DE ASSISTENTIEWONING Voorbeeldclausules

DE ASSISTENTIEWONING. ▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇▇ stelt aan de bewoner een assistentiewoning ter beschikking met nummer met de bijhorende nutsvoorzieningen en gemeenschappelijke ruimten. Alleen na zijn/haar uitdrukkelijke toestemming mag aan de bewoner een andere gelijkwaardige, assistentiewoning worden toegewezen dan deze bij aanvang van deze overeenkomst toegekend. Omwille van de facturatie van de Vlaamse Water Maatschappij dient de bewoner zich op dit adres te domiciliëren. U kan hiervoor terecht bij de dienst Bevolking van de stad Leuven.
DE ASSISTENTIEWONING. De bewoner krijgt de beschikking over een niet-bemeubelde woning bestaande uit inkomhal met 2 vestiairekasten, of 1 vestiairekast & berging, woonkamer met parlofoon, 1 slaapkamer, ingerichte keuken bestaande uit keukenkasten en -laden met gootsteen, vuilnisemmer, elektrisch kookfornuis met 4 keramische kookplaten, afzuigkap, koelkast en diepvriezer, ingerichte badkamer met lavabo, spiegel, rekje en verlichting, douche met douchegordijn en toilet. Brandvrije gordijnen zijn verplicht en kunnen door het OCMW geïnstalleerd worden na aanvraag van de bewoner aan de dagelijks verantwoordelijke en deze zullen aangerekend worden via de factuur van de bewoner. De woning is uitgerust met een oproepsysteem waarbij de bewoner ten allen tijde een oproep kan doen naar het woonzorgcentrum. Vanuit het woonzorgcentrum wordt de bewoner gecontacteerd. Indien nodig zal een verpleegkundige zich ter plaatse begeven en de nodige hulp bieden. Behoudens haar/zijn uitdrukkelijk akkoord of om ernstige redenen mag aan de bewoner geen andere woning worden toegewezen dan die welke hem bij opname toegekend werd. In voorkomend geval zal de individuele overeenkomst worden aangepast. De woonassistent kan steeds ondersteuning geven gedurende het verblijf.
DE ASSISTENTIEWONING. De GAW stelt aan de bewoner een assistentiewoning ter beschikking met nummer met de bijhorende nutsvoorzieningen en gemeenschappelijke ruimten. Alleen na zijn/haar uitdrukkelijke toestemming mag aan de bewoner een andere gelijkwaardige, assistentie-woning worden toegewezen dan deze bij aanvang van deze overeenkomst toegekend of als het recht op een assistentiewoning eindigt. Voor het instapklaar maken van de assistentiewoning is volgende regeling van toepassing : de bewoner van de assistentiewoning staat in voor de schilderwerken, de v.z.w. voor de overgordijnen & het douchegordijn.
DE ASSISTENTIEWONING. De GAW stelt aan de bewoner een assistentiewoning ter beschikking met nummer ………… met de bijhorende nutsvoorzieningen en gemeenschappelijke ruimten. Alleen na zijn/haar uitdrukkelijke toestemming mag aan de bewoner een andere gelijkwaardige, assistentiewoning worden toegewezen dan deze bij aanvang van deze overeenkomst toegekend.
DE ASSISTENTIEWONING. Artikel 3.1 (niet van toepassing voor de bewoner eigenaar) De beheersinstantie stelt aan de bewoner ter beschikking de assistentieflat met busnr. ……………..., op de …… verdieping van de groep van assistentiewoningen, Residenties ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇ met de bijbehorende nutsvoorzieningen en gemeenschappelijke ruimten. Enkel met uitdrukkelijke toestemming van de bewoner kan een andere, gelijkwaardige, assistentiewoning worden toegewezen dan bij aanvang van deze overeenkomst werd toegekend. Bij aanvang van de bewoning wordt er een plaatsbeschrijving opgemaakt die als bijlage bij deze overeenkomst zal worden toegevoegd. De bewoner of zijn vertegenwoordiger erkent hiermee dat de assistentiewoning en de uitrusting zich in goede staat bevinden met uitzondering van de eventueel schriftelijk aangebrachte opmerkingen vermeld in de plaatsbeschrijving. De bewoner of zijn vertegenwoordiger verbindt zich ertoe om de woning en de inboedel zoals beschreven bij opname ook terug af te leveren bij het ontruimen. De bewoner dient zijn assistentiewoning zelf te bemeubelen. De bewoner of zijn vertegenwoordiger is hoofdelijk aansprakelijk voor schade die is aangebracht aan de woning of inrichting van de assistentiewoning. Het betreft schade die niet louter het gevolg is van normale slijtage noch van overmacht. De bewoner verbindt zich er ook toe deze eventueel veroorzaakte schade bij zijn vertrek te vergoeden. Artikel 3.2 De bewoner zal de assistentiewoning als een goede huisvader of zorgzame huisvrouw bewonen en instaan voor de kleine herstellingen en het normaal klein onderhoud van de woning. De bewoner zal de uitvoering van eender welke herstellingswerken door de beheersinstantie gedogen, zowel aan de gemeenschappelijke gedeelten als aan de privatieve gedeelten, zonder schadevergoeding of vermindering van verblijfskosten te vorderen. Het onderhoud en herstellingen van de hierna volgende zaken zijn ten laste van de eigenaar van de assistentieflat: - de tellers en de leidingen van het water en elektriciteit; - de sanitaire installaties, kranen en afvoerleidingen; - de vaste keukentoestellen en vast keuken meubilair; - de muur - en de vloerbekleding; - de deuren, vensters en sloten; - de bescherming van de leidingen tegen vorst; - de bellen, parlofoons en deuropeners; - ontstopping van de afvoerbuizen. De herstellingen, die noodzakelijk worden door ouderdom of overmacht, zijn evenzeer ten laste van de eigenaar. Bij het inrichten en bemeubelen dient rekening gehouden te worden met de noodzake...
DE ASSISTENTIEWONING 

Related to DE ASSISTENTIEWONING

  • De aanbieding De aanbieding van de verkoper wordt mondeling, schriftelijk, of elektronisch uitgebracht en is -indien een termijn voor aanvaarding is gesteld- van kracht gedurende de daarbij aangegeven termijn. De aanvaarding van de aanbieding door de koper is slechts geldig indien deze binnen de gestelde termijn plaatsvindt. De elektronische aanvaarding van de aanbieding door de koper is voorts slechts geldig als deze door de verkoper is bevestigd. Indien geen termijn voor aanvaarding is gesteld, blijft het aanbod gedurende twee werkdagen van kracht, mits de tweewieler onverkocht is gebleven.

  • Slotbepaling Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

  • De beoordeling 5.1. De eerst te beantwoorden vraag is of het Tuchtcollege bevoegd is om van de ingediende klacht kennis te nemen. Klager beantwoordt deze vraag bevestigend, betrokkene ontkennend. 5.2. Betrokkene voert ter ondersteuning van zijn standpunt aan dat de op 5 december 2022 door klager ingediende klacht betrekking heeft op een daaraan voorafgaande periode dat betrokkene nog “aspirant” was bij NOAB (van 20 november 2019 tot 6 december 2022). Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de vigerende Statuten en overige reglementen van NOAB een uitdrukkelijk voorbehoud inhouden ten aanzien van de rol van een aspirant ten opzichte van een gekwalificeerd (senior) lid van NOAB. En dat verhindert - aldus betrokkene - dat klager met succes zou kunnen klagen over de periode dat betrokkene nog aspirant was bij NOAB. Verder is de klacht ingediend voordat betrokkene volwaardig NOAB-lid is geworden. Klager daarentegen stelt zich op het standpunt dat ook op een aspirant van NOAB de Gedrags- en Beroepsregels, alsmede het tuchtrecht van toepassing zijn, ter onderbouwing waarvan hij verwijst naar artikel 4, lid 1, van de Statuten NOAB, zoals deze luiden per 1 juli 2013. 5.3. Gelijk het Tuchtcollege aan het slot van de mondelinge behandeling van de klacht reeds aan partijen heeft voorgehouden, is het Tuchtcollege van oordeel dat het gelijk in deze aan de zijde van betrokkene is. 5.4. Het Tuchtcollege grondt haar oordeel op de volgende bepalingen. Artikel 4, lid 2, van de hiervoor bedoelde Statuten NOAB bepaalt dat “Aspiranten zijn degenen die zich bekwamen voor het gewoon lidmaatschap, maar geen lid zijn van de vereniging. Aspiranten zijn onderworpen aan de statuten, reglementen en besluiten van de vereniging die op hen van toepassing zijn verklaard.” Verder houdt artikel 9, lid 1, van de meergenoemde Statuten, in dat “Leden zijn onderworpen aan de tuchtrechtspraak van de vereniging.” Tenslotte bepaalt artikel 1 van het Reglement Tuchtrechtspraak NOAB dat leden, zoals verwoord in artikel 4, lid 1 van de statuten van NOAB aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen. 5.5. Deze bepalingen, in onderlinge samenhang bezien, laten geen andere conclusie toe dan dat er wel degelijk sprake is van een verschil in aanpak van een aspirant ten opzichte van een gekwalificeerd (senior) lid van NOAB: een aspirant heeft geen stemrecht noch overigens rechten en plichten; hij moet zich nog bekwamen voor een gewoon lidmaatschap en is uitdrukkelijk geen lid van NOAB noch zijn -voor zover thans van belang - anderszins statuten, reglementen en besluiten op hem als aspirant van toepassing verklaard. Onder die omstandigheden kan de aspirant in een casus als deze niet tuchtrechtelijk worden aangesproken. Het door klager in dit verband opgevoerde artikel 4, lid 1, van de statuten NOAB leidt naar het oordeel van het Tuchtcollege niet tot een andere conclusie. 5.6. De slotsom is dat het Tuchtcollege niet bevoegd is om kennis te nemen van de ingediende klacht en zal zich om die reden onbevoegd verklaren. Aan een inhoudelijke beoordeling van de over en weer ingediende stukken/stellingen komt het Tuchtcollege niet toe. Indien klager persisteert bij zijn grieven, zal hij deze ter beoordeling aan de civiele rechter dienen voor te leggen. 5.7. Het Tuchtcollege acht termen aanwezig om te besluiten tot openbaarmaking van een geanonimiseerde samenvatting van deze uitspraak. 5.8. Hoewel de klacht niet in al haar onderdelen gegrond wordt verklaard, acht het Tuchtcollege desondanks termen aanwezig om te gelasten dat het door klager betaalde bedrag aan griffierecht ad € 500 aan klager zal worden gerestitueerd. Het Tuchtcollege heeft hierbij met name van belang geoordeeld dat klager diverse verzoeken aan NOAB heeft gedaan om uitsluitsel te verkrijgen over de exacte status van betrokkene met betrekking tot het aspirantschap casu quo het volwaardig lidmaatschap van betrokkene, maar telkens daarop onvoldoende duidelijke antwoorden gekregen; eerst kort voor de zitting heeft de griffier van het Tuchtcollege klager daaromtrent per e-mail ingelicht. Wellicht had klager, indien hij die wetenschap wel eerder had verkregen, ook zelf kunnen ontdekken dat betrokkene vanwege het ontbreken van een voor het indienen van een tuchtklacht benodigd gekwalificeerd lidmaatschap, niet onderworpen was aan het tuchtrecht, hetgeen hem wellicht het indienen van de tuchtklacht en het voldoen van het daarvoor verschuldigde griffierecht had kunnen doen vermijden. 5.9. Op grond van al het vorenstaande dient te worden beslist als hierna is vermeld.

  • Beoordeling 1. Over de wijze waarop de werknemer zijn functie heeft uitgeoefend en over zijn gedragingen tijdens de uitoefening van die functie wordt periodiek een beoordeling opgemaakt. 2. De werkgever stelt regels vast voor beoordelingen. 3. De werknemer is verplicht de beoordeling voor gezien te ondertekenen.

  • Premievaststelling Wij stellen vóór iedere nieuwe verzekeringstermijn de premie voor dat verzekeringsjaar vast. Deze premiewijziging beschouwen we niet als een wijziging van de verzekering zoals omschreven in het hoofdstuk Herziening van tarieven en/of voorwaarden.