Common use of Partnerpensioen Clause in Contracts

Partnerpensioen. 1. Het partnerpensioen gaat in op de 1e van de maand waarin de (aspirant-) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt uitgekeerd tot het einde van de maand waarin de partner overlijdt. 2. Het partnerpensioen op jaarbasis bedraagt 70% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioen. 3. Bij overlijden van een deelnemer wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% van het ouderdomspensioen dat de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de datum van overlijden tot de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 4. Bij overlijden van een aspirant-deelnemer is het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de eerste dag van de maand waarin hij/zij de 21-jarige leeftijd zou bereiken tot de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit op het volgens lid 2 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. 6. Het partnerpensioen heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst in de zin van de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13).

Appears in 4 contracts

Sources: Pension Regulations, Pension Regulations, Pension Regulations

Partnerpensioen. 11 Het jaarlijks partnerpensioen wordt opgebouwd volgens een voorwaardelijk geïndexeerd middelloonsysteem. Het opgebouwde partnerpensioen gaat in op de 1e van de maand waarin de (aspirant-) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt uitgekeerd tot het einde van de maand waarin de partner overlijdt. 2. Het partnerpensioen op jaarbasis bedraagt 7050% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioen. 3. 2 Bij overlijden van een de deelnemer vóór de pensioendatum bedraagt het in lid 1 genoemde percentage 70 en wordt het krachtens ouderdomspensioen voor de toepassing van lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% van het ouderdomspensioen 1 vastgesteld in de veronderstelling dat de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de datum van overlijden tot de standaard-standaard pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen op basis van met de laatst vastgestelde gegevenslaatstelijk voor hem geldende pensioengrondslag en de laatstelijk voor hem geldende deeltijdfactor . Dit betekent Voor het geval dat deze pensioengrondslag door de campagne gerelateerde toeslag(en) meer dan 5% hoger of lager is dan de pensioengrondslag in het voorgaande kalenderjaar, wordt verondersteld dat voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan deelnemersjaren de pensioengrondslag gelijk is aan het gemiddelde van de laatst vastgestelde pensioengrondslaggrondslagen van de laatste vijf kalenderjaren, of indien een kortere periode dan vijf kalenderjaren van toepassing is het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip gemiddelde van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglementgrondslagen over die kortere periode. 4. Bij overlijden van een aspirant-deelnemer is het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de eerste dag van de maand waarin hij/zij de 21-jarige leeftijd zou bereiken tot de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) 25 een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit bijzonder partnerpensioen met inbegrip van hierover toegekende toeslagen als bedoeld in artikel 26, op het volgens lid 2 van dit artikel 1 vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. Deze vermindering wordt ongedaan gemaakt met ingang van de eerste dag volgend op de maand waarin de ex-partner die aanspraak heeft op het betreffende bijzonder partnerpensioen overlijdt. 64 Het partnerpensioen gaat in op de dag volgend op die van het overlijden van de (gewezen) deelnemer. Indien het overlijden een gepensioneerde betreft gaat het partnerpensioen in afwijking van het voorgaande in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de gepensioneerde overlijdt. Het partnerpensioen heeft wordt uitbetaald tot en met de maand waarin de nabestaande overlijdt. 5 Het opnemen van onbetaald verlof tot een maximum van achttien maanden door de deelnemer is niet van invloed op de dekking uit hoofde van het karakter partnerpensioen. 6 Indien een nabestaande een nieuwe relatie aangaat wordt het ingegane partnerpensioen vanaf het moment dat de nieuwe relatie wordt aangegaan gereduceerd tot het tijdsevenredige partnerpensioen dat voor de deelnemer ten tijde van een uitkeringsovereenkomst zijn overlijden binnen het fonds was opgebouwd, vermeerderd met eventuele verhogingen als bedoeld in artikel 26 voor zover toegekend in de zin van periode tussen de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken datum waarop de deelnemer is overleden en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is datum waarop de nabestaande een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13)nieuwe relatie aangaat.

Appears in 3 contracts

Sources: Pensioenreglement, Pension Regulations, Pensioenreglement

Partnerpensioen. 1. Het jaarlijkse partnerpensioen bedraagt 70% van het ouderdomspensioen bedoeld in artikel 4.1, tenzij artikel 4.2 van toepassing is. Op een volgens dit lid vastgesteld jaarlijks partnerpensioen wordt een op grond van artikel 5.2 vastgestelde aanspraak op bijzonder partnerpensioen in mindering gebracht. Indien het een bijzonder partnerpensioen betreft als bedoeld in artikel 5.2 lid 6, zal de vermindering plaatsvinden nadat door een of beide partners een van de in artikel 5.2 lid 7 genoemde stukken aan het fonds zijn overgelegd. De in de in dit lid bedoelde vermindering vindt plaats ongeacht het in leven zijn van de gewezen partner. 2. Indien de deelnemer vóór het ingaan van het ouderdomspensioen overlijdt, wordt het in het eerste lid bedoelde partnerpensioen verhoogd. De verhoging bedraagt 70% van het ouderdomspensioen, waarop ingevolge artikel 4.1, nog aanspraak zou zijn verkregen, indien zijn deelneming van het tijdstip van overlijden tot de pensioendatum onafgebroken zou hebben voortgeduurd. Het in de vorige volzin bedoelde ouderdomspensioen wordt vastgesteld op basis van de voor hem ten tijde van het overlijden geldende pensioengrondslag. 3. Van de pensioengrondslag bedoeld in het vorige lid wordt niet meer in aanmerking genomen dan het bedrag van de pensioengrondslag, die voor de deelnemer volgens artikel 2.1 ten tijde van zijn overlijden zou hebben gegolden, indien deze grondslag zou zijn vastgesteld op basis van een loonbedrag dat als volgt wordt verkregen: a. uitgegaan wordt van het tot een jaarbedrag herleide loon, waarvan zou zijn uitgegaan als de pensioengrondslag van de deelnemer één jaar vóór zijn overlijden respectievelijk op de latere begindatum van zijn laatste arbeidsovereenkomst zou zijn vastgesteld; b. vervolgens wordt het onder a bedoelde loonbedrag verhoogd met het percentage, dat verkregen wordt door het percentage, waarmee het indexcijfer is gestegen, te verhogen met 10. 4. Het partnerpensioen voor een gewezen deelnemer is gelijk aan het partnerpensioen, waarop volgens het tweede en derde lid aanspraak zou hebben bestaan bij overlijden op de dag, waarop zijn deelneming laatstelijk is geëindigd, mits: a. de gewezen deelnemer overlijdt binnen 6 maanden na het einde van zijn deelneming; en b. de gewezen deelnemer op de dag van zijn overlijden een uitkering ontvangt ter zake van niet-verwijtbare werkloosheid, dan wel ter zake van ziekte, zwangerschap of bevalling tijdens niet-verwijtbare werkloosheid; en c. voor de partner van de gewezen deelnemer geen partnerpensioen is verzekerd op grond van een na het einde van de deelneming aangevangen (en inmiddels weer geëindigd) dienstverband. 5. Het partnerpensioen gaat in op de 1e eerste dag van de maand maand, waarin de (aspirant-gewezen) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt vervolgens levenslang aan de partner uitgekeerd tot het einde en eindigt op de laatste dag van de maand maand, waarin de partner overlijdt. 2. Het partnerpensioen op jaarbasis bedraagt 70% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioen. 3. Bij overlijden van een deelnemer wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% van het ouderdomspensioen dat de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de datum van overlijden tot de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 4. Bij overlijden van een aspirant-deelnemer is het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de eerste dag van de maand waarin hij/zij de 21-jarige leeftijd zou bereiken tot de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit op het volgens lid 2 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. 6. Het partnerpensioen heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst in de zin van de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13).

Appears in 2 contracts

Sources: Pensioenreglement, Pensioenreglement

Partnerpensioen. 1. a. Het jaarlijkse partnerpensioen gaat als bedoeld in op de 1e artikel 6 van de maand waarin de (aspirant-) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt uitgekeerd tot Basisregeling bedraagt voor deelnemers 70% van het einde van de maand waarin de partner overlijdtjaarlijkse ouderdomspensioen.als bedoeld in artikel 3. 2b. Indien de deelnemer vóór het ingaan van het ouderdomspensioen overlijdt, wordt het bedoelde partnerpensioen verhoogd. Het partnerpensioen op jaarbasis De verhoging bedraagt 70% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioen. 3. Bij overlijden , waarop aanspraak zou zijn verkregen, indien zijn deelneming van een deelnemer wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% overlijden tot de pensioendatum onafgebroken zou hebben voortgeduurd. Het in de vorige volzin bedoelde ouderdomspensioen wordt vastgesteld op basis van de voor hem ten tijde van het ouderdomspensioen dat overlijden geldende pensioengrondslag. c. Voor de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf die op de datum van overlijden werkzaam was op grond van een arbeidsovereenkomst waarin geen vast aantal arbeidsuren per periode was opgenomen, wordt het tot de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen te bereiken ouderdomspensioen als bedoeld in het bepaalde onder b, met inachtneming van het ter zake bepaalde in dit pensioenreglement vastgesteld op basis van het aantal gewerkte uren en het pensioengevend inkomen dat over een periode van twaalf maanden, dan wel – indien minder dan twaalf maanden is deelgenomen - over de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat periode van deelneming, voorafgaand aan het overlijden is gewerkt respectievelijk verdiend. d. Van de pensioengrondslag bedoeld in het bepaalde onder b wordt niet meer in aanmerking genomen dan het bedrag van de pensioengrondslag die voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan deelnemer volgens artikel 8 ten tijde van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van zijn overlijden enzou hebben gegolden, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 4. Bij overlijden van een aspirant-deelnemer is het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de eerste dag van de maand waarin hij/zij de 21-jarige leeftijd deze grondslag zou bereiken tot de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen zijn vastgesteld op basis van een loonbedrag dat als volgt wordt verkregen: 1. uitgegaan wordt van het tot een jaarbedrag herleide loon, waarvan zou zijn uitgegaan als de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan pensioengrondslag van de laatst vastgestelde pensioengrondslagdeelnemer één jaar vóór zijn overlijden respectievelijk op de latere begindatum van zijn laatste arbeidsovereenkomst zou zijn vastgesteld; 2. vervolgens wordt het onder a bedoelde loonbedrag verhoogd met het percentage, dat verkregen wordt door het parttimepercentage zoals geldend op percentage, waarmee het tijdstip van overlijden enindexcijfer is gestegen, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglementte verhogen met 10. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit op het volgens lid 2 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. 6. Het partnerpensioen heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst in de zin van de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13).

Appears in 2 contracts

Sources: Pensioenreglement, Pensioenreglement

Partnerpensioen. 1. De (niet-geregistreerde) partner van een (gewezen) deelnemer of gepensioneerde heeft recht op partnerpensioen. 2. Het partnerpensioen gaat in op de 1e eerste dag van de maand waarin de (aspirant-gewezen) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt uitgekeerd overlijdt en loopt door tot het einde van de maand waarin van overlijden van de partner overlijdt. 2. Het partnerpensioen op jaarbasis bedraagt 70% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioenniet-geregistreerde) partner. 3. Bij overlijden Het jaarlijkse partnerpensioen is gelijk aan de som van het in elk van de meetellende deelnemersjaren opgebouwde partnerpensioen, met inbegrip van de daarop volgens artikel 13 verleende toeslagen. Onder meetellende deelnemersjaren worden verstaan de dienstjaren gelegen tussen de aanvangsdatum van het deelnemerschap en de einddatum van het deelnemerschap. De meetellende deelnemersjaren worden in maanden bepaald, waarbij een gedeelte van een deelnemer maand voor een volle maand wordt gerekend (indien niet het volle kalenderjaar is deelgenomen, wordt het krachtens lid 2 deelnemersjaar naar evenredigheid van het onvolledige jaar in de berekening betrokken). 4. Het vanaf 1 januari 2021 op te bouwen partnerpensioen is voor elk meetellend deelnemersjaar 1,148% van de voor dat jaar vastgestelde pensioengrondslag. Vanaf 1 januari 2015 tot 1 januari 2021 bedroeg het jaarlijks levenslange partnerpensioen voor elk meetellend deelnemersjaar 1,3104% van de voor dat jaar vastgestelde pensioengrondslag. Vanaf 1 januari 2014 tot 1 januari 2015 bedroeg het jaarlijkse levenslange partnerpensioen 1,4% (70% van 2%) van de voor dat jaar vastgestelde pensioengrondslag. 5. Bij overlijden is het totaal jaarlijkse partnerpensioen gelijk aan het tot het moment van overlijden opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip partnerpensioen, eventueel vermeerderd met aanspraken uit hoofde van overlijden) artikel 63 van dit reglement, met inbegrip van de daarop volgens artikel 13 verleende toeslagen. Indien een deelnemer overlijdt vóór de reguliere pensioendatum, dan wordt dit opgebouwde partnerpensioen verhoogd met 701,3104% van de voor dat jaar vastgestelde pensioengrondslag van de deelnemer, vermenigvuldigd met het ouderdomspensioen aantal deelnemersjaren dat de deelnemer fictief bij voortzetting van de deelneming vanaf de overlijdensdatum tot uiterlijk de reguliere pensioendatum had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de datum van overlijden tot de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevensbereiken. Dit betekent dat aantal deelnemersjaren wordt vastgesteld in jaren en maanden nauwkeurig. Indien voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend overleden deelnemer op het tijdstip van overlijden eneen verminderde arbeidsduur van toepassing was, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond dan wordt voor vaststelling van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 4. Bij overlijden van een aspirant-deelnemer is het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van het ouderdomspensioen aangenomen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de eerste dag van de maand waarin hij/zij de 21-jarige leeftijd zou bereiken deelneming tot de standaard-pensioendatum pensioenrichtdatum zou hebben deelgenomen zijn voortgezet op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, geldende verminderde arbeidsduur. 6. Voor de gehuwde partner bestaat geen aanspraak op partnerpensioen: indien het huwelijk is gesloten op of na de pensioendatum of op of na de eerdere pensioeningangsdatum waarop het ouderdomspensioen volledig is ingegaan van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde. 7. Voor de geregistreerde partner bestaat geen aanspraak op partnerpensioen: indien de werkgever hiervoor registratie is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand op of na de pensioendatum of op of na de eerdere pensioeningangsdatum waarop het ouderdomspensioen volledig is ingegaan van de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde. 8. Voor de niet-geregistreerde partner bestaat geen aanspraak op partnerpensioen: indien na de pensioendatum of op of na de eerdere pensioeningangsdatum waarop het ouderdomspensioen volledig is ingegaan van de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde voldaan wordt aan de voorwaarden als genoemd bij de definitie van partner, sub c. 9. De aanspraak op partnerpensioen vervalt of vermindert indien de (gewezen) deelnemer van deze aanspraak afstand heeft gekozen gedaan op grond van het bepaalde de wijze als omschreven in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement20. 510. Indien het ouderdomspensioen op grond van artikel 22 bij beëindiging 18 van dit reglement gedeeltelijk is ingegaan bedraagt het jaarlijks partnerpensioen voor de (niet-geregistreerde) partner 70% van het jaarlijks ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 16 dat de deelnemer op de pensioendatum – op basis van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekendten tijde van overlijden geldende pensioengrondslag en parttimepercentage - zou zijn gaan genieten, wordt dit op het volgens lid 2 eventueel vermeerderd met aanspraken uit hoofde van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. 6. Het partnerpensioen heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst in de zin 63, met inbegrip van de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie daarop volgens artikel 13)13 verleende verhogingen.

Appears in 2 contracts

Sources: Pensioenreglement, Pensioenreglement

Partnerpensioen. 1. Het jaarlijkse partnerpensioen bedraagt 70% van het ouderdomspensioen bedoeld in artikel 8, eerste lid, tenzij artikel 8A en/ of artikel 10, vijfde lid, van toepassing is. 2. Indien de deelnemer vóór het ingaan van het ouderdomspensioen overlijdt in een tijdvak, waarover voor hem premie verschuldigd is of geacht wordt te zijn voldaan, wordt het in het eerste lid bedoelde partner pensioen verhoogd. De verhoging bedraagt 70% van het ouderdomspensioen, waarop ingevolge artikel 8, eerste lid, nog aanspraak zou zijn verkregen, indien: - zijn deelneming van het tijdstip van overlijden tot de pensioendatum onafgebroken zou hebben voor tgeduurd en - over die tijd premie zou zijn betaald naar de ten tijde van zijn overlijden voor hem geldende pensioengrondslag. 3. Van de pensioengrondslag bedoeld in het vorige lid wordt niet meer in aanmerking genomen dan het bedrag van de pensioengronds lag, die voor de deelnemer volgens artikel 4 ten tijde van zijn overlijden zou hebben gegolden, indien deze grondslag zou zijn vastgesteld op basis van een loonbedrag dat als volgt wordt verkregen: a. uitgegaan wordt van het tot een jaarbedrag herleide loo n, waarvan zou zijn uitgegaan als de pensioengrondslag van de deelnemer één jaar vóór zijn overlijden respectievelijk op de latere begindatum van zijn laatste arbeidsovereenkomst zou zijn vastgesteld; b. vervolgens wordt het onder a bedoelde loonbedrag ver hoogd met het percentage, dat verkregen wordt door het percentage, waarmee het indexcijfer is gestegen, te verhogen met 10. 4. Het partnerpensioen voor een gewezen deelnemer is gelijk aan het partnerpensioen, waarop volgens het tweede en derde lid aanspra ak zou hebben bestaan bij overlijden op de dag, waarop zijn deelneming laatstelijk is geëindigd, mits: a. de gewezen deelnemer overlijdt binnen 6 maanden na het einde van zijn deelneming; en b. de gewezen deelnemer op de dag van zijn overlijden een uitkeri ng ontvangt ter zake van niet -verwijtbare werkloosheid, dan wel ter zake van ziekte, zwangerschap of bevalling tijdens niet -verwijtbare werkloosheid; en c. voor de partner van de gewezen deelnemer geen partnerpensioen is verzekerd op grond van een na het einde van de deelneming aangevangen (en inmiddels weer geëindigd) dienstverband. 5. Indien het bepaalde in artikel 8, derde lid, toepassing heeft gevonden, ondergaat het partnerpensioen een evenredige verlaging of verhoging. Daarbij zal, indien de gewezen deelnemer overlijdt na de pensioendatum en zonder dat bepaald is op welke datum het ouderdomspensioen zou ingaan, voor de berekening van het partnerpensioen worden aangenomen, dat het ouderdomspensioen zou zijn ingegaan op de datum waarop de gewezen deeln emer is overleden 6. Het partnerpensioen gaat in op de 1e eerste dag van de maand maand, waarin de (aspirant-) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt uitgekeerd tot het einde eindigt op de laatste dag van de maand maand, waarin de partner overlijdt. 2. Het partnerpensioen op jaarbasis bedraagt 70% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioen. 3. Bij overlijden van een deelnemer wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% van het ouderdomspensioen dat de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de datum van overlijden tot de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 4. Bij overlijden van een aspirant-deelnemer is het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de eerste dag van de maand waarin hij/zij de 21-jarige leeftijd zou bereiken tot de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit op het volgens lid 2 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. 6. Het partnerpensioen heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst in de zin van de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13).

Appears in 1 contract

Sources: Pension Regulation

Partnerpensioen. 1. Het jaarlijks partnerpensioen bedraagt 70% van het jaarlijkse ouderdomspensioen zoals vastgesteld in Artikel 6 Ouderdomspensioen, lid 1. Voor degenen die per 31 december 2017 deelnamen aan de pensioenregeling van het fonds is artikel 37 mede van toepassing. 2. Het partnerpensioen, met uitzondering voor degenen die uiterlijk 31 december 2017 al deelnamen aan de pensioenregeling van het fonds, bedraagt bij overlijden van een deelnemer 70% van het bereikbare ouderdomspensioen op de pensioenrichtdatum. Voor degenen die per 31 december 2017 deelnamen aan de pensioenregeling van het fonds is artikel 37 mede van toepassing. 3. Het partnerpensioen, met uitzondering voor degenen die uiterlijk 31 december 2017 al deelnamen aan de pensioenregeling van het fonds, bedraagt bij overlijden van de gewezen deelnemer of de gepensioneerde 70% van het tijdens de dienstbetrekking opgebouwde ouderdomspensioen. Voor degenen die per 31 december 2017 deelnamen aan de pensioenregeling van het fonds is artikel 37 mede van toepassing. 4. Indien er sprake is van het uitruilen van partnerpensioen voor extra ouderdomspensioen of het uitruilen van ouderdomspensioen voor een (hoger) partnerpensioen, zijn andere dan de in de leden 1 tot en met 3 genoemde percentages mogelijk. 5. Het partnerpensioen gaat in op de 1e eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de (aspirant-gewezen) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het komt te overlijden en wordt uitgekeerd tot het einde en met de maand van overlijden van de maand waarin de partner overlijdt. 2. Het partnerpensioen op jaarbasis bedraagt 70% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioen. 3. Bij overlijden van een deelnemer wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% van het ouderdomspensioen dat de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de datum van overlijden tot de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 4. Bij overlijden van een aspirant-deelnemer is het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de eerste dag van de maand waarin hij/zij de 21-jarige leeftijd zou bereiken tot de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit op het volgens lid 2 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebrachtpartner. 6. Het Indien het partnerpensioen heeft ingaat voor de pensioenrichtdatum, zal het karakter jaarlijks op 1 januari, voor het eerst op 1 januari volgend op de dag van een uitkeringsovereenkomst in de zin overlijden van de Pensioenwet(gewezen) deelnemer, worden verhoogd met 3% van het partnerpensioen van het voorafgaande jaar. Dit betekent dat Voor de laatste maal wordt het pensioen vooraf wordt vastgesteld partnerpensioen verhoogd op 1 januari voorafgaande aan het tijdstip waarop de (gewezen) deelnemer de pensioenrichtdatum zou hebben bereikt. 7. Indien aanspraken jegens het fonds bestaan op een bijzonder partnerpensioen, zullen deze aanspraken op bijzonder partnerpensioen in concrete pensioenbedragenmindering worden gebracht op het partnerpensioen berekend volgens dit artikel. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang De vermindering vindt niet of gedeeltelijk plaats indien die aanspraken op een bijzonder partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op zijn vervallen als gevolg van het overlijden van de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake ex-partner(s) voordat dit bijzondere partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling ingegaan. 8. Gedurende de tussen werkgever en de deelnemer overeengekomen periode van toepassing (zie artikel 13)onbetaald verlof houdt de deelnemer gedurende maximaal 18 maanden aanspraak op het partnerpensioen dat voor hem was verzekerd onmiddellijk voorafgaand aan het onbetaald verlof. Voor zover dit partnerpensioen uitgaat boven het partnerpensioen dat de deelnemer tot aan het moment van verlof heeft opgebouwd, gaat dit partner- pensioen uitsluitend in als de deelnemer gedurende de periode van onbetaald verlof, doch uiterlijk binnen 18 maanden na ingang van het onbetaald verlof, overlijdt.

Appears in 1 contract

Sources: Pensioenreglement

Partnerpensioen. 1. Het jaarlijkse partnerpensioen bedraagt 70% van het ouderdomspensioen bedoeld in artikel 8, eerste lid, te nzij artikel 8A en/of artikel 10, vijfde lid, van toepassing is. 2. Indien de deelnemer vóór het ingaan van het ouderdomspensioen overlijdt in een tijdvak, waarover voor hem premie verschuldigd is of geacht wordt te zijn voldaan, wordt het in het eerste l id bedoelde partnerpensioen verhoogd. De verhoging bedraagt 70% van het ouderdomspensioen, waarop ingevolge artikel 8, eerste lid, nog aanspraak zou zijn verkregen, indien: - zijn deelneming van het tijdstip van overlijden tot de pensioendatum onafgebro ▇▇▇ ▇▇▇ hebben voortgeduurd en - over die tijd premie zou zijn betaald naar de ten tijde van zijn overlijden voor hem geldende pensioengrondslag. 3. Van de pensioengrondslag bedoeld in het vorige lid wordt niet meer in aanmerking genomen dan het bedrag va n de pensioengrondslag, die voor de deelnemer volgens artikel 4 ten tijde van zijn overlijden zou hebben gegolden, indien deze grondslag zou zijn vastgesteld op basis van een loonbedrag dat als volgt wordt verkregen: a. uitgegaan wordt van het tot een jaar bedrag herleide loon, waarvan zou zijn uitgegaan als de pensioengrondslag van de deelnemer één jaar vóór zijn overlijden respectievelijk op de latere begindatum van zijn laatste arbeidsovereenkomst zou zijn vastgesteld; b. vervolgens wordt het onder a bedo elde loonbedrag verhoogd met het percentage, dat verkregen wordt door het percentage, waarmee het indexcijfer is gestegen, te verhogen met 10. 4. Het partnerpensioen voor een gewezen deelnemer is gelijk aan het partnerpensioen, waarop volgens het tweede e n derde lid aanspraak zou hebben bestaan bij overlijden op de dag, waarop zijn deelneming laatstelijk is geëindigd, mits: a. de gewezen deelnemer overlijdt binnen 6 maanden na het einde van zijn deelneming; en b. de gewezen deelnemer op de dag van zijn ove rlijden een uitkering ontvangt ter zake van niet -verwijtbare werkloosheid, dan wel ter zake van ziekte, zwangerschap of bevalling tijdens niet -verwijtbare werkloosheid; en c. voor de partner van de gewezen deelnemer geen partnerpensioen is verzekerd op gr ond van een na het einde van de deelneming aangevangen (en inmiddels weer geëindigd) dienstverband. 5. Indien het bepaalde in artikel 8, derde lid, toepassing heeft gevonden, ondergaat het partnerpensioen een evenredige verlaging of verhoging. Daarbij zal , indien de gewezen deelnemer overlijdt na de pensioendatum en zonder dat bepaald is op welke datum het ouderdomspensioen zou ingaan, voor de berekening van het partnerpensioen worden aangenomen, dat het ouderdomspensioen zou zijn ingegaan op de datum waar op de gewezen deelnemer is overleden . 6. Het partnerpensioen gaat in op de 1e eerste dag van de maand maand, waarin de (aspirant-) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt uitgekeerd tot het einde eindigt op de laatste dag van de maand maand, waarin de partner overlijdt. 2. Het partnerpensioen op jaarbasis bedraagt 70% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioen. 3. Bij overlijden van een deelnemer wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% van het ouderdomspensioen dat de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de datum van overlijden tot de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 4. Bij overlijden van een aspirant-deelnemer is het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de eerste dag van de maand waarin hij/zij de 21-jarige leeftijd zou bereiken tot de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit op het volgens lid 2 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. 6. Het partnerpensioen heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst in de zin van de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13).

Appears in 1 contract

Sources: Pension Regulations

Partnerpensioen. 1. Het partnerpensioen Partnerpensioen wordt toegekend aan de nagelaten partner en gaat in op de 1e eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de (aspirant-) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het overlijdt en wordt uitgekeerd tot het einde van en met de maand waarin de nagelaten partner overlijdt. 2. Het te verwerven partnerpensioen wordt opgebouwd volgens een middelloonstelsel. De deelnemer bouwt aanspraken op jaarbasis bedraagt 70% ter grootte van 1,313 procent van de pensioengrondslag zoals deze geldt in het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioenbetreffende kalenderjaar. 3. Bij overlijden van een de deelnemer vóór de pensioeningangsdatum wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% bij de berekening van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op partnerpensioen van de veronderstelling uitgegaan dat het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% van het ouderdomspensioen dat de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de datum van overlijden deelnemerschap ongewijzigd zou hebben voortgeduurd tot de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglementpensioendatum. 4. Bij overlijden van de deelnemer vóór de pensioeningangsdatum wordt een aspirant-deelnemer is tijdelijke verhoging van het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van toegekend. Deze tijdelijke verhoging wordt uitgekeerd tot het ouderdomspensioen moment dat de aspirantnagelaten partner de AOW-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf leeftijd bereikt of bij eerder overlijden tot en met de eerste laatste dag van de maand waarin hij/zij de 21nagelaten partner overlijdt. De tijdelijke verhoging van het partnerpensioen is het bedrag dat overeenkomt met 8/7 maal de nominale uitkering vermeerderd met de vakantie-jarige leeftijd zou bereiken tot uitkering ingevolge de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevensAlgemene nabestaandenwet. Dit betekent dat bedrag wordt na ingang van het partnerpensioen jaarlijks aangepast op dezelfde wijze als het ingegane partnerpensioen. 5. In geval van scheiding van een deelnemer heeft de gewezen partner geen aanspraak op de tijdelijke verhoging van het partnerpensioen zoals bedoeld in het derde en vierde lid. 6. De deelnemer kan voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan toepassing van dit pensioenreglement op enig tijdstip aanspraak op partnerpensioen hebben ten gunste van ten hoogste één partner. 7. Indien de laatst vastgestelde pensioengrondslag, deelnemer overlijdt binnen één jaar na het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip aangaan van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond een partnerrelatie bestaat in afwijking van het bepaalde in het derde en vierde lid slechts recht op een partnerpensioen dat krachtens artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging 12 zou zijn vastgesteld indien het deelnemerschap van de partnerrelatie deelnemer op de dag voorafgaande aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit op het volgens lid 2 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. 6zijn overlijden zou zijn geëindigd. Het Bestuur kan echter toch een recht op een volgens derde en vierde lid vastgesteld partnerpensioen heeft toekennen indien het karakter aannemelijk is of wordt gemaakt, dat het overlijden niet het redelijkerwijs te verwachten gevolg is geweest van een uitkeringsovereenkomst in ziekte of gebrek waaraan de zin overledene al lijdende was bij het aangaan van de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13)partnerrelatie.

Appears in 1 contract

Sources: Pensioenreglement

Partnerpensioen. 1. Het jaarlijkse partnerpensioen bedraagt 70% van het ouderdomspensioen, zoals bepaald in artikel 8 lid 1 van dit reglement. Als een gewezen partner van de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde recht heeft op bijzonder partnerpensioen dan wordt het in de eerste volzin genoemde partnerpensioen, verlaagd met dit bijzonder partnerpensioen. 2. Indien de deelnemer voor het ingaan van het ouderdomspensioen overlijdt, wordt het partnerpensioen zoals bepaald in lid 1 verhoogd met het bedrag waar nog aanspraak op zou zijn verkregen, indien: • de deelneming vanaf het tijdstip van overlijden tot aan de 65-jarige leeftijd onafgebroken zou hebben voortgeduurd; en • over die tijd als grondslag zou zijn gehanteerd de ten tijde van het overlijden voor de 3. Van de pensioengrondslag bedoeld in het vorige lid wordt niet meer in aanmerking genomen dan het bedrag van de pensioengrondslag die voor de deelnemer ten tijde van zijn overlijden zou hebben gegolden, indien deze grondslag zou zijn vastgesteld op basis van een loon dat als volgt wordt verkregen: uitgegaan wordt van het tot het jaarbedrag herleide loon, waarvan zou zijn uitgegaan als de pensioengrondslag van de deelnemer één jaar voor zijn overlijden, respectievelijk op de latere begindatum van zijn laatste dienstverband zou zijn vastgesteld, per 1 januari verhoogd met de stijging van de CAO-lonen nadien en met 10%. 4. Indien de deelnemer op of na 1 januari 2006 overlijdt gedurende het tweede ziektejaar, dan wel gedurende de periode waarin hij arbeidsongeschikt is ingevolge de WIA, wordt het partnerpensioen vanaf de ingang van het partnerpensioen aangevuld met een extra partnerpensioen. Bij overlijden gedurende de periode waarin de deelnemer ziek is gedurende het tweede ziektejaar, dan wel volledig arbeidsongeschikt is ingevolge de WIA wordt het extra partnerpensioen op basis van de volgende formule vastgesteld: 70% x 1,75% x 30% x loon x aantal jaren inclusief gedeelten daarvan, vanaf de eerste dag van de maand waarin de deelnemer overlijdt tot de 65-jarige leeftijd van de deelnemer, als hij niet eerder was overleden. In aanvulling op bovenstaande formule wordt bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid voor de vaststelling van het extra partnerpensioen tevens vermenigvuldigd met het uitkeringspercentage behorende bij de mate van arbeidsongeschiktheid, zoals bepaald in artikel 43 lid 3. Hierbij wordt onder loon verstaan: het tot het jaarbedrag herleide loon dat gold per 1 januari direct voorafgaand aan de wettelijke ziekteperiode. Dit loon kan niet meer bedragen dan het maximale loon als bepaald in lid 3 en wordt vervolgens jaarlijks per 1 januari verhoogd met de stijging van de CAO-lonen nadien. 5. Het partnerpensioen gaat in op de 1e eerste dag van de maand maand, waarin de (aspirant-gewezen) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt uitgekeerd tot het einde partnerpensioen eindigt op de laatste dag van de maand waarin de partner overlijdt. 26. Het partnerpensioen op jaarbasis bedraagt 70% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen De (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioen. 3. Bij overlijden van een gewezen) deelnemer wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% heeft, onder de in hoofdstuk IV genoemde voorwaarden, de mogelijkheid tot uitruil van het ouderdomspensioen dat voor partnerpensioen, dan wel uitruil van het partnerpensioen voor ouderdomspensioen. Uitruil heeft invloed op de hoogte van het partnerpensioen. De deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf heeft, onder de datum in hoofdstuk IV genoemde voorwaarden, de mogelijkheid tot vervroeging of uitstel van overlijden tot het ouderdomspensioen. Deze keuzemogelijkheden hebben geen invloed op de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen op basis hoogte van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat het partnerpensioen; voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw hoogte van het partnerpensioen wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond hoogte van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV oorspronkelijk opgebouwde ouderdomspensioen voor toepassing van dit reglementgenoemde keuzemogelijkheden. 47. Bij overlijden In het geval er uitruil heeft plaatsgevonden van een aspirant-deelnemer is ouderdomspensioen (met partnerpensioen) in vroegpensioen, dan wel uitruil van vroegpensioen in ouderdomspensioen (met partnerpensioen), wordt het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van evenredig verlaagd, dan wel verhoogd. In dit lid wordt met partnerpensioen uitsluitend het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de eerste dag van de maand waarin hij/zij de 21-jarige leeftijd zou bereiken tot de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde partnerpensioen als bepaald in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement1 bedoeld. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit op het volgens lid 2 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. 6. Het partnerpensioen heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst in de zin van de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13).

Appears in 1 contract

Sources: (Vroeg)pensioenreglement

Partnerpensioen. 1. a. Het jaarlijkse partnerpensioen gaat als bedoeld in op de 1e artikel 6 van de maand waarin de (aspirant-) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt uitgekeerd tot Basis Vervoersregeling bedraagt voor deelnemers 70% van het einde van de maand waarin de partner overlijdtjaarlijkse ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 3. 2b. Indien de deelnemer vóór het ingaan van het ouderdomspensioen overlijdt, wordt het bedoelde partnerpensioen verhoogd. Het partnerpensioen op jaarbasis De verhoging bedraagt 70% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioen. 3. Bij overlijden , waarop aanspraak zou zijn verkregen, indien zijn deelneming van een deelnemer wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% overlijden tot de pensioendatum onafgebroken zou hebben voortgeduurd. Het in de vorige volzin bedoelde ouderdomspensioen wordt vastgesteld op basis van de voor hem ten tijde van het ouderdomspensioen dat overlijden geldende pensioengrondslag. c. Voor de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf die op de datum van overlijden werkzaam was op grond van een arbeidsovereenkomst waarin geen vast aantal arbeidsuren per periode was opgenomen, wordt het tot de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen te bereiken ouderdomspensioen als bedoeld in het bepaalde onder b, met inachtneming vanhet ter zake bepaalde in dit pensioenreglement vastgesteld op basis van het aantal gewerkte uren en het pensioengevend inkomen dat over een periode van twaalf maanden, dan wel – indien minder dan twaalf maanden is deelgenomen - over de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat periode van deelneming, voorafgaand aan het overlijden is gewerkt respectievelijk verdiend. d. Van de pensioengrondslag bedoeld in het bepaalde onder b wordt niet meer in aanmerking genomen dan het bedrag van de pensioengrondslag die voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan deelnemer volgens artikel 8 ten tijde van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van zijn overlijden enzou hebben gegolden, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 4. Bij overlijden van een aspirant-deelnemer is het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de eerste dag van de maand waarin hij/zij de 21-jarige leeftijd deze grondslag zou bereiken tot de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen zijn vastgesteld op basis van een loonbedrag dat als volgt wordt verkregen: 1. uitgegaan wordt van het tot een jaarbedrag herleide loon, waarvan zou zijn uitgegaan als de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan pensioengrondslag van de laatst vastgestelde pensioengrondslagdeelnemer één jaar vóór zijn overlijden respectievelijk op de latere begindatum van zijn laatste arbeidsovereenkomst zou zijn vastgesteld; 2. vervolgens wordt het onder 1. bedoelde loonbedrag verhoogd met het percentage, dat verkregen wordt door het parttimepercentage zoals geldend op percentage, waarmee het tijdstip van overlijden enindexcijfer is gestegen, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglementte verhogen met 10. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit op het volgens lid 2 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. 6. Het partnerpensioen heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst in de zin van de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13).

Appears in 1 contract

Sources: Pensioenreglement

Partnerpensioen. 1. Het partnerpensioen gaat in op de 1e De partner heeft na het overlijden van de maand waarin de een (aspirant-gewezen) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt uitgekeerd tot het einde van de maand waarin de partner overlijdtaanspraak op partnerpensioen. 2. Voor de partnerpensioenaanspraken van (gewezen) deelnemers of gepensioneerden die zijn opgebouwd ná 1 januari 2001 geldt het zogenaamde onbepaald partner systeem, dat wil zeggen dat partnerpensioen wordt opgebouwd voor alle deelnemers, ongeacht of de deelnemer een partner heeft aangemeld bij het Pensioenfonds. Het jaarlijkse partnerpensioen op jaarbasis voor de dienstjaren ná 1 januari 2001 bedraagt 70% van het volgens artikel 9 vastgestelde berekende ouderdomspensioen voor de betreffende dienstjaren vastgesteld aan de hand van de (inclusief reeds verleende toeslagentoen) geldende pensioenregeling(en). Voor de partnerpensioenaanspraken van (gewezen) deelnemers of gepensioneerden die zijn opgebouwd vóór 1 januari 2001 onder de toen geldende pensioenregeling(en) gold het zogenaamde bepaald partner systeem, dat wil zeggen dat partnerpensioen alleen werd opgebouwd, voor zover de partner van de deelnemer was aangemeld bij het Pensioenfonds onder de toen geldende pensioenregeling(en), en in dat geval alleen gedurende de periode waarvoor de partner was aangemeld. Het jaarlijkse partnerpensioen voor de dienstjaren vóór 1 januari 2001 is gelijk aan een percentage van het berekende ouderdomspensioen vastgesteld aan de hand van de toen geldende pensioenregeling(en) (indien geen partner of partner gedurende bepaalde periode: naar rato). In geval van overlijden van een deelnemer vóór de pensioenrichtdatum bedraagt het partnerpensioen (i) 70% van het bereikbare ouderdomspensioen berekend over de dienstjaren ná 1 januari 2001 en (ii) voor de dienstjaren vóór 1 januari 2001 een percentage van het berekende ouderdomspensioen vastgesteld aan de hand van de toen geldende pensioenregeling(en) (indien geen partner of partner gedurende bepaalde periode: naar rato). Het betreft uitsluitend bereikbare ouderdomspensioen is het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioenpensioen dat de deelnemer op de pensioenrichtdatum verkregen zou hebben indien hij tot die datum deelnemer zou zijn geweest. De aanspraak op partnerpensioen kan afwijken van hetgeen hierboven is beschreven, bijvoorbeeld indien een (gewezen) deelnemer of gepensioneerde pensioenaanspraken uit een vorige dienstbetrekking heeft ingebracht door middel van waardeoverdracht (zie artikel 20), of als gevolg van echtscheiding (zie artikel 21). 3. Bij overlijden van een deelnemer Het partnerpensioen wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% van het ouderdomspensioen dat de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de datum van overlijden tot de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 4. Bij overlijden van een aspirant-deelnemer is het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij uitbetaald vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij/zij het overlijden van de 21-jarige leeftijd zou bereiken (gewezen) deelnemer of de gepensioneerde plaatsvond en wordt aan de partner uitgekeerd tot de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen op basis eerste dag van de laatst vastgestelde gegevensmaand volgend op diens overlijden. 4. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw Het aldus berekende partnerpensioen wordt uitgegaan verminderd met het pensioen waarop een voorgaande echtgenoot of partner van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, (gewezen) deelnemer of gepensioneerde ingevolge het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond bepaalde bij artikel 21 'Echtscheiding of beëindiging van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglementgeregistreerd partnerschap of de gemeenschappelijke huishouding' aanspraak heeft verkregen. 5. Indien Geen aanspraak op grond partnerpensioen bestaat ten behoeve van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan degene met wie een (gewezen) deelnemer in het huwelijk treedt of meerdereeen gemeenschappelijke huishouding is gaan voeren: a) gewezen partner(sna de datum waarop het ouderdomspensioen volledig is ingegaan; of b) een bijzonder na de datum waarop het partnerpensioen volledig is toegekenduitgeruild voor ouderdomspensioen, wordt dit op het volgens lid 2 conform artikel 15 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebrachtpensioenreglement. 6. Het partnerpensioen heeft het karakter In voorkomende gevallen zijn de dekkingsbeperkingen zoals vermeld in artikel 4 lid 4 van dit pensioenreglement overeenkomstig van toepassing op de partnerpensioenaanspraak van een uitkeringsovereenkomst in deelnemer. In dat geval is de zin partnerpensioenaanspraak van deze deelnemer ten minste gelijk aan de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13)voor deze deelnemer reeds opgebouwde partnerpensioenaanspraak.

Appears in 1 contract

Sources: Pensioenreglement

Partnerpensioen. 1. Het partnerpensioen gaat in op de 1e van de maand waarin de (aspirant-) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt uitgekeerd tot het einde van de maand waarin de partner overlijdt. 2. Het partnerpensioen op jaarbasis bedraagt 70% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioen. 3. Bij overlijden van een deelnemer wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% van het ouderdomspensioen dat de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de datum van overlijden tot de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 4. Bij overlijden van een aspirant-deelnemer is het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de eerste dag van de maand waarin hij/zij de 21-jarige leeftijd zou bereiken tot de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit op het volgens lid 2 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. 65. Het partnerpensioen heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst in de zin van de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13).

Appears in 1 contract

Sources: Pension Regulations

Partnerpensioen. 1. 1 Het jaarlijks partnerpensioen gaat in op de 1e van de maand waarin de (aspirant-) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt uitgekeerd tot het einde van de maand waarin de partner overlijdt. 2. Het partnerpensioen op jaarbasis bedraagt 7035% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioen. 3. Bij overlijden van een de deelnemer voor de pensioendatum wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde dit ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% van het ouderdomspensioen vastgesteld onder de veronderstelling dat de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de datum van overlijden tot de standaard-standaard pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen op basis van met de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat laatstelijk voor hem geldende pensioengrondslag en de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen laatstelijk voor hem geldende deeltijdfactor. 2 Indien op grond van het bepaalde artikel 25 een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit bijzonder partnerpensioen met inbegrip van de hierover toegekende toeslagen als bedoeld in artikel 926, op het volgens lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement1 vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. Die vermindering wordt ongedaan gemaakt indien de ex- partner overlijdt vóór pensioendatum. 4. Bij 3 Het partnerpensioen gaat in op de dag volgend op die van het overlijden van de (gewezen) deelnemer of aspirant-deelnemer. Indien het overlijden een gepensioneerde betreft gaat het partnerpensioen in afwijking van het voorgaande in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de gepensioneerde overlijdt. Het partnerpensioen wordt uitbetaald tot en met de maand waarin de nabestaande overlijdt. 4 Het opnemen van onbetaald verlof tot een maximum van 18 maanden door de deelnemer of aspirant-deelnemer is niet van invloed op de dekking uit hoofde van het partnerpensioen. 5 Voor een aspirant-deelnemer is wordt voor de vaststelling van het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% uitgegaan van het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had zou kunnen behalen indien hij/zij bereiken als hij vanaf de eerste dag voor hem geldende opnameleeftijd als deelnemer in de regeling zou zijn opgenomen. 6 Indien een nabestaande een nieuwe relatie aangaat wordt het partnerpensioen gereduceerd. Op het partnerpensioen wordt in mindering gebracht het pensioen- gedeelte dat betrekking heeft op de deelnemersjaren van de maand waarin hij/zij overleden deelnemer na de 21-jarige leeftijd zou bereiken tot datum waarop de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen op basis van de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van overlijden en, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglementnabestaande een nieuwe relatie aangaat. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit op het volgens lid 2 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. 6. Het partnerpensioen heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst in de zin van de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13).

Appears in 1 contract

Sources: Collective Labor Agreement

Partnerpensioen. 1. a. Het jaarlijkse partnerpensioen gaat als bedoeld in op de 1e artikel 6 van de maand waarin de (aspirant-) deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde overlijdt. Het wordt uitgekeerd tot Basisregeling bedraagt voor deelnemers 70% van het einde van de maand waarin de partner overlijdtjaarlijkse ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 3. 2b. Indien de deelnemer vóór het ingaan van het ouderdomspensioen overlijdt, wordt het bedoelde partnerpensioen verhoogd. Het partnerpensioen op jaarbasis De verhoging bedraagt 70% van het volgens artikel 9 vastgestelde ouderdomspensioen (inclusief reeds verleende toeslagen). Het betreft uitsluitend het tijdens het deelnemerschap aan dit reglement opgebouwde ouderdomspensioen. 3. Bij overlijden , waarop aanspraak zou zijn verkregen, indien zijn deelneming van een deelnemer wordt het krachtens lid 2 vastgestelde partnerpensioen (70% van het totaal opgebouwde ouderdomspensioen op het tijdstip van overlijden) verhoogd met 70% overlijden tot de pensioendatum onafgebroken zou hebben voortgeduurd. Het in de vorige volzin bedoelde ouderdomspensioen wordt vastgesteld op basis van de voor hem ten tijde van het ouderdomspensioen dat overlijden geldende pensioengrondslag. c. Voor de deelnemer fictief had kunnen behalen indien hij/zij vanaf die op de datum van overlijden werkzaam was op grond van een arbeidsovereenkomst waarin geen vast aantal arbeidsuren per periode was opgenomen, wordt het tot de standaard-pensioendatum (67 jaar) zou hebben deelgenomen te bereiken ouderdomspensioen als bedoeld in het bepaalde onder b, met inachtneming van het ter zake bepaalde in dit pensioenreglement vastgesteld op basis van het aantal gewerkte uren en het pensioengevend inkomen dat over een periode van twaalf maanden, dan wel – indien minder dan twaalf maanden is deelgenomen - over de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat periode van deelneming, voorafgaand aan het overlijden is gewerkt respectievelijk verdiend. d. Van de pensioengrondslag bedoeld in het bepaalde onder b wordt niet meer in aanmerking genomen dan het bedrag van de pensioengrondslag die voor de toekomstige (fictieve) pensioenopbouw wordt uitgegaan deelnemer volgens artikel 8 ten tijde van de laatst vastgestelde pensioengrondslag, het parttimepercentage zoals geldend op het tijdstip van zijn overlijden enzou hebben gegolden, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglement. 4. Bij overlijden van een aspirant-deelnemer is het partnerpensioen op jaarbasis gelijk aan 70% van het ouderdomspensioen dat de aspirant-deelnemer had kunnen behalen indien hij/zij vanaf de eerste dag van de maand waarin hij/zij de 21-jarige leeftijd deze grondslag zou bereiken tot de standaard-pensioendatum zou hebben deelgenomen zijn vastgesteld op basis van een loonbedrag dat als volgt wordt verkregen: 1. uitgegaan wordt van het tot een jaarbedrag herleide loon, waarvan zou zijn uitgegaan als de laatst vastgestelde gegevens. Dit betekent dat voor de toekomstige pensioenopbouw wordt uitgegaan pensioengrondslag van de laatst vastgestelde pensioengrondslagdeelnemer één jaar vóór zijn overlijden respectievelijk op de latere begindatum van zijn laatste arbeidsovereenkomst zou zijn vastgesteld; 2. vervolgens wordt het onder 1. bedoelde loonbedrag verhoogd met het percentage, dat verkregen wordt door het parttimepercentage zoals geldend op percentage, waarmee het tijdstip van overlijden enindexcijfer is gestegen, indien van toepassing, het afwijkende jaarlijkse opbouwpercentage ouderdomspensioen indien de werkgever hiervoor heeft gekozen op grond van het bepaalde in artikel 9, lid 3 en hoofdstuk IV van dit reglementte verhogen met 10. 5. Indien op grond van artikel 22 bij beëindiging van de partnerrelatie aan een (of meerdere) gewezen partner(s) een bijzonder partnerpensioen is toegekend, wordt dit op het volgens lid 2 van dit artikel vastgestelde partnerpensioen in mindering gebracht. 6. Het partnerpensioen heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst in de zin van de Pensioenwet. Dit betekent dat het pensioen vooraf wordt vastgesteld in concrete pensioenbedragen. Alle pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake levenslang partnerpensioen worden in euro’s en bruto jaarbedragen vastgesteld. Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten inzake partnerpensioen is een voorwaardelijke toeslagregeling van toepassing (zie artikel 13).

Appears in 1 contract

Sources: Pensioenreglement