Context. Het RIZIV programma sociale fraude situeert zich in het kader van de actieplannen van de regering enerzijds en de SIOD/SIRS anderzijds betreffende de strijd tegen de sociale fraude. De ontwikkeling van het programma heeft als doel te komen tot een geïntegreerd RIZIV-beleid voor wat betreft de bestrijding van de sociale fraude, en is een prioriteit voor het RIZIV. De uitvoering van een programma sociale fraude bevat o.a. volgende thema’s: - het opzetten van nieuwe interne processen voor de aanpak van sociale fraude, - het analyseren van de huidige processen naar effectiviteit en efficiëntie, met inbegrip van het verduidelijken en transparant maken van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.a. - het herbekijken van de verantwoordelijkheden van de diverse interne betrokken actoren (DAC, DGEC en DU) en het eventueel doorvoeren van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheid), - daarbij aansluitend, het opzetten van een performant samenwerkingsverband en overleg met de VI’s, - het opzetten van een monitoring (opmaken van een boordtabel met indicatoren voor de opvolging van de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt het RIZIV zich tot het realiseren van volgende concrete acties of projecten op het vlak van sociale fraude:
Appears in 1 contract
Sources: Bestuursovereenkomst
Context. Het Dit artikel beoogt de voortzetting van de initiatieven die de Dienst voor Geneeskundige Verzorging en de Dienst voor Administratieve Controle reeds hebben genomen om de toegang tot de verzorging voor kwetsbare bevolkingsgroepen te verbeteren. In het kader van de vorige bestuursovereenkomst heeft het RIZIV programma sociale fraude situeert al gegevensstromen aangepast en gecreëerd met het oog op de proactieve detectie van de potentiële rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming. De programmawet van 29 maart 2012 houdende bepalingen met betrekking tot de verhoogde verzekeringstegemoetkoming is zo in het Belgisch Staatsblad van 6 april 2012 bekendgemaakt. Tijdens het eerste semester van 2012 is het uitvoeringsbesluit (KB) uitgewerkt. Aangezien de reglementering fundamenteel is gewijzigd, zijn ook de bestanden die zijn uitgewisseld om de rechten op de verhoogde tegemoetkoming toe te kennen en te controleren, gewijzigd. De nieuwe reglementering voorziet nu ook in een bijkomende verplichting, met name om de verzekerden proactief vragen te stellen over hun inkomsten. Bovendien is het door de huidige vorm en inhoud van het nieuwe systeem van gegevensuitwisseling mogelijk om de verhoogde tegemoetkoming efficiënter te controleren en meer nuttige gegevens voor de evaluatie van het gevoerde beleid eruit te halen. Voor het eerste deel van dit project verbindt het RIZIV zich ertoe: - de resultaten te evalueren van de proactieve gegevensstroom die in het kader van de actieplannen hervorming van de regering verhoogde tegemoetkoming in 2015 is uitgevoerd; - de mogelijkheid te bestuderen om doelgroepen te bepalen voor wie een automatische toekenning van het recht in overweging kan worden genomen, de mogelijkheid om een gegevensbank uit te werken en/of het gebruiken van andere elementen die belangrijk zijn voor de toekenning van de verhoogde tegemoetkoming en die elektronisch zouden kunnen worden uitgewisseld. Het project zal gebruik maken van de resultaten van de studie van het KCE "Optimale vormgeving van een financieel toegankelijk en duurzaam gezondheidszorgsysteem in België" , die voor september 2015 is gepland; - ontwikkeling van de expertise met betrekking tot de sociale voordelen die ten minste gedeeltelijk door de inkomsten zijn bepaald met het oog op de uitwerking van de "best practices". Alle elementen die tot een grotere automatisering van het recht op de verhoogde tegemoetkoming kunnen leiden, moeten dus worden geanalyseerd en dat enerzijds met het oog op de vereenvoudiging van de administratieve stappen van de verzekerden en anderzijds om voor de effectiviteit van hun rechten te zorgen. Voor de periode van deze overeenkomst verbinden wij er ons nog niet toe om de huidige gegevensstromen te wijzigen. Zoals hierboven is gezegd, is in de voorgaande jaren al een groot werk van optimalisatie van de gegevensstromen uitgevoerd. Het tweede deel van dit artikel betreft het statuut van de chronische aandoening. Hier verbindt het RIZIV zich ertoe het statuut van de chronische aandoening dat op 1 januari 2013 in werking is getreden, te evalueren. In het besluit is immers bepaald dat die maatregel moet worden geëvalueerd om uit te maken op basis van welke criteria het statuut is toegekend; de aard van de uitgaven voor gezondheidszorg die hebben bijgedragen tot de realisatie van de criteria en de SIOD/SIRS anderzijds betreffende evolutie van de strijd tegen toekenning van het statuut zal ook worden geëvalueerd (wijzigingen in de toekenningscriteria, evolutie van de uitgaven, evaluatie van de verlenging) - kwantitatieve evaluatie. Er zal ook worden geëvalueerd hoe het statuut door de rechthebbenden wordt gepercipieerd en of de eraan verbonden voordelen overeenstemmen met de behoeften van de rechthebbenden (kwalitatieve evaluatie). Die evaluatie zal plaatsvinden in de loop van 2016. Naast de evaluatie van het statuut verbindt het RIZIV zich ertoe aanbevelingen te doen ter verbetering van de wetgeving met betrekking tot het statuut van de chronisch zieken. Voor het derde deel van dit artikel verbindt het RIZIV zich eveneens ertoe de maatregel van de derdebetalersregeling te evalueren. Artikel 53 van de ZIV-wet voorziet in een verplichting voor de huisarts om de derdebetalersregeling toe te passen voor bepaalde geneeskundige verstrekkingen die hij verleent ten aanzien van rechthebbenden op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming. In de wet is in de mogelijkheid voorzien om deze verplichte sociale fraudederdebetalersregeling uit te breiden naar andere categorieën van sociaal verzekerden. Hiertoe zal gebruik worden gemaakt van de evaluatie van de verplichte derdebetalersregeling door de huisarts ten aanzien van rechthebbenden op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming waarin de reglementering na één jaar toepassing voorziet. De ontwikkeling maatregel van de verplichte sociale derdebetalersregeling gaat in midden 2015. Het vierde aspect van dit artikel betreft de maximumfactuur. De maximumfactuur is een maatregel van financiële toegankelijkheid die dateert van 2002. Jaarlijks genieten meer dan 1 miljoen verzekerden minstens één terugbetaling in het kader van de MAF, wat zich uit in meer dan 300 miljoen euro aan uitgaven. Het uitgangspunt van de Maximumfactuur (MAF) is elk gezin de garantie geven dat het niet meer moet uitgeven aan remgelden voor geneeskundige verzorging dan een bepaald maximumbedrag (grensbedrag). Als de remgelden van het programma gezin in de loop van het jaar dat maximumbedrag bereiken, worden de overige remgelden volledig terugbetaald. Het grensbedrag is afhankelijk van het gezinsinkomen: hoe hoger het inkomen, hoe hoger het grensbedrag. De DAC stelt het grensbedrag van het gezin vast en controleert de gezinssamenstelling. Om de gezinsinkomsten te bepalen, is er een gegevensuitwisseling opgezet tussen de VI, het RIZIV (DAC) en de FOD Financiën. De inkomsten worden opgevraagd bij de FOD Financiën en opgeteld bij het RIZIV (de DAC) en toegewezen aan een inkomstencategorie. Om op een correcte wijze de inkomsten op te tellen, heeft als doel te komen tot de dienst enerzijds nood aan correcte en volledige inkomstengegevens en anderzijds aan een geïntegreerd RIZIV-beleid voor wat betreft volgens de bestrijding regels van de sociale fraude, en is een prioriteit voor MAF correct samengesteld gezin (aangezien de Maximumfactuur in functie staat van de inkomensgegevens van het RIZIVgezin). De uitvoering samenstelling van alle gezinnen waarvoor de ziekenfondsen het MAF-grensbedrag opvragen, wordt door de DAC gecontroleerd. De controle bestaat uit een programma sociale fraude bevat o.avergelijking tussen het gezin doorgestuurd door de verzekeringsinstelling en de informatie vermeld in het Rijksregister. volgende thema’s: - het opzetten van nieuwe interne processen voor de aanpak van sociale fraude, - het analyseren Dit gebeurt op basis van de huidige processen naar effectiviteit en efficiëntieKSZ- gegevensstroom H140. Het ziekenfonds moet de gezinnen die niet correct zijn samengesteld, met inbegrip van corrigeren. In 2014 controleerde de DAC 1.457.018 gezinssamenstellingen. De noodzaak om in de komende jaren middelen te investeren in het verduidelijken en transparant maken van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.a. - proces maximumfactuur is het herbekijken verdwijnen van de verantwoordelijkheden KSZ-stroom H140 die de basis vormt van de diverse interne betrokken actoren (DAC, DGEC en DU) en het eventueel doorvoeren van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheid), - daarbij aansluitend, het opzetten van een performant samenwerkingsverband en overleg met de VI’s, - het opzetten van een monitoring (opmaken van een boordtabel met indicatoren voor de opvolging van de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid gezinssamenstellingen. Het vervangen van de H140 door de SOA Service Family maakt een re-engeneering van het proces noodzakelijk voor een correcte controle en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerdtoekenning van de rechten. De uitbouw Omdat de Maximumfactuur in functie staat van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen de inkomensgegevens en het bepalen van het grensbedrag, is uiteraard de gegevensuitwisseling over meerdere jaren vereisendeze fiscale inkomensgegevens determinerend. Het is deze informatie die uiteindelijk moet toelaten dat de maximumfactuur wordt toegekend. Op korte termijndit vlak is er een aanpassing vereist op het niveau van de gegevensuitwisseling met de FOD Financiën waarbij immers niet langer de huidige, voor niet langer ondersteunde databank bij Financiën, maar de volgende 12 maanden van 2009, databank TAXI AS in de toekomst zal worden gebruikt. Voor dit vierde deel verbindt het RIZIV zich dus ertoe om die gegevensstromen in samenwerking met de FOD Financiën en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid aan te passen of te wijzigen om de continuïteit van het controleproces van de gezinssamenstellingen evenals van het proces tot bepaling van de inkomsten te waarborgen, processen die moeten worden aangepast (volgens de principes van het realiseren "Lean management" met het oog op een optimale et doeltreffende flow) voor de toekenning van volgende de maximumfactuur. Het laatste engagement van dit artikel betreft de Identificatie van ‘blind spots’ en het dichten van de gezondheidskloof. Overeenkomstig het regeerakkoord zullen initiatieven worden genomen ter uitvoering van het witboek en groenboek die door het RIZIV zijn opgesteld in samenwerking met de Dokters van de Wereld. Bovendien zullen ook andere 'blind spots' worden opgelijst (zoals bv. mentaal mindervaliden, sekswerkers...) en maatregelen ter verbetering worden voorgesteld. Ten slotte zal op basis van de gegevens van de jongste gezondheidsenquête worden nagegaan welke concrete acties of projecten initiatieven kunnen worden genomen met het oog op het vlak dichten van sociale fraude:de zogenaamde gezondheidskloof.
Appears in 1 contract
Sources: Not Specified
Context. Het RIZIV programma sociale fraude situeert zich in uit de Bestuursovereenkomst 2006-2008 had als doel het kader informatiseren van de actieplannen gegevensoverdracht “deeltijdse werkhervatting met toestemming van de regering enerzijds adviserend geneesheer” en het op basis van deze overdracht ontwikkelen en voeden van een gemeenschappelijke databank die aan de behoeften van zowel de DGEC als DU zou voldoen. Volgens de huidige planning die door alle betrokken partijen wordt aangehouden, zal de elektronische flux in productie kunnen gaan vanaf 1 januari 2009. Vanaf dat moment zullen alle nieuwe dossiers/beslissingen via de elektronische flux worden ingebracht in de databank. De dossiers die actief waren vóór het in productie gaan (historische dossiers), zullen, indien de huidige planning door de landsbonden wordt nageleefd, in de loop van 2009 gefaseerd worden ingebracht in de databank, zodat uiteindelijk alle dossiers “deeltijdse werkhervatting met toestemming van de adviserend geneesheer” zullen opgenomen zijn in de databank. Met de realisatie van artikel 16 van de Bestuursovereenkomst 2006-2008 was ook het afschaffen van de papieren flux voorzien. Dit zal pas kunnen gebeuren indien alle landsbonden voldoende kwalitatieve gegevens kunnen aanleveren via de nieuwe elektronische flux. Afhankelijk van de kwaliteit van de aangeleverde gegevens vanuit de VI kan de papieren drager tegen het einde van 2009 worden afgeschaft. De nieuwe flux stelt ons alvast in staat om gedetailleerde statistieken te maken over de deeltijdse werkhervatting. Alhoewel het pas mogelijk zal zijn om relevante statistieken aan te maken vanaf het moment dat alle gegevens zijn opgenomen in de databank kan in 2009 al een aanvang genomen worden met het inhoudelijke ontwerp en de SIOD/SIRS anderzijds betreffende technische programmering van deze statistieken. Gezien de strijd tegen grote externe afhankelijkheid ten aanzien van de sociale fraudeVI verkiezen we om geen actie-verbintenissen te formuleren omtrent de afschaffing van de papieren flux, of omtrent de integratie van de historische dossiers. De ontwikkeling van Wel wordt in dit artikel een actie- verbintenis geformuleerd omtrent de inhoudelijke en technische voorbereiding die het programma heeft als doel moeten mogelijk maken om statistieken inzake deeltijdse werkhervatting te komen tot een geïntegreerd RIZIV-beleid voor wat genereren. Meer bepaald betreft de bestrijding actie-verbintenis 2 luiken: - Bepalen welke statistieken gegenereerd zullen worden op basis van de sociale fraude, en is een prioriteit voor het RIZIV. De uitvoering gegevens in de databank (inhoudelijk luik); - Programmeren van een programma sociale fraude bevat o.a. volgende thema’s: - het opzetten van nieuwe interne processen voor de aanpak van sociale fraude, - het analyseren van de huidige processen naar effectiviteit en efficiëntie, met inbegrip van het verduidelijken en transparant maken van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.a. - het herbekijken van de verantwoordelijkheden van de diverse interne betrokken actoren deze statistieken (DAC, DGEC en DU) en het eventueel doorvoeren van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheidtechnisch luik), - daarbij aansluitend, het opzetten van een performant samenwerkingsverband en overleg met de VI’s, - het opzetten van een monitoring (opmaken van een boordtabel met indicatoren voor de opvolging van de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt het RIZIV zich tot het realiseren van volgende concrete acties of projecten op het vlak van sociale fraude:.
Appears in 1 contract
Sources: Bestuursovereenkomst
Context. Het RIZIV In de loop van 2012 werd een programma sociale fraude situeert zich in opgestart om de Dienst Geneeskundige Evaluatie en Controle voor te bereiden op een grondige reorganisatie zodat ze voorbereid is op bijzondere uitdagingen. Een van die uitdagingen is de uitstroom van medewerkers. In de periode van 2010 tot 2015 is het kader vertrek van medewerkers van de actieplannen DGEC zo’n 28,7%. Het aantal geneesheren-inspecteurs daalde tussen 2012 en 2015 van 102 naar 84. Zonder aanwerving daalt dit aantal verder tot 57 in 2018. Als we het profiel van de regering enerzijds pensioneringen bekijken gaat dit om cruciale functies. De afvloeiingen betreffen vooral de expertiseladder binnen de kerntaken (medische en paramedische beroepen met controleopdrachten) en de SIOD/SIRS anderzijds betreffende de strijd tegen de sociale fraudeleidinggevende ladder. De ontwikkeling Deze vaststelling stelt bijzondere uitdagingen op vlak van het programma heeft garanderen van de continuïteit van de dienstverlening, het aanwerven van nieuwe medewerkers voor diverse profielen, het overdragen van de kennis, e.d.m. Het streefdoel is het behoud van een minimum capaciteit van 75 geneesheren-inspecteurs. Daarnaast was er de wens om te werken aan het verduidelijken en stroomlijnen van de strategie en werking, de synergieën binnen de dienst en met externe actoren, de interne en externe communicatie, etc. Parallel met de pensioengolf wordt de DGEC net als doel te komen de andere diensten geconfronteerd met de budgettaire context, de nood tot besparingen en genoodzaakt tot een geïntegreerd RIZIVefficiëntere organisatie zodat zij haar resultaten kan optimaliseren met minder resources en budgetten. Een belangrijk punt daarbij is dat de beschikbare medische profielen – waarvoor er een duidelijke schaarste op de jobmarkt is – maximaal worden ingezet op hun eigenlijke competentiedomein en bij gevolg ook beter worden omringd en ondersteund binnen een team met juristen, data-beleid voor wat analysten, administratieve medewerkers, e.d.m. Een andere uitdaging betreft de bestrijding het kantelen van de sociale fraudeorganisatiestructuur waarbij verticale kokers worden doorbroken en er gestreefd worden naar synergieën binnen de Dienst – bv. door de creatie van kennisgebaseerde clusters –, alsook met andere diensten binnen en is een prioriteit voor buiten het RIZIV. De uitvoering In 2013 heeft de dienst DGEC gewerkt aan de ontwikkeling van een programma sociale fraude bevat o.amissie en visie voor haar bevoegdheidsdomein. volgende thema’s: - het opzetten Dit heeft geleid tot de opmaak van nieuwe interne processen een ‘misson statement voor de aanpak van sociale fraude, - het analyseren van DGEC’. Het programma DGEC 2015 bevat diverse luiken die de huidige processen naar effectiviteit en efficiëntie, met inbegrip van het verduidelijken en transparant maken van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.a. - het herbekijken van de verantwoordelijkheden van de diverse interne betrokken actoren (DAC, DGEC en DU) en het eventueel doorvoeren van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheid), - daarbij aansluitend, het opzetten van een performant samenwerkingsverband en overleg met de VI’s, - het opzetten van een monitoring (opmaken van een boordtabel met indicatoren voor de opvolging van de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt het RIZIV zich aanleiding hebben gegeven tot het realiseren opstarten van volgende concrete acties of afzonderlijke projecten. Zo werden de voorbije jaren 7 projecten op het vlak van sociale fraudeopgestart. Deze zijn ondertussen volop in uitvoeringsfase. Het betreft:
Appears in 1 contract
Sources: Not Specified
Context. Het RIZIV voorbije decennium zijn binnen de Dienst Geneeskundige Evaluatie en Controle belangrijke investeringen gebeurd. In het kader van de Bestuursovereenkomst 2006-2008, de Wijzigingsclausule 2009 en de Bestuursovereenkomst 2010-2012 werd geïnvesteerd in de uitbouw van een systeem – Flowdos genaamd – voor het beheren en opvolgen van de enquêtedossiers van de Dienst Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC), dat op termijn alle dimensies en stadia van de enquêtedossiers en andere types van dossiers van de DGEC moet afdekken. Vandaag beschikt de DGEC over een functionerend dossierbeheersysteem met twee lagen. De ‘eerste laag’ van Flowdos, Flowdos-Data, betreft allereerst een gestructureerd dossierbeheer dat de basisbehoeften van de ‘business’ vervult. Een verbinding is voorzien met een aantal bestaande databronnen, bv. Nomensoft. Verder zijn er een reeks zoekfunctionaliteiten geïntegreerd. De reikwijdte van de zoekfunctionaliteiten in het Flowdos-systeem hangt af van het bevoegheidsniveau van de respectievelijke gebruiker. Tot slot zijn er in het huidige Flowdos-systeem een reeks rapporteringsfunctionaliteiten geïntegreerd. De tweede ‘laag’, Flowdos-Documents, heeft betrekking op de scanning van de binnenkomende documenten, alsook op de productie van documenten door de dienst. Deze worden in het dossier toegevoegd. De terbeschikkingstelling van het hierboven beschreven elektronisch dossierbeheersysteem heeft de werking van de DGEC op vlak van het beheer van de enquêtedossiers gemoderniseerd, met een betere ondersteuning van de verschillende actoren in het proces, alsook met meer mogelijkheden op vlak van opvolging van en rapportering over het procesverloop en de resultaten van de enquêtedossiers. Dit laatste is van belang in het licht van de rapportering ten aanzien van diverse organen binnen en buiten het RIZIV. Binnen de Dienst zijn er behoeften om het bestaande dossierbeheersysteem verder te ontwikkelen. Het betreft enerzijds het voorzien van extra functionaliteiten, bv. het mogelijk maken van de logging van activiteiten en aanpassingen in het dossierbeheersysteem, het operationeel en wettelijk archiveren van documenten, het leggen van link met het nationaal register, het mogelijk maken van correspondentiebeheer, het versterken van de rapporteringsmogelijkheden, o.m. door ‘selfservice’ analyse op gegevens, etc. Vanzelfsprekend zijn de behoeften vanwege de business evolutief; in samenspraak met de ICT-dienst zal worden gestreefd naar een optimale afstemming van de toepassing op de behoeften vanwege de business. Anderzijds zou het dossierbeheersysteem ook kunnen worden uitgebreid naar andere types van dossiers, bv. de evaluatiedossiers, nationale enquêtedossiers en andere types. Langs de kant van de ICT-dienst is er tegelijkertijd een programma sociale fraude situeert zich (Platinium) lopend om een meer generiek, matuur en stabiel dossierbeheersysteem te introduceren in het RIZIV. Op basis van deze nieuwe technologie zou enerzijds het huidige systeem gestabiliseerd kunnen worden, hetgeen noodzakelijk is vanuit technisch oogpunt. Anderzijds zou een antwoord kunnen worden geboden op de tot de gevraagde bijkomende functionaliteiten. Stelselmatig zouden diverse types van dossiers als zodanig kunnen worden geïntegreerd in het systeem. Een meer generieke technische oplossing zou het ook mogelijk moeten maken om sneller tot inproductiestelling te komen. De informatisering van het dossierbeheer in de DGEC kan ook aanleiding geven tot het minimaliseren van papieren documenten en archieven in het kader van de actieplannen enquêtedossiers. Ter zake zal worden geanalyseerd wat de reglementaire en operationele voorwaarden – zowel binnen het RIZIV als in de relatie met de externe partners, m.n. de justitiële partners – zijn om op het niveau van het RIZIV bewijskrachtige elektronische documenten en archieven te bekomen in de context van de regering enerzijds enquêtedossiers van de DGEC, zodanig dat de papieren archieven en stromen kunnen worden afgeschaft. Op basis van deze analyse zal ook een initiatief worden genomen tot het overleg worden voorzien met de FOD Justitie om de gegevensuitwisseling in deze dossiers tussen de DGEC zo veel als mogelijk te informatiseren. Vandaag is er immers nog sprake van een papieren procesvoering in de hoven en rechtbanken. Een afstemming tussen het RIZIV en de SIOD/SIRS anderzijds betreffende FOD Justitie dient te gebeuren over de strijd tegen mate waarin, de sociale fraude. De ontwikkeling manier waarop en de timing waarbinnen er kan geëvolueerd worden naar een bewijskrachtige elektronische uitwisseling van het programma heeft als doel te komen tot een geïntegreerd RIZIV-beleid voor wat betreft de bestrijding van de sociale fraude, documenten en is een prioriteit voor het RIZIV. De uitvoering van een programma sociale fraude bevat o.a. volgende thema’s: - het opzetten van nieuwe interne processen voor de aanpak van sociale fraude, - het analyseren van de huidige processen naar effectiviteit en efficiëntie, met inbegrip van het verduidelijken en transparant maken van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.a. - het herbekijken van de verantwoordelijkheden van de diverse interne betrokken actoren (DAC, DGEC en DU) en het eventueel doorvoeren van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheid), - daarbij aansluitend, het opzetten van een performant samenwerkingsverband en overleg met de VI’s, - het opzetten van een monitoring (opmaken van een boordtabel met indicatoren voor de opvolging van de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt dossiers tussen het RIZIV zich tot het realiseren van volgende concrete acties of projecten op het vlak van sociale fraude:en de justitiële actoren.
Appears in 1 contract
Sources: Not Specified
Context. De evoluties op vlak van ICT hebben het jongste decennium in het domein van de gezondheidszorg nieuwe mogelijkheden geschapen. Het RIZIV programma sociale fraude situeert zich en haar partners hebben de jongste jaren in dit verband diverse projecten opgestart en gerealiseerd in het kader van de actieplannen informatisering van de regering enerzijds gegevensstromen en het ontwikkelen van toepassingen voor de SIOD/SIRS anderzijds betreffende diverse gebruikers (zie ook artikel 12 uit de strijd tegen 4de bestuursovereenkomst & het actieplan of de sociale frauderoadmap eGezondheid 2013-2018). De ontwikkeling van het programma heeft als Informatisering is daarbij geen doel te komen tot een geïntegreerd RIZIV-beleid voor wat betreft de bestrijding van de sociale fraudeop zich, en is een prioriteit voor het RIZIV. De uitvoering van een programma sociale fraude bevat o.a. volgende thema’smaar moet ten dienste staan van: - het opzetten creëren van nieuwe interne processen een verbetering van de zorgkwaliteit en -continuïteit voor de aanpak van sociale fraude, zorgbehoevende enerzijds; - het analyseren ondersteunen van de huidige processen naar effectiviteit zorgverleners en efficiëntie-instellingen bij hun opdrachten, met inbegrip bijzondere aandacht voor het beperken van het verduidelijken en transparant maken van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.a. de administratieve lasten die met deze opdrachten gepaard gaan; - het herbekijken faciliteren en verbeteren van de verantwoordelijkheden communicatie tussen de actoren in de gezondheidszorg; - het verhogen van de transparantie en toegankelijkheid voor de sociaal verzekerde; - het versterken van de beleidsondersteunende capaciteit (statistieken, studie, beleidsevaluatie, etc.). De voorbije jaren heeft het RIZIV volop de implementatie van MyCarenet ondersteund. Het RIZIV wenst in de periode van deze bestuursovereenkomst 2016-2018 haar bijdrage tot de ontwikkeling van MyCarenet verder te zetten. Concreet betekent dit: - het verder voorzien van een aangepast reglementair kader voor de diverse interne betrokken actoren sectoren (DACvoor o.a. de consultatie van de verzekerbaarheid, DGEC en DU) de facturatie, het aanvragen medico-administratieve documenten, de consultatie van en het eventueel doorvoeren aanvragen van organisatorische aanpassingenakkoorden, het beheer van GMD’s, de tarificatie,…); - het doorvoeren verzorgen van communicatie naar de doelgroepen van MyCarenet; - Het transversaal opvolgen en bewaken van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, uitrol; - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheid), - daarbij aansluitend, het opzetten van een performant samenwerkingsverband en Het overleg met de VI’s, - Verzekeringsinstellingen over afspraken m.b.t. de specifieke uitrol-kalender. De ondersteuning van het opzetten MyCarenet-programma – die in zijn geheel op het niveau van het NIC en de VI wordt gecoördineerd – gebeurt op een monitoring (opmaken van een boordtabel met indicatoren voor procesmatige wijze en zal dus worden verdergezet de opvolging komende jaren. De uitrol en dekkingsgraad van de werking verschillende functionaliteiten van MyCarenet bij de diverse doelgroepen zal worden ondersteund en opgevolgd. Hierover zal worden gerapporteerd. Zo zal jaarlijks een VI/ziekenfonds) teneinde rapport aan het Verzekeringscomité worden voorgelegd met de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan stand van zaken van de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren uitrol van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt het RIZIV zich tot het realiseren van volgende concrete acties of projecten op het vlak van sociale fraude:MyCarenet.
Appears in 1 contract
Sources: Not Specified
Context. Dit project heeft tot doel om de werknemers in arbeidsongeschiktheid in de arbeidsmarkt te houden of, eventueel, te re-integreren. Het omvat twee luiken: de uitrol van de tweede fase van het plan Back to work en de ontwikkeling van een visie inzake disability management. Het plan Back to work werd in 2011 door de vorige regering gelanceerd. Het doel was om het socioprofessionele re-integratiebeleid in de sector van de uitkeringen te ontwikkelen en te structureren. In het programma van de huidige regering wordt dit initiatief versterkt en uitgebreid. In die context heeft het RIZIV overeenkomsten gesloten met de beroepsopleidingsoperatoren van de gewesten en de gemeenschappen, en de verzekeringsinstellingen. Intern werd in de dienst voor uitkeringen een afdeling "socioprofessionele re-integratie" gecreëerd en werden er verschillende omzendbrieven aangenomen om het re-integratietraject te structureren. Ter uitvoering van het regeerakkoord en de programmawet van 19 december 2014 wordt er aan de adviserend geneesheer van het ziekenfonds een belangrijke rol toebedeeld om meer arbeidsongeschikte personen terug aan de slag te krijgen. Au plus tard trois mois après le début de la période d'incapacité de travail moet hij door middel van een “quick scan” nagaan voor wie een re-integratieplan het meest aangewezen is. Tevens wordt hij belast met het opstellen van de re-integratieplannen die gericht zijn op beroepsherinschakeling. Het RIZIV programma sociale fraude situeert verbindt zich ertoe een hulpmiddel bij de besluitvorming met betrekking tot de professionele re-integratie te ontwikkelen voor de adviserend geneesheren. Deze zijn echter niet de enige actoren in het kader van de actieplannen van de regering enerzijds en de SIOD/SIRS anderzijds betreffende de strijd tegen de sociale fraude. De ontwikkeling van het programma heeft als doel te komen tot een geïntegreerd RIZIV-beleid voor wat betreft de bestrijding van de sociale fraude, en is een prioriteit voor het RIZIV. De uitvoering van een programma sociale fraude bevat o.a. volgende thema’s: - het opzetten van nieuwe interne processen voor de aanpak van sociale fraudede reintegratie. De professionele re-integratie is inderdaad voor alles gebaseerd op de bereidheid van de arbeidsongeschikte. Zijn of haar re-integratieplan is het resultaat van een multidisciplinaire samenwerking tussen geneesheren, werkgevers, sociaal assistenten en actoren van het terrein. Aan alle betrokken partijen in het re-integratietraject zal een ondersteuning worden geboden via de opleiding disability management zoals hieronder is opgenomen. Intern zal dat plan meer middelen vereisen die worden aangewend voor het socioprofessionele re- integratiebeleid en de toepassing van procedures waardoor de aanzienlijke verhoging van het aantal dossiers die door dit nieuwe plan ontstaat, kan worden opgevangen. Het aantal dossiers van professionele re-integratie dat het RIZIV moet behandelen zou immers kunnen vervijfvoudigen. Naast die initiatieven zal de dienst voor uitkeringen de reeds genomen maatregelen jaarlijks evalueren om de doeltreffendheid ervan te meten en eventueel corrigerende acties te nemen. Om de slaagkansen van het re-integratieplan te verhogen, wenst het RIZIV te investeren in de begeleiding van de werkgevers, de artsen, de sociaal assistenten en andere actoren op het terrein in hun betrachting naar jobbehoud van personen met een fysiek of mentaal probleem en de professionele heroriëntering of rehabilitatie van arbeidsongeschikte werknemers. Anders gezegd, bestaat het tweede deel van dat project uit het ontwikkelen van een visie over disability management, de echte succesfactor van het plan. Het RIZIV heeft op 11 juni 2014 immers een licentieovereenkomst gesloten met NIDMAR (National Institute of Disability Management and Research) over de organisatie van een opleiding van disability manager. Die opleiding, bestaande uit 25 modules, beoogt om de begeleiding van de rechthebbenden op de uitkeringsverzekering die het socioprofessioneel re-integratietraject volgen, te professionaliseren en te standaardiseren. Na een gecertificeerd examen wordt de titel van disability manager toegekend. Via de opleiding wil de dienst voor uitkeringen ondersteuning bieden aan alle stakeholders die betrokken zijn in het re-integratietraject. De methodiek van Disability Management (D.M.) is gericht op jobbehoud of een snelle/gepaste terugkeer naar werk van de arbeidsongeschikte persoon, waarbij rekening wordt gehouden met: - individuele behoeften van de persoon - de omstandigheden op de werkplek - het analyseren wetgevend kader. Kenmerkend voor D.M. is de aandacht voor coördinatie: een centrale persoon (jobcoach, adviserend geneesheer, arbeidsgeneesheer, enz.) brengt de andere betrokken partijen samen en ondersteunt hen bij hun taken inzake jobbehoud bij mensen die dreigen uit te vallen en bij re-integratie van arbeidsongeschikte personen. De methodiek gaat ervan uit dat de huidige processen naar effectiviteit en efficiëntie, met inbegrip werkplek de meest effectieve plaats is voor re-integratie. Er kunnen twee pijlers worden onderscheiden: • een systematische aanpak op het niveau van het verduidelijken bedrijf • een gecoördineerde inspanning op het niveau van het individu. Daarnaast zal de dienst uitkeringen initiatief nemen tot het tot stand komen en transparant maken het promoten van definitieseen geïntegreerde preventieketen, begrippenbestaande uit primaire preventie (voorkomen van schade), procedures, richtlijnen, templates, e.a. - het herbekijken secundaire preventie (herstellen van de verantwoordelijkheden van de diverse interne betrokken actoren (DAC, DGEC en DUschade) en het eventueel doorvoeren tertiaire preventie (beperken van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheidschade), - daarbij aansluitendzodat er een preventiecultuur ontstaat. Het is hierbij belangrijk om de eigen initiatieven in te schalen in een bredere samenwerking tussen de federale instellingen (FOD WASO, het opzetten van een performant samenwerkingsverband FBZ en overleg FAO) en dat de samenwerking met de VI’s, - het opzetten regio’s geoptimaliseerd wordt. Prioriteit daarbij is de stroomlijning van een monitoring (opmaken van een boordtabel met indicatoren voor informatie naar de opvolging van de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt het RIZIV zich tot het realiseren van volgende concrete acties of projecten op het vlak van sociale fraude:patiënt.
Appears in 1 contract
Sources: Not Specified
Context. Het RIZIV programma sociale fraude situeert zich in De informatie die noodzakelijk is voor het kader nemen van een beslissing inzake re-integratie van de actieplannen personen in arbeidsongeschiktheid wordt in niet-optimale omstandigheden, onvolledig of ongestructureerd doorgegeven. Daarbij komt nog een aanzienlijke achterstand en de betrokkenheid van de regering enerzijds sociaal verzekerde in kwestie. De re-integratie- en herinschakelingsprocedures missen momenteel een vlotte doorstroming met als gevolg: Het enige bestaande digitale communicatiekanaal tussen arbeidsartsen en adviserend artsen (MyBox/Rido) voldoet niet aan de behoeften en biedt geen oplossing voor deze nadelen. Voorts wordt de ▇▇▇▇▇▇-module, die ervoor zorgt dat de huisartsen via hun software kunnen communiceren met de adviserend arts of met de arbeidsarts, weinig gebruikt of is deze amper bekend, omdat het volgens de sector niet efficiënt werkt en niet gratis is. Er moet worden opgemerkt dat in de uiteenzetting van de algemene beleidslijnen van de minister van Sociale Zaken ook rekening wordt gehouden met een doelstelling om de medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheid te moderniseren en te verbeteren: "Daartoe is de bijdrage van alle betrokken actoren, namelijk de werkgevers, de werknemers en de SIOD/SIRS anderzijds betreffende de strijd tegen de sociale fraude. De ontwikkeling van het programma heeft als doel te komen tot een geïntegreerd RIZIV-beleid voor wat betreft de bestrijding van de sociale fraudeartsen (huisarts, en is een prioriteit voor het RIZIV. De uitvoering van een programma sociale fraude bevat o.a. volgende thema’s: - het opzetten van nieuwe interne processen voor de aanpak van sociale fraudearbeidsarts, - het analyseren van de huidige processen naar effectiviteit en efficiëntieadviserend arts) heel belangrijk, met inbegrip van het verduidelijken en transparant maken van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.a. - het herbekijken van de verantwoordelijkheden van de diverse interne betrokken actoren (DAC, DGEC en DU) en het eventueel doorvoeren van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheid), - daarbij aansluitend, het opzetten van een performant samenwerkingsverband en overleg met de VI’s, - het opzetten van een monitoring (opmaken van een boordtabel met indicatoren voor de opvolging van de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt het RIZIV zich tot het realiseren van volgende concrete acties of projecten zowel op het vlak van sociale fraude:preventie als op het vlak van re-integratie, en dat met het oog op de kwaliteit van de medische en re-integratieprocessen." De Dienst voor Uitkeringen zal in het eerste semester van dit jaar op basis van de elementen en gegevens die al beschikbaar zijn een preanalyse uitvoeren om te kijken of een meer gedetailleerde haalbaarheidsstudie over het onderwerp nodig zal zijn. Voor het einde van juni 2021 zal een nota aan het Beheerscomité van de Dienst voor Uitkeringen worden voorgelegd met een voorstel tot aanpak van het project. De einddoelstellingen van een dergelijk communicatieplatform, gebaseerd op de omschrijving van de medische en functionele behoeften, zijn de volgende: Op termijn kan geëvalueerd worden of het platform eventueel kan uitgebreid worden naar de sociaal verzekerden, de werkgevers en de artsen van de privéverzekeringen voor arbeidsongevallen. De stakeholders met inbegrip van de VI’s zullen betrokken worden van bij de aanvang van het project en een co-governance structuur zal opgezet worden. In het kader van het RIDO-project werd reeds een initiatief opgezet met gedeeltelijk dezelfde doelstellingen maar dit heeft niet de verwachte resultaten opgeleverd. De dienst zal analyseren of het mogelijk is om lessen te trekken uit RIDO.
Appears in 1 contract
Sources: Bestuursovereenkomst
Context. Het RIZIV programma sociale fraude situeert zich in In het kader van de actieplannen Bestuursovereenkomst 2006-2008 en de Wijzigingsclausule 2007 (artikel 28) werd gestart met de uitbouw van een systeem voor het beheren en opvolgen van de regering enerzijds enquêtedossiers van de Dienst Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC), dat op termijn alle dimensies en stadia van de SIOD/SIRS anderzijds betreffende enquêtedossiers moet afdekken. Meer bepaald werd in de strijd periode 2006-2008 een systeem voor het produceren van managementinformatie ontwikkeld, alsook een eerste laag van een systeem voor het beheer van de enquêtedossiers. Deze eerste laag bestaat uit een aantal functionaliteiten inzake gestructureerd dossierbeheer, verbinding met bestaande databronnen, zoekfunctionaliteiten en rapporteringsfunctionaliteiten. 2009 wordt beschouwd als een overgangsjaar voor Flowdos. Dit houdt in dat langs de zijde van ICT het ontwikkelde beheerssysteem verder geconsolideerd zal worden, dat acute aspecten (bv. op vlak van ‘security’) behandeld zullen worden, dat eventuele ‘bugs’ worden weggewerkt, enz. Ook de ontwikkelde functionaliteiten, bv. op vlak van rapportering, kunnen gaandeweg uitgebouwd worden. Langs de zijde van de ‘business’ moet 2009 de kans geven aan alle gebruikers om volledig vertrouwd te worden met het beheerssysteem. Naast deze consolidatieperiode op ‘business’- en ICT-vlak, wordt evenwel voorzien om tegen eind 2009 een conceptnota op te maken, waarbij in samenwerking tussen ‘business’ en ICT wordt gereflecteerd over de sociale fraude. De ontwikkeling mogelijke inhoud en fasering van de volgende ‘lagen’ van het programma heeft als doel te komen tot een geïntegreerd RIZIV-beleid voor wat betreft beheerssyteem. Met andere woorden: hoe en volgens welke timing kunnen de bestrijding van de sociale fraudeoverblijvende ‘business’-behoeften (bv. automatische ‘workflows’, en is een prioriteit voor het RIZIV. De uitvoering van een programma sociale fraude bevat o.a. volgende thema’s: - het opzetten van nieuwe interne processen voor de aanpak van sociale fraude, - het analyseren van de huidige processen naar effectiviteit en efficiëntie, met inbegrip optimalisering van het verduidelijken en transparant maken systeem, enz.) stelselmatig worden ingebouwd in het beheerssysteem Flowdos? De opmaak van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.a. - het herbekijken van deze nota wordt als actie-verbintenis in de verantwoordelijkheden van de diverse interne betrokken actoren (DAC, DGEC en DU) en het eventueel doorvoeren van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheid), - daarbij aansluitend, het opzetten van een performant samenwerkingsverband en overleg met de VI’s, - het opzetten van een monitoring (opmaken van een boordtabel met indicatoren voor de opvolging van de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt het RIZIV zich tot het realiseren van volgende concrete acties of projecten op het vlak van sociale fraude:voorliggende Wijzigingsclausule 2009 voorzien.
Appears in 1 contract
Sources: Bestuursovereenkomst
Context. Dit project verwijst naar de voortzetting van Artikel 28 - Luik 2 van de 5de bestuursovereenkomst, met name de ontwikkeling van een databank en beheerssysteem voor de praktijken van zorgverleners. In de vorige bestuursovereenkomst werden reeds de voorbereidende stappen gezet. - Ten eerste werden de sectoren bepaald die een pioniersrol zullen opnemen bij het operationaliseren van de praktijkregistratie. Dit betreffen de sectoren van de thuisverpleging en de tandheelkundigen (5° BO Art.28.8). - Ten tweede werd in maart 2017 een conceptuele discussienota uitgewerkt met een basistypologie voor de groeperingen, die een eerste vertrekpunt vormt voor het toekomstig reglementair kader voor de praktijkregistratie (5° BO Art.28.9). De drieledige basistypologie ‘individuele zorgverlener’, ‘klinische groep’ en ‘administratieve groep’ vormt het canvas voor verdere concretisering op juridisch en IT-vlak, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen zorgaspecten en facturatieaspecten. In de loop van 2018 werd het complexe thema van de groeperingen geherformuleerd in het kader van het Actieplan handhaving in de gezondheidszorg 2018 – 2020 (cfr. punt 5.1). In het Actieplan wordt niet langer gesproken over ‘praktijkregistratie’, maar wel van ‘klinische samenwerkingsvormen’. Dit om een duidelijk onderscheid te maken tussen klinische en administratieve vormen van samenwerking. De administratieve groeperingen vallen buiten de scope van dit project, alsook de multidisciplinaire samenwerkingsverbanden gezien hun eigen dynamiek. In de periode van deze wijzigingsclausule wil het RIZIV in samenwerking met de externe actoren een beheerssysteem opzetten voor de inzameling, continue update en raadpleging van gegevens rond de samenwerkingsverbanden van zorgverleners die bijdragen aan de zorg van een bepaalde patiëntenpopulatie. Het RIZIV programma sociale fraude situeert zich opzetten van een digitaal beheerssysteem maakt het mogelijk om efficiënt gegevens op te bouwen en te exploiteren die bijdragen tot een betere opvolging van de zorgverleners, individueel en in groep, inzake hun activiteit, locatie, werkorganisatie en mobiliteit. Op termijn zullen bepaalde gegevens door de zorgverleners aangereikt kunnen worden via een aangepaste module in MyRiziv. Met dit project wordt strategisch ingezet op de responsabilisering van de zorgverleners wat betreft doelmatigheid en transparantie. Het systematisch repertoriëren van de klinische samenwerkingsverbanden op het terrein schept mogelijkheden om o.a. : - de aansprakelijkheden en verantwoordelijkheden inzake de klinische verzorging van een patiëntengroep binnen een structureel samenwerkingsverband te verduidelijken en op te volgen (o.a. het delen van klinische gegevens, de toegang tot patiëntendossiers, E-mandaten, verzekeren van zorgcontinuïteit binnen de groepering, etc.); - ‘groepsverantwoordelijkheden’ te bepalen en op te volgen indien vaststellingen worden gedaan inzake gebrekkige klinische verzorging; - te werken rond een correctere becijfering en opvolging van de activiteit van de individuele zorgverlener en van de groep waarin hij werkt; - beleidsondersteunende gegevens aan te leveren inzake kwaliteit van de zorg, zorgorganisatie en de financiering van groeperingen; Dit project dient rekening te houden met enkele belangrijke initiatieven die in parallel lopen en impact zullen hebben m.b.t. de concrete uitvoering. - Er is een afstemming met de FOD Volksgezondheid nodig rond de finaal gekozen conceptuele beginselen voor de groeperingen in het kader van de actieplannen toekomstige Wet ‘kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg’, waarin ook de registratie van samenwerkingsverbanden tussen gezondheidszorgbeoefenaars gepland is. - Daarnaast dient de registratie van de regering enerzijds klinische groeperingen mee geïntegreerd te worden in de databanken die door verschillende partnerorganisaties worden gevoed o.a. Cobhra(+) en die binnen het Actieplan e-Gezondheid in ontwikkeling zijn. Het verder uitwerken van het juridisch kader en de SIOD/SIRS anderzijds betreffende de strijd tegen de sociale fraude. De ontwikkeling effectieve operationalisering van het programma heeft als doel te komen tot een geïntegreerd RIZIV-beleid voor wat betreft de bestrijding repertorium van de sociale fraude, klinische groeperingen zal gebeuren via een gefaseerde aanpak zoals gestipuleerd in het Plan Handhaving. - Een eerste aanzet van de in te zamelen relevante data is reeds beschikbaar en is gebeurde in nauwe samenwerking met de beroepsorganisaties van de pionierssectoren en de verzekeringsinstellingen. - In een prioriteit volgende stap zal nagegaan worden welke authentieke bronnen daarvoor kunnen worden aangesproken en/of moeten worden gecreëerd. - Deze eerste voorbereidende stappen dienen als basis voor de opmaak van een tekstvoorstel voor het RIZIV. De uitvoering reglementair kader op basis van een programma sociale fraude bevat o.abestaande of nog te creëren wettelijke bepaling en zal de opstart van een intern IT-project en een proof of concept mogelijk maken. volgende thema’s: - het opzetten van nieuwe interne processen voor Vervolgens zal de aanpak van sociale fraude, - het analyseren proof of concept uitgerold worden in minimum één van de huidige processen naar effectiviteit en efficiëntie, pionierssectoren. Daarna zal men een verslag opstellen met inbegrip van het verduidelijken en transparant maken van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.a. - het herbekijken de resultaten van de verantwoordelijkheden van proof of concept en de diverse interne betrokken actoren (DAC, DGEC en DU) en het eventueel doorvoeren van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren van methodologie waar nodig aanpassen voor structurele uitbreiding naar de nodige wijzigingen aan andere sectoren. In de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van laatste stap volgt dan de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheid), - daarbij aansluitend, het opzetten van een performant samenwerkingsverband en overleg met implementatie over al de VI’s, - het opzetten van een monitoring (opmaken van een boordtabel met indicatoren voor de opvolging van de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt het RIZIV zich tot het realiseren van volgende concrete acties of projecten op het vlak van sociale fraude:beroepssectoren heen.
Appears in 1 contract
Sources: Bestuursovereenkomst
Context. Het De oprichting en uitbouw van een Dienst Interne Audit in het RIZIV programma sociale fraude situeert past binnen een gemeenschappelijke visie inzake interne audit die op het niveau van het College van OISZ is ontwikkeld. De ontwikkeling van de interne auditfunctie is een volgende stap in het proces van permanente verbetering in de OISZ, past binnen een streven naar deugdelijk overheidsbestuur en komt ook tegemoet aan vragen en aanbevelingen vanwege de Staat, het Rekenhof en andere toezichtsactoren binnen de OISZ. De gemeenschappelijke visie van het College van OISZ is neergelegd in twee charters die de basis vormen voor de organisatie en werking van de interne auditfuncties en de ermee samenhangende Auditcomités: een Gemeenschappelijk Charter van de Interne auditfunctie in de OISZ en een Gemeenschappelijk Charter van de Auditcomités in de OISZ. De afzonderlijke OISZ hebben de mogelijkheid om via een ‘comply or explain’-methodiek deze charters al dan niet aan hun eigenheden aan te passen. De oprichting van een Dienst Interne Audit in het RIZIV is reeds geruime tijd voorzien en voorbereid en past binnen een meerjaren aanpak om de organisatiebeheersing – interne controle in de ruime zin van het woord – stelselmatig te versterken. De hefboom voor de versterking van de organisatiebeheersing was de invoering in 2002 van het instrument van de Bestuursovereenkomst die aanleiding heeft gegeven tot de versterking van de strategische en operationele planning en opvolging, de invoering van beheersmethoden als projectbeheer, procesanalyse, prestatiemeting, kwaliteitsbeheer e.d.m. Daarbij is ook aandacht besteed aan het integreren van risicobeheer, bv. operationele risicoanalyse binnen het projectmanagement, operationele risicoanalyse op basis van procesbeschrijvingen, strategische risicoanalyse op basis van een CAF-oefening, e.d.m. Vanaf 2007 zijn binnen het RIZIV ook een aantal ad hoc auditopdrachten uitgevoerd op vlak van bijvoorbeeld de aankoopprocessen, incl. de begeleiding van een proces re-engineering en de invoering van een nieuwe applicatie (EPM); een analyse van de naleving van de reglementering inzake overheidsopdrachten; een mini-audit van de procedures inzake crisismanagement; de begeleiding van de Financiële Directie (sectie Bijdragen Gepensioneerden en sectie Bijzondere Inkomsten) bij het analyseren van de risico’s in haar processen en de kwaliteit van de interne controlesystemen; de methodologische ondersteuning bij een audit van het licentiebeheer in de ICT-dienst; etc. In lijn met de visie, charters en roadmap voor implementatie die op het niveau van het College van OISZ zijn opgemaakt, is de oprichting van een Dienst Interne Audit in het RIZIV voorzien in de loop van 2012. De Dienst Interne Audit wil zich positioneren als een onafhankelijke, objectieve en bekwame partner van het management en de beheerders van het RIZIV die: - redelijke zekerheid verstrekt over de mate waarin het RIZIV haar werking, processen en risico’s beheerst door middel van het uitvoeren van methodische, systematische, gedisciplineerde evaluaties (‘assurance’); - doordachte en haalbare verbetervoorstellen formuleert op basis van de uitgevoerde evaluaties (‘recommendations’); - advies verleent op vlak van de beheersing van de werking, processen en risico’s van het RIZIV (‘consultancy’). In 2012 zullen de nodige initiatieven worden genomen om de Dienst Interne Audit formeel op te richten, te verankeren in het organogram en te bestaffen op basis van de personeelsbehoeftenanalyse die midden 2011 werd uitgevoerd. Vanzelfsprekend worden de nodige besluitvormingsmomenten op het niveau van het Directiecomité en het Algemeen Beheerscomité voorzien. In samenspraak met het Algemeen Beheerscomité zal ook worden bepaald hoe in haar schoot een Auditcomité kan worden opgericht dat – in samenspraak met de Algemene Directie – functioneel toezicht zal houden op de activiteiten van de Dienst Interne Audit. Wat de operationele activiteiten van de Dienst betreft, zal een eerste uitdaging de opmaak van een Auditplan op basis van een risicoanalyse zijn. Daarnaast dienen ook methoden en technieken worden ontwikkeld voor het uitvoeren van auditopdrachten. Op basis van dat Auditplan en in functie van de beschikbare middelen kan vervolgens – vanaf 2013 – gestart worden met het uitvoeren van auditopdrachten en het formuleren van aanbevelingen. Naast deze zekerheidsverstrekkende opdrachten (‘assurance’) zal de interneauditfunctie begeleiding van de organisatie voorzien bij het ontwikkelen van haar risicobeheer, internecontrolesystemen, of andere aspecten van haar organisatiebeheersing (‘consultancy’). Ook zullen sensibiliserende acties op vlak van risicobeheer, interne controle en organisatiebeheersing worden voorzien. Jaarlijks zal de Dienst Interne Audit een rapport opmaken met een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en de behaalde resultaten in deze verschillende domeinen. Dit rapport zal worden voorgelegd aan het Auditcomité en de Algemene Directie, en vervolgens ook aan het Algemeen Beheerscomité. Voor het einde van de Bestuursovereenkomst 2013-2015 zal in samenspraak met deze actoren ook een evaluatie worden uitgevoerd over de werking en resultaten van de Dienst Interne Audit tijdens de eerste drie jaar van zijn bestaan en de verwachtingen voor de volgende periode. Naast de RIZIV-specifieke actie-verbintenissen die in dit artikel worden geformuleerd, zal het RIZIV ook actief bijdragen tot de realisatie van de gemeenschappelijke doelstellingen inzake interne audit die door de OISZ zijn geformuleerd in het kader van de actieplannen gemeenschappelijke bepalingen van de regering enerzijds en 4e generatie Bestuursovereenkomsten (cf. artikel 59), o.m. op vlak van de SIOD/SIRS anderzijds betreffende de strijd tegen de sociale fraude. De ontwikkeling van het programma heeft als doel te komen tot een geïntegreerd RIZIVPLATINA-beleid voor wat betreft netwerk en de bestrijding afstemming van de sociale fraude, en is een prioriteit voor het RIZIV. De uitvoering van een programma sociale fraude bevat o.a. volgende thema’s: - het opzetten van nieuwe interne processen voor auditfunctie in de aanpak van sociale fraude, - het analyseren OISZ met de activiteiten van de huidige processen naar effectiviteit en efficiëntie, met inbegrip van andere toezichtsactoren zoals bijvoorbeeld het verduidelijken en transparant maken van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.a. - het herbekijken van de verantwoordelijkheden van de diverse interne betrokken actoren (DAC, DGEC en DU) en het eventueel doorvoeren van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheid), - daarbij aansluitend, het opzetten van een performant samenwerkingsverband en overleg met de VI’s, - het opzetten van een monitoring (opmaken van een boordtabel met indicatoren voor de opvolging van de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt het RIZIV zich tot het realiseren van volgende concrete acties of projecten op het vlak van sociale fraude:Rekenhof.
Appears in 1 contract
Sources: Not Specified
Context. Luik 1 Implementeren van de aanbevelingen volgend op de audit uitgevoerd op het beheersproces van de internationale verdragen Naar aanleiding van de vorige bestuursovereenkomst werd een auditopdracht uitgevoerd op het beheersproces van de ontvangsten en uitgaven van de internationale verdragen in het domein van de gezondheidszorgen, waarbij zowel de interne werking als de financiering en de transparantie grondig werden doorgelicht. Het RIZIV programma geauditeerd proces van de internationale verdragen betreft een bijzonder complex proces met een belangrijke financiële impact, waarbij alle landen van de Europese Economische Ruimte en een aantal landen waarmee België een bilaterale overeenkomst betreffende de sociale fraude situeert zekerheid (m.i.v. bepalingen inzake gezondheidszorg) heeft afgesloten, betrokken zijn. Het objectief van deze auditopdracht was het verschaffen van zekerheid over zowel de adequaatheid als de effectiviteit van het interne controlesysteem in het proces internationale verdragen binnen de Dienst voor geneeskundige verzorging (DGV). Er werd dus zowel gekeken naar het goed theoretisch ontwerp van de interne controlemaatregelen, als naar de effectieve beheersing van de risico’s in de dagelijkse werking van de betrokken directie. Het auditrapport dat eind 2017 werd opgeleverd, bracht aan het licht dat het huidige beheerssysteem van interne controle op verschillende punten ruimte voor verbetering bood. De belangrijkste vaststellingen waren het ontbreken van een systeem van monitoring of van systematische rapportering. Eveneens diende een verbeterd gecentraliseerd beheer van de financiële gegevens ontwikkeld te worden. Daarom werd aanbevolen om het huidig systeem voor risicobeheersing te laten evolueren naar een adequaat en doeltreffend systeem, dat zich aanpast aan de veranderende omstandigheden waarbinnen het proces zich afspeelt. In een volgende fase zullen de aanbevelingen van het auditrapport vertaald worden naar een concreet actieplan (gepland tegen eind 2018) dat in de loop van deze wijzigingsclausule geïmplementeerd en verankerd zal worden binnen de Directie Internationale Relaties van de Dienst voor geneeskundige verzorging (DGV). Belangrijk te vermelden is dat enkele optimaliseringsmaatregelen op het proces nauw verbonden zijn met de aansluiting van België op het Europees IT platform voor Electronic Exchange of Social Security Information (EESSI), het grensoverschrijdend data uitwisselingsplatform voor sociale zekerheidsgegevens tussen de bevoegde nationale instanties binnen Europa in het kader van de actieplannen van de regering enerzijds Verordeningen (EG) 883/2004 en de SIOD/SIRS anderzijds 987/2009 betreffende de strijd tegen de sociale fraude. De ontwikkeling van het programma heeft als doel te komen tot een geïntegreerd RIZIV-beleid voor wat betreft de bestrijding coördinatie van de sociale fraude, zekerheidsstelsels. Met de uitrol van EESSI zal alle gegevensuitwisseling voor internationale socialezekerheidsdossiers volledig “paperless” verlopen via gestructureerde elektronische documenten. Dit zal naast efficiëntiewinsten en is een prioriteit voor verhoogde nauwkeurigheid van de uitgewisselde gegevens door ingebouwde automatische controles ook een betere gegevensbescherming opleveren. Tegen uiterlijk 2 juli 2019 dienen alle lidstaten de nodige maatregelen te hebben genomen met het RIZIVoog op de integratie in het centrale EESSI-uitwisselingssysteem. De uitvoering integratie van het Belgische netwerk verloopt via het BelEESSI project (Belgian Implementation of EESSI), gecoördineerd door de FOD Sociale Zekerheid en de Kruispuntbank van de sociale zekerheid (KSZ), de toekomstige unieke toegangspoort tot EESSI voor België. Onder impuls van onze nakende integratie in het EESSI platform en in lijn met de uitgevoerde audit, heeft de Directie Internationale Relaties reeds enkele remediërende initiatieven opgestart zoals de ontwikkeling en ingebruikname van een programma sociale fraude bevat geüniformeerde en geïntegreerde database die beantwoordt aan de EESSI standaarden en compatibiliteitsvereisten. De volledige operationalisering van het audit-actieplan zal bijgevolg slechts in geringe mate afhangen van het BelEESSI project of de effectieve technische integratie van België in EESSI. Na de implementatie van het integrale actieplan op het proces internationale verdragen voorzien tegen eind 2019, zal zoals gebruikelijk nog een opvolgingsaudit uitgevoerd worden door de Dienst Interne Audit die de definitieve afsluiting van de aanbevelingen zal toelaten en deze auditcyclus zal afronden. Luik 2 Evaluatie en optimalisering van het proces geplande geneeskundige zorg in het buitenland In een zelfde streven en hang naar optimalisering en uniformisering, zal de Directie Internationale Relaties in nauwe samenwerking met de Medische Directie van de Dienst voor geneeskundige verzorging (DGV) het huidige beslissingsproces van de dossiers geplande zorg in het buitenland aan een grondige evaluatie onderwerpen en waar mogelijk verbeteringen voorstellen. Deze oefening zal grotendeels voortbouwen op de bevindingen en aanbevelingen opgenomen in het uitvoerige onderzoeksrapport van ▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇ uit 2016 : “Geplande geneeskundige zorg in het buitenland: toestemmingen verleend door de Belgische ziekenfondsen”.9 De procedure om een voorafgaande toestemming aan te vragen voor de tenlasteneming van geplande medische zorgen in het buitenland door de ZIV is vandaag als volgt georganiseerd. De sociaal verzekerden dienen hun aanvraag schriftelijk in bij hun verzekeringsinstelling (VI). Naast een aantal louter administratieve beslissingen, o.a. volgende thema’s: - het opzetten van nieuwe interne processen met betrekking tot specifieke regelingen voor de aanpak van sociale fraudegrensregio’s, - het analyseren bevatten deze dossiers ook een aantal aanvragen waar een “medische” tussenkomst nodig is van de huidige processen naar effectiviteit en efficiëntie, met inbegrip Adviserende Artsen (AdvA) van het verduidelijken en transparant maken van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.a. - het herbekijken van de verantwoordelijkheden van de diverse interne betrokken actoren (DAC, DGEC en DU) en het eventueel doorvoeren van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheid), - daarbij aansluitend, het opzetten van een performant samenwerkingsverband en overleg met de VI’s. Om een voorafgaande toestemming te verlenen dienen de AdvA op basis van het toegevoegde medische verslag en de motivatie van de arts-specialist concreet te oordelen over drie leidende principes. De AdvA dient ten eerste na te gaan of de geplande behandeling door de ZIV wordt terugbetaald (dan wel of de vergoedingsvoorwaarden vervuld zijn). Ten tweede, - gaat dit over ‘undue delay’, zijnde het opzetten niet beschikbaar zijn van de behandeling in eigen land binnen een medisch verantwoorde termijn, en ten derde over het bestaan van ‘gunstigere geneeskundige voorwaarden’ in het buitenland. Jaarlijks worden er door de VI’s gemiddeld een 1000-tal voorafgaande aanvragen behandeld waarvoor de tussenkomst van een monitoring AdvA vereist is. Momenteel bestaat er binnen de eigen geledingen van elke VI reeds een vorm van centralisatie voor de behandeling van dit type dossiers. In de praktijk kan deze gedecentraliseerde beheersbevoegdheid, die de beslissing bij elke VI afzonderlijk legt, soms leiden tot een niet eensluidende interpretatie en toepassing van de regelgeving voor identieke aanvraagdossiers naargelang de VI waartoe de verzekerde behoort. Om een meer uniforme behandeling van de aanvragen, over de VI- en taalgrenzen heen te verzekeren en wegens de hoge complexiteit van de materie, werd er door de VI’s een informeel “intermutualistisch overlegplatform” opgericht. Op dit platform internationale overeenkomsten worden deze “dossiers buitenland” gezamenlijk besproken en wordt een vrijblijvend advies verleend aan de VI die verantwoordelijk is voor een dossier. De leden van dit platform zijn AdvA met een expertise in het domein. Het platform vergadert ongeveer zes maal per jaar en naast de bespreking van concrete dossiers wordt dit platform ook gebruikt om expertise uit te wisselen. Tussen de vergadermomenten door wordt het overleg verdergezet via e-mail, gezien de hoogdringendheid van sommige aanvragen. Zoals aangegeven in de studie van ▇. ▇▇▇▇▇▇, zijn er verschillende aanwijzingen die pleiten om te evolueren naar een meer gestructureerd en geformaliseerd centraal beheer van de beslissingen omtrent deze complexe dossiers. Door de beslissingsprocedure formeel op één centraal punt te organiseren wordt tegemoetgekomen aan een reeks behoeftes en noden: - Een coherente behandeling en gelijkwaardige beoordeling waarborgen van alle aanvragen van de rechthebbenden; - Een centraal toezicht op de correcte toepassing van de regelgeving verzekert de transparantie en uniformiteit; - Het centraal beheer van de expertise en kennis over de regelgeving op één uniek punt laat toe om beter gefundeerde adviezen te geven; - De systematische registratie van de cases en adviezen die in het platform besproken zijn in een gecentraliseerde database, leidt tot een grotere uniformiteit en reproduceerbaarheid van de beslissingen (opmaken dit geeft ook tijdswinst); Een mogelijke piste die onderzocht zou kunnen worden in dit kader, is te kijken hoe de huidige werking van het ‘Intermutualistisch overlegplatform’ verder geoptimaliseerd kan worden om in de toekomst mogelijk te evolueren van een boordtabel eerder vrijblijvend en consultatief overlegplatform naar een formeel beslissingsorgaan met indicatoren voor de opvolging van de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt het RIZIV zich tot het realiseren van volgende concrete acties of projecten op het vlak van sociale fraude:bindende adviezen.
Appears in 1 contract
Sources: Bestuursovereenkomst
Context. Het RIZIV programma sociale fraude situeert zich Reeds enkele jaren wordt door de algemeen ondersteunende diensten alsook door de kerndiensten ingezet op een optimaler en efficiënter beheer van de geschillen, zowel op centraal als op decentraal niveau. Diverse initiatieven werden hierbij genomen, zijnde: • Creatie van een overlegplatform tussen de verschillende juridische diensten van het RIZIV, • De organisatie van workshops met het oog op een coherente aanpak, • Analyse van de huidige processen van de behandeling van de geschillen, met een oplevering van een BIO-analyse op verschillende niveaus van de activiteiten. • Inventarisatie van de verschillende ICT-toepassingen die momenteel in gebruik zijn in de verschillende diensten. Een aantal ervan zijn einde levensduur en dus dringend aan vervanging toe. De bedoeling van dit optimaliseringsproject is veelvuldig, nl: • een verbetering en informatisering van het beheer van de bestaande processen, • een betere integratie op RIZIV-niveau, met een harmonisering van de databestanden en het gebruik van een elektronische workflow) • het verminderen van de instroom van geschillen, • een betere interne communicatie van de informatie over de dossiers, • het opleveren van managementinformatie inzake de behandeling van de geschillen (o.a. ontwikkelen van indicatoren) Zoals reeds toegelicht in enkele voorgaande kernprojecten zal ook dit project worden ontwikkeld in het kader van het programma Platinium. Voor de actieplannen ontwikkeling van de regering enerzijds en de SIOD/SIRS anderzijds betreffende de strijd tegen de sociale fraude. De ontwikkeling van het programma heeft als doel te komen tot een geïntegreerd RIZIV-beleid voor wat betreft de bestrijding van de sociale fraude, en is een prioriteit voor het RIZIV. De uitvoering van een programma sociale fraude bevat toepassing geschillen zullen o.a. volgende thema’sluiken gebruikt worden: - • het opzetten luik CAMAS (Case Management solution): dit is de implementatie van nieuwe interne processen een ICT-tool voor de aanpak van sociale fraude, - het analyseren beheer van de huidige processen naar effectiviteit individuele dossiers. In dit project gaat het dus over de individuele dossiers van de geschillen. • het luik IOC (In & outbound Communication): dit is de tool voor het geïntegreerd en efficiëntietransversaal beheer van alle in- en uitgaande communicatie, met inbegrip zowel wat betreft telefoons, post, e-mail. in het kader van het verduidelijken en transparant maken van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.a. - het herbekijken beheer van de verantwoordelijkheden geschillen is het dus de bedoeling om alle inkomende en uitgaande post in een elektronische stroom op te nemen. Het RIZIV wil tijdens de looptijd van deze bestuursovereenkomst overgaan tot de implementatie van een moderne tool voor het beheer van de diverse interne betrokken actoren geschillen (DAC, DGEC en DUin eerste instantie voor het centrale deel) en het eventueel doorvoeren alsook tot de ontwikkeling van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren een rapportering inzake de voortgang van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt dossiers (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheidopvolgingsinstrument met mogelijke indicatoren), - daarbij aansluitend, het opzetten van een performant samenwerkingsverband en overleg met de VI’s, - het opzetten van een monitoring (opmaken van een boordtabel met indicatoren voor de opvolging van de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt het RIZIV zich tot het realiseren van volgende concrete acties of projecten op het vlak van sociale fraude:.
Appears in 1 contract
Sources: Not Specified
Context. De initiatie van prestatiemeting in het RIZIV dateert van 2002. Het RIZIV programma sociale fraude situeert zich opvolgingsproces in het kader van de actieplannen uitvoering van de regering enerzijds eerste bestuursovereenkomst - en de SIOD/SIRS anderzijds betreffende bijgaande interne en externe rapportering - werd ondersteund aan de strijd tegen hand van boordtabellen. Ondertussen is de sociale fraude. De ontwikkeling van het programma heeft als doel te komen tot een geïntegreerd RIZIV-beleid voor wat betreft de bestrijding aanpak van de sociale fraudeboordtabellen verfijnd. Met de opmaak en de opvolging van de tweede bestuursovereenkomst is het aantal indicatoren verruimd. Toch blijven die momenteel beperkt tot specifieke prioritaire projecten, en is er nog geen sprake van een prioriteit echt geïntegreerd prestatiemeetsysteem. Concreet is in het RIZIV beperkte informatie beschikbaar over volgende luiken: - sleutelinformatie over enkele basisopdrachten van het RIZIV (gelinkt aan bepaalde verbintenissen uit de bestuursovereenkomst); - beperkte informatie over de doelstellingen met betrekking op de interne werking (beperkte HR-gegevens en ICT-informatie); - en de omgevingsfactoren die de realisatie van de verbintenissen uit de bestuursovereenkomst kunnen beïnvloeden. Het verder uitbreiden van de opmaak en het gebruik van de boordtabellen, en de voorbereiding van een geïntegreerde scorecard voor het RIZIV. De uitvoering van een programma sociale fraude bevat o.a. volgende thema’s: - het opzetten van nieuwe interne processen Directiecomité zijn uitdagingen voor de aanpak van sociale fraude, - het analyseren volgende jaren. Belangrijk is ook de analyse van de huidige processen naar effectiviteit en efficiëntie, met inbegrip mogelijkheden op het vlak van het verduidelijken en transparant maken ICT die hiervoor kunnen gebruikt worden. Als eerste stap in de ontwikkeling van definities, begrippen, procedures, richtlijnen, templates, e.astuurinformatie zal een Balanced Scorecard5 (BSC) voor HR worden opgemaakt. - het herbekijken van de verantwoordelijkheden van de diverse interne betrokken actoren (DAC, DGEC en DU) en het eventueel doorvoeren van organisatorische aanpassingen, - het doorvoeren van de nodige wijzigingen aan de wetgeving waar relevant, - het responsabiliseren van de verzekeringsinstellingen zodat verhoogde alertheid en waakzaamheid naar sociale fraude toe vanzelfsprekend wordt (o.a. het opmaken van richtlijnen bvb. bij het toekennen van een recht op arbeidsongeschiktheid), - daarbij aansluitend, We hebben ervoor gekozen om het opzetten van een performant samenwerkingsverband prestatiemeetsysteem en overleg met de VI’sinzameling van relevante indicatoren methodologisch te onderbouwen door de Balanced scorecard. Dit is een model dat de mogelijkheid geeft om een organisatie op te volgen en te sturen. In eerste instantie aan het Directiecomité om het toe te laten een aantal sleutelelementen binnen de organisatie te sturen vanuit een ‘geïntegreerde modus’ (tezelfdertijd worden gegevens van aanwerving, - afwezigheid, budget, e.a. opgevolgd) en niet meer vanuit de deeldomeinen. En anderzijds aan de leidinggevenden van de operationele diensten om de dagelijkse opvolging en het opzetten leiding geven op een gestructureerde en meer gedetailleerde manier mogelijk te maken. De laatste jaren is in het RIZIV de noodzaak aan bruikbare indicatoren op vlak van een monitoring (opmaken HR alsmaar sterker geworden. Zowel vanuit het Directiecomité als vanuit de operationele diensten is het systematisch inzamelen van een boordtabel met indicatoren voor de opvolging van informatie over de werking van een VI/ziekenfonds) teneinde de responsabilisering efficiënt te kunnen opvolgen en een relevante rapportering (managementrapportering en rapportering aan de beheersinstanties) te kunnen opzetten. - het organiseren van en deelnemen aan overleg met externe relevante partners (RSZ, inspectiediensten, FOD’s, rechtbanken, auditeurs, vakorganisaties,…) - in overleg met diverse actoren, relevante gegevensbanken opzetten en exploiteren zodat de controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en invalditeit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd. De uitbouw van dit geïntegreerd beleid zal inspanningen over meerdere jaren vereisen. Op korte termijn, voor de volgende 12 maanden van 2009, verbindt het RIZIV zich tot op vlak van HR als belangrijk onderwerp naar voor geschoven (cfr. CAF-resultaten, input Directieraad). Deze informatie (onder de vorm van indicatoren) zal het realiseren Directiecomité en andere verantwoordelijken toelaten om de ‘juiste’ acties te nemen in eenzelfde en gewenste strategische richting. We spreken in dat geval ook van volgende concrete acties of projecten een “geïntegreerd HRM-prestatiemanagementsysteem” waarvan de informatie gebruikt wordt in het beslissingsproces. In 2008 is hiervoor al de methodologische aanpak voorbereid, alsook een eerste aanzet voor HR-indicatoren. In het 4de trimester van 2008 volgen de beprekingen op het vlak van sociale fraude:HR-platform en het directiecomité. Vanaf april 2009 zal de HR-scorecard effectief gebruikt worden in het beslissingsproces.
Appears in 1 contract
Sources: Bestuursovereenkomst