Scheiding. Bijzonder Partnerpensioen 1. In geval van ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ wordt aan de Gewezen Partner van de (Gewezen) Deelnemer respectievelijk van de Gepensioneerde een aanspraak op een Bijzonder Partnerpensioen bij overlijden van de (Gewezen) Deelnemer toegekend. 2. Het Bijzonder Partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand, waarin de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde is overleden en wordt uitgekeerd tot en met de maand van overlijden van de Gewezen Partner. 3. In geval van Scheiding van een Deelnemer wordt ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen op de scheidingsdatum het dan aanwezige Pensioenkapitaal (inclusief Pensioenkapitaal verworven voor 2016) fictief aangewend voor verwerving van ouderdomspensioen en Partnerpensioen ingaande bij het overlijden van de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde in een verhouding 100:70. De verhouding wordt vastgesteld met inbegrip van eerdere aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen. Deze aanspraken worden in mindering gebracht op het totale Partnerpensioen ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen dat wordt toegekend op de scheidingsdatum. Het deel van het Pensioenkapitaal dat bestemd is voor inkoop van het aldus vastgestelde Bijzonder Partnerpensioen wordt separaat geadministreerd en wordt op dezelfde wijze belegd als de rest van het Pensioenkapitaal. Op de Pensioen(richt)datum wordt dit deel van het Pensioenkapitaal aangewend voor inkoop van een Bijzonder Partnerpensioen ten behoeve van de Gewezen Partner, tezamen met de aanwending van het overige Pensioenkapitaal van de (Gewezen) Deelnemer. In geval van overlijden van de Gewezen Partner voordat het Pensioenkapitaal wordt aangewend voor inkoop van Bijzonder Partnerpensioen, wordt dat kapitaal weer toegevoegd aan het Pensioenkapitaal van de (Gewezen) Deelnemer. Dit geldt eveneens voor de opgebouwde aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen, in die zin dat de aanspraak op Bijzonder Partnerpensioen weer onderdeel wordt van de opgebouwde aanspraken op Partnerpensioen. 4. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 geldt, dat indien de (Gewezen) ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ daarnaast een aanspraak heeft op periodiek Partnerpensioen en de Partnerrelatie van de (Gewezen) Deelnemer eindigt door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇, de Gewezen Partner eveneens aanspraak verkrijgt op dit Partnerpensioen. 5. Indien een Partnerrelatie van een Gepensioneerde eindigt door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ verkrijgt de Gewezen Partner van de Gepensioneerde een aanspraak op Partnerpensioen zoals de Gepensioneerde ten behoeve van zijn Partner heeft behouden bij het ingaan van het ouderdomspensioen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 van dit pensioenreglement. 6. Het bepaalde in de voorafgaande leden vindt geen toepassing indien de betrokkenen bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de Scheiding anders zijn overeengekomen. 7. De aanspraak op Partnerpensioen ten behoeve van een Partner van een (Gewezen) Deelnemer wordt zonder haar of zijn toestemming niet bij overeenkomst tussen de (Gewezen) Deelnemer en de Stichting of de Werkgever verminderd. 8. Indien een of meerdere Gewezen Partners van de (Gewezen) Deelnemer aanspraak heeft op een Bijzonder Partnerpensioen wordt dit Bijzonder Partnerpensioen respectievelijk - pensioenen in mindering gebracht op het conform artikel 11 vastgesteld Partnerpensioen. Bij meerdere Gewezen Partners zal bij overlijden van een Gewezen Partner het Partnerpensioen niet wijzigen voor de overige (toekomstige) Gewezen Partners.
Appears in 2 contracts
Sources: Pensioenreglement, Pensioenreglement
Scheiding. Bijzonder Partnerpensioen
1. 7.1 In geval van Scheiding wordt aan de Ex-partner van de Deelnemer een aanspraak op (de waarde van) een bijzonder partnerpensioen toegekend ten laste van de individuele pensioenrekening van de Deelnemer. Indien de Ex-partner overlijdt voordat de Deelnemer overlijdt, maakt het separaat geadministreerde ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇ kapitaal voor bijzonder partnerpensioen vanaf het moment van overlijden van de Ex-partner weer deel uit van het Aanvullend kapitaal van de Deelnemer.
7.2 Ten behoeve van de vaststelling van het aan de Ex-partner toe te kennen bijzonder partnerpensioen wordt op de scheidingsdatum het dan aanwezige Aanvullend kapitaal fictief aangewend voor verwerving van ouderdomspensioen, ingaand vanaf de Pensioenrichtdatum en een bijbehorend partner- en wezenpensioen in de verhouding 100:70:14 op basis van de Pensioenrichtdatum. Vervolgens wordt de hoogte van het daarbij vastgestelde partnerpensioen in aanmerking genomen en wordt berekend wat de waarde van dit partnerpensioen is op de scheidingsdatum. Deze waarde wordt onttrokken aan het saldo op de individuele pensioenrekening van de Deelnemer. Het deel van het Aanvullend kapitaal dat bestemd is voor inkoop van het vastgestelde bijzonder partnerpensioen wordt separaat geadministreerd en wordt op dezelfde wijze belegd als het overige Aanvullend kapitaal. Bij het bereiken van de Pensioeningangsdatum van de Deelnemer, of de eerdere datum dat het deelnemerschap eindigt anders dan door overlijden, wordt dit deel van het Aanvullend kapitaal aangewend voor inkoop van een bijzonder partnerpensioen ten behoeve van de Ex-partner in het Fonds. Bij de berekeningen worden de door het Fonds vastgestelde actuariële grondslagen en aanwendingsfactoren als bedoeld in 3.4 in aanmerking genomen.
7.3 Bij overlijden van de ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ wordt aan het separaat geadministreerde saldo aangewend voor bijzonder partnerpensioen in het Fonds. Bij de Gewezen Partner inkoop is het gestelde in 6 overeenkomstig van de (Gewezen) Deelnemer respectievelijk van de Gepensioneerde een aanspraak op een Bijzonder Partnerpensioen bij overlijden van de (Gewezen) Deelnemer toegekendtoepassing.
2. Het Bijzonder Partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand, waarin de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde is overleden en wordt uitgekeerd tot en met de maand van overlijden van de Gewezen Partner.
3. 7.4 In geval van Scheiding echtscheiding, scheiding van een Deelnemer wordt ter vaststelling tafel en bed of beëindiging van het Bijzonder Partnerpensioen wettig geregistreerd partnerschap heeft de Ex-partner van de Deelnemer recht op de scheidingsdatum verevening van het tijdens het huwelijk dan aanwezige Pensioenkapitaal (inclusief Pensioenkapitaal verworven voor 2016) fictief aangewend voor verwerving van ouderdomspensioen en Partnerpensioen ingaande wel het wettig geregistreerd partnerschap bij het overlijden Fonds opgebouwde Aanvullend kapitaal. In verband met de verevening wordt de helft van de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde in een verhouding 100:70. De verhouding wordt vastgesteld met inbegrip van eerdere aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen. Deze aanspraken worden in mindering gebracht op het totale Partnerpensioen ter vaststelling deze waarde van het Bijzonder Partnerpensioen dat wordt toegekend Aanvullend kapitaal vastgesteld zoals geldend op de scheidingsdatum. Voor de scheiding van tafel en bed geldt als scheidingdatum de datum van inschrijving van de beschikking in het huwelijksgoederenregister. Het deel van aan de Ex-partner toekomende verevende kapitaal wordt gestort op een door het Pensioenkapitaal dat bestemd is voor inkoop van het aldus vastgestelde Bijzonder Partnerpensioen wordt separaat geadministreerd en wordt op dezelfde wijze belegd als de rest van het Pensioenkapitaal. Op de Pensioen(richt)datum wordt dit deel van het Pensioenkapitaal aangewend voor inkoop van een Bijzonder Partnerpensioen Fonds ten behoeve van de Gewezen Partner, tezamen Ex-partner geopende rekening. Bij deze afsplitsing wordt tevens rekening gehouden met de aanwending van het overige Pensioenkapitaal van de (Gewezen) Deelnemer. In geval van overlijden van de Gewezen Partner voordat het Pensioenkapitaal wordt aangewend voor inkoop van Bijzonder Partnerpensioen, wordt dat reeds afgesplitste kapitaal weer toegevoegd aan het Pensioenkapitaal van de (Gewezen) Deelnemer. Dit geldt eveneens voor de opgebouwde aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen, in die zin dat de aanspraak op Bijzonder Partnerpensioen weer onderdeel wordt van de opgebouwde aanspraken op Partnerpensioen.
4. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 geldt, dat indien de (Gewezen) ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ daarnaast een aanspraak heeft op periodiek Partnerpensioen en de Partnerrelatie van de (Gewezen) Deelnemer eindigt door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇, de Gewezen Partner eveneens aanspraak verkrijgt op dit Partnerpensioen.
5. Indien een Partnerrelatie van een Gepensioneerde eindigt door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ verkrijgt de Gewezen Partner van de Gepensioneerde een aanspraak op Partnerpensioen zoals de Gepensioneerde ten behoeve van zijn Partner heeft behouden bij het ingaan van het ouderdomspensioen, met inachtneming van het bepaalde bijzonder partnerpensioen als hiervoor in artikel 13 van dit pensioenreglement7.2 is bepaald.
6. 7.5 Het bepaalde in de voorafgaande leden 7.1 tot en met 7.4 vindt geen toepassing indien de betrokkenen bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de Scheiding anders zijn overeengekomen.
7. De aanspraak op Partnerpensioen ten behoeve van een Partner van een (Gewezen) Deelnemer wordt zonder haar of zijn toestemming niet bij overeenkomst tussen de (Gewezen) Deelnemer overeengekomen en de Stichting of de Werkgever verminderd.
8. Indien een of meerdere Gewezen Partners dit document binnen twee jaar na het tijdstip van de (Gewezen) Deelnemer aanspraak heeft op een Bijzonder Partnerpensioen wordt dit Bijzonder Partnerpensioen respectievelijk - pensioenen in mindering gebracht op Scheiding aan het conform artikel 11 vastgesteld Partnerpensioen. Bij meerdere Gewezen Partners zal bij overlijden van een Gewezen Partner het Partnerpensioen niet wijzigen voor de overige (toekomstige) Gewezen PartnersFonds is overgelegd.
Appears in 2 contracts
Sources: Pensioenreglement, Pensioenreglement
Scheiding. Bijzonder PartnerpensioenNetto partnerpensioen
1. 9.1 In geval van ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ wordt aan de Gewezen Partner Ex-partner van de (Gewezen) Deelnemer respectievelijk van de Gepensioneerde een aanspraak op (de waarde van) een Bijzonder Partnerpensioen bij overlijden bijzonder Netto partnerpensioen toegekend ten laste van de (Gewezen) Deelnemer toegekend.
2. Het Bijzonder Partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand, waarin de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde is overleden en wordt uitgekeerd tot en met de maand van overlijden van de Gewezen Partner.
3. In geval van Scheiding van een Deelnemer wordt ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen op de scheidingsdatum het dan aanwezige Pensioenkapitaal (inclusief Pensioenkapitaal verworven voor 2016) fictief aangewend voor verwerving van ouderdomspensioen en Partnerpensioen ingaande bij het overlijden van de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde in een verhouding 100:70. De verhouding wordt vastgesteld met inbegrip van eerdere aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen. Deze aanspraken worden in mindering gebracht op het totale Partnerpensioen ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen dat wordt toegekend op de scheidingsdatum. Het deel van het Pensioenkapitaal dat bestemd is voor inkoop van het aldus vastgestelde Bijzonder Partnerpensioen wordt separaat geadministreerd en wordt op dezelfde wijze belegd als de rest van het Pensioenkapitaal. Op de Pensioen(richt)datum wordt dit deel van het Pensioenkapitaal aangewend voor inkoop van een Bijzonder Partnerpensioen ten behoeve van de Gewezen Partner, tezamen met de aanwending van het overige Pensioenkapitaal pensioenrekening van de (Gewezen) Deelnemer. In geval Indien de Ex-partner overlijdt voordat de (Gewezen) Deelnemer overlijdt, maakt het separaat geadministreerde ▇▇▇▇▇ kapitaal voor het bijzonder Netto partnerpensioen vanaf het moment van overlijden van de Gewezen Partner voordat Ex-partner weer deel uit van het Pensioenkapitaal wordt aangewend voor inkoop van Bijzonder Partnerpensioen, wordt dat Netto kapitaal weer toegevoegd aan het Pensioenkapitaal van de (Gewezen) Deelnemer. Dit geldt eveneens voor de opgebouwde aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen, in die zin dat de aanspraak op Bijzonder Partnerpensioen weer onderdeel wordt van de opgebouwde aanspraken op Partnerpensioen.
4. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 geldt, dat indien 9.2 Indien de (Gewezen) ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ daarnaast heeft gekozen voor deelname aan Module I geldt het volgende. Ten behoeve van de vaststelling van het aan de Ex-partner toe te kennen bijzonder Netto partnerpensioen wordt op de scheidingsdatum het dan aanwezige Netto kapitaal fictief aangewend voor verwerving van Netto ouderdomspensioen, ingaand vanaf de Pensioenrichtdatum en een aanspraak heeft bijbehorend Netto partner- en/of Netto wezenpensioen in de verhouding 100:70:14. Vervolgens wordt de hoogte van het daarbij vastgestelde Netto partnerpensioen in aanmerking genomen en wordt berekend wat de waarde van dit Netto partnerpensioen is op periodiek Partnerpensioen en de Partnerrelatie scheidingsdatum. Deze waarde wordt onttrokken aan het saldo op de pensioenrekening van de (Gewezen) Deelnemer.
9.3 Bij overlijden van de (Gewezen) Deelnemer eindigt door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇, voor de Gewezen Partner eveneens aanspraak verkrijgt op dit PartnerpensioenPensioeningangsdatum wordt het separaat geadministreerde saldo aangewend voor bijzonder Netto partnerpensioen in het Fonds. Bij de inkoop is het gestelde in 5 overeenkomstig van toepassing.
5. Indien een Partnerrelatie 9.4 Bij overlijden van een Gepensioneerde eindigt door de (Gewezen) ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ verkrijgt gaat het bijzonder Netto partnerpensioen in op de Gewezen Partner eerste dan van de Gepensioneerde een aanspraak op Partnerpensioen zoals de Gepensioneerde ten behoeve van zijn Partner heeft behouden bij het ingaan van het ouderdomspensioen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 van dit pensioenreglement.
6. Het bepaalde in de voorafgaande leden vindt geen toepassing indien de betrokkenen bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de Scheiding anders zijn overeengekomen.
7. De aanspraak op Partnerpensioen ten behoeve van een Partner van een (Gewezen) Deelnemer wordt zonder haar of zijn toestemming niet bij overeenkomst tussen maand waarin de (Gewezen) Deelnemer overlijdt en wordt uitgekeerd tot en met de Stichting of laatste dag van de Werkgever verminderdmaand waarin de Ex-partner overlijdt.
89.5 De Ex-partner kan (gedeeltelijk) afstand doen van het bijzonder Netto partnerpensioen. Indien een of meerdere Gewezen Partners Dit dient te worden geregeld in de voorwaarden in verband met de beëindiging van de partnerrelatie of in een aparte schriftelijke overeenkomst inzake Scheiding. Daarnaast dient het Fonds toestemming te verlenen voor het afstand doen van het bijzonder Netto partnerpensioen.
9.6 De Ex-partner kan het bijzonder Netto partnerpensioen (gedeeltelijk) vervreemden aan een eerdere of latere Partner van de overleden (Gewezen) Deelnemer aanspraak heeft op of de Gepensioneerde. Dit dient te worden overeengekomen bij notariële akte. Daarnaast moet het Fonds bereid zijn een Bijzonder Partnerpensioen wordt dit Bijzonder Partnerpensioen respectievelijk - pensioenen in mindering gebracht op eventueel uit de overdracht voortvloeiende wijziging van het conform artikel 11 vastgesteld Partnerpensioenrisico te dekken. Bij meerdere Gewezen Partners zal bij overlijden van een Gewezen Partner het Partnerpensioen niet wijzigen voor de overige (toekomstige) Gewezen PartnersEen vervreemding is onherroepelijk.
Appears in 1 contract
Sources: Pensioenreglement
Scheiding. Bijzonder PartnerpensioenNetto partnerpensioen
1. 9.1 In geval van ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ wordt aan de Gewezen Partner Ex-partner van de (Gewezen) Deelnemer respectievelijk van de Gepensioneerde een aanspraak op (de waarde van) een Bijzonder Partnerpensioen bij overlijden bijzonder Netto partnerpensioen toegekend ten laste van de (Gewezen) Deelnemer toegekend.
2. Het Bijzonder Partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand, waarin de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde is overleden en wordt uitgekeerd tot en met de maand van overlijden van de Gewezen Partner.
3. In geval van Scheiding van een Deelnemer wordt ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen op de scheidingsdatum het dan aanwezige Pensioenkapitaal (inclusief Pensioenkapitaal verworven voor 2016) fictief aangewend voor verwerving van ouderdomspensioen en Partnerpensioen ingaande bij het overlijden van de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde in een verhouding 100:70. De verhouding wordt vastgesteld met inbegrip van eerdere aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen. Deze aanspraken worden in mindering gebracht op het totale Partnerpensioen ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen dat wordt toegekend op de scheidingsdatum. Het deel van het Pensioenkapitaal dat bestemd is voor inkoop van het aldus vastgestelde Bijzonder Partnerpensioen wordt separaat geadministreerd en wordt op dezelfde wijze belegd als de rest van het Pensioenkapitaal. Op de Pensioen(richt)datum wordt dit deel van het Pensioenkapitaal aangewend voor inkoop van een Bijzonder Partnerpensioen ten behoeve van de Gewezen Partner, tezamen met de aanwending van het overige Pensioenkapitaal pensioenrekening van de (Gewezen) Deelnemer. In geval Indien de Ex-partner overlijdt voordat de (Gewezen) Deelnemer overlijdt, maakt het separaat geadministreerde ▇▇▇▇▇ kapitaal voor het bijzonder Netto partnerpensioen vanaf het moment van overlijden van de Gewezen Partner voordat Ex-partner weer deel uit van het Pensioenkapitaal wordt aangewend voor inkoop van Bijzonder Partnerpensioen, wordt dat Netto kapitaal weer toegevoegd aan het Pensioenkapitaal van de (Gewezen) Deelnemer. Dit geldt eveneens voor de opgebouwde aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen, in die zin dat de aanspraak op Bijzonder Partnerpensioen weer onderdeel wordt van de opgebouwde aanspraken op Partnerpensioen.
4. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 geldt, dat indien 9.2 Indien de (Gewezen) ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ daarnaast heeft gekozen voor deelname aan Module I geldt het volgende. Ten behoeve van de vaststelling van het aan de Ex-partner toe te kennen bijzonder Netto partnerpensioen wordt op de scheidingsdatum het dan aanwezige Netto kapitaal fictief aangewend voor verwerving van Netto ouderdomspensioen, ingaand vanaf de Pensioenrichtdatum en een aanspraak heeft bijbehorend Netto partner- en/of Netto wezenpensioen in de verhouding 100:70:14. Vervolgens wordt de hoogte van het daarbij vastgestelde Netto partnerpensioen in aanmerking genomen en wordt berekend wat de waarde van dit Netto partnerpensioen is op periodiek Partnerpensioen en de Partnerrelatie scheidingsdatum. Deze waarde wordt onttrokken aan het saldo op de pensioenrekening van de (Gewezen) Deelnemer eindigt door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇, Deelnemer.
9.3 Bij overlijden van de Gewezen Partner eveneens aanspraak verkrijgt op dit PartnerpensioenDeelnemer voor de Pensioeningangsdatum wordt het separaat geadministreerde saldo aangewend voor bijzonder Netto partnerpensioen in het Fonds. Bij de inkoop is het gestelde in 5 overeenkomstig van toepassing.
5. Indien een Partnerrelatie 9.4 Bij overlijden van een Gepensioneerde eindigt door de (Gewezen) ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ verkrijgt gaat het bijzonder Netto partnerpensioen in op de Gewezen Partner eerste dan van de Gepensioneerde een aanspraak op Partnerpensioen zoals de Gepensioneerde ten behoeve van zijn Partner heeft behouden bij het ingaan van het ouderdomspensioen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 van dit pensioenreglement.
6. Het bepaalde in de voorafgaande leden vindt geen toepassing indien de betrokkenen bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de Scheiding anders zijn overeengekomen.
7. De aanspraak op Partnerpensioen ten behoeve van een Partner van een (Gewezen) Deelnemer wordt zonder haar of zijn toestemming niet bij overeenkomst tussen maand waarin de (Gewezen) Deelnemer overlijdt en wordt uitgekeerd tot en met de Stichting of laatste dag van de Werkgever verminderdmaand waarin de Ex-partner overlijdt.
89.5 De Ex-partner kan (gedeeltelijk) afstand doen van het bijzonder Netto partnerpensioen. Indien een of meerdere Gewezen Partners Dit dient te worden geregeld in de voorwaarden in verband met de beëindiging van de partnerrelatie of in een aparte schriftelijke overeenkomst inzake Scheiding. Daarnaast dient het Fonds toestemming te verlenen voor het afstand doen van het bijzonder Netto partnerpensioen.
9.6 De Ex-partner kan het bijzonder Netto partnerpensioen (gedeeltelijk) vervreemden aan een eerdere of latere Partner van de overleden (Gewezen) Deelnemer aanspraak heeft op of de Gepensioneerde. Dit dient te worden overeengekomen bij notariële akte. Daarnaast moet het Fonds bereid zijn een Bijzonder Partnerpensioen wordt dit Bijzonder Partnerpensioen respectievelijk - pensioenen in mindering gebracht op eventueel uit de overdracht voortvloeiende wijziging van het conform artikel 11 vastgesteld Partnerpensioenrisico te dekken. Bij meerdere Gewezen Partners zal bij overlijden van een Gewezen Partner het Partnerpensioen niet wijzigen voor de overige (toekomstige) Gewezen PartnersEen vervreemding is onherroepelijk.
Appears in 1 contract
Sources: Pensioenreglement
Scheiding. Bijzonder PartnerpensioenNetto partnerpensioen
1. 9.1 In geval van ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ wordt aan de Gewezen Partner Ex-partner van de (Gewezen) Deelnemer respectievelijk van de Gepensioneerde een aanspraak op (de waarde van) een Bijzonder Partnerpensioen bij overlijden bijzonder Netto partnerpensioen toegekend ten laste van de (Gewezen) Deelnemer toegekend.
2. Het Bijzonder Partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand, waarin de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde is overleden en wordt uitgekeerd tot en met de maand van overlijden van de Gewezen Partner.
3. In geval van Scheiding van een Deelnemer wordt ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen op de scheidingsdatum het dan aanwezige Pensioenkapitaal (inclusief Pensioenkapitaal verworven voor 2016) fictief aangewend voor verwerving van ouderdomspensioen en Partnerpensioen ingaande bij het overlijden van de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde in een verhouding 100:70. De verhouding wordt vastgesteld met inbegrip van eerdere aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen. Deze aanspraken worden in mindering gebracht op het totale Partnerpensioen ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen dat wordt toegekend op de scheidingsdatum. Het deel van het Pensioenkapitaal dat bestemd is voor inkoop van het aldus vastgestelde Bijzonder Partnerpensioen wordt separaat geadministreerd en wordt op dezelfde wijze belegd als de rest van het Pensioenkapitaal. Op de Pensioen(richt)datum wordt dit deel van het Pensioenkapitaal aangewend voor inkoop van een Bijzonder Partnerpensioen ten behoeve van de Gewezen Partner, tezamen met de aanwending van het overige Pensioenkapitaal pensioenrekening van de (Gewezen) Deelnemer. In geval Indien de Ex-partner overlijdt voordat de (Gewezen) Deelnemer overlijdt, maakt het separaat geadministreerde ▇▇▇▇▇ kapitaal voor het bijzonder Netto partnerpensioen vanaf het moment van overlijden van de Gewezen Partner voordat Ex-partner weer deel uit van het Pensioenkapitaal wordt aangewend voor inkoop van Bijzonder Partnerpensioen, wordt dat Netto kapitaal weer toegevoegd aan het Pensioenkapitaal van de (Gewezen) Deelnemer. Dit geldt eveneens voor de opgebouwde aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen, in die zin dat de aanspraak op Bijzonder Partnerpensioen weer onderdeel wordt Bij Scheiding vervalt het recht van de opgebouwde aanspraken Ex-partner op Partnerpensioeneen Netto partner- en/of een Netto wezenpensioen als bedoeld in 7.3 en 7.4.
4. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 geldt, dat indien 9.2 Indien de (Gewezen) ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ daarnaast heeft gekozen voor deelname aan Module I geldt het volgende. Ten behoeve van de vaststelling van het aan de Ex-partner toe te kennen bijzonder Netto partnerpensioen wordt op de scheidingsdatum het dan aanwezige Netto kapitaal fictief aangewend voor verwerving van Netto ouderdomspensioen, ingaand vanaf de Pensioenrichtdatum en een aanspraak heeft bijbehorend Netto partner- en/of Netto wezenpensioen in de verhouding 100:70:14. Vervolgens wordt de hoogte van het daarbij vastgestelde Netto partnerpensioen in aanmerking genomen en wordt berekend wat de waarde van dit Netto partnerpensioen is op periodiek Partnerpensioen en de Partnerrelatie scheidingsdatum. Deze waarde wordt onttrokken aan het saldo op de pensioenrekening van de (Gewezen) Deelnemer. Het deel van het Netto kapitaal dat bestemd is voor inkoop van het vastgestelde bijzonder Netto partnerpensioen wordt separaat geadministreerd en wordt op dezelfde wijze belegd als het overige Netto kapitaal. Op Pensioeningangsdatum wordt dit separate deel van het Netto kapitaal aangewend voor inkoop van een bijzonder Netto partnerpensioen ten behoeve van de Ex-partner in het Fonds. Indien de (Gewezen) Deelnemer eindigt heeft gekozen voor deelname aan module II geldt het volgende. Ten behoeve van de vaststelling van het aan de Ex-partner toe te kennen bijzonder Netto partnerpensioen wordt op de scheidingsdatum het dan aanwezige Netto kapitaal separaat geadministreerd en wordt op dezelfde wijze belegd als tot de scheidingsdatum dan wel op dezelfde wijze belegd als het eventueel in de toekomst nog nadien op te bouwen Netto kapitaal in Module I of Module II. Op Pensioeningangsdatum wordt dit separate deel van het Netto kapitaal aangewend voor inkoop van een bijzonder Netto partnerpensioen ten behoeve van de Ex-partner in het Fonds. Bij de berekeningen worden de door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇, het Fonds vastgestelde aanwendingsfactoren als bedoeld in 5.3 in aanmerking genomen.
9.3 Bij overlijden van de Gewezen Partner eveneens aanspraak verkrijgt op dit PartnerpensioenDeelnemer voor de Pensioeningangsdatum wordt het separaat geadministreerde saldo aangewend voor bijzonder Netto partnerpensioen in het Fonds. Bij de inkoop is het gestelde in 5 overeenkomstig van toepassing.
5. Indien een Partnerrelatie 9.4 Bij overlijden van een Gepensioneerde eindigt door de (Gewezen) ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ verkrijgt gaat het bijzonder Netto partnerpensioen in op de Gewezen Partner eerste dan van de Gepensioneerde een aanspraak op Partnerpensioen zoals de Gepensioneerde ten behoeve van zijn Partner heeft behouden bij het ingaan van het ouderdomspensioen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 van dit pensioenreglement.
6. Het bepaalde in de voorafgaande leden vindt geen toepassing indien de betrokkenen bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de Scheiding anders zijn overeengekomen.
7. De aanspraak op Partnerpensioen ten behoeve van een Partner van een (Gewezen) Deelnemer wordt zonder haar of zijn toestemming niet bij overeenkomst tussen maand waarin de (Gewezen) Deelnemer overlijdt en wordt uitgekeerd tot en met de Stichting of laatste dag van de Werkgever verminderdmaand waarin de Ex-partner overlijdt.
89.5 De Ex-partner kan (gedeeltelijk) afstand doen van het bijzonder Netto partnerpensioen. Indien een of meerdere Gewezen Partners Dit dient te worden geregeld in de voorwaarden in verband met de beëindiging van de partnerrelatie of in een aparte schriftelijke overeenkomst inzake Scheiding. Daarnaast dient het Fonds toestemming te verlenen voor het afstand doen van het bijzonder Netto partnerpensioen.
9.6 De Ex-partner kan het bijzonder Netto partnerpensioen (gedeeltelijk) vervreemden aan een eerdere of latere Partner van de overleden (Gewezen) Deelnemer aanspraak heeft op of de Gepensioneerde. Dit dient te worden overeengekomen bij notariële akte. Daarnaast moet het Fonds bereid zijn een Bijzonder Partnerpensioen wordt dit Bijzonder Partnerpensioen respectievelijk - pensioenen in mindering gebracht op eventueel uit de overdracht voortvloeiende wijziging van het conform artikel 11 vastgesteld Partnerpensioenrisico te dekken. Bij meerdere Gewezen Partners zal bij overlijden van een Gewezen Partner het Partnerpensioen niet wijzigen voor de overige (toekomstige) Gewezen PartnersEen vervreemding is onherroepelijk.
Appears in 1 contract
Sources: Pensioenreglement
Scheiding. Bijzonder Partnerpensioenpartnerpensioen
1. In geval van ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ wordt aan de Gewezen Partner Bij scheiding dan wel verbreking van de partnerrelatie -als bedoeld in artikel 1, begrip partner sub c- van een (Gewezengewezen) Deelnemer respectievelijk deelnemer komt het recht op partnerpensioen als genoemd in artikel 9, voor zover nog van toepassing, te vervallen en krijgt de gewezen partner recht op (de waarde van) een bijzonder partnerpensioen ten laste van de Gepensioneerde een aanspraak op een Bijzonder Partnerpensioen bij overlijden van de (Gewezen) Deelnemer toegekend.pensioenrekening A, B en C.
2. Het Bijzonder Partnerpensioen gaat in De waarde van het bijzonder partnerpensioen wordt berekend op basis van het ouderdomspensioen, ingaand op de eerste dag van pensioendatum en bijbehorend levenslang partnerpensioen, beide ingaand vanaf de maandpensioendatum, waarin de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde is overleden en wordt uitgekeerd tot en met de maand van overlijden van de Gewezen Partner.
3. In geval van Scheiding van een Deelnemer wordt ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen dat op de scheidingsdatum ten laste van het dan aanwezige Pensioenkapitaal (inclusief Pensioenkapitaal verworven voor 2016) fictief aangewend voor verwerving van ouderdomspensioen saldo op de pensioenrekening A, B en Partnerpensioen ingaande bij het overlijden van C kan worden aangekocht in de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde in een verhouding 100:70. De verhouding Vervolgens wordt vastgesteld met inbegrip de hoogte van eerdere aanspraken het daarbij vastgestelde partnerpensioen in aanmerking genomen en wordt berekend wat de waarde van dit partnerpensioen is op Bijzonder Partnerpensioende scheidingsdatum dan wel de beëindigingdatum van de partnerrelatie. Deze aanspraken worden in mindering gebracht op waarde wordt onttrokken aan het totale Partnerpensioen ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen dat wordt toegekend saldo op de scheidingsdatumpensioenrekening(en) en wordt als een afzonderlijk saldo op naam van de gewezen partner ten behoeve van bijzonder partnerpensioen geadministreerd. Het deel van het Pensioenkapitaal saldo dat bestemd is voor inkoop van het aldus vastgestelde Bijzonder Partnerpensioen wordt separaat geadministreerd en wordt oorsprong betrekking heeft op dezelfde wijze belegd als de rest van het Pensioenkapitaaldeel 1 resp. Op de Pensioen(richt)datum wordt dit deel van het Pensioenkapitaal aangewend voor inkoop van een Bijzonder Partnerpensioen ten behoeve 2 van de Gewezen Partnerpensioenrekeningen A, tezamen met de aanwending van het overige Pensioenkapitaal B en C van de (Gewezengewezen) Deelnemerdeelnemer wordt gestort op deel 1 resp. In geval deel 2 van de pensioenrekening op naam van de gewezen partner. Het kapitaal komt beschikbaar bij pensionering of eerder overlijden van de (gewezen) deelnemer en zal worden aangewend voor de aankoop van bijzonder partnerpensioen voor de gewezen partner. Indien en voor zover het aan te kopen pensioen betrekking heeft op het kapitaal op deel 1 van de pensioenrekening van de gewezen partner vindt de toets plaats als bedoeld in artikel 22 lid 9. Aankoop van pensioen vindt plaats op basis van het na deze toets vastgestelde beschikbare kapitaal.
3. Indien de gewezen partner overlijdt voor de pensioeningangsdatum voordat de (gewezen) deelnemer overlijdt, maakt het voor aankoop van bijzonder partnerpensioen beschikbare kapitaal op de pensioenrekening A, B en C vanaf het moment van overlijden van de Gewezen Partner voordat gewezen partner weer deel uit van het Pensioenkapitaal voor de (gewezen) deelnemer beschikbare kapitaal op de betreffende pensioenrekeningen. Het voor bijzonder partnerpensioen afgesplitste saldo wordt aangewend voor inkoop van Bijzonder Partnerpensioen, wordt dat kapitaal weer daardoor toegevoegd aan het Pensioenkapitaal de saldi op de bijbehorende pensioenrekeningen van de (Gewezengewezen) Deelnemerdeelnemer. Dit Voor een gewezen deelnemer geldt eveneens voor de opgebouwde aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen, in die zin dat de aanspraak op Bijzonder Partnerpensioen weer onderdeel wordt deze bepaling alleen indien er geen sprake is geweest van waardeoverdracht van de opgebouwde aanspraken op Partnerpensioen.
4. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 geldt, dat indien de (Gewezen) ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ daarnaast een aanspraak heeft op periodiek Partnerpensioen en de Partnerrelatie van de (Gewezen) Deelnemer eindigt door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇, de Gewezen Partner eveneens aanspraak verkrijgt op dit Partnerpensioen.
5. Indien een Partnerrelatie van een Gepensioneerde eindigt door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ verkrijgt de Gewezen Partner van de Gepensioneerde een aanspraak op Partnerpensioen zoals de Gepensioneerde ten behoeve van zijn Partner heeft behouden bij het ingaan van het ouderdomspensioen, met inachtneming van het bepaalde pensioenaanspraken als bedoeld in artikel 13 19 van dit pensioenreglement.
6. Het bepaalde in de voorafgaande leden vindt geen toepassing indien de betrokkenen bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de Scheiding anders zijn overeengekomen.
7. De aanspraak op Partnerpensioen ten behoeve van een Partner van een (Gewezen) Deelnemer wordt zonder haar of zijn toestemming niet bij overeenkomst tussen de (Gewezen) Deelnemer en de Stichting of de Werkgever verminderd.
8. Indien een of meerdere Gewezen Partners van de (Gewezen) Deelnemer aanspraak heeft op een Bijzonder Partnerpensioen wordt dit Bijzonder Partnerpensioen respectievelijk - pensioenen in mindering gebracht op het conform artikel 11 vastgesteld Partnerpensioen. Bij meerdere Gewezen Partners zal bij overlijden van een Gewezen Partner het Partnerpensioen niet wijzigen voor de overige (toekomstige) Gewezen Partners.
Appears in 1 contract
Sources: Premiepensioenregeling
Scheiding. Bijzonder Partnerpensioenpartnerpensioen
1. In geval van ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ wordt aan de Gewezen Partner Bij scheiding dan wel verbreking van de partnerrelatie -als bedoeld in artikel 1, begrip partner sub c- van een (Gewezengewezen) Deelnemer respectievelijk deelnemer komt het recht op partnerpensioen als genoemd in artikel 9, voorzover nog van toepassing, te vervallen en krijgt de gewezen partner recht op (de waarde van) een bijzonder partnerpensioen ten laste van de Gepensioneerde een aanspraak op een Bijzonder Partnerpensioen bij overlijden van de (Gewezen) Deelnemer toegekend.pensioenrekening A, B en C.
2. Het Bijzonder Partnerpensioen gaat in De waarde van het bijzonder partnerpensioen wordt berekend op basis van het ouderdomspensioen, ingaand op de eerste dag van pensioendatum en bijbehorend levenslang partnerpensioen, beide ingaand vanaf de maandpensioendatum, waarin de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde is overleden en wordt uitgekeerd tot en met de maand van overlijden van de Gewezen Partner.
3. In geval van Scheiding van een Deelnemer wordt ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen dat op de scheidingsdatum ten laste van het dan aanwezige Pensioenkapitaal (inclusief Pensioenkapitaal verworven voor 2016) fictief aangewend voor verwerving van ouderdomspensioen saldo op de pensioenrekening A, B en Partnerpensioen ingaande bij het overlijden van C kan worden aangekocht in de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde in een verhouding 100:70. De verhouding Vervolgens wordt vastgesteld met inbegrip de hoogte van eerdere aanspraken het daarbij vastgestelde partnerpensioen in aanmerking genomen en wordt berekend wat de waarde van dit partnerpensioen is op Bijzonder Partnerpensioende scheidingsdatum dan wel de beëindigingdatum van de partnerrelatie. Deze aanspraken worden in mindering gebracht op waarde wordt onttrokken aan het totale Partnerpensioen ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen dat wordt toegekend saldo op de scheidingsdatumpensioenrekening(en) en wordt als een afzonderlijk saldo op naam van de gewezen partner ten behoeve van bijzonder partnerpensioen geadministreerd. Het deel van het Pensioenkapitaal saldo dat bestemd is voor inkoop van het aldus vastgestelde Bijzonder Partnerpensioen wordt separaat geadministreerd en wordt oorsprong betrekking heeft op dezelfde wijze belegd als de rest van het Pensioenkapitaaldeel 1 resp. Op de Pensioen(richt)datum wordt dit deel van het Pensioenkapitaal aangewend voor inkoop van een Bijzonder Partnerpensioen ten behoeve 2 van de Gewezen Partnerpensioenrekeningen A, tezamen met de aanwending van het overige Pensioenkapitaal B en C van de (Gewezengewezen) Deelnemerdeelnemer wordt gestort op deel 1 resp. In geval deel 2 van de pensioenrekening op naam van de gewezen partner. Het kapitaal komt beschikbaar bij pensionering of eerder overlijden van de Gewezen Partner voordat het Pensioenkapitaal wordt (gewezen) deelnemer en zal worden aangewend voor inkoop de aankoop van Bijzonder Partnerpensioen, wordt dat bijzonder partnerpensioen voor de gewezen partner. Indien en voor zover het aan te kopen pensioen betrekking heeft op het kapitaal weer toegevoegd aan het Pensioenkapitaal op deel 1 van de (Gewezen) Deelnemer. Dit geldt eveneens voor de opgebouwde aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen, in die zin dat de aanspraak op Bijzonder Partnerpensioen weer onderdeel wordt pensioenrekening van de opgebouwde aanspraken gewezen partner vindt de toets plaats als bedoeld in artikel 22 lid 9. Aankoop van pensioen vindt plaats op Partnerpensioenbasis van het na deze toets vastgestelde beschikbare kapitaal.
43. In aanvulling op Bij overlijden van de gewezen partner vóór de (gewezen) deelnemer vervalt het bepaalde saldo van het bijzonder partnerpensioen als bedoeld in lid 1 geldt, dat indien de (Gewezen) ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ daarnaast een aanspraak heeft op periodiek Partnerpensioen en de Partnerrelatie van de (Gewezen) Deelnemer eindigt door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇, de Gewezen Partner eveneens aanspraak verkrijgt op dit Partnerpensioenaan het fonds.
5. Indien een Partnerrelatie van een Gepensioneerde eindigt door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ verkrijgt de Gewezen Partner van de Gepensioneerde een aanspraak op Partnerpensioen zoals de Gepensioneerde ten behoeve van zijn Partner heeft behouden bij het ingaan van het ouderdomspensioen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 van dit pensioenreglement.
6. Het bepaalde in de voorafgaande leden vindt geen toepassing indien de betrokkenen bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de Scheiding anders zijn overeengekomen.
7. De aanspraak op Partnerpensioen ten behoeve van een Partner van een (Gewezen) Deelnemer wordt zonder haar of zijn toestemming niet bij overeenkomst tussen de (Gewezen) Deelnemer en de Stichting of de Werkgever verminderd.
8. Indien een of meerdere Gewezen Partners van de (Gewezen) Deelnemer aanspraak heeft op een Bijzonder Partnerpensioen wordt dit Bijzonder Partnerpensioen respectievelijk - pensioenen in mindering gebracht op het conform artikel 11 vastgesteld Partnerpensioen. Bij meerdere Gewezen Partners zal bij overlijden van een Gewezen Partner het Partnerpensioen niet wijzigen voor de overige (toekomstige) Gewezen Partners.
Appears in 1 contract
Sources: Premiepensioenregeling
Scheiding. Bijzonder Partnerpensioen
1. In geval dit artikellid wordt onder scheiding verstaan: scheiding in de zin van ▇▇de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Met betrekking tot het (Tijdelijk) Ouderdomspensioen vastgesteld volgens de basispensioenregeling, alsmede het (Tijdelijk) Ouderdomspensioen verkregen uit de aanwending binnen het Fonds van de saldi van de pensioenrekening en opgebouwd volgens de excedentpensioenregeling en uit extra stortingen, gelden de volgende bepalingen:
a. ▇▇▇▇▇▇▇ wordt aan van echtscheiding of van scheiding van tafel en bed verkrijgt de Gewezen Partner gewezen partner van de een (Gewezengewezen) Deelnemer respectievelijk van de Gepensioneerde een aanspraak op een Bijzonder Partnerpensioen bij overlijden van de (Gewezen) Deelnemer toegekend.
2. Het Bijzonder Partnerpensioen gaat in op of gepensioneerde per de eerste dag van de maand, maand waarin de (echt)scheiding zich voordoet op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding een recht op uitbetaling van 50% van het tijdens het huwelijk opgebouwde (tijdelijk) ouderdomspensioen. Indien binnen 2 jaar na scheiding hiervan melding wordt gemaakt via het daartoe bestemde van overheidswege opgestelde formulier ontstaat voor de gewezen partner een zelfstandig recht op uitbetaling;
b. De zogenoemde pensioenverevening sub a. vindt niet plaats indien het aan de gewezen partner uit te keren pensioen lager is dan het bedrag van het afkoopbare pensioen als bedoeld in artikel 66 lid 1 bedoelde Gepensioneerde is overleden en van de Pensioenwet;
c. Het aan de gewezen partner toekomende (tijdelijk) Ouderdomspensioen wordt vanaf de datum van toekenning jaarlijks aangepast conform de bepalingen in artikel 16 (Voorwaardelijke toeslagen);
d. Het aan de gewezen partner toekomende (tijdelijk) Ouderdomspensioen komt in mindering op het (tijdelijk) Ouderdomspensioen ten behoeve van de (gewezen) Deelnemer c.q. gepensioneerde;
e. Het (tijdelijk) Ouderdomspensioen sub a. wordt uitgekeerd vanaf de Pensioenrichtleeftijd van de Deelnemer indien en zolang beiden in leven zijn. Het (tijdelijk) Ouderdomspensioen komt weer aan de gepensioneerde toe indien de gewezen partner als eerste overlijdt.
2. Met betrekking tot het Partnerpensioen vastgesteld volgens de basispensioenregeling, alsmede het Partnerpensioen verkregen uit de aanwending, binnen het Fonds, van de saldi van de pensioenspaarregelingen opgebouwd volgens de excedentpensioenregeling en uit extra stortingen, gelden de volgende bepalingen:
a. Indien het huwelijk van de Deelnemer eindigt door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, dan wel indien een Geregistreerd Partnerschap of een gemeenschappelijke huishouding, anders dan door overlijden eindigt, krijgt de gewezen partner per de eerste dag van de maand waarin de (echt)scheiding zich voordoet een premievrije aanspraak op Partnerpensioen. Deze premievrije aanspraak op Partnerpensioen wordt vastgesteld overeenkomstig het in artikel 31 van dit pensioenreglement bepaalde dat de Deelnemer ten behoeve van de gewezen partner zou hebben gekregen, indien op het tijdstip van echtscheiding, ontbinding van het huwelijk of beëindiging van de gemeenschappelijke huishouding de deelneming zou zijn geëindigd anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd;
b. Indien het huwelijk van een gewezen Deelnemer of gepensioneerde eindigt door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, dan wel de gemeenschappelijke huishouding anders dan door overlijden eindigt, krijgt de gewezen partner per de eerste dag van de maand waarin de (echt)scheiding zich voordoet en zodanige premievrije aanspraak op Partnerpensioen als de gewezen Deelnemer of gepensioneerde ten behoeve van de gewezen partner heeft verkregen bij het eindigen van het Deelnemerschap;
c. Het in dit lid bepaalde vindt geen toepassing indien de (gewezen) Deelnemer of gepensioneerde in het huwelijk treedt met de maand betreffende Partner of een geregistreerd partnerschap aangaat met de Partner;
d. Indien op grond van overlijden dit artikel aan de gewezen partner een zelfstandige aanspraak op pensioen wordt toegekend dan is het bepaalde in de artikelen 33, 33E, 33F, 33H, 33I, 33J en 33K van de Gewezen Partnerovereenkomstige toepassing op deze aanspraak.
3. In geval Met betrekking tot de saldi van Scheiding de pensioenrekening en opgebouwd volgens de excedent pensioenregeling en uit extra stortingen gelden de volgende bepalingen:
a. Indien het huwelijk van de (gewezen) Deelnemer eindigt door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, anders dan door overlijden, krijgt de gewezen partner per de eerste dag van de maand waarin de (echt)scheiding zich voordoet naast een Deelnemer wordt ter vaststelling aanspraak op bijzonder partnerpensioen een recht op uitbetaling van pensioen, dat is ingekocht met een deel van het Bijzonder Partnerpensioen pensioenspaarsaldo. Dit deel bedraagt 50% van de staande het huwelijk verrichte stortingen en daarover bijgeschreven en nog bij te schrijven rendementen, verminderd met het deel van de stortingen dat is bestemd voor (bijzonder) partnerpensioen;
b. Indien op grond van dit artikel aan de scheidingsdatum gewezen partner een zelfstandige aanspraak op een pensioenspaarsaldo wordt toegekend dan is het dan aanwezige Pensioenkapitaal (inclusief Pensioenkapitaal verworven voor 2016) fictief aangewend voor verwerving bepaalde in artikel 33, 33E, 33F, 33H, 33I, 33J en 33K van ouderdomspensioen en Partnerpensioen ingaande bij het overeenkomstige toepassing op deze aanspraak;
c. Bij overlijden van de in lid 1 bedoelde Gepensioneerde in een verhouding 100:70. De verhouding wordt vastgesteld met inbegrip van eerdere aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen. Deze aanspraken worden in mindering gebracht op gewezen partner voor de pensioeningangsdatum zal het totale Partnerpensioen ter vaststelling van het Bijzonder Partnerpensioen dat wordt toegekend op de scheidingsdatum. Het deel van het Pensioenkapitaal dat bestemd is voor inkoop van het aldus vastgestelde Bijzonder Partnerpensioen wordt separaat geadministreerd en wordt op dezelfde wijze belegd als de rest van het Pensioenkapitaal. Op de Pensioen(richt)datum wordt dit deel van het Pensioenkapitaal aangewend voor inkoop van een Bijzonder Partnerpensioen ten behoeve volledige pensioenspaarsaldo van de Gewezen Partner, tezamen met gewezen partner overgeboekt worden naar de aanwending van het overige Pensioenkapitaal pensioenrekening van de (Gewezen) Deelnemer. In geval van overlijden van de Gewezen Partner voordat het Pensioenkapitaal wordt aangewend voor inkoop van Bijzonder Partnerpensioen, wordt dat kapitaal weer toegevoegd aan het Pensioenkapitaal van de (Gewezen) Deelnemer. Dit geldt eveneens voor de opgebouwde aanspraken op Bijzonder Partnerpensioen, in die zin dat de aanspraak op Bijzonder Partnerpensioen weer onderdeel wordt van de opgebouwde aanspraken op Partnerpensioen.
4. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 geldt, dat indien de (Gewezengewezen) ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ daarnaast ▇;
4. De werkgever en het Fonds kunnen op verzoek van de betrokkenen in de in lid 1, 2 en 3 van dit artikel genoemde gevallen een aanspraak heeft op periodiek Partnerpensioen andere dan de daar omschreven regeling treffen, indien de (gewezen) Deelnemer of gepensioneerde en de Partnerrelatie van de (Gewezen) Deelnemer eindigt door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇, de Gewezen Partner eveneens aanspraak verkrijgt op dit Partnerpensioen.
5. Indien een Partnerrelatie van een Gepensioneerde eindigt door ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ verkrijgt de Gewezen Partner van de Gepensioneerde een aanspraak op Partnerpensioen zoals de Gepensioneerde ten behoeve van zijn Partner heeft behouden bij het ingaan van het ouderdomspensioen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 van dit pensioenreglement.
6. Het bepaalde in de voorafgaande leden vindt geen toepassing indien de betrokkenen gewezen partner bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de Scheiding scheiding anders zijn overeengekomenovereenkomen. De overeenkomst is slechts geldig indien een verklaring van het Fonds aan de overeenkomst is gehecht, waaruit blijkt dat het Fonds bereid is een uit de afwijking voortvloeiend risico te dekken, mits deze verklaring wettelijk vereist is.
7a. De gewezen partner ontvangt een bewijs van de aanspraken op ouderdoms- en tijdelijk ouderdomspensioen en het recht op uitbetaling conform dit artikel; de (gewezen) Deelnemer c.q. gepensioneerde ontvangt daarvan een afschrift.
b. De (gewezen) Deelnemer of gepensioneerde ontvangt een opgave van zijn eigen verminderde aanspraak op Partnerpensioen ten behoeve ouderdoms- en tijdelijk ouderdomspensioen.
6. Het Fonds is bevoegd de kosten verbonden aan het vaststellen van een Partner het te verevenen ouderdoms- en tijdelijk pensioen aan elk der betrokken partijen voor de helft in rekening te brengen.
a. Het in lid 1 en lid 3 van een (Gewezen) Deelnemer wordt zonder haar of zijn toestemming niet bij overeenkomst tussen dit artikel bepaalde is eveneens van toepassing op geregistreerde Partners behoudens ingeval de (Gewezengewezen) Deelnemer en deelnemer in het huwelijk treedt met de Stichting of de Werkgever verminderdbetreffende Partner.
8. Indien een of meerdere Gewezen Partners b. Het in lid 1 en lid 3 van dit artikel bepaalde is niet van toepassing op verbreking van de (Gewezen) Deelnemer aanspraak heeft op een Bijzonder Partnerpensioen wordt dit Bijzonder Partnerpensioen respectievelijk - pensioenen gemeenschappelijke huishouding als bedoeld in mindering gebracht op het conform artikel 11 vastgesteld Partnerpensioen. Bij meerdere Gewezen Partners zal bij overlijden van een Gewezen Partner het Partnerpensioen niet wijzigen voor de overige (toekomstige) Gewezen Partners.1 lid 5c
Appears in 1 contract
Sources: Pensioenreglement