Bijscholing Voorbeeldclausules

Bijscholing. De werknemer is verplicht die bijscholingsactiviteiten te volgen, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn functie. Deze bijscholingsactiviteiten worden in overleg door werkgever en werknemer vastgesteld. Omdat de bijscholing wordt beschouwd als opgedragen werkzaamheden, betaalt de werkgever de kosten voor de bijscholing. Het is niet de bedoeling dat de werknemer door de bijscholing moet overwerken.
Bijscholing. De werknemer is verplicht die (bij-)scholings-, leer- en opleidingsactiviteiten te volgen die voor de uitoefening van de functie noodzakelijk zijn en die door de werkgever in overleg met de werknemer worden aangewezen. Deze activiteiten worden beschouwd als opgedragen werkzaamheden en de daaraan verbonden kosten en tijd komen voor rekening van de werkgever.
Bijscholing. 1. De werkgever kan de werknemer opdragen (bij-)scholing te volgen die voor de uitoefening van diens functie bij de werkgever noodzakelijk is. Voor zover passend binnen het reglement van het SFPK kunnen werkgever en werknemer hiervoor financiële ondersteuning aanvragen. 2. De kosten van door de werkgever opgedragen (bij)scholing komen geheel voor rekening van de werkgever; de (bij)scholingsactiviteiten vinden zoveel mogelijk plaats in werktijd. Dit geldt niet voor scholing die nodig is voor een certificaat of diploma waarover de werknemer bij eerste aanvang van de werkzaamheden als startkwalificatie dient te beschikken. 3. Onder scholing die de werkgever wettelijk verplicht is te verstrekken, valt ook scholing als bedoeld in artikel 7:611a lid 1 BW. Hier gaat het bijvoorbeeld om een opleiding in het kader van een verbeter- traject, bijscholing met betrekking tot een nieuw automatiseringssysteem en scholing die voortzetting van de arbeidsovereenkomst mogelijk maakt als de functie van de werknemer komt te vervallen. 4. Voor rekening van de werkgever komen de volgende met de (bij)scholing samenhangende kosten: − noodzakelijke cursus- en lesgelden; − examen- en diplomakosten; − aanschafkosten van verplicht gesteld studiemateriaal; - reiskosten naar les en/of tentamenlocaties volgens de bij het gezelschap gebruikelijke regeling. 5. Indien (bij)scholingslessen tijdens de afgesproken werktijden plaatsvinden, wordt hiervoor verlof gegeven. Voor het afleggen van tentamens worden vrije dagen verleend. Lessen en tentamens die buiten de afgesproken werktijden vallen, worden in beginsel niet in werktijd gecompenseerd.
Bijscholing. 1. De werknemer kan verplicht worden bijscholing te volgen, die door de werkgever (en werknemer) voor de uitoefening van de functie van de werknemer noodzakelijk worden geacht. 2. De bijscholingsactiviteiten worden beschouwd als opgedragen werkzaamheden die in beginsel plaatsvinden in werktijd en waarvan de kosten voor rekening van de werkgever komen. 3. Indien een werknemer een studie of training wil volgen zal in overleg met zijn werkgever worden bepaald of en hoe de kosten hiervan worden vergoed en hoe het studieverlof zal worden geregeld. Hierbij wordt de in deze Cao opgenomen bijlage Uitvoeringsregeling studiefaciliteiten en bijscholing in acht genomen.
Bijscholing. Kosten scholing en ontwikkeling (her)registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd
Bijscholing. De medewerker moet de (bij)scholings-, leer- en opleidingsactiviteiten volgen die nodig zijn om haar werk te kunnen doen. En die de werkgever in overleg met haar aanwijst. Deze scholingsactiviteiten gelden als opgedragen werk. De werkgever betaalt de kosten van de scholingsactiviteiten. De tijd die de scholingsactiviteiten kosten, komt ook voor rekening van de werkgever.
Bijscholing. 1. De werknemer is verplicht die bijscholingsactiviteiten te volgen en het certificaat te behalen die daarbij hoort, die voor de uitoefening van de functie noodzakelijk worden geacht en die als zodanig in overleg tussen werkgever en werknemer worden aangewezen. Deze bijscholingsactiviteiten worden beschouwd als opgedragen werkzaamheden en mitsdien komen de eraan verbonden kosten voor rekening van de werkgever. 2. De in het vorige lid bedoelde bijscholingsactiviteiten kunnen in beginsel niet leiden tot overwerk.
Bijscholing. 1. De werknemer heeft recht op gemiddeld 2 dagen scholing per jaar. Dit recht kan de werknemer opsparen tot maximaal 6 dagen. Wanneer meer dagen worden opgespaard vervalt het scholingsrecht over het meerdere. 2. De werknemer kiest in principe uit het cursusaanbod. De werkgever stelt de werknemer in staat zijn scholingsrecht uit te oefenen. In overleg bepalen werkgever en werknemer wanneer de werknemer de scholing volgt. Wanneer werkgever of werknemer van mening is dat de werknemer een cursus mag volgen die niet voorkomt in het aanbod van een door het Sociaal Fonds voor het Natuursteenbedrijf aangewezen onderwijsinstelling, kunnen zij gezamenlijk bij het bestuur van het SFN een tegemoetkoming in de kosten aanvragen. Dit geldt ook voor scholing voor een andere functie binnen of buiten de bedrijfstak of een (cursus) loopbaanadvies. 3. De werkgever kan een vergoeding voor de kosten van de gevolgde scholing van het SFN krijgen, wanneer is voldaan aan de voorwaarden uit het Reglement Scholing, Opleiding, Ontwikkeling, Werkgelegenheid en Arbeidsomstandigheden, dat onderdeel uitmaakt van de Collectieve arbeidsovereenkomst bedrijfstakeigen regelingen voor het Natuursteenbedrijf. 4. In opdracht van cao-partijen kan een scholingscoördinator aangesteld worden. Deze coördinator peilt de scholingsbehoefte, doet voorstellen tot kwaliteitsverbetering en stimuleert werkgevers en werknemers deel te nemen aan (bij)scholingsactiviteiten.
Bijscholing. De Certificerende Instantie verzorgt tevens een jaarlijkse (bij)scholing van de controleurs, beoordelaars en certificatiemanagers. Deze (bij) scholing dient een goed inzicht te geven van de meest actuele Regeling IKB Varken waaronder de voorschriften, de interpretatie van de voorschriften, het gebruik van de checklijsten en de rapportage. Daarnaast dient het de betreffende medewerker op de hoogte te stellen van gewijzigde of nieuwe regelgeving die van belang is voor de schakel waarin de medewerker actief is. Op verzoek dient de Certificerende Instantie aan te kunnen tonen dat (bij) scholing op adequate wijze is uitgevoerd. De kosten van de (bij) scholing komen voor rekening van de Certificerende Instantie.
Bijscholing. De werknemer is verplicht die bijscholingsactiviteiten te volgen die in overleg met zijn werkgever aange- wezen worden als noodzakelijk voor de uitoefening van zijn functie. De kosten zijn voor rekening van de werkgever.