Programma’s. 1. NS voert de programma’s uit, genoemd in bijlage 3, met in achtneming van het daarbij gestelde. Zij doet dit, voor zover relevant, in nauwe samenwerking met de infrastructuurbeheerder en andere vervoerders. 2. Onverminderd het eerste lid, kan de concessieverlener NS opdragen om programma’s op te stellen en uit te voeren indien: a. de realisatie van de prestatie-indicatoren herhaaldelijk onder de afgesproken bodemwaarden blijven; b. een substantieel deel van de reizigers herhaaldelijk wordt geconfronteerd met onevenredig lagere prestaties; c. uit een audit, benchmark of evaluatie zoals bedoeld in de concessie, een noodzakelijk programma volgt; d. zich een acute noodsituatie voordoet. 3. De concessieverlener maakt het gewenste doel van het programma, bedoeld in het tweede lid, kenbaar. Daarbij vermeldt hij de termijn waarbinnen uitvoering gewenst is en welke partijen bij de uitvoering moeten worden betrokken. De concessieverlener doet dit middels de jaarlijkse beleidsprioriteitenbrief, tenzij dit vanwege een spoedeisend karakter eerder nodig is. 4. NS beschrijft in een plan van aanpak eenduidig de aanpak van het programma, de te verrichten activiteiten, de (tussen)resultaten, de mijlpalen en de planning. Waar relevant geeft zij aan hoe de verantwoordelijkheden en de gemaakte afspraken over de samenwerking met de infrastructuurbeheerder en andere vervoerders vorm wordt gegeven. 5. NS neemt de in het vierde lid bedoelde aanpak op in het vervoerplan, tenzij dit vanwege het spoedeisende karakter niet kan. Indien een programma vanwege een spoedeisend karakter geen uitstel duldt, voert NS dit vooruitlopend op het nieuwe vervoerplan uit. 6. Indien NS (onderdelen) van een programma niet of niet volledig overneemt of daarvan afwijkt, maakt NS dit schriftelijk en gemotiveerd kenbaar aan de concessieverlener en zijn het negende tot en met elfde lid van artikel 15 van overeenkomstige toepassing. 7. NS vraagt de concessieverlener goedkeuring voor het programma. NS vangt aan met het programma eerst nadat goedkeuring is verkregen. 8. De concessieverlener kan het separaat vastleggen van specifieke afspraken over programma’s, bedoeld in het tweede lid, tussen de daarbij betrokken of te betrekken partijen initiëren.
Appears in 1 contract
Sources: Concessie
Programma’s. 1De concessieverlener heeft met de sturing de realisatie van de doelen van de Lange ▇▇▇▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇ als doel en richt zich primair op de door NS te leveren prestaties. NS voert De concessie bevat bij aanvang van de concessie aanvullend een set programma’s uitdie eveneens zijn gericht op prestatieverbetering en de realisatie van de doelen van de Lange Termijn Spooragenda. Door middel van programmasturing wordt expliciet invulling gegeven aan de oplossing van concrete problemen in het spoorsysteem. De programma’s zijn onderdeel van de jaarlijkse cyclus, genoemd waardoor jaarlijks in bijlage 3, met in achtneming van het daarbij gesteldevervoerplan concreet wordt gemaakt aan welke stappen en resultaten NS zich verbindt. Zij doet dit, voor zover relevant, in nauwe Voor een aantal programma’s is een intensieve samenwerking met de infrastructuurbeheerder of andere partijen noodzakelijk. In het jaarlijkse vervoerplan geeft NS aan op welke wijze invulling is gegeven aan deze samenwerking en andere vervoerders.
2aan de bijbehorende verantwoordelijkheidsverdeling. Onverminderd het eerste lidZolang de prestaties van NS niet achterblijven, richt de sturing van de concessieverlener zich niet op de manier waarop NS deze prestaties bereikt, met uitzondering van de bovengenoemde programma’s. Indien de prestaties van NS achterblijven of er een acute noodzaak is, kan de concessieverlener NS opdragen om programma’s op te stellen en uit te voeren indien:
a. bepalen dat NS, binnen redelijke kaders, een aanvullend programma moet uitvoeren. Deze situatie kan zich voortdoen als: • de realisatie van de prestatie-indicatoren herhaaldelijk onder de afgesproken bodemwaarden blijven;
b. blijft; • een substantieel deel van de reizigers herhaaldelijk wordt geconfronteerd met onevenredig lagere prestaties;
c. ; • uit een audit, benchmark of evaluatie evaluatie, zoals bedoeld in de concessie, een noodzakelijk programma volgt;
d. ; • zich een acute noodsituatie voordoet.
3. De concessieverlener maakt het gewenste doel van het programma, bedoeld in het tweede lid, kenbaar. Daarbij vermeldt hij de termijn waarbinnen uitvoering gewenst is en welke partijen bij de uitvoering moeten worden betrokken. De concessieverlener doet dit middels de jaarlijkse beleidsprioriteitenbrief, tenzij dit vanwege een spoedeisend karakter eerder nodig is.
4. NS beschrijft in stelt voor een gevraagd programma een plan van aanpak eenduidig de aanpak van het programma, de te verrichten activiteiten, de (tussen)resultaten, de mijlpalen op en de planning. Waar relevant geeft zij aan hoe de verantwoordelijkheden en de gemaakte afspraken over de samenwerking met de infrastructuurbeheerder en andere vervoerders vorm wordt gegeven.
5. NS neemt de in het vierde lid bedoelde aanpak op in het vervoerplan, tenzij legt dit vanwege het spoedeisende karakter niet kan. Indien een programma vanwege een spoedeisend karakter geen uitstel duldt, voert NS dit vooruitlopend op het nieuwe vervoerplan uit.
6. Indien NS (onderdelen) van een programma niet of niet volledig overneemt of daarvan afwijkt, maakt NS dit schriftelijk en gemotiveerd kenbaar aan de concessieverlener en zijn voor ter goedkeuring als onderdeel van het negende tot en met elfde lid van artikel 15 van overeenkomstige toepassingvervoerplan. Tenzij een acute noodzaak vereist dat dit op een separaat moment ter goedkeuring dient te worden voorgelegd.
7. NS vraagt de concessieverlener goedkeuring voor het programma. NS vangt aan met het programma eerst nadat goedkeuring is verkregen.
8. De concessieverlener kan het separaat vastleggen van specifieke afspraken over programma’s, bedoeld in het tweede lid, tussen de daarbij betrokken of te betrekken partijen initiëren.
Appears in 1 contract
Sources: Concessie