De procedure. 1.1 Eisers hebben op 7 april 2016 deze procedure aanhangig gemaakt onder indiening van een memorie van eis. Daarin hebben zij het Scheidsgerecht verzocht om bij arbitraal vonnis: 1. de tussen partijen geldende – in de memorie van eis benoemde – overeenkomsten te ontbinden met ingang van een datum, gelegen zes maanden na de datum van de uitspraak van het scheidsgerecht; 2. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is de aan A. toekomende vergoeding uit hoofde van de met hem gesloten overeenkomst volledig en zonder enige korting door te betalen tot de datum van de sub 1 uit te spreken ontbinding van de overeenkomst; 3. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is op de datum als krachtens het onder 1 gevorderde bepaald aan A. een vergoeding te betalen op de voet van artikel 7 van de Ledenovereenkomst, te betalen op de in die overeenkomst voorgeschreven wijze, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf die datum tot aan de dag van algehele betaling; 4. aan B. een vergoeding toe te kennen terzake de voortijdige beëindiging van de overeenkomsten, tot een bedrag van € 1.050.000, althans een door het Scheidsgerecht in goede justitie te bepalen bedrag, te verhogen met wettelijke handelsrente vanaf de datum van indiening van deze memorie van eis tot aan de dag van algehele betaling; 5. het MSB te veroordelen aan B. een bedrag te betalen van € 22.455, verhoogd met wettelijke handelsrente vanaf de dag van verschuldigdheid, althans vanaf heden, en verhoogd met alle eventuele verdere onterechte inhoudingen vanaf 1 april 2016 tot de datum van ontbinding, eveneens verhoogd met rente zoals gevorderd; 6. alles met veroordeling van de stichting in de kosten van deze procedure, de kosten van de raadsman van ▇. en de buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen. Bij de memorie van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1–66). 1.2 Op 23 mei 2016 heeft de stichting een memorie van antwoord ingezonden. Zij heeft daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, althans afwijzing, van alle vorderingen zoals ingesteld door eisers jegens de stichting, met veroordeling van eisers hoofdelijk in de kosten van dit arbitraal geding, de volledige kosten van rechtsbijstand daaronder begrepen, dan wel een door het Scheidsgerecht redelijk geachte tegemoetkoming in de kosten daarvan. Bij deze memorie van antwoord zijn producties gevoegd (genummerd 1–12, waarbij productie 1, zijnde een ‘historisch overzicht’, bestaat uit een aantal afzonderlijke producties genummerd 1–74). 1.3 Op dezelfde dag (23 mei 2016) heeft het MSB eveneens een memorie van antwoord ingediend, tevens houdende een ‘memorie in reconventie’. Het MSB heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzingen van de vorderingen van eisers zoals genoemd onder 2, 4, 5 en 6, met veroordeling van A. en/of B. in de kosten van de procedure, niet zijnde de kosten van rechtsbijstand van het MSB. Daar tegenover erkent het MSB de gevorderde vergoeding onder 3 jegens B. van de waarde van de overdracht van de opdracht conform het daarover in de Ledenovereenkomst bepaalde. Tevens heeft het MSB erkend dat de huidige situatie ontbinding zoals door eiser gevorderd noodzakelijk maakt. In reconventie vordert het MSB van zijn kant ontbinding van de Ledenovereenkomst en wel per de door het Scheidsgerecht in redelijkheid vast te stellen, vroegst mogelijke datum na de uitspraak. Bij deze memories zijn eveneens producties gevoegd (genummerd 1–8, waarbij productie 1 bestaat uit een notitie van het bestuur van de vakgroep Cardiologie met afzonderlijke bijlagen, genummerd 1–16). 1.4 Op 21 juni 2016 hebben eisers verweer gevoerd tegen de vordering in reconventie van het MSB met een verweerschrift in reconventie en akte in het geding brengen van stukken. Eisers hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering in reconventie. Bij het verweerschrift in reconventie zijn producties gevoegd (genummerd 67–75). Tevens is op dezelfde dag separaat per e-mail een geluidsbestand ingezonden (ongenummerd). 1.5 Op dezelfde dag (21 juni 2016) heeft de stichting nadere stukken ingezonden, te weten aanvullende bijlagen bij productie 3 en een productie met nummer 13. 1.6 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 30 juni 2016. Aan de zijde van eisers waren aanwezig A. in persoon (en tevens namens B.), met zijn echtgenote en met de gemachtigde van eisers. Aan de zijde van de stichting waren aanwezig de heer prof. dr. ▇. (voorzitter van de raad van bestuur) en mevrouw mr. F. (juridisch adviseur), met de gemachtigde van de stichting. Aan de zijde van het MSB waren aanwezig de heren dr. G. en dr. ▇. (voorzitter respectievelijk vicevoorzitter), met de gemachtigde van het MSB. De partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht onder overlegging van pleitnota’s. 1.7 Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers onderdeel 4 van hun vordering verminderd in deze (beperkte) zin dat zij op dit punt niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente vorderen.
Appears in 2 contracts
Sources: Arbitraal Vonnis, Arbitraal Vonnis
De procedure. 1.1 Eisers hebben op 7 april 2016 met een brief van 5 juli 2017 deze procedure aanhangig gemaakt onder indiening gemaakt. Met een memo- rie van een memorie eis van eis. Daarin 5 juli 2017 hebben zij het Scheidsgerecht verzocht om bij arbitraal vonnis:
1. I. de tussen partijen geldende – in de memorie van eis benoemde – overeenkomsten te ontbinden opzegging met onmiddellijke ingang van een datum, gelegen zes maanden de Ledenovereenkomst door verweerster ten aanzien van eiser nietig te verklaren dan wel te vernietigen;
II. verweerster te gebieden om [eiser] in staat te stellen om binnen drie werkdagen na de datum van dit vonnis zijn werkzaamheden binnen zowel het C. als het Ziekenhuis weer in volle om- vang uit te oefenen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- per dag of gedeelte van een dag dat verweerster weigert aan de uitspraak van het scheidsgerechtveroordeling uit- voering te geven;
2III. voor recht verweerster te verklaren dat het MSB gehouden is de veroordelen om aan A. toekomende vergoeding uit hoofde van de met hem gesloten overeenkomst volledig en zonder enige korting door te betalen tot eisers binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de sub 1 uit gederfde inkomsten tot en met het moment dat [▇▇▇▇▇] zijn werkzaamheden volledig heeft kunnen hervatten te spreken ontbinding van de overeenkomst;
3. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is op de datum als krachtens het onder 1 gevorderde bepaald aan A. een vergoeding te betalen op de voet van artikel 7 van de Ledenovereenkomst, te betalen op de in die overeenkomst voorgeschreven wijzevergoeden, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente rente daarover te reke- nen vanaf die veertien dagen na de datum tot van dit vonnis en zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- per dag of gedeelte van een dag dat verweerster weigert aan de dag van algehele betalingveroordeling uitvoering te geven;
4IV. aan B. verweerster te veroordelen om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis een vergoeding toe te kennen terzake de voortijdige beëindiging van de overeenkomsten, tot een bedrag scha- devergoeding van € 1.050.000200.000,-- aan eisers te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover te rekenen vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis, althans een door het uw Scheidsgerecht in goede justitie en naar redelijkheid en billijkheid te bepalen bedrag, waarbij rekening wordt gehouden met het (structurele) onrechtmatige handelen van het [bestuur van verweerster] jegens eisers, aantasting van de eer en goede naam van [▇▇▇▇▇] en de ge- maakte juridische kosten en eisers, zo nodig, in de gelegenheid te verhogen met wettelijke handelsrente vanaf stellen deze schade nadere te specificeren, te onderbouwen en te begroten, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- per dag of gedeelte van een dag dat verweerster weigert aan de veroordeling uitvoering te geven;
V. te verklaren voor recht dat verweerster gehouden is de kosten voor waarneming te dragen; Subsidiair:
VI. verweerster te veroordelen om binnen veertien dagen na de datum van indiening van deze memorie van eis dit vonnis een scha- devergoeding aan eisers te betalen, welk bedrag in ieder geval dient te worden begroot op een bedrag ad € 3.000.000,--, althans een door uw Scheidsgerecht in goede justitie en naar redelijkheid en billijkheid te bepalen bedrag, waarbij rekening wordt gehouden met de ge- derfde inkomsten tot aan het pensioen, de pensioenschade, de immateriële schade vanwege aantasting van de eer en goede naam van [▇▇▇▇▇] en de gemaakte juridische kosten en eisers – zo nodig – in de gelegenheid te stellen deze schade nader te specificeren, te onderbouwen en te begroten, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- per dag of gedeelte van algehele betalingeen dag dat verweerster weigert aan de veroordeling uitvoering te ge- ven;
5VII. het MSB verweerster te veroordelen aan B. een bedrag te betalen van € 22.455, verhoogd met wettelijke handelsrente vanaf de dag van verschuldigdheid, althans vanaf heden, en verhoogd met alle eventuele verdere onterechte inhoudingen vanaf 1 april 2016 tot om binnen veertien dagen na de datum van ontbindingdit vonnis aan eisers een goodwillvergoeding te betalen, eveneens verhoogd te vermeerderen met de wettelijke rente zoals gevorderddaarover te re- kenen vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis en zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- per dag of gedeelte van een dag dat verweerster weigert aan de veroordeling uitvoering te geven;
6VIII. alles met veroordeling te verklaren voor recht dat de aanwijzing tot op non-actiefstelling van eisers door verweer- ster onrechtmatig is;
IX. te verklaren voor recht dat het vermeende disfunctioneren van [eiser] niet is komen vast te staan;
X. te verklaren voor recht dat verweerster ten onrechte een melding ex artikel 11 lid 1 sub c Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg heeft gedaan bij de stichting in Inspectie voor de kosten van deze procedure, de kosten van de raadsman Gezondheidszorg;
XI. verweerster te gebieden om op verzoek en conform het voorstel van ▇. en de buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen. Bij de memorie van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1–66).
1.2 Op 23 mei 2016 heeft de stichting ▇▇▇▇▇ een memorie van antwoord ingezonden. Zij heeft daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, althans afwijzing, van alle vorderingen zoals ingesteld rectificatie te versturen naar door eisers jegens de stichting, met veroordeling van eisers hoofdelijk aangewezen personen en instanties;
XII. verweerster te veroordelen in de kosten van dit arbitraal gedinggeding en, indien deze kosten op het door ei- sers gestorte voorschot worden verhaald, te bepalen dat verweerster dit bedrag aan eisers binnen veertien dagen na de volledige kosten datum van rechtsbijstand daaronder begrependit vonnis dient te betalen, dan wel te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis.
1.2 Met een door e-mailbericht van 18 juli 2017 heeft de griffier van het Scheidsgerecht redelijk geachte tegemoetkoming de beide gemach- tigden in kennis gesteld van de samenstelling van de kamer van het Scheidsgerecht die voor de behandeling van deze zaak is aangewezen. Na correspondentie met de beide gemachtigden heeft de griffier aan de gemachtigden meegedeeld dat de arbiter-medicus is vervangen door de arbiter dr. F.F. ▇▇▇▇▇▇▇, cardioloog.
1.3 Verweerster heeft met een memorie van antwoord, gedateerd 10 augustus 2017, verweer ge- voerd. Zij concludeert tot afwijzing van alle vorderingen van eisers, met de hoofdelijke veroorde- ling van eisers in de kosten daarvanproceskosten vermeerderd met wettelijke rente. Bij deze memorie van antwoord zijn 17 producties gevoegd (genummerd 1–12, waarbij productie 1, zijnde een ‘historisch overzicht’, bestaat uit een aantal afzonderlijke producties genummerd 1–74).
1.3 Op dezelfde dag (23 mei 2016-17) heeft het MSB eveneens een memorie van antwoord ingediend, tevens houdende een ‘memorie in reconventie’. Het MSB heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzingen van de vorderingen van eisers zoals genoemd onder 2, 4, 5 en 6, met veroordeling van A. en/of B. in de kosten van de procedure, niet zijnde de kosten van rechtsbijstand van het MSB. Daar tegenover erkent het MSB de gevorderde vergoeding onder 3 jegens B. van de waarde van de overdracht van de opdracht conform het daarover in de Ledenovereenkomst bepaalde. Tevens heeft het MSB erkend dat de huidige situatie ontbinding zoals door eiser gevorderd noodzakelijk maakt. In reconventie vordert het MSB van zijn kant ontbinding van de Ledenovereenkomst en wel per de door het Scheidsgerecht in redelijkheid vast te stellen, vroegst mogelijke datum na de uitspraak. Bij deze memories zijn eveneens producties gevoegd (genummerd 1–8, waarbij productie 1 bestaat uit een notitie van het bestuur van de vakgroep Cardiologie met afzonderlijke bijlagen, genummerd 1–16)gevoegd.
1.4 Op 21 juni 2016 hebben eisers verweer gevoerd tegen Met een brief van 1 september 2017 heeft de vordering in reconventie gemachtigde van het MSB met verweerster een verweerschrift in reconventie en akte in het geding brengen van stukken. Eisers hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering in reconventie. Bij het verweerschrift in reconventie zijn producties gevoegd (nadere produc- tie, genummerd 67–75). Tevens is op dezelfde dag separaat per e-mail een geluidsbestand ingezonden (ongenummerd)18, ingezonden.
1.5 Op dezelfde dag (21 juni 2016) Met een brief van 4 september 2017 heeft de stichting gemachtigde van ▇▇▇▇▇▇ negen aanvullende produc- ties (genummerd 50-58) ingezonden en met een brief van 5 september 2017 nog een nadere stukken ingezondenproductie, te weten aanvullende bijlagen bij productie 3 en een productie met nummer 13genummerd 59.
1.6 Met een brief van 5 september 2017 heeft de gemachtigde van ▇▇▇▇▇▇ nog één aanvullende pro- ductie (genummerd 59) en een nieuw productieoverzicht ingezonden.
1.7 De gemachtigde van verweerster heeft met een e-mailbericht van 5 september 2017 het Scheidsgerecht verzocht productie 59 van eisers buiten beschouwing te laten. Daarop heeft de griffier namens het Scheidsgerecht geantwoord dat het Scheidsgerecht op dit verzoek zal be- slissen tijdens de mondelinge behandeling.
1.8 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 30 juni 201611 september 2017. ▇▇▇▇▇ is daar in persoon verschenen (mede namens eiseres), met zijn gemachtigde en voorts vergezeld door ▇., hoogleraar cardiologie, en E., kantoorgenote van de gemachtigde. Aan de zijde van eisers verweerster waren aanwezig A. in persoon (en tevens namens B.)▇., voorzitter van het bestuur van verweerster, met zijn echtgenote en met de gemachtigde gemachtig- de van eisers. Aan de zijde van de stichting waren aanwezig de heer prof. dr. ▇. (verweerster, alsmede G., voormalig voorzitter van de raad vakgroep cardiologie en thans ex- tern adviseur, H., cardioloog, (extern) lid van bestuur) de hierna te noemen tweede onderzoekscommissie en mevrouw werkzaam voor de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, en mr. F. (juridisch adviseur)B.M. Leferink, met de gemachtigde kantoor- genote van de stichtinggemachtigde. Aan de zijde Na beide partijen daarover het woord te hebben gegeven, heeft het Scheidsgerecht bepaald dat productie 59 van het MSB waren aanwezig de heren dr. G. en dr. ▇. (voorzitter respectievelijk vicevoorzitter), met de gemachtigde van het MSBeisers is toegelaten als processtuk. De partijen beide gemachtigden hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht onder overlegging vervolgens het woord gevoerd mede aan de hand van pleitnota’spleitaantekenin- gen.
1.7 Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers onderdeel 4 van hun vordering verminderd in deze (beperkte) zin dat zij op dit punt niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente vorderen.
Appears in 2 contracts
Sources: Arbitraal Vonnis, Arbitraal Vonnis
De procedure. 1.1 Eisers hebben op 7 Bij brief van 15 april 2016 2022 heeft A deze procedure aanhangig gemaakt onder indiening van gemaakt. Met een daarbij gevoegde memorie van eis. Daarin hebben eis (met producties, genummerd 1 tot en met 68) heeft zij gevorderd dat het Scheidsgerecht verzocht om Scheidsgerecht, bij arbitraal vonnis:
1. voor recht verklaart dat de tussen partijen geldende – maten tegenover A toerekenbaar tekort zijn geschoten in de memorie nakoming van eis benoemde – overeenkomsten te ontbinden met ingang van hun verplichtingen als maten in een datum, gelegen zes maanden na de datum van de uitspraak van het scheidsgerechtmaatschap;
2. voor recht de maten veroordeelt om aan A een door het Scheidsgerecht naar redelijkheid en billijkheid vast te verklaren dat het MSB gehouden is de aan A. toekomende vergoeding uit hoofde van de met hem gesloten overeenkomst volledig en zonder enige korting door stellen (schade)vergoeding te betalen tot de datum van de sub 1 uit te spreken ontbinding van de overeenkomstbetalen;
3. voor recht te verklaren verklaart dat A over het MSB gehouden is jaar 2018 recht heeft op een winstaandeel van € 170.843,= waarop de datum als krachtens kosten van waarneming van € 65.229,= en de betaling van € 28.275,= die zij al heeft ontvangen in mindering komen, waarna een recht bestaat op een uitkering van € 77.339,=;
4. voor recht verklaart dat A over het onder 1 gevorderde bepaald jaar 2019 recht heeft op een winstaandeel van € 165.050,= waarop de kosten van waarneming van € 72.340,= in mindering komen zodat A nog recht heeft op een uitkering van € 92.710,=;
5. de maten veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan A. A een vergoeding aanvullende winstuitkering over het jaar 2018 te betalen van € 77.339,=, althans een zodanig bedrag als naar het oordeel van het Scheidsgerecht passend is, vermeerderd met de wettelijke handelsrente op de voet grond van artikel 7 van de Ledenovereenkomst, te betalen op de in die overeenkomst voorgeschreven wijze, te vermeerderen met wettelijke handelsrente 6:119A BW vanaf die datum 4 december 2019 tot aan de dag van de algehele betalingvoldoening;
46. de maten veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan B. A een vergoeding toe aanvullende winstuitkering over het jaar 2019 te kennen terzake de voortijdige beëindiging van de overeenkomsten, tot een bedrag betalen van € 1.050.00092.710,=, althans een door zodanig bedrag als naar het oordeel van het Scheidsgerecht in goede justitie te bepalen bedragpassend is, te verhogen vermeerderd met de wettelijke handelsrente op grond van artikel 6:119A BW vanaf de datum van indiening van deze memorie van eis 19 november 2020 tot aan de dag van de algehele betalingvoldoening;
57. het MSB te veroordelen aan B. de maten veroordeelt tot betaling van (een bedrag te betalen bijdrage in) de kosten van € 22.455, verhoogd met wettelijke handelsrente vanaf de dag rechtsbijstand van verschuldigdheid, althans vanaf heden, en verhoogd met alle eventuele verdere onterechte inhoudingen vanaf 1 april 2016 tot de datum van ontbinding, eveneens verhoogd met rente zoals gevorderdA;
68. alles met veroordeling van de stichting maten veroordeelt in de kosten van deze procedure, de kosten van de raadsman van ▇. en de buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen. Bij de memorie van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1–66)arbitrageprocedure.
1.2 Op 23 mei 2016 Met een brief van 8 juni 2022 heeft de stichting gemachtigde van de maten een memorie van antwoord ingezondentevens inhoudende een voorwaardelijke eis in reconventie ingezonden (met producties genummerd 1 tot en met 76). Zij Hij heeft daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, althans afwijzing, van alle vorderingen zoals ingesteld door eisers jegens namens de stichting, met veroordeling van eisers hoofdelijk in de kosten van dit arbitraal geding, de volledige kosten van rechtsbijstand daaronder begrepen, dan wel een door het Scheidsgerecht redelijk geachte tegemoetkoming in de kosten daarvan. Bij deze memorie van antwoord zijn producties gevoegd (genummerd 1–12, waarbij productie 1, zijnde een ‘historisch overzicht’, bestaat uit een aantal afzonderlijke producties genummerd 1–74).
1.3 Op dezelfde dag (23 mei 2016) heeft het MSB eveneens een memorie van antwoord ingediend, tevens houdende een ‘memorie in reconventie’. Het MSB heeft maten in conventie geconcludeerd tot afwijzingen van de vorderingen van eisers zoals genoemd onder 2A. In voorwaardelijke reconventie hebben de maten verzocht A te veroordelen tot betaling aan de maatschap een bedrag van €29.400, 4althans de volledige inkomsten die eiseres in 2019 bij het W heeft verkregen, 5 en 6te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2020, alsmede een bedrag van € 7.068,75, te vermeerderen met veroordeling de wettelijke rente vanaf 1 januari 2019. In beide gevallen geldt de voorwaarde van A. en/of B. (gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen van A over 2018 respectievelijk 2019. Zowel in conventie als in voorwaardelijke reconventie hebben de maten verzocht A te veroordelen tot de kosten van deze procedure.
1.3 Met een brief van 2 mei 2022 heeft de procedure, niet zijnde de kosten gemachtigde van rechtsbijstand van het MSB. Daar tegenover erkent het MSB de gevorderde vergoeding onder 3 jegens B. van de waarde van de overdracht van de opdracht conform het daarover in de Ledenovereenkomst bepaaldeA een aantal nadere producties ingezonden (genummerd 69-79). Tevens heeft het MSB erkend hij te kennen gegeven dat er geen memorie van antwoord in voorwaardelijke reconventie ingediend zal worden en dat tijdens de huidige situatie ontbinding zoals door eiser gevorderd noodzakelijk maakt. In mondelinge behandeling op de voorwaardelijke reconventie vordert het MSB van zijn kant ontbinding van de Ledenovereenkomst en wel per de door het Scheidsgerecht in redelijkheid vast te stellen, vroegst mogelijke datum na de uitspraak. Bij deze memories zijn eveneens producties gevoegd (genummerd 1–8, waarbij productie 1 bestaat uit een notitie van het bestuur van de vakgroep Cardiologie met afzonderlijke bijlagen, genummerd 1–16)zal worden ingegaan.
1.4 Op 21 juni 2016 hebben eisers verweer gevoerd tegen Met een brief van eveneens 2 mei 2022 heeft de vordering in reconventie gemachtigde van het MSB met A nog een verweerschrift in reconventie en akte in het geding brengen van stukken. Eisers hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering in reconventie. Bij het verweerschrift in reconventie zijn aantal nadere producties gevoegd ingezonden (genummerd 67–75). Tevens is op dezelfde dag separaat per e80-mail een geluidsbestand ingezonden (ongenummerd81).
1.5 Op dezelfde dag (21 juni 2016) heeft de stichting nadere stukken ingezonden, te weten aanvullende bijlagen bij productie 3 en een productie met nummer 13.
1.6 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 30 23 juni 20162022. Aan A was aanwezig, bijgestaan door de zijde van eisers waren aanwezig A. in persoon (en tevens namens B.), met zijn echtgenote en met de gemachtigde van eisersgemachtigde. Aan de zijde van de stichting maatschap waren aanwezig de heer prof. dr. ▇. mevrouw C (voorzitter van de raad van bestuurhierna: C) en mevrouw mr. F. I (juridisch adviseurhierna: I), met alsmede de heren E (hierna: E) en G (hierna: G), vergezeld door mevrouw X (maatschapsmanager, hierna: X) en bijgestaan door de gemachtigde van de stichtingmaatschap (met een kantoorgenoot en een student-stagiair). Aan De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de zijde hand van pleitnotities die zij hebben overgelegd en er zijn vragen van het MSB waren aanwezig Scheidsgerecht beantwoord. Ter zitting is beproefd of partijen een minnelijke regeling zouden kunnen bereiken. Daartoe is overeengekomen de heren drzitting desgewenst digitaal voort te zetten, uitsluitend met het oog op het bereiken van een minnelijke regeling, op een later tijdstip. G. en drDit heeft plaatsgevonden op 12 juli 2022. Met het oog op de voortzetting heeft ▇▇. ▇▇▇▇▇▇▇▇ namens A per e-mail op 11 juli 2022 nog enkele stukken toegezonden. (voorzitter respectievelijk vicevoorzitter), met Tijdens de gemachtigde voortzetting is bepaald dat deze stukken geen deel uitmaken van het MSBprocesdossier omdat het debat tussen partijen was voltooid op 23 juni 2022. De partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht onder overlegging van pleitnota’svoortzetting is beëindigd dadelijk nadat A vonnis had gevraagd.
1.7 Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers onderdeel 4 van hun vordering verminderd in deze (beperkte) zin dat zij op dit punt niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente vorderen.
Appears in 1 contract
Sources: Arbitraal Vonnis
De procedure. 1.1 Eisers hebben op 7 april 2016 Bij brief van 6 augustus 2021 (met twee bijlagen) heeft A deze procedure aanhangig gemaakt onder indiening van gemaakt. Met een memorie van eis. Daarin hebben zij eis van 17 september 2021 (met producties, genummerd 1-65) heeft hij het Scheidsgerecht verzocht om verzocht, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij arbitraal vonnis:voorraad (waarbij B staat voor het ziekenhuis):
1. Voor recht te verklaren dat B onrechtmatig, althans in strijd met de tussen partijen geldende – Samenwerkingsovereenkomst jegens A heeft gehandeld en/of nagelaten, waaronder, doch niet beperkt tot, de gedragingen zoals hiervoor omschreven in sub a t/m r; en 2. B te veroordelen tot vergoeding van alle schade die A heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van het onrechtmatig, althans in strijd met de Samenwerkingsovereenkomst, handelen en nalaten, zulks nader op te maken bij staat; en
3. B te verbieden om op basis van de thans bij haar bekende feiten en omstandigheden een onderzoeksopdracht te gelasten of een melding te doen aan het MSB of enig ander onderzoek te gelasten en B te gelasten om de Onderzoeksopdracht c.q. melding, zoals vervat in de memorie brief van eis benoemde – overeenkomsten 2 juli 2021, geheel in te ontbinden met ingang trekken, en ▇▇▇▇▇▇▇ geen nieuwe melding te doen of opdracht te gelasten, zulks op straffe van verbeurte van een datumdwangsom van EUR 25.000,- aan A te voldoen voor elke volle dag waarop B, gelegen zes maanden na verloop van vijf werkdagen na de datum van het te wijzen arbitrale vonnis, in gebreke is hieraan te voldoen, en daarbij te bepalen dat B gehouden is om de uitspraak schriftelijke bevestiging van het scheidsgerecht;
2. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is de aan A. toekomende vergoeding uit hoofde van de met hem gesloten overeenkomst volledig en intrekking van de Onderzoeksopdracht c.q. melding aan A per omgaande aan A te verstrekken; en
4. B te gelasten dat A onvoorwaardelijk in de gelegenheid wordt gesteld om zonder enige korting door beperking in tijd of ruimte te betalen worden toegelaten tot het ziekenhuis (waaronder maar niet beperkt tot de fysieke praktijkruimte, de IT-omgeving, bestanden, overleggen, etc.), alsmede hem in staat te stellen om al zijn werkzaamheden als kaakchirurg uit te oefenen waaronder begrepen alle taken en bevoegdheden behorend bij zijn functie als medisch manager, zoals deze blijken uit het functieprofiel, en in overeenstemming met de binnen de kaakchirurgie gangbare normen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 25.000,- aan A te voldoen voor elke volle dag waarop B, na verloop van vijf werkdagen na de datum van de sub 1 uit het te spreken ontbinding wijzen arbitrale vonnis in gebreke is hieraan te voldoen; en
5. B te gelasten ervoor zorg te dragen dat een van de overeenkomst;
3. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is op de datum als krachtens het onder 1 gevorderde bepaald aan A. een vergoeding te betalen op de voet van artikel 7 andere leden van de LedenovereenkomstRaad van Bestuur dan C de eenheid kaakchirurgie in zijn of haar portefeuille krijgt, zulks uiterlijk binnen 1 week na het te betalen wijzen arbitrale vonnis, op de in die overeenkomst voorgeschreven wijzestraffe van verbeurte van dwangsom van EUR 25.000,- aan A te voldoen voor elke volle dag waarop B, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf die datum tot aan de dag na verloop van algehele betaling;
4. aan B. een vergoeding toe te kennen terzake de voortijdige beëindiging van de overeenkomsten, tot een bedrag van € 1.050.000, althans een door het Scheidsgerecht in goede justitie te bepalen bedrag, te verhogen met wettelijke handelsrente vanaf vijf werkdagen na de datum van indiening van deze memorie van eis tot aan de dag van algehele betaling;
5. het MSB te veroordelen aan B. een bedrag wijzen arbitrale vonnis in gebreke is hieraan te betalen van € 22.455, verhoogd met wettelijke handelsrente vanaf de dag van verschuldigdheid, althans vanaf heden, en verhoogd met alle eventuele verdere onterechte inhoudingen vanaf 1 april 2016 tot de datum van ontbinding, eveneens verhoogd met rente zoals gevorderd;voldoen; en
6. alles B te gelasten ervoor zorg te dragen een plan van aanpak, in overleg met veroordeling A, waarmee tot een veilige en gezonde werkomgeving en een functionele en constructieve praktijkorganisatie voor A binnen het B kan worden gekomen, opdat hij zowel tijdens arbeidsongeschiktheid als tijdens de re- integratie als na herstel van de stichting arbeidsongeschiktheid zijn taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden – ook als medisch manager - op duurzame wijze kan invullen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 25.000,- voor elke volle dag waarop B, in de gebreke is hieraan te voldoen en ervoor zorg te dragen dat daarbij in overleg met A een externe coach wordt aangesteld waarmee het plan van aanpak wordt afgestemd en door wie het proces van re- integratie en rehabilitatie wordt begeleid, zulks op kosten van B; en
7. B te gelasten om binnen 5 werkdagen na het in deze procedure, te wijzen arbitrale vonnis binnen de kosten van de raadsman van ▇. en de buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen. Bij de memorie van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1–66).
1.2 Op 23 mei 2016 heeft de stichting afdeling kaakchirurgie een memorie van antwoord ingezonden. Zij heeft daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, althans afwijzing, van alle vorderingen zoals ingesteld door eisers jegens de stichting, met veroordeling van eisers hoofdelijk in de kosten van dit arbitraal geding, de volledige kosten van rechtsbijstand daaronder begrepen, dan wel een door het Scheidsgerecht redelijk geachte tegemoetkoming in de kosten daarvan. Bij deze memorie van antwoord zijn producties gevoegd (genummerd 1–12, waarbij productie 1, zijnde een ‘historisch overzicht’, bestaat uit een aantal afzonderlijke producties genummerd 1–74).
1.3 Op dezelfde dag (23 mei 2016) heeft het MSB eveneens een memorie van antwoord ingediend, tevens houdende een ‘memorie in reconventie’. Het MSB heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzingen van de vorderingen van eisers zoals genoemd onder 2, 4, 5 en 6, met veroordeling van A. en/of B. in de kosten van de procedure, niet zijnde de kosten van rechtsbijstand van het MSB. Daar tegenover erkent het MSB de gevorderde vergoeding onder 3 jegens B. van de waarde van de overdracht van de opdracht conform het daarover in de Ledenovereenkomst bepaalde. Tevens heeft het MSB erkend dat de huidige situatie ontbinding zoals door eiser gevorderd noodzakelijk maakt. In reconventie vordert het MSB van zijn kant ontbinding van de Ledenovereenkomst en wel per de door het Scheidsgerecht in redelijkheid vast bericht te stellen, vroegst mogelijke datum na de uitspraak. Bij deze memories zijn eveneens producties gevoegd (genummerd 1–8, waarbij productie 1 bestaat uit een notitie van het bestuur van de vakgroep Cardiologie met afzonderlijke bijlagen, genummerd 1–16).
1.4 Op 21 juni 2016 hebben eisers verweer gevoerd tegen de vordering in reconventie van het MSB met een verweerschrift in reconventie en akte in het geding brengen van stukken. Eisers hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering in reconventie. Bij het verweerschrift in reconventie zijn producties gevoegd (genummerd 67–75). Tevens is op dezelfde dag separaat per e-mail een geluidsbestand ingezonden (ongenummerd).
1.5 Op dezelfde dag (21 juni 2016) heeft de stichting nadere stukken ingezonden, te weten aanvullende bijlagen bij productie 3 en een productie met nummer 13.
1.6 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 30 juni 2016. Aan de zijde van eisers waren aanwezig A. in persoon (en tevens namens B.), met zijn echtgenote en verspreiden met de gemachtigde tekst zoals hiervoor uiteengezet in § 6.8, of enige tekst met gelijke inhoudelijke strekking, zulks ter beoordeling van eisers. Aan de zijde van de stichting waren aanwezig de heer prof. dr. ▇. (voorzitter van de raad van bestuur) en mevrouw mr. F. (juridisch adviseur), met de gemachtigde van de stichting. Aan de zijde van het MSB waren aanwezig de heren dr. G. en dr. ▇. (voorzitter respectievelijk vicevoorzitter), met de gemachtigde van het MSB. De partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht onder overlegging van pleitnota’s.
1.7 Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers onderdeel 4 van hun vordering verminderd in deze (beperkte) zin dat zij op dit punt niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente vorderen.uw Scheidsgerecht; en
Appears in 1 contract
Sources: Arbitraal Vonnis
De procedure. 1.1 Eisers hebben op 7 april 2016 deze De stichting heeft bij brief van 31 mei 2017 de onderhavige procedure aanhangig gemaakt onder indiening van en een memorie van eiseis - tevens houdende verzoekschrift ex artikel 7:669 lid 3 BW juncto 7:671b BW - inge- diend met producties (genummerd 1 - 45). Daarin hebben zij het Scheidsgerecht verzocht om bij arbitraal vonnisDe stichting heeft verzocht:
1. (i) de arbeidsovereenkomst tussen partijen geldende [de stichting] en [verweerder] te ontbinden tegen 1 december 2017, vanwege de hiervoor genoemde feiten en redelijke grond voor ontslag, in redelijkheid niet van [de stichting] gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te laten voortduren, en daarbij te bepalen dat
(ii) [verweerder] – naast zijn aanspraak op de wettelijke transitievergoeding – geen aanspraak heeft op enige billijke of andere aanvullende (contractuele) vergoeding,
(iii) met veroordeling van [verweerder] in de kosten van deze procedure.
1.2 Verweerder heeft bij brief van 28 juni 2017 een memorie van eis benoemde – overeenkomsten antwoord, tevens houdende verweer- schrift, ingediend met producties (genummerd 1 - 8). Verweerder heeft daarbij verzocht: • Alle verzoeken van [de stichting] af te ontbinden wijzen met ingang veroordeling van een datum, gelegen zes maanden na [de datum stichting] in de volledige rechtsbijstandskosten van de uitspraak van het scheidsgerecht;
2. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is de aan A. toekomende vergoeding uit hoofde van de met hem gesloten overeenkomst volledig en zonder enige korting door te betalen tot de datum van de sub 1 uit te spreken ontbinding van de overeenkomst;
3. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is op de datum als krachtens het onder 1 gevorderde bepaald aan A. een vergoeding te betalen op de voet van artikel 7 van de Ledenovereenkomst, te betalen op de in die overeenkomst voorgeschreven wijze, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf die datum tot aan de dag van algehele betaling;
4. aan B. een vergoeding toe te kennen terzake de voortijdige beëindiging van de overeenkomsten, tot een bedrag van € 1.050.000[verweerder], althans een door het Scheidsgerecht in goede justitie te bepalen bedrag, ; • En voor zover de arbeidsovereenkomst van [verweerder] wordt ontbonden:
a. de arbeidsovereenkomst te verhogen met wettelijke handelsrente vanaf de datum van indiening van deze memorie van eis tot aan de dag van algehele betalingontbinden per 1 maart 2018;
5. het MSB b. [de stichting] te veroordelen aan B. tot betaling van de transitievergoeding ad € 94.761,- bruto;
c. [de stichting] te veroordelen tot betaling van een bedrag billijke vergoeding ad € 400.000 bruto, al- thans een door het Scheidsgerecht in goede justitie te betalen bepalen bedrag;
d. [de stichting] te veroordelen tot betaling van € 22.455, verhoogd met wettelijke handelsrente vanaf de dag volledige rechtsbijstandskosten van verschuldigdheid[ver- weerder], althans vanaf hedeneen door het Scheidsgerecht in goede justitie te bepalen bedrag.
1.3 Bij brief van 10 juli 2017 heeft verweerder de overgelegde productie 8 vervangen met een toelichting en tevens nadere producties toegezonden, en verhoogd met alle eventuele verdere onterechte inhoudingen vanaf 1 april 2016 tot de datum van ontbinding, eveneens verhoogd met rente zoals gevorderd;
6genummerd 9 - 21. alles met veroordeling van de stichting ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇ heeft in de kosten brief verzocht de vergoeding van deze procedure, de kosten van de raadsman van ▇. en de buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen. Bij de memorie van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1–66).
1.2 Op 23 mei 2016 heeft de stichting een memorie van antwoord ingezonden. Zij heeft daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, althans afwijzing, van alle vorderingen zoals ingesteld door eisers jegens de stichting, met veroordeling van eisers hoofdelijk in de kosten van dit arbitraal geding, de volledige kosten van rechtsbijstand daaronder begrepen, dan wel te bepalen op een door het Scheidsgerecht redelijk geachte tegemoetkoming in bedrag van € 21.281,40 en C. als getuige aangekondigd. Tegen dit laatste heeft de kosten daarvan. Bij deze memorie van antwoord zijn producties gevoegd (genummerd 1–12, waarbij productie 1, zijnde een ‘historisch overzicht’, bestaat uit een aantal afzonderlijke producties genummerd 1–74).
1.3 Op dezelfde dag (23 mei 2016) heeft het MSB eveneens een memorie van antwoord ingediend, tevens houdende een ‘memorie in reconventie’. Het MSB heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzingen raadsman van de vorderingen stichting bij e-mail van eisers zoals genoemd onder 2, 4, 5 en 6, met veroordeling van A. en/of B. in de kosten van de procedure, niet zijnde de kosten van rechtsbijstand van het MSB. Daar tegenover erkent het MSB de gevorderde vergoeding onder 3 jegens B. van de waarde van de overdracht van de opdracht conform het daarover in de Ledenovereenkomst bepaalde. Tevens heeft het MSB erkend dat de huidige situatie ontbinding zoals door eiser gevorderd noodzakelijk maakt. In reconventie vordert het MSB van zijn kant ontbinding van de Ledenovereenkomst en wel per de door het Scheidsgerecht in redelijkheid vast te stellen, vroegst mogelijke datum na de uitspraak. Bij deze memories zijn eveneens producties gevoegd (genummerd 1–8, waarbij productie 1 bestaat uit een notitie van het bestuur van de vakgroep Cardiologie met afzonderlijke bijlagen, genummerd 1–16)14 juli 2017 bezwaar gemaakt.
1.4 Op 21 juni 2016 hebben eisers verweer gevoerd tegen de vordering in reconventie van het MSB met een verweerschrift in reconventie en akte in het geding brengen van stukken. Eisers hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering in reconventie. Bij het verweerschrift in reconventie zijn producties gevoegd (genummerd 67–75). Tevens is op dezelfde dag separaat per e-mail een geluidsbestand ingezonden (ongenummerd).
1.5 Op dezelfde dag (21 juni 2016) heeft de stichting nadere stukken ingezonden, te weten aanvullende bijlagen bij productie 3 en een productie met nummer 13.
1.6 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 30 juni 201618 juli 2017. Aan de zijde van eisers waren aanwezig A. in persoon (en tevens namens B.), met zijn echtgenote en met de gemachtigde van eisers. Aan de zijde van Namens de stichting waren aanwezig de heer prof. drdrs. ▇. (., voorzitter van de raad van bestuur) toezicht, de heer ir. E. en mevrouw mrdrs. F. (juridisch adviseur)F., met MBA, bijgestaan door de gemachtigde van gemachtigde. Verweerder was in persoon aanwezig bijgestaan door zijn gemachtigde. Door of namens partijen zijn de stichting. Aan de zijde van het MSB waren aanwezig de heren dr. G. en dr. ▇. (voorzitter respectievelijk vicevoorzitter), met de gemachtigde van het MSB. De partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht onder overlegging en is antwoord gegeven op vragen van pleitnota’shet Scheidsgerecht. De gemachtigden hebben (mede) het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen.
1.7 Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers onderdeel 4 van hun vordering verminderd in deze (beperkte) zin dat zij op dit punt niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente vorderen.
Appears in 1 contract
Sources: Arbitraal Vonnis
De procedure. 1.1 Eisers hebben op 7 april 2016 deze procedure Eiser heeft bij brief van 26 augustus 2010 dit geding aanhangig gemaakt onder indiening van een gemaakt. Bij memorie van eis. Daarin hebben zij eis van 1 december 2010 (met 54 producties) heeft hij gevorderd dat het Scheidsgerecht verzocht om bij arbitraal vonnis:
1. de tussen partijen geldende – in de memorie op non-actiefstelling van eis benoemde – overeenkomsten te ontbinden met ingang ▇▇▇▇▇ door verweerster van een datum, gelegen zes maanden na de datum van de uitspraak van het scheidsgerecht11 maart 2010 onrechtmatig zal verklaren en zal opheffen;
2. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is de aan A. toekomende vergoeding uit hoofde beëindiging van de toelatingsovereenkomst met hem gesloten overeenkomst volledig en zonder enige korting eiser door te betalen tot de datum verweerster van de sub 1 uit te spreken ontbinding van de overeenkomst2 augustus 2010 onrechtmatig zal verklaren;
3. voor recht verweerster zal gebieden het eiser mogelijk te verklaren dat het MSB gehouden is op de datum als krachtens het onder 1 gevorderde bepaald aan A. een vergoeding maken met onmiddellijke ingang zijn beroepsuitoefening te betalen op de voet van artikel 7 van de Ledenovereenkomst, Z. en te betalen op de Y. in die overeenkomst voorgeschreven wijze, volle omvang te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf die datum tot aan de dag van algehele betalinghervatten;
4. verweerster zal veroordelen aan B. ▇▇▇▇▇, wegens inkomensderving, een vergoeding toe schadevergoeding te kennen terzake de voortijdige beëindiging van de overeenkomsten, tot een bedrag betalen van € 1.050.00029.000,-- voor iedere maand, althans of gedeelte van een door het Scheidsgerecht in goede justitie te bepalen bedragmaand, te verhogen met wettelijke handelsrente vanaf de datum van indiening van deze memorie van eis dat eiser zijn beroep niet heeft kunnen uitoefenen tot aan de dag van algehele betalinghervatting of totdat eiser de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt;
5. het MSB te verweerster zal veroordelen aan B. ▇▇▇▇▇ wegens verminderde pensioenopbouw een vergoeding van € 2.500,-- per maand te betalen;
6. verweerster zal veroordelen wegens gemaakte kosten van rechtsbijstand en andere kosten een bedrag te betalen van € 22.455, verhoogd met wettelijke handelsrente vanaf de dag van verschuldigdheid70.000,--, althans vanaf heden, en verhoogd met alle eventuele verdere onterechte inhoudingen vanaf 1 april 2016 tot de datum van ontbinding, eveneens verhoogd met rente zoals gevorderddoor eiser werkelijk gemaakte kosten aan hem te vergoeden;
67. alles met veroordeling verweerster zal veroordelen aan eiser, wegens immateriële schade, een bedrag van € 50.000,-- te betalen, althans een bedrag naar goede justitie;
8. verweerster zal veroordelen aan eiser de stichting waardedaling van zijn praktijk te vergoeden, op te maken bij staat;
9. verweerster zal veroordelen tot, kort gezegd, rehabilitatie als nader omschreven;
10. verweerster zal veroordelen in de kosten van deze procedure, de kosten van de raadsman van ▇. en de buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen. Bij de memorie van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1–66)het geding.
1.2 Op 23 mei 2016 heeft de stichting een Bij memorie van antwoord ingezonden. Zij heeft daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, althans afwijzing, van alle vorderingen zoals ingesteld door eisers jegens de stichting27 januari 2011, met veroordeling van eisers hoofdelijk in de kosten van dit arbitraal geding, de volledige kosten van rechtsbijstand daaronder begrepen, dan wel een door het Scheidsgerecht redelijk geachte tegemoetkoming in de kosten daarvan. Bij deze memorie van antwoord zijn producties gevoegd (genummerd 1–12, waarbij productie 1, zijnde een ‘historisch overzicht’, bestaat uit een aantal afzonderlijke producties genummerd 1–74).
1.3 Op dezelfde dag (23 mei 2016) 55 tot en met 77, heeft het MSB eveneens een memorie van antwoord ingediend, tevens houdende een ‘memorie in reconventie’. Het MSB heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzingen van de vorderingen van eisers zoals genoemd onder 2, 4, 5 en 6, met veroordeling van A. en/of B. in de kosten van de procedure, niet zijnde de kosten van rechtsbijstand van het MSB. Daar tegenover erkent het MSB de gevorderde vergoeding onder 3 jegens B. van de waarde van de overdracht van de opdracht conform het daarover in de Ledenovereenkomst bepaalde. Tevens heeft het MSB erkend dat de huidige situatie ontbinding zoals door eiser gevorderd noodzakelijk maakt. In reconventie vordert het MSB van zijn kant ontbinding van de Ledenovereenkomst en wel per de door het Scheidsgerecht in redelijkheid vast te stellen, vroegst mogelijke datum na de uitspraak. Bij deze memories zijn eveneens producties gevoegd (genummerd 1–8, waarbij productie 1 bestaat uit een notitie van het bestuur van de vakgroep Cardiologie met afzonderlijke bijlagen, genummerd 1–16).
1.4 Op 21 juni 2016 hebben eisers verweer gevoerd tegen de vordering in reconventie van het MSB met een verweerschrift in reconventie en akte in het geding brengen van stukken. Eisers hebben verweerster geconcludeerd tot afwijzing van de vordering vorderingen van ▇▇▇▇▇ met zijn veroordeling in reconventie. Bij het verweerschrift in reconventie zijn producties gevoegd (genummerd 67–75). Tevens is op dezelfde dag separaat per e-mail een geluidsbestand ingezonden (ongenummerd)de kosten.
1.5 Op dezelfde dag (21 juni 2016) 1.3 Bij “akte” van 6 februari 2011 heeft de stichting nadere stukken ingezonden, te weten aanvullende bijlagen bij productie 3 gemachtigde van ▇▇▇▇▇ de producties 78 tot en een productie met nummer 1386 in het geding gebracht.
1.6 1.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 30 juni 201614 februari 2011. Aan de zijde van eisers waren aanwezig A. in persoon (en tevens namens B.), ▇▇▇▇▇ is verschenen met zijn echtgenote gemachtigde en met de gemachtigde van eisersdiens kantoorgenoot mr. Aan de zijde van de stichting waren aanwezig de heer profJ. Kap. drNamens verweerster zijn verschenen drs. ▇. (., voorzitter van de raad van bestuur) en mevrouw , mr. F. (juridisch adviseur)D., secretaris van de raad van bestuur, en mr. ▇., bestuursadviseur, met de gemachtigde van de stichting. Aan de zijde van het MSB waren aanwezig de heren dr. G. en dr. ▇. (voorzitter respectievelijk vicevoorzitter), met de gemachtigde van het MSBhaar gemachtigde. De gemachtigden van partijen hebben ter zitting hun de wederzijdse standpunten nader toegelicht onder overlegging aan de hand van pleitnota’s.
1.7 Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers onderdeel 4 van hun vordering verminderd in deze (beperkte) zin dat zij op dit punt niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente vorderen.
Appears in 1 contract
Sources: Arbitraal Vonnis
De procedure. 1.1 Eisers hebben op 7 april 2016 met een brief van 10 oktober 2014 deze procedure aanhangig gemaakt onder indiening tegen verweerster en vier andere partijen. Met een brief van een memorie van eis. Daarin 20 oktober 2014 hebben zij het Scheidsgerecht verzocht om bij arbitraal vonnis:
1hun vorderingen tegen die andere partijen ingetrokken. de tussen partijen geldende – in Op 13 oktober 2014 hebben eisers de memorie van eis benoemde – overeenkomsten ingezonden. Zij hebben daarbij, voor zover thans van belang, het Scheidsgerecht verzocht bij arbitraal vonnis: - verweerster te ontbinden veroordelen de besluiten tot het niet verlengen van de arbeidscontracten met ingang eisers per direct te herzien en eisers alsnog arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd (subsidiair voor de duur van een datumjaar) aan te bieden ingaande per 1 januari 2015, gelegen zes maanden na conform de datum toepasselijke AMS-voorwaarden, zulks onder handhaving van het voorbehoud dat eisers reeds hebben gemaakt ten aanzien van de uitspraak door hen geclaimde rechten ten aanzien van de door hen opgebouwde praktijk en de daarin gevormde goodwill; - verweerster te veroordelen de door haar in gang gezette sollicitatieprocedure tot het scheidsgerecht;
2. voor recht werven van drie nieuwe longartsen met onmiddellijke ingang stop te verklaren zetten, met bepaling dat het MSB gehouden is verweerster op geen enkele wijze intern noch extern zal zijn toegestaan om kandidaten voor de positie van eisers als longarts te werven; - subsidiair, namelijk voor het geval het Scheidsgerecht mocht oordelen dat de hiervoor genoemde vorderingen niet toewijsbaar zijn, verweerster te veroordelen om met eisers in onderhandeling te treden en gesprekken aan A. toekomende vergoeding uit hoofde te gaan die erop gericht zijn de samenwerking met hen ook na 31 december 2014 voort te zetten, zulks onder verbeurte van de met hem gesloten overeenkomst volledig en zonder enige korting door te betalen tot de datum van de sub 1 uit te spreken ontbinding van de overeenkomst;
3. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is op de datum als krachtens het onder 1 gevorderde bepaald aan A. een vergoeding te betalen op de voet van artikel 7 van de Ledenovereenkomst, te betalen op de in die overeenkomst voorgeschreven wijze, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf die datum tot aan de dag van algehele betaling;
4. aan B. een vergoeding toe te kennen terzake de voortijdige beëindiging van de overeenkomsten, tot een bedrag dwangsom van € 1.050.00050.000,-, althans een door het Scheidsgerecht in goede justitie te bepalen bedragdwangsom, wanneer verweerster niet tijdig aan het in deze procedure te wijzen vonnis voldoet, te verhogen vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf de datum van indiening van deze memorie van eis tot aan de dag van algehele betaling;
5. het MSB te veroordelen aan B. een bedrag te betalen van € 22.455, verhoogd met wettelijke handelsrente vanaf de dag van verschuldigdheid5.000,-, althans vanaf hedeneen in goede justitie te bepalen bedrag per dag of gedeelte daarvan dat verweerster vervolgens in strijd met het in deze procedure te wijzen arbitrale vonnis blijft handelen, en verhoogd met alle eventuele verdere onterechte inhoudingen vanaf 1 april 2016 tot de datum van ontbinding, eveneens verhoogd met rente zoals gevorderd;
6. alles met veroordeling van de stichting verweerster in de kosten van deze procedure, de kosten van de raadsman van ▇. en de buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen. Bij de memorie van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1–661–33).
1.2 Op 23 mei 2016 17 oktober 2014 heeft de stichting gemachtigde van verweerster een memorie van antwoord ingezondeneis in reconventie ingediend. Zij heeft daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaringDaarin verzoekt verweerster de voorzitter van het Scheidsgerecht om bij arbitraal vonnis in kort geding:
I. eisers te gebieden medewerking te verlenen aan de overdracht van de werkzaamheden ten aanzien van de patiënten die zij onder behandeling hebben en hebben gehad aan de nieuw door verweerster in dienst te nemen longartsen, een en ander op de wijze die verweerster daartoe geraden acht, althans afwijzing, op een door de voorzitter van alle vorderingen zoals ingesteld door eisers jegens de stichting, met veroordeling van het Scheidsgerecht in goede justitie te bepalen wijze; en,
II. eisers hoofdelijk in te veroordelen tot betaling van de door verweerster gemaakte kosten van dit arbitraal geding, onder bepaling dat gedaagden de volledige wettelijke rente over deze kosten verschuldigd zullen zijn wanneer zij deze kosten niet binnen twee weken na dagtekening van rechtsbijstand daaronder begrepenhet arbitraal vonnis hebben voldaan, dan wel althans vanaf een door de voorzitter van het Scheidsgerecht redelijk geachte tegemoetkoming in de kosten daarvangoede justitie te bepalen tijdstip; een en ander, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad. Bij deze de memorie van antwoord zijn producties eis in reconventie is één productie gevoegd (genummerd 1–12, waarbij productie met nummer 1, zijnde een ‘historisch overzicht’, bestaat uit een aantal afzonderlijke producties genummerd 1–74).
1.3 Op dezelfde dag (23 mei 2016) 17 oktober 2014 heeft het MSB eveneens de gemachtigde van verweerster met een memorie van antwoord ingediend, tevens houdende een ‘memorie in reconventie’. Het MSB heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzingen van de vorderingen van eisers zoals genoemd onder 2, 4, 5 en 6, met veroordeling van A. en/of B. in de kosten van de procedure, niet zijnde de kosten van rechtsbijstand van het MSB. Daar tegenover erkent het MSB de gevorderde vergoeding onder 3 jegens B. van de waarde van de overdracht van de opdracht conform het daarover in de Ledenovereenkomst bepaalde. Tevens heeft het MSB erkend dat de huidige situatie ontbinding zoals door eiser gevorderd noodzakelijk maakt. In reconventie vordert het MSB van zijn kant ontbinding van de Ledenovereenkomst en wel per de door het Scheidsgerecht in redelijkheid vast te stellen, vroegst mogelijke datum na de uitspraak. Bij deze memories zijn eveneens afzonderlijke brief nog zes nadere producties gevoegd ingezonden (genummerd 1–8, waarbij productie 1 bestaat uit een notitie van het bestuur van de vakgroep Cardiologie met afzonderlijke bijlagen, genummerd 1–161–6).
1.4 Op 21 juni 2016 hebben 20 oktober heeft de gemachtigde van eisers verweer gevoerd tegen de vordering in reconventie van het MSB een aanvullende productie (met een verweerschrift in reconventie en akte in het geding brengen van stukken. Eisers hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering in reconventie. Bij het verweerschrift in reconventie zijn producties gevoegd (genummerd 67–75). Tevens is op dezelfde dag separaat per e-mail een geluidsbestand ingezonden (ongenummerd)nummer 34) ingezonden.
1.5 Op dezelfde dag (21 juni 2016) heeft de stichting nadere stukken ingezonden, te weten aanvullende bijlagen bij productie 3 en een productie met nummer 13.
1.6 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 30 juni 201620 oktober 2014. ▇▇▇▇▇▇ waren aanwezig in persoon, bijgestaan door hun gemachtigde. Aan de zijde van eisers waren aanwezig A. in persoon (en tevens namens B.), met zijn echtgenote en met de gemachtigde van eisers. Aan de zijde van de stichting verweerster waren aanwezig de heer prof. dr. D. (raad van bestuur, hierna: D.) en mevrouw ▇. (voorzitter van de raad van bestuur) en mevrouw mr. F. (juridisch adviseurhoofd HR), met bijgestaan door de gemachtigde van de stichtingverweerster. Aan de zijde van het MSB waren aanwezig de heren dr. G. en dr. ▇. (voorzitter respectievelijk vicevoorzitter), met de gemachtigde van het MSB. De Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht onder overlegging van pleitnota’s.
1.6 De gemachtigde van verweerster heeft ter zitting in conventie geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van eisers. Tevens heeft hij ter zitting de vordering in reconventie in zoverre aangevuld dat voorzien wordt in het opleggen van een dwangsom van € 500,- per dag dat eisers in gebreke zijn medewerking te verlenen aan de overdracht van de werkzaamheden zoals gevorderd onder deel I van de reconventionele vordering.
1.7 Tijdens De gemachtigde van ▇▇▇▇▇▇ heeft ter zitting verzocht de mondelinge behandeling hebben eisers onderdeel 4 reconventionele vorderingen af te wijzen met veroordeling van hun vordering verminderd verweerster in deze (beperkte) zin dat zij op dit punt niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente vorderenkosten van het geding in reconventie.
Appears in 1 contract
Sources: Arbitraal Vonnis
De procedure. 1.1 Eisers hebben op 7 april 2016 Eiser heeft met een brief van 10 januari 2013 deze procedure aanhangig gemaakt onder indiening van gemaakt. Met een memorie van eis. Daarin hebben zij eis van 8 februari 2013 heeft hij het Scheidsgerecht verzocht om bij arbitraal vonnisvonnis te bepalen:
1. de tussen partijen geldende – in de memorie van eis benoemde – overeenkomsten te ontbinden met ingang van een datumPrimair, gelegen zes maanden na de datum van de uitspraak van het scheidsgerecht;
2. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is de aan A. toekomende vergoeding uit hoofde besluiten van verweerster tot opzegging van de met hem gesloten overeenkomst volledig toelatingsovereenkomst en tot non-actiefstelling op het gebied van het verrichten van heupoperaties, nietig zijn, dan wel zonder enige korting door te betalen tot de datum van de sub 1 uit te spreken ontbinding van de overeenkomstrechtsgevolgen blijven;
32. voor recht te verklaren dat Subsidiair, in het MSB gehouden is op geval de datum als krachtens het onder 1 gevorderde bepaald aan A. een vergoeding te betalen op de voet van artikel 7 van de Ledenovereenkomst, te betalen op de in die overeenkomst voorgeschreven wijze, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf die datum tot aan de dag van algehele betaling;
4. aan B. een vergoeding toe te kennen terzake de voortijdige beëindiging van de overeenkomstentoelatingsovereenkomst gehandhaafd blijft, verweerster te veroordelen tot betaling van een bedrag schadevergoeding aan eiser van € 1.050.000316.200,-- per jaar tot en met het einde van de maand waarin eiser de 60-jarige leeftijd bereikt, althans een door het Scheidsgerecht in goede justitie te bepalen bedrag, te verhogen met wettelijke handelsrente vanaf de datum van indiening van deze memorie van eis tot aan de dag van algehele betalingbillijke vergoeding;
53. het MSB Verweerster te veroordelen tot betaling aan B. eiser van een vergoeding wegens immateriële schade vast te stellen op een bedrag te betalen van € 22.455, verhoogd met wettelijke handelsrente vanaf de dag van verschuldigdheid15.000,--, althans vanaf heden, en verhoogd met alle eventuele verdere onterechte inhoudingen vanaf 1 april 2016 tot de datum van ontbinding, eveneens verhoogd met rente zoals gevorderdeen bedrag dat volgens het Scheidsgerecht billijk is;
64. alles met veroordeling In alle gevallen verweerster te veroordelen tot betaling van de stichting in de nader bij staat op te maken advocaatkosten, kosten van deze procedure, rechtsbijstand en de kosten van de raadsman van ▇. en procedure bij het Scheidsgerecht, alles te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten daaronder begrepenwettelijke rente. Bij de deze memorie van eis zijn 23 producties gevoegd (genummerd 1–66)1-23) gevoegd.
1.2 Op 23 mei 2016 Verweerster heeft de stichting met een memorie van antwoord ingezondenantwoord, gedateerd 22 maart 2013, verweer gevoerd. Zij heeft daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaringonbevoegdheid van het Scheidsgerecht dan wel de niet ontvankelijkheid van eiser, althans afwijzing, afwijzing van alle zijn vorderingen zoals ingesteld door eisers jegens de stichting, met en een veroordeling van eisers hoofdelijk in de kosten van dit arbitraal het geding, met inbegrip van de volledige kosten van rechtsbijstand daaronder begrepen, dan wel een door het Scheidsgerecht redelijk geachte tegemoetkoming in de kosten daarvanbijstand van verweerster. Bij deze memorie van antwoord zijn dertien producties gevoegd (genummerd 1–12, waarbij productie 1, zijnde een ‘historisch overzicht’, bestaat uit een aantal afzonderlijke producties genummerd 1–74)-13) gevoegd.
1.3 Op dezelfde dag (23 mei 2016) Met een brief van 10 juni 2013 heeft het MSB eveneens een memorie de gemachtigde van antwoord ingediend, tevens houdende een ‘memorie in reconventie’. Het MSB heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzingen van de vorderingen van eisers zoals genoemd onder 2, 4, 5 en 6, met veroordeling van A. en/of B. in de kosten van de procedure, niet zijnde de kosten van rechtsbijstand van het MSB. Daar tegenover erkent het MSB de gevorderde vergoeding onder 3 jegens B. van de waarde van de overdracht van de opdracht conform het daarover in de Ledenovereenkomst bepaalde. Tevens heeft het MSB erkend dat de huidige situatie ontbinding zoals door eiser gevorderd noodzakelijk maakt. In reconventie vordert het MSB van zijn kant ontbinding van de Ledenovereenkomst en wel per de door het Scheidsgerecht in redelijkheid vast te stellen, vroegst mogelijke datum na de uitspraak. Bij deze memories zijn eveneens ▇▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇ producties gevoegd (genummerd 1–824-29) ingezonden, waarbij productie 1 bestaat uit een notitie van het bestuur van de vakgroep Cardiologie met afzonderlijke bijlagen, genummerd 1–16).
1.4 Op 21 juni 2016 hebben eisers verweer gevoerd tegen de vordering in reconventie van het MSB met een verweerschrift in reconventie en akte in het geding brengen van stukken. Eisers hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering in reconventie. Bij het verweerschrift in reconventie zijn producties gevoegd (genummerd 67–75). Tevens is op dezelfde dag separaat alsmede per e-mail een geluidsbestand ingezonden (ongenummerd).
1.5 Op dezelfde dag (21 op 10 juni 2016) heeft de stichting nadere stukken ingezonden, te weten aanvullende bijlagen bij productie 3 en 2013 een productie met nummer 1330.
1.6 1.4 De gemachtigde van verweerster heeft met een brief van 14 juni 2013 enkele nadere producties (genummerd 14-15) ingezonden.
1.5 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 30 17 juni 20162013. ▇▇▇▇▇ is in persoon verschenen, met zijn echtgenote en zijn gemachtigde. Aan de zijde van eisers waren aanwezig A. in persoon (en tevens namens B.), met zijn echtgenote en met de gemachtigde van eisers. Aan de zijde van de stichting waren aanwezig de heer prof. dr. ▇. (voorzitter van de raad van bestuur) en mevrouw mr. F. (juridisch adviseur), met de gemachtigde van de stichting. Aan de zijde van het MSB verweerster waren aanwezig de heren dr. G. C. (chief operational officer en dr. ▇. bestuurder) en D., orthopeed (voorzitter respectievelijk vicevoorzittermedical director), met bijgestaan door de gemachtigde van het MSBverweerster. De partijen gemachtigden hebben ter het woord gevoerd mede aan de hand van pleitnotities. Ter zitting hun standpunten nader toegelicht onder overlegging heeft eiser te kennen gegeven enkele onderdelen van pleitnota’szijn vordering niet te handhaven. Het Scheidsgerecht komt hierna, in 2.22, hierop terug.
1.7 Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers onderdeel 4 van hun vordering verminderd in deze (beperkte) zin dat zij op dit punt niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente vorderen.
Appears in 1 contract
Sources: Arbitraal Vonnis
De procedure. 1.1 Eisers hebben op 7 april 2016 deze procedure met een brief aan de Federatie Medisch Specialisten (FMS) van 19 oktober 2023 (met bijlage) aanhangig gemaakt onder indiening met het verzoek scheidslieden van een het Scheidsgerecht te benoemen. Bij brief van 3 november 2023 van de voorzitter van FMS aan het Scheidsgerecht zijn de hiervoor genoemde arbiters benoemd. Bij memorie van eis. Daarin eis van 9 november 2023 (met producties genummerd 1-50) hebben zij eisers het Scheidsgerecht verzocht om bij arbitraal vonnis:
1. : - primair: verweerster te veroordelen om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 het aantal FTE's Y tot 8,125 FTE aan te passen en te bepalen dat de tussen partijen geldende – in de memorie van eis benoemde – overeenkomsten te ontbinden met ingang van een datum, gelegen zes maanden na de datum winstuitkeringen van de uitspraak van V voor de jaren waarover de jaarrekening al definitief is vastgesteld dienovereenkomstig gecompenseerd dienen te worden respectievelijk voor de jaren waarover de jaarrekening nog niet is vastgesteld voor het scheidsgerecht;
2. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is de aan A. toekomende vergoeding uit hoofde berekenen van de met hem gesloten overeenkomst volledig en zonder enige korting door te betalen tot de datum winstuitkeringen van de sub 1 V uit te spreken ontbinding gaan van 8,125 FTE; - subsidiair: verweerster te veroordelen om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 het aantal FTE's Y tot 8,125 FTE aan te passen en te bepalen dat de winstuitkeringen van de overeenkomst;
3. V voor recht de jaren waarover de jaarrekening al definitief is vastgesteld dienovereenkomstig gecompenseerd dienen te verklaren dat worden respectievelijk voor de jaren waarover de jaarrekening nog niet is vastgesteld voor het MSB gehouden is op de datum als krachtens het onder 1 gevorderde bepaald aan A. een vergoeding te betalen op de voet van artikel 7 berekenen van de Ledenovereenkomst, te betalen op de in die overeenkomst voorgeschreven wijze, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf die datum tot aan de dag van algehele betaling;
4. aan B. een vergoeding toe te kennen terzake de voortijdige beëindiging winstuitkeringen van de overeenkomsten, tot een bedrag V uit te gaan van € 1.050.000, althans een door het Scheidsgerecht in goede justitie te bepalen bedrag, te verhogen met wettelijke handelsrente vanaf de datum van indiening van deze memorie van eis tot aan de dag van algehele betaling;
5. het MSB 8,125 FTE; en - primair en subsidiair: verweerster te veroordelen aan B. een bedrag te betalen van € 22.455, verhoogd met wettelijke handelsrente vanaf de dag van verschuldigdheid, althans vanaf heden, en verhoogd met alle eventuele verdere onterechte inhoudingen vanaf 1 april 2016 tot de datum van ontbinding, eveneens verhoogd met rente zoals gevorderd;
6. alles met veroordeling van de stichting in de kosten van deze procedure, de kosten van de raadsman van ▇. en de buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen. Bij de memorie van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1–66).
1.2 Op 23 mei 2016 heeft de stichting een memorie van antwoord ingezonden. Zij heeft daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, althans afwijzing, van alle vorderingen zoals ingesteld door eisers jegens de stichting, met veroordeling van eisers hoofdelijk in de kosten van dit arbitraal geding, de volledige kosten van rechtsbijstand daaronder begrepen, dan wel een door het Scheidsgerecht redelijk geachte tegemoetkoming in de kosten daarvan. Bij deze memorie van antwoord zijn producties gevoegd (genummerd 1–12, waarbij productie 1, zijnde een ‘historisch overzicht’, bestaat uit een aantal afzonderlijke producties genummerd 1–74).
1.3 Op dezelfde dag (23 mei 2016) heeft het MSB eveneens een memorie van antwoord ingediend, tevens houdende een ‘memorie in reconventie’. Het MSB heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzingen van de vorderingen van eisers zoals genoemd onder 2, 4, 5 en 6, met veroordeling van A. en/of B. in de kosten van de procedure, niet zijnde procedure en vergoeding van een redelijk bedrag ter compensatie van de kosten van rechtsbijstand juridische bijstand van het MSB. Daar tegenover erkent het MSB de gevorderde vergoeding onder 3 jegens B. van de waarde van de overdracht van de opdracht conform het daarover in de Ledenovereenkomst bepaalde. Tevens heeft het MSB erkend € 25.000,--, op zodanige wijze dat de huidige situatie ontbinding zoals door eiser gevorderd noodzakelijk maaktV daar niet aan meebetalen.
1.2 Bij memorie van antwoord d.d. In reconventie vordert het MSB van zijn kant ontbinding van de Ledenovereenkomst en wel per de door het Scheidsgerecht in redelijkheid vast te stellen, vroegst mogelijke datum na de uitspraak. Bij deze memories zijn eveneens producties gevoegd 12 december 2023 (genummerd 1–8, waarbij productie 1 bestaat uit een notitie van het bestuur van de vakgroep Cardiologie met afzonderlijke bijlagenproducties, genummerd 1–16).
1.4 Op 21 juni 2016 hebben eisers verweer gevoerd tegen de vordering in reconventie van het MSB met een verweerschrift in reconventie en akte in het geding brengen van stukken. Eisers hebben 1-8) heeft verweerster geconcludeerd tot afwijzing van de vordering in reconventie. Bij het verweerschrift in reconventie zijn producties gevoegd (genummerd 67–75). Tevens is op dezelfde dag separaat per e-mail een geluidsbestand ingezonden (ongenummerd)vorderingen van eisers, kosten rechtens.
1.5 Op dezelfde dag (21 juni 2016) heeft de stichting nadere stukken ingezonden, te weten aanvullende bijlagen bij productie 3 en een productie met nummer 13.
1.6 1.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 30 juni 201626 januari 2024. Aan de zijde van eisers waren aanwezig A. in persoon de heer B (V) en tevens namens B.mevrouw F (V), met zijn echtgenote en met bijgestaan door de gemachtigde van eisers. Aan de zijde van de stichting verweerster waren aanwezig mevrouw dr. W (bestuurder) en de heer profdrs. dr. ▇. X (voorzitter van de raad van bestuur) en mevrouw mr. F. (juridisch adviseurdirecteur bestuurder), met bijgestaan door de gemachtigde van verweerster.
1.4 Partijen hebben mede aan de stichting. Aan de zijde hand van overgelegde pleitaantekeningen het woord gevoerd en vragen van het MSB waren aanwezig de heren dr. G. en dr. ▇. (voorzitter respectievelijk vicevoorzitter), met de gemachtigde van het MSB. De partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht onder overlegging van pleitnota’sScheidsgerecht beantwoord.
1.7 Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers onderdeel 4 van hun vordering verminderd in deze (beperkte) zin dat zij op dit punt niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente vorderen.
Appears in 1 contract
Sources: Arbitraal Vonnis
De procedure. 1.1 Eisers hebben op 7 april 2016 De stichting heeft met een brief van 4 augustus 2017 deze procedure aanhangig gemaakt onder indiening van gemaakt. Met een daarbij gevoegde memorie van eis. Daarin hebben eis heeft zij het Scheidsgerecht verzocht om bij arbitraal wege van arbi- traal vonnis:
1. ) de tussen partijen geldende – in de memorie van eis benoemde – overeenkomsten arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van een datum, gelegen zes maanden na de datum van de uitspraak van het scheidsgerecht;
2. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is de aan A. toekomende vergoeding uit hoofde van de met hem gesloten overeenkomst volledig en zonder enige korting door te betalen tot de datum van de sub 1 uit te spreken ontbinding van de overeenkomst;
3. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is op de datum als krachtens het onder 1 gevorderde bepaald aan A. een vergoeding te betalen op de voet van artikel 7 7:671b BW, dit per het mo- ment waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, waarbij de duur van de Ledenovereenkomstperiode van de procedure in mindering wordt gebracht, te betalen op de in die overeenkomst voorgeschreven wijzemet dien verstande dat een termijn van minstens één maand resteert, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf die datum tot en onder toekenning aan de dag verweerder van algehele betalingeen bedrag van (niet meer dan) € 75.000,-- bruto;
42) één en ander met veroordeling van verweerder in de kosten van dit geding althans zodanig uitspraak te doen als het Scheidsgerecht in goede justitie meent te behoren. Bij deze memorie zijn producties gevoegd (genummerd 1-62).
1.2 Verweerder heeft met een memorie van antwoord, gedateerd 28 augustus 2017, verweer ge- voerd. Verweerder heeft daarbij het Scheidsgerecht verzocht:
1) het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af te wijzen;
2) zo de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, aan B. verweerder een vergoeding ad € 99.064,-- bruto toe te kennen terzake de voortijdige beëindiging ten laste van de overeenkomstenstichting op grond van de contractuele verplichting van de werkgever zoals vermeld onder punt 6 van de memorie van antwoord;
3) zo de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, de stichting te veroordelen tot betaling van een bedrag billijke vergoeding ad € 75.000,-- bruto aan verweerder zoals vermeld onder punt 6 van € 1.050.000de memorie van antwoord, althans een billijke vergoeding ter hoogte van een door het Scheidsgerecht scheidsgerecht in goede justitie te bepalen bedrag;
4) zo de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, bij het bepalen van de einddatum re- kening te verhogen houden met wettelijke handelsrente vanaf de door verweerder geldende opzegtermijn zonder aftrek van de periode die is gelegen tussen de ontvangst van de memorie van eis en de datum van indiening dag- tekening van deze memorie het arbitraal ▇▇▇▇▇▇;
5) de stichting te veroordelen tot betaling aan verweerder van eis de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde vergoedingen tot aan de dag van der algehele betaling;
5. het MSB te veroordelen aan B. een bedrag te betalen van € 22.455, verhoogd met wettelijke handelsrente vanaf de dag van verschuldigdheid, althans vanaf heden, en verhoogd met alle eventuele verdere onterechte inhoudingen vanaf 1 april 2016 tot de datum van ontbinding, eveneens verhoogd met rente zoals gevorderdvoldoening;
6. alles met veroordeling ) de stichting te veroordelen tot vergoeding van de stichting in de kosten van deze procedure, de kosten van de raadsman van ▇. en de buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen. Bij de memorie van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1–66).advocaatkosten ad € 5.506,-- aan verweerder;
1.2 Op 23 mei 2016 heeft 7) de stichting een memorie van antwoord ingezonden. Zij heeft daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, althans afwijzing, van alle vorderingen zoals ingesteld door eisers jegens de stichting, met veroordeling van eisers hoofdelijk in de kosten van dit arbitraal geding, de volledige kosten van rechtsbijstand daaronder begrepen, dan wel een door het Scheidsgerecht redelijk geachte tegemoetkoming in de kosten daarvan. Bij deze memorie van antwoord zijn producties gevoegd (genummerd 1–12, waarbij productie 1, zijnde een ‘historisch overzicht’, bestaat uit een aantal afzonderlijke producties genummerd 1–74).
1.3 Op dezelfde dag (23 mei 2016) heeft het MSB eveneens een memorie van antwoord ingediend, tevens houdende een ‘memorie in reconventie’. Het MSB heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzingen van de vorderingen van eisers zoals genoemd onder 2, 4, 5 en 6, met veroordeling van A. en/of B. te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, niet zijnde de kosten van rechtsbijstand van het MSB. Daar tegenover erkent het MSB de gevorderde vergoeding onder 3 jegens B. salaris van de waarde van de overdracht van de opdracht conform het daarover in de Ledenovereenkomst bepaalde. Tevens heeft het MSB erkend dat de huidige situatie ontbinding zoals door eiser gevorderd noodzakelijk maakt. In reconventie vordert het MSB van zijn kant ontbinding van de Ledenovereenkomst en wel per de door het Scheidsgerecht in redelijkheid vast te stellen, vroegst mogelijke datum na de uitspraakgemachtigde daaronder begrepen. Bij deze memories memorie zijn eveneens producties gevoegd (genummerd 1–8, waarbij productie 1 bestaat uit een notitie van het bestuur van met de vakgroep Cardiologie met afzonderlijke bijlagen, genummerd 1–16letters A-M).
1.4 Op 21 juni 2016 hebben eisers verweer gevoerd tegen de vordering in reconventie 1.3 Met een brief van het MSB met een verweerschrift in reconventie en akte in het geding brengen van stukken. Eisers hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering in reconventie. Bij het verweerschrift in reconventie zijn producties gevoegd (genummerd 67–75). Tevens is op dezelfde dag separaat per e-mail een geluidsbestand ingezonden (ongenummerd).
1.5 Op dezelfde dag (21 juni 2016) 28 september 2017 heeft de stichting nadere stukken ingezonden, te weten aanvullende bijlagen bij productie 3 en een productie met nummer 13.
1.6 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 30 juni 2016. Aan de zijde van eisers waren aanwezig A. in persoon (en tevens namens B.), met zijn echtgenote en met de gemachtigde van eisers. Aan de zijde van de stichting waren aanwezig de heer prof. dr. ▇. verweerder nadere producties (voorzitter van de raad van bestuur) en mevrouw mr. F. (juridisch adviseur), met de gemachtigde van de stichting. Aan de zijde van letters N-U) ingezonden en het MSB waren aanwezig de heren dr. G. en dr. ▇. (voorzitter respectievelijk vicevoorzitter), met de gemachtigde van het MSB. De partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht onder overlegging van pleitnota’s.
1.7 Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers onderdeel 4 van hun vordering verminderd in deze (beperkte) zin dat zij op dit punt niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente vorderen.Scheidsgerecht tevens verzocht:
Appears in 1 contract
Sources: Arbitraal Vonnis
De procedure. 1.1 Eisers hebben op 7 april 2016 deze procedure met een brief van 27 mei 2014 het geschil tussen partijen aanhangig gemaakt onder indiening van bij het Scheidsgerecht. Zij hebben op dezelfde datum een memorie van eiseis (met producties, genummerd 1 tot en met 65) ingezonden. Daarin hebben zij Zij verzoeken – samengevat – het Scheidsgerecht verzocht om bij arbitraal vonnis:om: Ten behoeve van eiser sub 1 (“A.”)
1. I. te oordelen dat de tussen partijen geldende – in de memorie van eis benoemde – overeenkomsten te ontbinden met ingang van een datum, gelegen zes maanden na de datum opzegging door verweerster van de uitspraak van het scheidsgerechtarbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is;
2II. voor recht te verklaren oordelen dat het MSB verweerster gehouden is tot betaling van € 948.395,40 bruto zijnde de aan A. toekomende vergoeding uit hoofde van de met hem gesloten overeenkomst volledig en zonder enige korting door te betalen tot de datum van de sub 1 uit te spreken ontbinding van de overeenkomst;
3. voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is op de datum als krachtens het onder 1 gevorderde bepaald aan A. een vergoeding te betalen op de voet van schadevergoeding ex artikel 7 van de Ledenovereenkomst, te betalen op de in die overeenkomst voorgeschreven wijze7:681 Burgerlijk Wetboek, te vermeerderen met de 14/17 A. c.s. / E. Pagina 1 van 14 wettelijke handelsrente rente daarover vanaf die datum 1 januari 2014 tot aan de dag van der algehele betalingvoldoening;
4III. aan B. een vergoeding toe te kennen terzake de voortijdige beëindiging van de overeenkomstenoordelen dat verweerster, tot een bedrag van € 1.050.000, althans een door het Scheidsgerecht in goede justitie te bepalen bedrag, te verhogen met wettelijke handelsrente vanaf de datum van indiening van deze memorie van eis tot aan de dag van algehele betaling;
5. het MSB te veroordelen aan B. een bedrag te betalen , gehouden is tot betaling van € 22.455, verhoogd met wettelijke handelsrente vanaf de dag 6.516,98 ter zake buitengerechtelijke kosten; en
IV. te oordelen dat verweerster gehouden is tot betaling van verschuldigdheid, althans vanaf heden, en verhoogd met alle eventuele verdere onterechte inhoudingen vanaf 1 april 2016 tot de datum van ontbinding, eveneens verhoogd met rente zoals gevorderd;
6. alles met veroordeling van de stichting in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de uitspraak, en – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening. Ten behoeve van eiser sub 2 (“B.”)
I. te oordelen dat de opzegging door verweerster van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is;
II. te oordelen dat verweerster gehouden is tot betaling van € 1.011.568,20 bruto zijnde de schadevergoeding ex artikel 7:681 Burgerlijk Wetboek, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
III. te oordelen dat verweerster, tot de dag van betaling, gehouden is tot betaling van € 6.775, -- ter zake van buitengerechtelijke kosten; en
IV. te oordelen dat verweerster gehouden is tot betaling van de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de raadsman uitspraak, en – voor het geval voldoening van ▇de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening. Ten behoeve van eiser sub 3 (“C.”)
I. te oordelen dat de opzegging door verweerster van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is;
II. te oordelen dat verweerster gehouden is tot betaling van € 731.282,38 bruto zijnde de schadevergoeding ex artikel 7:681 Burgerlijk Wetboek, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
III. te oordelen dat verweerster, tot de dag van betaling, gehouden is tot betaling van € 5.431,41 ter zake buitengerechtelijke kosten; en
IV. te oordelen dat verweerster gehouden is tot betaling van de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de uitspraak, en – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening. En ten behoeve van eiser sub 4 (“D.”)
I. te oordelen dat de opzegging door verweerster van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is;
II. te oordelen dat verweerster gehouden is tot betaling van € 144.532,-- bruto zijnde de schadevergoeding ex artikel 7:681 Burgerlijk Wetboek, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
III. te oordelen dat verweerster, tot de dag van betaling, gehouden is tot betaling van € 1.985,47 ter zake buitengerechtelijke kosten; en
IV. te oordelen dat verweerster gehouden is tot betaling van de kosten daaronder begrepen. Bij van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de memorie uitspraak, en – voor het geval voldoening van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1–66)de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
1.2 Op 23 mei 2016 Verweerster heeft de stichting een op 16 september 2014 bij memorie van antwoord ingezonden. Zij heeft daarbij antwoord, onder overlegging van producties (genummerd 1 t/m 14), verweer gevoerd en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaringonbevoegdverklaring van het Scheidsgerecht, althans afwijzingniet ontvankelijk verklaring van eiseres D., althans afwijzing van alle vorderingen zoals ingesteld door eisers jegens de stichtingvordering van eisers, althans matiging van de vordering van eisers, met veroordeling van eisers hoofdelijk in de kosten van dit arbitraal het geding, onder bepaling dat eisers de volledige wettelijke rente over deze kosten van rechtsbijstand daaronder begrepen, dan wel een door verschuldigd zullen zijn wanneer zij deze kosten niet binnen veertien na het Scheidsgerecht redelijk geachte tegemoetkoming in de kosten daarvan. Bij ten deze memorie van antwoord zijn producties gevoegd (genummerd 1–12, waarbij productie 1, zijnde een ‘historisch overzicht’, bestaat uit een aantal afzonderlijke producties genummerd 1–74)te wijzen vonnis zullen hebben voldaan.
1.3 Op dezelfde dag (23 mei 2016) Met een brief van 17 november 2014 heeft het MSB eveneens een memorie van antwoord ingediend, tevens houdende een ‘memorie in reconventie’. Het MSB heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzingen van de vorderingen gemachtigde van eisers zoals genoemd onder 2, 4, 5 en 6, met veroordeling van A. enaanvullende producties 66 t/of B. in de kosten van de procedure, niet zijnde de kosten van rechtsbijstand van het MSB. Daar tegenover erkent het MSB de gevorderde vergoeding onder 3 jegens B. van de waarde van de overdracht van de opdracht conform het daarover in de Ledenovereenkomst bepaalde. Tevens heeft het MSB erkend dat de huidige situatie ontbinding zoals door eiser gevorderd noodzakelijk maakt. In reconventie vordert het MSB van zijn kant ontbinding van de Ledenovereenkomst en wel per de door het Scheidsgerecht in redelijkheid vast te stellen, vroegst mogelijke datum na de uitspraak. Bij deze memories zijn eveneens producties gevoegd (genummerd 1–8, waarbij productie 1 bestaat uit een notitie van het bestuur van de vakgroep Cardiologie met afzonderlijke bijlagen, genummerd 1–16)m 76 toegezonden.
1.4 Op 21 juni 2016 hebben eisers verweer gevoerd tegen de vordering in reconventie van het MSB met een verweerschrift in reconventie en akte in het geding brengen van stukken. Eisers hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering in reconventie. Bij het verweerschrift in reconventie zijn producties gevoegd (genummerd 67–75). Tevens is op dezelfde dag separaat per e-mail een geluidsbestand ingezonden (ongenummerd).
1.5 Op dezelfde dag (21 juni 2016) heeft de stichting nadere stukken ingezonden, te weten aanvullende bijlagen bij productie 3 en een productie met nummer 13.
1.6 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 30 juni 201624 november 2014. Eisers zijn in persoon verschenen, A. en C. vergezeld door hun partners. Verder zijn aan de zijde van eisers verschenen: de heer mr. F. (van de G.), de gemachtigde van eisers en haar kantoorgenoten mrs. ▇. ▇▇▇ ▇▇▇ ▇▇▇▇▇ en ▇. ▇▇▇ ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇. Aan de zijde van eisers waren aanwezig A. in persoon verweerster zijn verschenen: de heer ▇. (en tevens namens B.bestuurder van verweerster), met zijn echtgenote mevrouw ▇. (teamleider HR en met de gemachtigde van eisers. Aan de zijde van de stichting waren aanwezig HR Business Partner bij verweerster) en de heer prof. dr. ▇. (voorzitter van de raad medische staf van bestuur) en mevrouw mr. F. (juridisch adviseurverweerster), met de gemachtigde bijstand van de stichting. Aan de zijde gemachtigden van het MSB waren aanwezig de heren dr. G. verweerster en drhun kantoorgenoot ▇▇. ▇. (voorzitter respectievelijk vicevoorzitter), met de gemachtigde van het MSB▇▇▇ der Voet. De Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht onder overlegging het woord gevoerd aan de hand van pleitnota’spleitaantekeningen.
1.7 Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers onderdeel 4 van hun vordering verminderd in deze (beperkte) zin dat zij op dit punt niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente vorderen.
Appears in 1 contract
Sources: Scheidsgerecht Gezondheidszorg
De procedure. 1.1 Eisers hebben op 7 april 2016 deze procedure dit geschil aanhangig gemaakt onder indiening met een brief van 29 april 2015. Zij hebben daarna een memorie van eiseis ingediend met dertien producties, genummerd 0-12. Daarin Eisers hebben zij het Scheidsgerecht verzocht om verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bij arbitraal vonnis:
(1. de tussen partijen geldende – in de memorie van eis benoemde – overeenkomsten te ontbinden met ingang van een datum, gelegen zes maanden na de datum van de uitspraak van het scheidsgerecht;
2. ) voor recht te verklaren dat het MSB gehouden is de aan A. toekomende vergoeding uit hoofde door verweerster met terugwerkende kracht naar 1 januari 2015 respectievelijk naar 1 januari 2014 (voor de deelnemende leden van de vakgroep chirurgie) doorgevoerde eenzijdige wijziging met hem gesloten overeenkomst volledig en zonder enige korting door te betalen betrekking tot de datum vaste maandelijkse gratificatie niet rechtsgeldig is;
(2) verweerster te veroordelen tot nakoming jegens eisers van de sub bij de arbeidsovereenkomst overeengekomen bepalingen inzake salariëring door vanaf 1 uit te spreken ontbinding januari 2015 respectievelijk 1 januari 2014 (voor de deelnemende leden van de overeenkomstvakgroep chirurgie) op maandbasis het vaste en variabele loon binnen vijf dagen na betekening van het arbitrale vonnis te betalen, onder gelijktijdige verstrekking van deugdelijke loonspecificaties;
(3. voor recht ) verweerster te verklaren dat het MSB gehouden is op de datum als krachtens het onder 1 gevorderde bepaald aan A. een vergoeding te betalen op de voet van artikel 7 veroordelen tot betaling van de Ledenovereenkomst, te betalen op verschuldigde wettelijke verhoging over het sedert 1 januari 2015 respectievelijk 1 januari 2014 (voor de in die overeenkomst voorgeschreven wijze, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf die datum tot aan de dag van algehele betaling;
4. aan B. een vergoeding toe te kennen terzake de voortijdige beëindiging deelnemende leden van de overeenkomsten, vakgroep chirurgie) achterstallige salaris dan wel verweerster in verband hiermee te veroordelen tot een bedrag betaling van € 1.050.000, althans een door het Scheidsgerecht scheidsgerecht in goede redelijke justitie te bepalen bedrag;
(4) verweerster te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de hiervoor bedoelde bedragen, te verhogen met wettelijke handelsrente rekenen vanaf 1 januari 2015 respectievelijk vanaf 1 januari 2014 (voor de datum deelnemende leden van indiening van deze memorie van eis de vakgroep chirurgie) tot aan de dag van der algehele betaling, dan wel verweerster in verband hiermee te veroordelen tot betaling van een door het scheidsgerecht in redelijke justitie te bepalen bedrag;
(5. het MSB ) verweerster te veroordelen aan B. een bedrag te betalen van € 22.455, verhoogd met wettelijke handelsrente vanaf de dag van verschuldigdheid, althans vanaf heden, en verhoogd met alle eventuele verdere onterechte inhoudingen vanaf 1 april 2016 tot de datum van ontbinding, eveneens verhoogd met rente zoals gevorderd;
6. alles met veroordeling van de stichting in de kosten van deze procedure, procedure inclusief de kosten van de raadsman van ▇. en de buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen. Bij de memorie van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1–66)rechtsbijstand.
1.2 Op 23 mei 2016 Met een brief van 15 juni 2015 heeft de stichting gemachtigde van verweerster een memorie van antwoord ingezondeningediend met een productie. Zij heeft daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaringVerweerster heeft, althans afwijzingsamengevat, van alle vorderingen zoals ingesteld door eisers jegens de stichting, met veroordeling van eisers hoofdelijk in de kosten van dit arbitraal geding, de volledige kosten van rechtsbijstand daaronder begrepen, dan wel een door het Scheidsgerecht redelijk geachte tegemoetkoming in de kosten daarvan. Bij deze memorie van antwoord zijn producties gevoegd scheidsgerecht verzocht om:
(genummerd 1–12, waarbij productie 1, zijnde een ‘historisch overzicht’, bestaat uit een aantal afzonderlijke producties genummerd 1–74).
1.3 Op dezelfde dag (23 mei 2016) heeft het MSB eveneens een memorie van antwoord ingediend, tevens houdende een ‘memorie in reconventie’. Het MSB heeft in conventie geconcludeerd tot afwijzingen zich onbevoegd te verklaren ten aanzien van de vorderingen van eiser sub 1;
(2) de vorderingen af te wijzen;
(3) eisers zoals genoemd onder 2, 4, 5 en 6, met veroordeling van A. en/of B. te veroordelen in de kosten van de procedure, niet zijnde een bijdrage in de kosten van rechtsbijstand van het MSBziekenhuis daaronder begrepen.
1.3 Met een brief van 4 september 2015 heeft de gemachtigde van ▇▇▇▇▇▇ een akte houdende uitlating wijziging rechtspersoonlijkheid en aanvulling individuele eisers ingediend. Daar tegenover erkent het MSB Daarbij was een aanvullende productie gevoegd genummerd 13.
1.4 Op 11 september 2015 heeft de gevorderde vergoeding onder 3 jegens B. mondelinge behandeling plaatsgevonden te Utrecht. Eisers D., J., M., N. en Y. zijn in persoon verschenen, eisers N. en Y. tevens in hun hoedanigheid van de waarde van de overdracht van de opdracht conform het daarover in de Ledenovereenkomst bepaalde. Tevens heeft het MSB erkend dat de huidige situatie ontbinding zoals door eiser gevorderd noodzakelijk maakt. In reconventie vordert het MSB van zijn kant ontbinding van de Ledenovereenkomst en wel per de door het Scheidsgerecht in redelijkheid vast te stellen, vroegst mogelijke datum na de uitspraak. Bij deze memories zijn eveneens producties gevoegd (genummerd 1–8, waarbij productie 1 bestaat uit een notitie lid van het bestuur van A. Eisers zijn bijgestaan door hun gemachtigde, vergezeld door zijn kantoorgenoot mevrouw mr. ▇.▇.▇. ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇. Verweerster is verschenen in de vakgroep Cardiologie met afzonderlijke bijlagenpersoon van haar bestuurder de heer Ff., genummerd 1–16)vergezeld door mevrouw ▇▇., manager HR, en bijgestaan door de gemachtigde. Door of namens partijen zijn de standpunten toegelicht. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen die ter zitting zijn overgelegd.
1.4 Op 21 juni 2016 1.5 Nadat de mondelinge behandeling enige tijd onderbroken is geweest voor overleg hebben eisers verweer gevoerd tegen de vordering partijen medegedeeld dat zij gedurende vier weken willen proberen in reconventie van onderling overleg tot afspraken te komen waarmee het MSB met geschil zou kunnen worden beëindigd.
1.6 Met een verweerschrift in reconventie en akte in het geding brengen van stukken. Eisers hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering in reconventie. Bij het verweerschrift in reconventie zijn producties gevoegd (genummerd 67–75). Tevens is op dezelfde dag separaat per e-mail een geluidsbestand ingezonden (ongenummerd).
1.5 Op dezelfde dag (21 juni 2016) heeft de stichting nadere stukken ingezonden, te weten aanvullende bijlagen bij productie 3 en een productie met nummer 13.
1.6 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden te Utrecht op 30 juni 2016. Aan de zijde van eisers waren aanwezig A. in persoon (en tevens namens B.), met zijn echtgenote en met de gemachtigde van eisers. Aan de zijde van de stichting waren aanwezig de heer prof. dr. ▇. (voorzitter van de raad van bestuur) en mevrouw mr. F. (juridisch adviseur), met de gemachtigde van de stichting. Aan de zijde van 22 oktober 2015 hebben partijen het MSB waren aanwezig de heren dr. G. en dr. ▇. (voorzitter respectievelijk vicevoorzitter), met de gemachtigde van het MSB. De partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht onder overlegging van pleitnota’s.
1.7 Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers onderdeel 4 van hun vordering verminderd in deze (beperkte) zin Scheidsgerecht bericht dat zij op dit punt niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente vorderengeen schikking hebben weten te bereiken en vragen het Scheidsgerecht dan ook gezamenlijk om uitspraak te doen. Hierna is vonnis bepaald.
Appears in 1 contract
Sources: Arbitraal Vonnis