoppeld aan de lengte van de rijactiviteit binnen een dienst. De bepaling van het moment en de lengte van het rustmoment is als volgt: Een rijactiviteit tussen aanvang dienst, pauze en einde dienst wordt onderbroken door rustmomenten van tenminste netto 6 minuten, zodat de rijactiviteit maximaal 2:35 uur is, zowel voor als na het rustmoment. Per locatie wordt gemeten hoe groot de gemiddelde loopafstand in hele minuten bedraagt en deze wordt in tijd aan het rustmoment toegevoegd. In maximaal 5% van de diensten mag afgeweken worden van bovenstaande, maar dan wordt voldaan aan één van de volgende opties: Een rijactiviteit tussen aanvang dienst, pauze en einde dienst wordt onderbroken door rustmomenten van tenminste netto 5 minuten, zodat de rijactiviteit maximaal 1:45 uur is, zowel voor als na het rustmoment. Een rijactiviteit tussen aanvang dienst, pauze en einde dienst wordt onderbroken door rustmomenten van tenminste netto 6 minuten, zodat de rijactiviteit maximaal 2:50 uur is, zowel voor als na het rustmoment en maximaal eenmaal per dienst.