ALGEMENE VOORWAARDEN
VERZEKERING BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID FAMILIALE
ALGEMENE VOORWAARDEN
GEMEENSCHAPPELIJKE DEFINITIES
1. Maatschappij:
FEDERALE Verzekering, onderlinge verzekeringsvereniging, ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇ ▇▇, ▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇, ▇▇▇▇▇▇,
RPR Brussel BTW BE 0403.274.332 - Verzekeringsmaatschappij toegelaten onder het nr. 124 door de Nationale Bank van België.
2. Verzekeringsnemer:
De ondertekenaar van de overeenkomst.
3. Privé-leven:
Alle feiten en daden of enig verzuim, met uitsluiting van die welke voortspruiten uit de beoefening van een beroepsactiviteit.
4. Reddingskosten:
De Maatschappij neemt ten laste, zelfs boven de verzekerde som, de reddingskosten die betrekking hebben op de gedekte schade.
De dekking wordt verleend rekening houdend met zowel de definitie als het bedrag van elke betrokken waarborg. Zijn alleen gedekt:
1. de kosten die voortvloeien uit de maatregelen die de Maatschappij heeft gevraagd om de gevolgen van de gedekte scha- degevallen te voorkomen of te beperken;
2. de kosten die voortvloeien uit de redelijke maatregelen die de verzekerde uit eigen beweging en als een goed huisvader heeft genomen overeenkomstig de regels van de zaakwaarneming, ofwel om een gedekt schadegeval te voorkomen, ofwel om de gevolgen ervan te voorkomen of te beperken, voor zover dat:
- deze maatregelen dringend zijn, dat wil zeggen dat de verzekerde verplicht is ze onmiddellijk te nemen, zonder moge- lijkheid om de Maatschappij te verwittigen en voorafgaand haar akkoord te verkrijgen, op gevaar af de belangen van de Maatschappij te schaden;
- indien het gaat om maatregelen om een gedekt schadegeval te voorkomen, er nakend gevaar is, dat wil zeggen dat er op zeer korte termijn zeker een gedekt schadegeval zou volgen indien deze maatregelen niet werden genomen.
De verzekerde verbindt er zich toe de Maatschappij onmiddellijk op de hoogte te brengen van elke reddingsmaatregel die genomen is.
Voor zover nodig wordt gepreciseerd dat de volgende kosten ten laste van de verzekerde blijven:
- de kosten die voortvloeien uit maatregelen om een gedekt schadegeval te voorkomen bij ontstentenis van nakend gevaar of wanneer het nakend gevaar afgewend is;
- de kosten die voortvloeien uit de laattijdigheid van de verzekerde, uit zijn nalatigheid om preventiemaatregelen te nemen die vroeger al hadden moeten zijn genomen;
- de kosten die voortvloeien uit (preventieve) maatregelen die resulteren uit artikel 3.102 van het Burgerlijk Wetboek.
5. Aangetekende zending:
Verzending die bewijzen levert met betrekking tot de verzending en ontvangst van de gegevens, het tijdstip van verzending en ontvangst, evenals de identiteit van de ontvanger (of zijn gevolmachtigde), bijvoorbeeld een aangetekende zending per post of een verzending via een elektronische aangetekende dienst.
AFDELING I
VERZEKERING VAN DE BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID
Artikel 1 Definities eigen aan afdeling I
Voor de toepassing van deze waarborg wordt onder volgende begrippen verstaan:
A. Verzekerde
a) de Verzekeringsnemer voor zover hij zijn hoofdverblijf in België heeft;
b) zijn met hem samenwonende echtgenoot;
c) alle personen die bij de Verzekeringsnemer inwonen. Toch blijft de hoedanigheid van verzekerde behouden:
- voor leerlingen en studenten die met het oog op hun studie buiten het hoofdverblijf van de Verzekeringsnemer verblijven;
- voor de dienstplichtigen en de gewetensbezwaarden voor zover respectievelijk de militaire overheid dan wel de dienst of de instelling waaraan ze toegewezen zijn geen verantwoordelijkheid voor hun daden draagt;
- voor alle personen gedefinieerd onder a), b) en c) hierboven, wanneer zij tijdelijk niet inwonen bij de Verzekeringsnemer;
d) de leden van het huispersoneel evenals de gezinshelp(st)er(s) wanneer zij handelen in privé-dienst van een verzekerde;
e) personen die buiten elke beroepsactiviteit kosteloos of bezoldigd de bewaking op zich nemen,
- van de met de Verzekeringsnemer samenwonende kinderen,
- van een in de dekking begrepen dier, dat toebehoort aan de onder a), b) en c) hierboven bepaalde verzekerden, wan- neer zij ingevolge deze bewaking aansprakelijk gesteld worden;
f) de minderjarige kinderen van derden wanneer zij zich onder het toezicht bevinden van een verzekerde;
g) de personen die in het kader van een studentenuitwisselingsprogramma in het huis van de Verzekeringsnemer verblijven.
h) de minderjarige kinderen van de Verzekeringsnemer, of van de persoon waarmee hij samenwoont, die niet in het huis van de Verzekeringsnemer wonen wanneer ze onder hun economische afhankelijkheid vallen;
i) De personen in a), b) en c), die het huis definitief hebben verlaten behouden hun hoedanigheid van verzekerde gedurende 6 maanden na hun verhuizing.
B. Derden
Als derden worden beschouwd alle personen andere dan de in artikel 1, A, a), b) en c) bedoelde personen en alle personen bedoeld onder punt A. i die gedekt zijn door een persoonlijke burgerlijke aansprakelijkheid privélevenverzekering.
Artikel 2 Voorwerp van de waarborg
Dekking wordt verleend tegen:
a) de burgerlijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst die krachtens de artikelen 6.5 tot 6.17 van het Burgerlijk Wetboek of een soortgelijke buitenlandse wetgeving op de verzekerden kan rusten
b) de vergoeding van schade waartoe de verzekerden krachtens artikel 3.101 van het Burgerlijk Wetboek binnen de perken zoals bepaald in artikel 3, E, b) van deze overeenkomst gehouden kunnen zijn
wegens schade die uit hoofde van het privé-leven aan derden wordt berokkend.
Artikel 3 Reikwijdte van de dekking
Onverminderd de overige bepalingen van de overeenkomst zijn onder meer gedekt:
A. Verplaatsingen
De waarborg strekt zich uit tot een verzekerde tijdens alle verplaatsingen, uitgevoerd als voetganger, fietser, gebruiker van enig ander al dan niet gemotoriseerd voortbewegingstoestel, passagier van enig voertuig, met uitsluiting van de gevallen van aansprakelijkheid bedoeld in de Belgische of buitenlandse wetgeving op de verplichte verzekering van motorrijtuigen.
B. Sport en vrijetijdsbesteding
1. wanneer deze niet beroepsmatig sport beoefent;
2. tijdens knutselen en tuinieren met het nodige materieel;
3. als eigenaar, gebruiker of houder van wapens, het beoefenen van de jacht, in welke vorm ook, daarvan evenwel uitgeslo- ten;
4. als eigenaar, gebruiker of houder van een vaartuig of zeilboot, voor zover het gewicht ervan beperkt blijft tot 300 kg en zij niet zijn uitgerust met een motor waarvan het vermogen 10 PK-DIN (7,36 KW) overschrijdt.
5. Voor schade veroorzaakt tijdens activiteiten met betrekking tot het exclusief sportief of recreatief (niet professioneel) ge- bruik van bestuurde luchtvaartuigen(drones of bestuurde modelluchtvaartuigen) behorend tot de “open” categorie volgens het koninklijk besluit van 8 november 2020 ter uitvoering van uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen voor zover dat:
- de maximale startmassa van het bestuurde luchtvaartuig minder dan 4kg bedraagt;
- de afstandspiloot ervoor zorgt dat een veilige afstand tussen het luchtvaartuig en personen wordt gehandhaafd;
- de afstandspiloot te allen tijde direct zicht op het luchtvaartuig behoudt;
- de afstandspiloot de lokale wetgeving inzake toegestane vliegzones respecteert en in elk geval de vlucht niet binnen een straal van 3 km rond luchthavens of civiel of militaire luchtvaartterrein uitvoert, noch boven industriële complexen, gevangenissen, LNG-terminals, kerncentrales of een groot aantal mensen;
- tijdens de vlucht wordt het luchtvaartuig op minder dan 120 meter van het dichtstbijzijnde punt op aarde gehouden;
- tijdens de vlucht vervoert het luchtvaartuig geen gevaarlijke goederen en laat het geen materie.
De morele schade als gevolg van het gebruik van een bestuurd luchtvaartuig zal uitsluitend gedekt zijn als deze het rechtstreeks gevolg is van een materiële en/of lichamelijke schade die gedekt is in het kader van de waarborg bepaald onder dit punt B.5.
Een schadegeval optreedt terwijl de verzekerde niet voldoet aan bovenstaande voorwaarden en de Maatschappij is verplicht de benadeelde persoon te vergoeden? In dat geval behoudt de Maatschappij zich het recht voor om verhaal uit te oefenen - met betrekking tot de hoofdsommen, gerechtskosten en rente waarvoor zij aansprakelijk is - tegen deze verzekerde. Als de verzekerde minderjarig was op het moment van de feiten, zal het verhaal plaatsvinden overeenkom- stig artikel 4, b), alinea 2, van deze voorwaarden.
Ook strekt de dekking zich uit tot de verzekerde kinderen voor de door hen toevallig ten voordele van derden, tijdens de schoolvakantie of in de vrije tijd, bedreven activiteiten, met uitsluiting van elke prestatie ten behoeve van enige vennootschap, handelszaak of onderneming.
C. Reizen
1. De waarborg dekt de risico’s van kamperen en caravaning.
2. De verzekering strekt zich uit tot de aansprakelijkheid naar gemeen recht welke de verzekerden oplopen uit hoofde van schade die zich voordoet tijdens een tijdelijk of toevallig verblijf van de verzekerde in een hotel of soortgelijke instelling, voor privé- dan wel beroepsdoeleinden.
D. Dieren
De dekking wordt toegekend aan een verzekerde als eigenaar of bewaker van huisdieren, voor andere dan beroepsdoeleinden.
Wordt enkel via een bijzondere overeenkomst gedekt, de schade toegebracht door rijpaarden, waarvan een verzekerde eige- naar is, zodra hij er, alleen of samen met andere verzekerden, meer dan twee bezit.
Door wild aangerichte schade blijft te allen tijde uitgesloten.
E. Gebouwen
a) De dekking strekt zich uit tot de verzekerden wanneer zij handelen als eigenaars, huurders of bewoners van het gebouw of het gedeelte van het gebouw dat hun dient als voornaamste of bijkomende verblijfplaats of dat zij tijdens een vakantie- verblijf bewonen.
Verder wordt de waarborg uitgebreid tot:
1. elk gebouw dat dient als voornaamste of bijkomende verblijfplaats van de Verzekeringsnemer en bovendien ten hoog- ste bestaat uit twee appartementen, die door een verzekerde verhuurd mogen worden;
2. door de verzekerden voor persoonlijke doeleinden gebruikte garages en tot die welke zij verhuren; het aantal ver- huurde garages is echter beperkt tot twee;
3. de inhoud van de gedekte gebouwen, het gebrek aan onderhoud van de bijbehorende voetpaden en tot antennes die bij de gebouwen behoren;
4. de liften of elk ander gemotoriseerd hijstoestel, voor zover zij niet voor beroepsdoeleinden worden aangewend en zij:
- het voorwerp uitmaken van een onderhoudscontract;
- met de ter zake geldende voorschriften overeenstemmen;
- onderworpen zijn aan de periodieke controle van een instelling die overeenkomstig de voorschriften van de ter zake geldende reglementering erkend is;
5. de tuinen en terreinen, aangrenzend of niet, aan de door deze overeenkomst gedekte gebouwen, mits hun oppervlakte ervan 5 hectare niet overschrijdt;
6. het gebouw of gedeelte van het gebouw dat door de verzekerde leerlingen of studenten binnen het raam van hun studie bewoond wordt en tot de inhoud daarvan;
7. elk al dan niet bebouwd onroerend goed dat hierboven niet is opgesomd, mits betaling van een aanvullende premie.
b) Bovendien dekt de verzekering de aansprakelijkheid die de verzekerden ten laste zou worden gelegd voor schade uit hoofde van de gedekte onroerende goederen op grond van artikel 3.101 van het Burgerlijk Wetboek of van een daarmee overeenstemmende buitenlandse bepaling inzake burenhinder, als gevolg van schade aan derden, voor zover deze het gevolg is van een accidenteel feit, d.w.z. van een voor de verzekerden onvoorzienbare, onvrijwillig ontstane, toevallige, plotseling intredende abnormale gebeurtenis.
c) Is ook gedekt, de schade veroorzaakt door het gebouw dat bestemd is de hoofdverblijfplaats te worden van een verze- kerde of dat als hoofdverblijfplaats dient tijdens de bouw-, verbouwings- of herstellingswerken, voor zover die werken uitsluitend uitgevoerd worden door een verzekerde, met uitzondering van elke schade die bestaat in of het gevolg is van de aantasting van de stabiliteit van het gebouw of van de aangrenzende gebouwen.
F. Rijtuigen onderworpen aan een verplichte verzekering
De Maatschappij dekt tevens de burgerlijke aansprakelijkheid van een verzekerde die niet de wettelijke leeftijd heeft bereikt voor het besturen van een voertuig en die zich meester heeft gemaakt van een motorrijtuig of een voertuig op rails dat on- derworpen is aan een verplicht gestelde verzekering, dit buiten medeweten van de ouders, de personen die hem onder hun toezicht hebben, en van de houder van het voertuig.
Deze dekking geldt eveneens voor schade aan het bedoelde voertuig voor zover geen andere verzekerde daarvan de eige- naar, de houder of de gewone bestuurder is.
Artikel 4 Uitsluitingen
De waarborg dekt niet:
a) de schade voortspruitende uit de burgerlijke aansprakelijkheid die onderworpen is aan een wettelijk verplicht gestelde verze- kering (onder meer deze bedoeld bij de wetgeving op de verplichte verzekering van motorrijtuigen, behoudens de gevallen bedoeld bij artikel 3, F en 3,B., al. 1er, 5.).
b) de schade die opzettelijk veroorzaakt is door een verzekerde die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, en de schade veroorzaakt door terroristische daden, ongeacht de leeftijd van de verzekerde.
De aansprakelijkheid van de verzekerde die burgerlijk aansprakelijk is voor de dader van die schade is daarentegen wel ge- dekt. In dat geval heeft de Maatschappij een verhaalsrecht tegen de verzekerde, dader van de schade, in overeenstemming met artikel 7 van het Koninklijk besluit van 12 januari 1984. Dat verhaalsrecht heeft betrekking op de netto-uitgaven van de Maatschappij zijnde de door de Maatschappij uitbetaalde schadevergoeding in hoofdsom, even- als de gerechtskosten en in- teresten, en het geheel verminderd met de bedragen die de Maatschappij heeft kunnen recupereren. Indien de netto-uitgaven niet hoger zijn dan 11.000 EUR wordt het verhaal integraal uitgeoefend. Indien de netto-uitgaven hoger zijn dan 11.000 EUR, wordt dit laatste bedrag verhoogd met de helft van het gedeelte dat het bedrag van 11.000 EUR overschrijdt. Het verhaal be- draagt maximum 31.000 EUR.
c) de schade veroorzaakt door een zware fout van een verzekerde die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, dat wil zeggen schade veroorzaakt door:
1. onder invloed van verdovende middelen of in staat van dronkenschap;
2. door deelname aan een handgemeen, behalve in geval van wettige verdediging;
3. door zelfmoord of poging tot zelfmoord.
d) de stoffelijke schade aangericht door grondverschuivingen.
e) de schade veroorzaakt door het gebruik van luchtvaarttuigen die eigendom zijn van een verzekerde of gehuurd of gebruikt worden door hem, onverminderd de bepalingen van artikel 3, B.5.
f) de schade in enig verband met de wijziging van de atoomstructuur van de materie, het opwekken van ioniserende stralingen en met verschijnselen van radioactiviteit.
g) de stoffelijke schade berokkend aan roerende en onroerende goederen, met inbegrip van dieren, die een verzekerde onder zijn bewaking heeft, onverminderd de bepalingen van artikel 3, C, 2.
h) de schade aangericht door de gebouwen ter gelegenheid van bouwen, ver- of herbouwen ervan, onverminderd de bepalingen van artikel 3, E, c).
i) de materiële schade veroorzaakt door vuur, brand, rook of explosie die ontstaat in of wordt overgedragen door het gebouw waarvan de verzekerde eigenaar, huurder of bewoner is, onverminderd de bepalingen van artikel 3, C, 2.
j) onverminderd de dekking van de reddingskosten, de kosten die een verzekerde heeft gemaakt krachtens artikel 3.102 van het Burgerlijk Wetboek voor de uitvoering van preventieve maatregelen waarvoor hij moet instaan.
Artikel 5 Regeling van schadegevallen van Burgerlijke Aansprakelijkheid
De Verzekeringsnemer moet binnen 48 uur na ontvangst - voor zover deze termijn niet langer is dan de termijn bepaald om te verschijnen voor het gerecht - alle gerechtelijke en buitengerechtelijke akten die betrekking kunnen hebben op een feit dat tot de waarborg van de overeenkomst kan leiden - overmaken aan de Maatschappij.
De Maatschappij kiest advocaten en deskundigen en behoudt zich de leiding voor van elke onderhandeling met derden en van de burgerlijke procedure evenals de mogelijkheid de strafrechtelijke procedure te volgen.
De Verzekeringsnemer moet zich van elke erkenning van verantwoordelijkheid, van elk vergelijk, van elke schadebepaling en van elke vergoedingsbetaling of -belofte onthouden.
AFDELING II RECHTSBIJSTAND
Artikel 6 Definities eigen aan afdeling II
Voor de toepassing van deze waarborg wordt onder volgende begrippen verstaan:
Accidenteel:
Alles wat plotseling en onvoorspelbaar is.
Verzekerde:
De personen bedoeld in artikel 1, A, a), b), c), h) en i) van afdeling I van de overeenkomst.
Lichamelijke schade:
De geldelijke of morele gevolgen van elke aantasting van de fysieke integriteit van een persoon.
Materiële schade:
Elke beschadiging, vernieling of verlies van een tastbaar goed ofwel elke fysieke aantasting van een dier. Is alleen gedekt, de schade aan zaken of dieren veroorzaakt door een schadegeval dat onder afdeling I van de overeenkomst gedekt zou zijn geweest indien de verzekerde daarvoor aansprakelijk was geweest.
Schadegeval:
Elk feit dat schade heeft veroorzaakt die kan leiden tot de toepassing van de dekking krachtens de overeenkomst. Alle schade die te wijten is aan eenzelfde schadeveroorzakend feit, vormt één en hetzelfde schadegeval ongeacht het aantal betrokken gekwetste verzekerden.
Derde:
Elke persoon die niet de hoedanigheid van verzekerde heeft in de zin van deze waarborg.
Artikel 7 Voorwerp van de waarborg
A. Basisdekkingen
1. De strafrechtelijke verdediging
De Maatschappij waarborgt de strafrechtelijke verdediging van de verzekerde die vervolgd wordt voor een misdrijf dat werd begaan bij een schadegeval dat daadwerkelijk gedekt is door de toepassing van Afdeling I van de overeenkomst.
De dekking is dus niet gewaarborgd indien de verzekerde vervolgd wordt voor een opzettelijk misdrijf. Indien de verzekerde echter door een definitieve gerechtelijke beslissing vrijgesproken wordt of indien het niet als een opzettelijk misdrijf benoemd wordt, zullen de door deze overeenkomst gewaarborgde kosten later terugbetaald worden. Deze uitbreiding wordt echter niet toegepast op misdaden en gecorrectionaliseerde misdaden.
2. De burgerlijke rechtsvordering
De dekking wordt aan de verzekerde toegekend, die het slachtoffer is van materiële of lichamelijke schade in het kader van zijn privé-leven of op de weg van het werk.
Uitgesloten van dekking zijn de vorderingen om vergoeding te verkrijgen voor een schade geleden door verzekerde en veroor- zaakt door de daad van een derde waarmee de verzekerde een contract heeft, tenzij de schade geen betrekking heeft op het voorwerp van het contract. Deze uitsluiting geldt ongeacht de rechtsgrond waarop de vordering wordt ingesteld.
In deze omstandigheden dekt de Maatschappij de vordering:
- op basis van art. 6.5 tot 6.17 van het Burgerlijk Wetboek of op basis van analoge bepalingen van het buitenlandse recht ;
- op basis van art. 29 bis van de Wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen;
- op basis van de Wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing alsook de verplichte verzekering van de burgerlijke aansprakelijkheid in dezelfde omstandigheden;
- tegen de Commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke geweldmisdrijven;
- in verband met een accidenteel burengeschil, ongeacht de rechtsgrond;
uitgeoefend tegen een aansprakelijke derde, zijn verzekeraar of het Belgische Gemeenschappelijke Waarborgfonds om van deze laatste minnelijk of gerechtelijk herstel voor de door de verzekerde geleden schade.
B. Aanvullende dekkingen
1. De insolvabiliteit van derden
Voor zover geen enkele privé- of openbare instelling ervan schuldenaar verklaard kan worden, waarborgt de Maatschappij de uitbetaling van de schadevergoeding die aan een verzekerde door een rechtbank wordt toegekend tegen een geïdentificeerde als insolvent erkende derde, als gevolg van een vordering waarvan de kosten in de basiswaarborg van deze afdeling gedekt zijn.
2. De vrijwillige bijstand door derden
De schade die door derden wordt geleden naar aanleiding van hun weldoordachte daden met als doel de verzekerden of hun goederen op vrijwillige basis te redden, is eveneens gedekt.
3. Opsporingskosten verdwenen kinderen
De Maatschappij vergoedt opsporingskosten als een minderjarige verzekerd kind verdwijnt en voor zover :
- dat binnen 72 uren na de verdwijning een klacht is ingediend bij de politie;
- dat er geen andere verzekerden of familieleden bij de verdwijning betrokken zijn.
Deze kosten omvatten :
- De kosten en erelonen van een advocaat gekozen door de partijen voor het gerechtelijk onderzoek;
- De kosten en erelonen van een arts of therapeut voor de medische en psychologische ondersteuning van verzekerden en voor het verdwenen verzekerde kind wanneer het teruggevonden wordt;
- Alle andere kosten in het kader van de opsporing (kennisgevingen van onderzoek, telefoonoproepen,…) betaald door de ouders.
Deze waarborg wordt verleend na uitputting van de tussenkomst(en) van het ziekenfonds, en/of van elke privé- of openbare instelling.
Artikel 8 Gedekte kosten
In het kader van een gedekt schadegeval worden ten laste genomen:
- de kosten en erelonen van advocaten, deskundigen en gerechtsdeurwaarders;
- de onderzoeks- en expertisekosten;
- de kosten van de gerechtelijke en buitengerechtelijke procedure ten laste van de verzekerde;
- de gerechtskosten van de tegenpartij indien de verzekerde gerechtelijk verplicht is ze terug te betalen;
- de kosten gemaakt door de verzekerde die, op vraag van de Maatschappij, voor de bevoegde autoriteit of rechtbank de ab- normaal hoge kosten en erelonen zou betwisten;
- de verplaatsings- en verblijfskosten die redelijkerwijs door de verzekerde gemaakt worden wanneer zijn persoonlijke verschij- ning voor een Belgische of buitenlandse rechtbank wettelijk vereist wordt of door een gerechtelijke beslissing bevolen wordt.
Worden daarentegen niet ten laste genomen:
- de hierboven vermelde kosten wanneer de hoofdsom van de langs gerechtelijke weg ingediende vordering kleiner is dan het bedrag van het eigen risico dat, in artikel 13, voor Afdeling I voorzien is;
- de kosten en erelonen die aan een procedure in Cassatie of voor een internationale rechtbank verbonden zijn indien de hoofd- som van het geschil kleiner is dan 2.500 EUR;
- de kosten die voortvloeien uit een tergend en roekeloos geding;
- de kosten en erelonen van een procedure die voor het Grondwettelijk Hof of de Raad van State aanhangig gemaakt wordt;
- de boetes, administratieve sancties, bekeuringen, opdeciemen en transacties met het Openbaar Ministerie alsook de kosten van het strafgeding.
Artikel 9 Uitsluitingen eigen aan afdeling II
Worden van de dekking uitgesloten:
1. de schade aan een motorvoertuig dat onderworpen is aan de verplichte verzekering.
2. de schade die verbonden is aan het voorkomen van een ramp:
- de schade als gevolg van oorlog, burgeroorlog of feiten van dezelfde aard;
- de schade als gevolg van natuurrampen (beroep tegen de overheid voor afwezigheid van veiligheidsmaatregelen, voorlopige maatregelen,…);
- de schade als gevolg van milieuaantastingen (bodem, lucht en water);
- de schade op in enig verband met de wijziging van de atoomstructuur van de materie, het opwekken van ioniserende stra- lin- gen en met verschijnselen van radioactiviteit;
- de schade als gevolg van stakingen, oproer, collectieve gewelddaden of terroristische daden.
3. de schade die leidt tot de aansprakelijkheid van het medische korps (geneesheer of toepasser van alle vormen van alterna- tieve geneeskunde, verzorgingsinstelling of beoefenaar van een paramedisch beroep).
4. de schade geleden door de verzekerde tijdens zijn deelname aan een handgemeen of als gevolg van gewelddaden op perso- nen behalve indien de verzekerde aantoont dat hij er noch veroorzaker noch aanstoker van was.
5. de schade geleden door de verzekerde in de hoedanigheid van bestuurder, eigenaar of houder van een motorrijtuig dat aan de verplichte verzekering onderworpen is.
6. de kosten die een verzekerde krachtens artikel 3.102 van het Burgerlijk Wetboek heeft gemaakt om een vordering tot het nemen van preventieve maatregelen tegen een derde in te stellen.
7. procedures met betrekking tot administratieve sancties.
8. de schade die gedekt is op basis van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.
9. De vorderingen ingesteld op grond van artikel 6.40 van het Burgerlijk Wetboek tegen een derde om een verbod of een bevel aan een derde te doen opleggen.
Artikel 10 Dekkingsperiode
De dekkingen die in deze afdeling voorzien zijn, worden toegepast op de schade die zich voordeed tijdens de dekkingsperiode van de overeenkomst voor zover het schadeverwekkende feit, indien het vroeger plaatsvond, niet door de verzekerde gekend was of waarvan de verzekerde redelijkerwijs geen kennis van moest hebben op het ogenblik van de onderschrijving van de over- eenkomst.
Artikel 11 Regeling van de schadegevallen Rechtsbijstand - Objectiviteitsclausule
1. Aangifte van schadegevallen Rechtsbijstand
Ieder schadegeval moet onmiddellijk en ten laatste binnen 8 werkdagen na het voorval aan de Maatschappij gemeld worden.
2. Beheer van schadegevallen Rechtsbijstand
FEDELEX is belast met het beheer van de schadegevallen Rechtsbijstand, en neemt de leiding op zich van alle besprekingen, onderhandelingen en minnelijke schikkingen. FEDELEX is een dienst die deel uitmaakt van FEDERALE Verzekering en handelt volgens de principes van het gescheiden beheer, overeenkomstig de reglementering betreffende de verzekering Rechts- bij- stand. Geen enkel voorstel of schikking mag aanvaard worden zonder de voorafgaande toestemming van de verzekerden.
De volledige gegevens van de dienst schadebeheer FEDELEX zijn de volgende:
FEDELEX, interne dienst van FEDERALE Verzekering, ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇ ▇▇, ▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇, ▇▇▇▇▇▇, RPR Brussel BTW BE 0403.274.332.
02/432.09.40
3. Vrije keuze van advocaat
De verzekerde heeft het recht om vrij een advocaat te kiezen om zijn belangen te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen:
a) wanneer overgegaan moet worden tot een gerechtelijke, administratieve procedure of arbitrageprocedure. In het geval van arbitrage, bemiddeling of een andere erkende buitengerechtelijke vorm van geschillenbeslechting, heeft de verzekerde het recht om vrij een persoon te kiezen die de vereiste kwalificaties heeft en die daartoe is aangewezen;
b) telkens wanneer zich een belangenconflict voordoet met de Maatschappij, zonder afbreuk te doen aan de procedure be- paald in punt 4 hierna ingeval van onenigheid betreffende de regeling van een schadegeval.
In het kader van deze waarborg wordt ieder ander persoon die de nodige kwalificaties heeft om de belangen van de verze- kerde te verdedigen, in de mate waarin de wet betreffende de procedure dit toestaat, gelijkgesteld met een advocaat. De verzekerde verbindt zich ertoe de Maatschappij in te lichten betreffende de identiteit van zijn advocaat, alvorens contact met deze laatste op te nemen, behalve in geval van gerechtvaardigde hoogdringendheid en te antwoorden op iedere vraag naar informatie betreffende de evolutie van de zaak.
In geval van belangenconflicten, zal de Maatschappij de verzekerde inlichten over de rechten die het desbetreffend artikel hem
toekent.
4. Objectiviteitsclausule
Wanneer er een meningsverschil is met FEDELEX betreffende de te volgen gedragslijn voor de regeling van het schade- geval, kan de verzekerde een advocaat van zijn keuze raadplegen, na betekening door ▇▇▇▇▇▇▇ van haar standpunt of van haar weigering om de stelling van de verzekerde te volgen en zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid om een gerechtelijke procedure te beginnen.
Indien de advocaat het standpunt van FEDELEX bevestigt, wordt aan de verzekerde de helft van de kosten en de erelonen van die raadplegingen terugbetaald.
Indien de verzekerde, tegen het advies van die advocaat, op zijn kosten een procedure begint en een beter resultaat be- reikt dan hetgeen hij bereikt zou hebben wanneer hij het standpunt van FEDELEX aanvaard had, dan is de Maatschappij verplicht haar dekking te verlenen en de kosten en erelonen van de raadpleging die ten laste van de verzekerde gebleven zouden zijn, terug te betalen.
Indien de geraadpleegde advocaat de stelling van de verzekerde bevestigt, is de Maatschappij, ongeacht de afloop van de
procedure, verplicht haar dekking te verlenen, met inbegrip van de kosten en erelonen van de raadpleging.
Artikel 12 Overlijden van de verzekerde
Als een verzekerde overlijdt, terwijl een schadegeval waarbij hij betrokken was, eerder aangegeven werd bij de Maatschappij, dan zijn de waarborgen die voortvloeien uit dit schadegeval, verworven ten gunste van zijn rechthebbenden.
AFDELING III
GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR AFDELINGEN I EN II
Artikel 13 Verzekerde bedragen
a) De bedragen van de waarborg in burgerlijke aansprakelijkheid, voorzien in Afdeling I van de overeenkomst, zijn beperkt, per schadeverwekkend feit, tot 26.442.133 EUR voor de schade die voortvloeit uit de lichamelijke letsels en tot 3.869.580 EUR voor de materiële schade.
b) Het bedrag van de basiswaarborgen van de rechtsbijstand, voorzien in Afdeling II van de overeenkomst, is beperkt tot 25.000 EUR per schadegeval.
c) Het bedrag van de aanvullende dekkingen van de rechtsbijstand, voorzien in Afdeling II van de overeenkomst, is beperkt tot
6.250 EUR per schadegeval behalve voor de insolventiewaarborg ten behoeve van derden, waarvoor het bedrag beperkt is tot 10.000 EUR.
In Afdeling I wordt per schadeverwekkend feit een eigen risico van 263,84 EUR toegepast voor de materiële schade. Dit eigen risico is noch afkoopbaar, noch verzekerbaar.
De verzekerde bedragen in Afdeling I en het eigen risico in Afdeling I zijn gekoppeld aan de evolutie van de index van de con- sumptieprijzen, waarbij de basisindex die van december 2019 is, namelijk 254,67 (op basis 100 in 1981).
De toegepaste index bij een schadeverwekkend feit is die van de maand voorafgaand aan het optreden van het schadeverwek- kend feit.
De Maatschappij betaalt de reddingskosten, de intresten op de in hoofdsom verschuldigde schadevergoeding, de kosten betref- fende burgerlijke rechtsvorderingen, alsook de honoraria en de kosten van de advocaten en deskundigen.
Boven het verzekerde totaalbedrag worden deze intresten en kosten beperkt tot:
1. 703.670,47 EUR wanneer het verzekerde totaalbedrag lager is dan of gelijk is aan 3.518.352,30 EUR;
2. 703.670,47 EUR plus 20 % van het deel van het verzekerde totaalbedrag wanneer dit tussen 3.518.352,30 EUR en 17.591.761 EUR ligt;
3. 3.518.352,30 EUR plus 10 % van het deel van het verzekerde totaalbedrag boven 17.591.761 EUR, met een maximumbedrag van 14.073.409 EUR aan reddingskosten, intresten en kosten.
Het bedrag van deze kosten is geïndexeerd overeenkomstig het indexcijfer van de consumptieprijzen, met als basis het indexcijfer van december 2019, namelijk 188,26 (op basis 100 in 1988).
Artikel 14 Territoriale draagwijdte
Voor zover de Verzekeringsnemer zijn gewone verblijfplaats heeft in België, geldt de waarborg overal ter wereld (met uitzondering van de waarborg met betrekking tot het gebruik van een recreatieve bestuurde luchtvaartuigen zoals beschreven in artikel 3, B.5 die beperkt is tot Europa).
Artikel 15 Aangifte van schadegevallen
Wanneer zich een gebeurtenis voordoet die aanleiding kan geven tot de waarborg van de overeenkomst, moet dit onmiddellijk gemeld worden aan de Maatschappij en uiterlijk binnen de acht werkdagen na de gebeurtenis.
De Verzekeringsnemer moet zonder verwijl aan de Maatschappij alle nuttige inlichtingen verstrekken en antwoorden op de vragen die hem gesteld worden.
Indien de Verzekeringsnemer deze verplichtingen niet nakomt, dan heeft de Maatschappij niet alleen het recht een vermindering van haar prestatie te verlangen tot beloop van de schade die zij geleden heeft, maar, in geval van bedrieglijk opzet, kan zij zelfs haar dekking weigeren.
Artikel 16 Premies
a) Aanvang van de waarborg - Betaling van de eerste premie.
De overeenkomst is rechtsgeldig op grond van het akkoord tussen de partijen. De waarborg vangt aan op de in de bijzondere voorwaarden bepaalde datum en ten vroegste na betaling van de eerste premie, tenzij anders is overeengekomen.
De premies zijn jaarlijks en vooruit betaalbaar.
b) Niet-betaling van de premie.
In geval van niet-betaling van de premie, sturen wij u eerst een herinnering zonder kosten. Indien de premie na deze herin- nering nog steeds niet is betaald, sturen wij u een ingebrekestelling per aangetekende zending en bent u ons extra adminis- tratiekosten verschuldigd, vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 20,00.
Omgekeerd, indien wij u niet tijdig een vaststaande, opeisbare en onbetwistbare geldsom betalen, en op voorwaarde dat u ons een ingebrekestelling per aangetekende zending heeft gestuurd, zullen wij u extra administratiekosten verschuldigd zijn, vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 20,00.
De Maatschappij kan ook de dekking opschorten of de overeenkomst opzeggen mits de Verzekeringsnemer in gebreke is gesteld, hetzij door een deurwaardersexploot, hetzij per aangetekende zending
De schorsing van de dekking of de opzegging gaan in na het verstrijken van een termijn van 15 dagen, te rekenen vanaf de dag volgend op de betekening of de afgifte van de aangetekende zending.
De betaling van de achterstallige premies maakt een einde aan de schorsing. Onder betaling verstaat men de ontvangst door de Maatschappij van de verschuldigde bedragen.
c) Wijziging van het tarief en van de verzekeringsvoorwaarden.
De Maatschappij heeft het recht haar tarief en/of verzekeringsvoorwaarden van de huidige overeenkomst te wijzigen vanaf de volgende jaarlijkse vervaldag. De Verzekeringsnemer heeft sowieso en dus ook na kennisname van deze wijzigingen, het recht de overeenkomst op te zeggen overeenkomstig artikel 18 van deze overeenkomst
d) Indexeringsclausule.
De commerciële premie bepaald voor het gedeelte van de overeenkomst dat overeenkomt met de minimale dekkingsvoorwaar- den opgelegd bij het K.B. van 12 januari 1984, wordt aangepast op de jaarlijkse premievervaldatum in functie van de evolutie van de consumptieprijsindex. De basisindex is die van november 2023, namelijk 222,53 ( op basis 100 in 1988).
Artikel 17 Duur van de overeenkomst
De duur van de overeenkomst bedraagt 1 jaar.
Behalve wanneer de verzekeringsnemer zich er minstens twee maanden vóór de vervaldag van de overeenkomst tegen verzet, of wanneer de verzekeraar er zich tenminste drie maanden voor de vervaldag van de overeenkomst tegen verzet, of in de gevallen opgesomd in artikel 18- wordt ze stilzwijgend verlengd voor opeenvolgende periodes van één jaar.
Artikel 18 Opzegging
Opzeggingswijze
De overeenkomst kan opgezegd worden bij deurwaardersexploot, per aangetekende zending of door afgifte van de opzeggings- brief tegen ontvangstbewijs. Behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 16 b), c) en 17, heeft de opzegging uitwerking na het verstrijken van een termijn van één maand, te rekenen vanaf de dag volgend op de betekening of de datum van het ontvangstbe- wijs of in het geval van een aangetekende zending te rekenen van de dag die volgt op de afgifte ter post.
Opzegging voor de vervaldag
De Maatschappij en de Verzekeringsnemer kunnen de overeenkomst opzeggen voor de vervaldag overeenkomstig artikel 17
Opzegging door de Verzekeringsnemer na het verstrijken van een termijn van één jaar
De Verzekeringsnemer kan, na het verstrijken van een termijn van één jaar na de aanvang van de verzekeringsovereenkomst, de overeenkomst opzeggen zonder kosten of boeten.
De opzegging heeft uitwerking na het verstrijken van een termijn van twee maanden vanaf de dag na de betekening of vanaf de dag na de datum van het ontvangstbewijs, of, bij een aangetekende zending, vanaf de dag na de indiening ervan.
Opzegging na aangifte van schadegeval
Zonder af te wijken van de overige bepalingen voorzien in de overeenkomst kunnen de Maatschappij en de Verzekeringsnemer de overeenkomst eveneens opzeggen na iedere aangifte van schadegeval, maar uiterlijk één maand na de uitbetaling of de wei- gering van uitbetaling van vergoeding.
De opzegging wordt van kracht ten vroegste drie maanden te rekenen van de dag volgend op de betekening, de dag volgend op de datum van het ontvangstbewijs of, ingeval van een aangetekende zending, te rekenen van de dag die volgt op zijn afgifte.
Evenwel kan zij van kracht worden één maand te rekenen van de dag volgend op de betekening, de dag volgend op de datum van het ontvangstbewijs of, ingeval van een aangetekende zending, te rekenen van de dag die volgt op zijn afgifte, indien de Ver- zekeringsnemer één van zijn verplichtingen, ontstaan door het schadegeval, niet is nagekomen met de bedoeling de verzekeraar te misleiden. Deze opzegging is onderhevig aan de voorwaarden voorzien door artikel 86 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.
Opzegging na overlijden van de Verzekeringsnemer
In geval van overgang van het verzekerde belang ten gevolge van het overlijden van de Verzekeringsnemer, hebben de Maat- schappij en de erfgenamen het recht de overeenkomst op te zeggen. De erfgenamen kunnen de overeenkomst opzeggen binnen drie maanden en veertig dagen na het overlijden.
De overeenkomst wordt van rechtswege ontbonden indien de Verzekeringsnemer zijn hoofdverblijfplaats buiten België vestigt.
Artikel 19 Belastingen
De premie mag enkel worden verhoogd met de jaarlijkse belasting op de verzekeringsovereenkomsten, met de overeenkomst- en aanhangselkosten, de aan de Verzekeringsnemer opgelegde belastingen.
Artikel 20 Indeplaatsstelling
Door het bestaan van de overeenkomst treedt de Maatschappij:
- tot beloop van de door haar betaalde vergoeding, in de rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde tegen elke persoon die voor het ongeval aansprakelijk is;
- in de rechten van de verzekerde voor de terugvordering van de ten laste genomen kosten, uitgaven en vergoedingen, onder meer in de vorm van een rechtsplegingsvergoeding.
Indien deze indeplaatsstelling wegens een handeling van de verzekerde niet kan geschieden ten gunste van de Maatschappij, dan is deze, tot beloop van de bedragen waarvoor de indeplaatsstelling niet kan plaatsvinden door dit feit:
- ontheven van haar verplichtingen;
- gerechtigd een verhaal uit te oefenen.
Artikel 21 Woonplaats - Briefwisseling
De woonplaats van de contractanten wordt van rechtswege gekozen, namelijk die van de Maatschappij op haar zetel te Brussel en die van de Verzekeringsnemer op het in de overeenkomst vermelde of later betekende adres.
Elke betekening wordt geacht geldig aan deze adressen te zijn gedaan, zelfs jegens erfgenamen of rechthebbenden van de ver- zekerde, zo lang deze aan de Maatschappij geen adreswijziging betekend hebben.
Wanneer een poststuk door de Maatschappij aan de verzekerde verzonden wordt geldt dat de inhoud van de brief door de dos- siers en bescheiden van de Maatschappij bewezen is. Het ontvangstbewijs van de post geldt als bewijs van de zending.
Artikel 22 Geschillen
Geschillen die tussen de partijen kunnen ontstaan zullen overeenkomstig artikel 628,10° van het Gerechtelijk Wetboek aan de bevoegde rechter van de laatste officieel bekende woonplaats van de Verzekeringsnemer worden voorgelegd.
Artikel 23 Ingebrekestelling
Er wordt uitdrukkelijk overeengekomen dat de verzekerde door een aangetekend schrijven waarin de te verrichten prestatie ver- meld is, in gebreke kan worden gesteld.
AFDELING IV DIVERSE BEPALINGEN
A. Fraude
In het kader van de huidige bepalingen verstaat men onder “verzekeringsfraude” het misleiden van de Maatschappij of van een verzekeringsonderneming bij de sluiting of tijdens de looptijd van een verzekeringsovereenkomst of bij de aangifte dan wel afhandeling van een schadegeval met het oog op het verkrijgen van een verzekeringsdekking of een verzekeringsprestatie.
De aandacht van de Verzekeringsnemer wordt gevestigd op het feit dat iedere verzekeringsfraude of poging tot verzekerings- fraude gesanctioneerd wordt volgens de toepasselijke wetgeving en/of de bepalingen in de algemene of bijzondere voorwaar- den en in voorkomend geval kan leiden tot strafrechtelijke vervolging.
B. Sancties
De in deze overeenkomst bepaalde dekkingen zullen als zonder uitwerking worden beschouwd als door de toekenning van deze dekkingen de Maatschappij blootgesteld wordt aan sancties, verbodsbepalingen of beperkingen in het kader van de Organisatie van de Verenigde naties of commerciële of economische sancties in het kader van Wetten en Reglementen van de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten van Amerika.
C. Bescherming van uw persoonsgegevens
Conform de Algemene Verordening voor de gegevensbescherming verzoeken wij u kennis te nemen van de onderstaande informatie.
Doeleinden van de gegevensverwerking - Ontvangers van de gegevens - Rechtsgrond
De meegedeelde persoonsgegevens worden door FEDERALE Verzekering, verwerkingsverantwoordelijke, verwerkt met het oog op: het evalueren van de risico’s, de uitgifte van de verzekeringsovereenkomst en de aanpassing ervan, de uitvoering van de prestaties waaronder het beheer van de schadegevallen volgende uit deze verzekering, het ontdekken en voorkomen van fraude, het voldoen aan wettelijke verplichtingen, het beheer van de commerciële relatie en het opvolgen van de portefeuille.
Voor deze doeleinden kunnen de gegevens gecommuniceerd worden aan ondernemingen die deel uitmaken van de groep FEDERALE Verzekering, aan natuurlijke personen of ondernemingen die als dienstverlener of verwerker optreden voor reke- ning van FEDERALE Verzekering, aan derden in het kader van de uitvoering van een wettelijke verplichting, aan herverzeke- raars, en aan elke persoon of entiteit die een verhaal uitoefent of tegen wie een verhaal wordt uitgeoefend in verband met de verzeke- ring in kwestie.
De juridische basis van de gegevensverwerking wordt gevormd door de verzekeringsovereenkomst, net als de verplichting die uit deze overeenkomst en de eventuele bijakten volgt voor de verzekeraar - verwerkingsverantwoordelijke om desgevallend tot prestatie over te gaan. De verwerking baseert zich bovendien op het legitiem belang van de verzekeraar teneinde verze- keringsfraude te voorkomen, statistieken uit te werken en voor direct marketingdoeleinden.
In de hypothese dat deze documenten niet adequaat zouden worden ingevuld, zal FEDERALE Verzekering zich in de onmo- gelijk- heid bevinden om haar verplichtingen voortvloeiend uit de verzekeringsovereenkomst na te komen en desgevallend een gevolg te verlenen aan de vraag tot tussenkomst.
Vertrouwelijkheid
Technische en organisatorische maatregelen werden genomen teneinde de vertrouwelijkheid en de veiligheid van uw gege- vens te garanderen. De toegang tot uw persoonlijke gegevens is beperkt tot de personen die deze in het kader van de uitoe- fening van hun beroepstaken nodig hebben.
Bewaring van de verwerkte gegevens
De verwerkte gegevens worden door FEDERALE Verzekering bewaard gedurende minstens de waarborgperiode van de verze- kering of gedurende de looptijd van het schadegeval, die zal aangepast worden telkens dat de omstandigheden het vereisen. Deze duurtijd zal verlengd worden door de verjaringstermijn opdat de verzekeraar het hoofd kan bieden aan even- tuele vorde- ringen na de sluiting van het schadedossier.
Recht op toegang, verbetering en verzet
De betrokken personen kunnen kennis nemen van de gegevens die aangaande hun persoon verwerkt worden, of desgewenst ze laten verbeteren door een verzoek hiertoe te sturen naar FEDERALE Verzekering t.a.v. de Data Protection Officer – ▇▇▇▇▇- ▇▇▇▇▇▇ ▇▇ ▇▇ ▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇ of een email naar ▇▇▇▇▇▇▇@▇▇▇▇▇▇▇▇.▇▇, vergezeld door een recto verso kopie van de identiteitskaart. Deze personen kunnen eveneens, volgens dezelfde modaliteiten, en binnen de limieten voorzien door de Algemene Verorde- ning voor de gegevensbescherming, zich verzetten tegen de verwerking van de gegevens of een beperking ervan en tegen verwer- kingen voor direct marketingdoeleinden. Zij kunnen tevens de verwijdering of de gegevensoverdraagbaarheid ervan vragen.
Wanneer u aan FEDERALE Verzekering persoonsgegevens meedeelt van personen waarmee we niet rechtstreeks in contact staan, vragen wij u hen te informeren over deze gegevensoverdracht en hun daarmee verband houdende rechten.
Contactgegevens
Meer informatie kan u terugvinden op ▇▇▇.▇▇▇▇▇▇▇▇.▇▇ of u kan zich richten tot ▇▇▇▇▇▇▇@▇▇▇▇▇▇▇▇.▇▇ of FEDERALE Verzekering
t.a.v. de Data Protection Officer – ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇ ▇▇ ▇▇ ▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇.
Eventuele klachten kunnen gericht worden naar de Gegevensbeschermingsautoriteit.
TEKST VAN DE ARTIKELEN VAN HET BURGERLIJK WETBOEK WAARVAN SPRAKE IN DEZE OVEREENKOMST
Artikel 3.101
Bovenmatige burenhinder
§ 1. Naburige eigenaars hebben elk een recht op het gebruik en genot van hun onroerend goed. Bij de uitoefening van hun gebruik en genot eerbiedigen ze het geschapen evenwicht door geen hinder op te leggen aan de nabuur die de normale ongemakken uit de nabuurschap overtreft en hem toerekenbaar is.
Om de bovenmatigheid van de hinder te beoordelen, is rekening te houden met alle omstandigheden van het geval, zoals het tijdstip, de frequentie en de intensiteit van de hinder, de eerste ingebruikneming of de publieke bestemming van het onroerend goed van waaruit de hinder wordt veroorzaakt.
§ 2. Degene die het vermelde evenwicht schendt, is gehouden dit te herstellen. De rechter oordeelt welke van volgende maatre- gelen passend zijn om het evenwicht te herstellen:
1° een vergoeding in geld die de bovenmatige hinder compenseert;
2° de vergoeding van de kosten verbonden aan compenserende maatregelen op het gehinderde onroerend goed om de hinder tot het normale niveau te verminderen;
3° voor zover dit op zich geen nieuw onevenwicht doet ontstaan en een normaal gebruik en genot van het onroerend goed hierdoor niet wordt uitgesloten, het bevel de handeling die het evenwicht verstoort te staken of op het hinderende onroerend goed maatregelen te nemen die de hinder verminderen tot het normale niveau.
§ 3. Indien één of beide naburige onroerende goederen bezwaard zijn met een recht ten voordele van een derde die een at- tribuut van het eigendomsrecht heeft, zijn de paragrafen 1 en 2 van toepassing op die derde voor zover deze hinder is veroorzaakt door de uitoefening van het attribuut dat hem kan worden toegerekend.
Indien de hinder voortvloeit uit werkzaamheden die door de betrokken eigenaar of de titularis van dit attribuut expliciet of stilzwijgend zijn toegelaten, wordt deze geacht hem toerekenbaar te zijn.
§ 4. De vordering voor bovenmatige burenhinder verjaart overeenkomstig artikel 2262bis, § 1, tweede en derde lid, van het oude Burgerlijk Wetboek.
Artikel 3.102
Voorkomen van bovenmatige burenhinder
Indien een onroerend goed ernstige en manifeste risico’s inzake veiligheid, gezondheid of vervuiling ten aanzien van een na- burig onroerend goed veroorzaakt waardoor het evenwicht tussen de onroerende goederen wordt verbroken, kan de eigenaar of gebruiker van dat naburige onroerend goed in rechte vorderen dat preventieve maatregelen worden genomen teneinde te
verhinderen dat het risico zich realiseert.
Artikel 6.5
Beginsel Eenieder is aansprakelijk voor de schade die hij door zijn fout aan een ander veroorzaakt.
Artikel 6.12
Aansprakelijkheid van titularissen van het gezag over de persoon van minderjarigen ▇▇▇▇▇▇, adoptanten, voogden en pleegzor- gers, voor zover zij het gezag hebben over de persoon van een minderjarige van minder dan zestien jaar, zijn foutloos aanspra- kelijk voor de schade die deze laatste door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaakt aan derden.
Ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers, voor zover zij het gezag hebben over de persoon van een minderjarige van zestien jaar of meer, zijn aansprakelijk voor de schade die deze laatste door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaakt aan derden. Zij zijn niet aansprakelijk indien zij aantonen dat de schade niet te wijten is aan een fout van hun kant.
Artikel 6.13
Aansprakelijkheid van personen belast met het toezicht op anderen De persoon die op grond van een wettelijke of reglemen- taire bepaling, een gerechtelijke of administratieve beslissing of een contract ermee belast is op globale en duurzame wijze de levenswijze van andere personen te organiseren en te controleren, is aansprakelijk voor de schade die deze laatsten door hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaken aan derden terwijl zij onder zijn toezicht staan. Hij is niet aan- sprakelijk indien hij aantoont dat de schade niet te wijten is aan een fout in het toezicht van zijn kant.
Een onderwijsinstelling is aansprakelijk voor de schade die haar leerlingen door hun fout of een ander tot aansprakelijkheid lei- dend feit veroorzaken aan derden terwijl zij onder haar toezicht staan. Zij is niet aansprakelijk indien zij aantoont dat de schade niet te wijten is aan een fout in het toezicht van haar kant.
Artikel 6.14
Aansprakelijkheid van de aansteller § 1. De aansteller is foutloos aansprakelijk voor de schade door zijn aangestelde aan der- den veroorzaakt tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie, als gevolg van zijn fout of een ander tot aanspra- kelijkheid leidend feit.
De aansteller is de persoon die voor eigen rekening in feite gezag over en toezicht op het gedrag van een ander kan uitoefenen.
§ 2. De rechtspersoon van publiek recht is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn personeelsleden aan derden tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van hun functie, als gevolg van hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit, ook wanneer de toestand van deze personeelsleden statutair is geregeld of zij gehandeld hebben in de uitoefening van de openbare macht.
Artikel 6.15
Aansprakelijkheid van rechtspersonen voor hun bestuursorganen en de leden ervan De rechtspersoon van privaat recht is fout- loos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn bestuursorganen of door de leden, in rechte of in feite, van die organen aan derden tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van hun functie, als gevolg van hun fout of een ander tot aansprake- lijkheid leidend feit.
De rechtspersoon van publiek recht is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn organen of de leden van zijn organen die geen deel uitmaken van zijn personeel aan derden tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van hun functie, als gevolg van hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
Afdeling 3. - Aansprakelijkheid voor zaken en dieren
Artikel 6.16
Aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken De bewaarder van een zaak is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek van die zaak.
De bewaarder is de persoon die de niet-ondergeschikte macht van leiding en controle heeft over de zaak. De eigenaar wordt vermoed bewaarder van de zaak te zijn, tenzij hij bewijst dat de bewaring bij een ander berust.
Een zaak is gebrekkig wanneer zij door een van haar kenmerken niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten in de gegeven omstandigheden.
Artikel 6.17
Aansprakelijkheid voor dieren De bewaarder van een dier is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door dit dier.
VERZEKERING BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID FAMILIALE
INHOUDSTAFEL
Gemeenschappelijke definities 1
Afdeling I : Verzekering van de burgerlijke aansprakelijkheid 2
Artikel 1 : Definities eigen aan afdeling I 2
Artikel 2 : Voorwerp van de waarborg 2
Artikel 3 : Reikwijdte van de dekking 2
Artikel 4 : Uitsluitingen 4
Artikel 5 : Regeling van schadegevallen van Burgerlijke Aansprakelijkheid 5
Afdeling II : Rechtsbijstand 5
Artikel 6 : Definities eigen aan afdeling II 5
Artikel 7 : Voorwerp van de waarborg 5
Artikel 8 : Gedekte kosten 6
Artikel 9 : Uitsluitingen eigen aan afdeling II 7
Artikel 10 : Dekkingsperiode 7
Artikel 11 : Regeling van de schadegevallen Rechtsbijstand - Objectiviteitsclausule 7
Artikel 12 : Overlijden van de verzekerde 8
Afdeling III : Gemeenschappelijke bepalingen voor afdeling I en II 8
Artikel 13 : Verzekerde bedragen 8
Artikel 14 : Territoriale draagwijdte 9
Artikel 15 : Aangifte van schadegevallen 9
Artikel 16 : Premies 9
Artikel 17 : Duur van de overeenkomst 10
Artikel 18 : Opzegging 10
Artikel 19 : Belastingen 11
Artikel 20 : Indeplaatsstelling 11
Artikel 21 : Woonplaats – Briefwisseling 11
Artikel 22 : Geschillen 11
Artikel 23 : Ingebrekestelling 11
