Beginselen Voorbeeldclausules

Beginselen. Partijen zullen bij hun samenwerking op basis van de Procesovereenkomst en de Deelovereenkomst(en) steeds de volgende beginselen in acht nemen:
Beginselen. De samenwerkingsactiviteiten worden uitgevoerd op basis van de volgende beginselen: 1. wederzijds voordeel gebaseerd op een algeheel evenwichtige verdeling van de voordelen; 2. wederzijdse toegang tot de onderzoeks- en technologische ontwikkelingsactiviteiten van elke partij; 3. tijdige uitwisseling van informatie die van invloed kan zijn op de werkzaamheden van deelnemers aan samenwerkings­ activiteiten; 4. daadwerkelijke bescherming van intellectuele eigendom en billijke verdeling van de intellectuele-eigendomsrechten.
Beginselen. 1. De lidstaten en Servië moeten doorgeleiding van onder- danen van derde landen en staatloze personen beperken tot geval- len waarin die personen niet rechtstreeks aan de staat van bestemming kunnen worden overgedragen. 2. Servië staat de doorgeleiding van onderdanen van derde lan- den en staatloze personen over zijn grondgebied toe indien een lidstaat daarom verzoekt, en een lidstaat staat de doorgeleiding van onderdanen van derde landen en staatloze personen over zijn grondgebied toe indien Servië daarom verzoekt, wanneer de ver- dere reis in eventuele andere staten van doorgeleiding en de over- name door de staat van bestemming verzekerd zijn. 3. Doorgeleiding kan door Servië of een lidstaat worden geweigerd a) indien de onderdaan van een derde land of de staatloze per- soon een reëel gevaar loopt in de staat van bestemming of een andere staat van doorgeleiding te worden onderworpen aan foltering, aan onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, aan de doodstraf of aan vervolging op grond van ras, godsdienst, nationaliteit, lidmaatschap van een bepaalde sociale groep, of politieke overtuiging, of b) indien de onderdaan van een derde land of de staatloze per- soon in de aangezochte staat of een andere staat van door- geleiding blootstaat aan strafrechtelijke sancties, of c) om redenen van volksgezondheid, binnenlandse veiligheid, openbare orde of andere nationale belangen van de aange- zochte staat. 4. Servië of een lidstaat kan elke afgegeven vergunning intrek- ken indien zich later omstandigheden zoals bedoeld in lid 3 voor- doen of aan het licht komen die de doorgeleiding belemmeren of indien de verdere reis in eventuele andere staten van doorgeleiding of de overname door de staat van bestemming niet meer verze- kerd is. In dat geval neemt de verzoekende staat de onderdaan van een derde land of de staatloze persoon zo nodig onverwijld terug.
Beginselen. 1. Onder “eigenvermogensvereisten” worden de reglementaire vereisten verstaan als bedoeld in het besluit van de Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen (hierna “de CBFA”) over het reglement op het eigen vermogen van de instellingen (hierna “het reglement” genoemd). Tenzij anders bepaald, verwijzen de vermelde hoofdstukken en artikelen naar de hoofdstukken en artikelen van het besluit. 2. Tenzij anders bepaald in de instructies bij de tabellen, zijn de instellingen - onderworpen aan het reglement - eraan gehouden om op periodieke basis hun vennootschappelijke en geconsolideerde posities inzake risico’s te rapporteren op basis van de hier bijhorende tabellen. De financiële holdings onderworpen aan het reglement rapporteren enkel over de geconsolideerde posities.
Beginselen. De Toegangspunten hebben een geldigheidsduur die de duur van de aansluiting op het Elia- Net niet mogen overschrijden. Die geldigheidsduur kan onderbroken of geschorst worden in de gevallen beschreven in artikel 16. De Netgebruiker kan voor onbepaalde duur zijn eigen Toegangshouder zijn voor zijn Toegangspunten. Wanneer de Netgebruiker niet zelf de Toegangshouder is, duidt hij uitdrukkelijk enige andere natuurlijke persoon of rechtspersoon aan om de rechten en verplichtingen als Toegangshouder te vervullen voor zijn Toegangspunt(en), voor een bepaalde geldigheidsduur en volgens de modaliteiten beschreven in Artikel 8.2. Bij uitzondering, indien een Toegangspunt een Gesloten Distributienet, aangesloten op het Elia-Net zoals beschreven in Bijlage 14 van dit Contract voedt, en van zodra de Netgebruiker van het Gesloten Distributienet zijn eigen leveranciers kiest, kan alleen de Beheerder van het Gesloten Distributienet, aangeduid worden als Toegangshouder bij Elia voor deze Toegangspunt(en) die een Gesloten Distributienet voeden dat aangesloten is op het Elia-Net. De identiteit en de persoonlijke gegevens van de Toegangshouder aangeduid in de Toegangsaanvraag worden meegedeeld aan ▇▇▇▇ en voldoen aan de bepalingen van Bijlage 1. Bijlage 2 bevat de noodzakelijke informatie voor de aanduiding van een Toegangshouder voor één of meerder Toegangspunten alsook de identificaties van één of deze Toegangspunten, die moet worden gericht aan de contactpersoon van ▇▇▇▇.
Beginselen a) De aansprakelijkheid vangt aan - tenzij in dit gedeelte nr. 1 (zie bv. rubriek 1.c) of hierna in nr. 2 anders is bepaald of anders is overe- engekomen - met het zaaien van het zaad of het planten van het plantgoed in het oogstjaar. b) Voor meerjarige teelt die gedurende meerdere jaren wordt ge- teeld en meermaals wordt geoogst (de zogenaamde meerjarige planten, zoals bv. hop, graszaad), vangt de aansprakelijkheid, ten- zij hierna in nr. 2 anders is bepaald of anders is overeengekomen, aan in het eerste jaar met het zaaien van het zaad of het planten van het plantgoed in het oogstjaar, en in het tweede standjaar op 1 januari van het oogstjaar. De bepalingen inzake het einde van de aansprakelijkheid krachtens nr. 1.d blijven ongewijzigd. c) Indien de plant als zodanig is verzekerd (bv. asperges/rabarber, vrucht- en productiehout, stekken van wijnranken, meerjarige energieplanten), treedt de desbetreffende verzekeringsperiode in de plaats van het oogstjaar. De aansprakelijkheid vangt dan aan
Beginselen. 1. De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de contractsluitende partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst. 2. De partijen bevestigen hun verbintenis om duurzame ontwikkeling te bevorderen en bij te dragen tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. 3. De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan de beginselen van goed bestuur en de bestrijding van corruptie.
Beginselen. 1. De partijen zorgen ervoor dat sanitaire en fytosanitaire maatregelen worden ontwikkeld en toegepast op basis van de beginselen van evenredigheid, transparantie, non‑discriminatie en wetenschappelijke onderbouwing. 2. Elke partij ziet erop toe dat sanitaire en fytosanitaire maatregelen niet leiden tot een willekeurig of ongerechtvaardigd onderscheid tussen het eigen grondgebied en dat van de andere partij bij gelijke of gelijkaardige omstandigheden. Sanitaire en fytosanitaire maatregelen mogen niet worden toegepast op een manier die een verkapte beperking van het handelsverkeer zou betekenen. 3. De partijen zorgen ervoor dat maatregelen, procedures of controles op sanitair en fytosanitair gebied onverwijld worden uitgevoerd en verzoeken om informatie onverwijld worden behandeld door de bevoegde autoriteiten van elke partij en dat ingevoerde producten daarbij even gunstig worden behandeld als binnenlandse producten.
Beginselen a) De gelijkwaardigheid kan worden bepaald voor een aparte maatregel en/of een geheel van maatregelen en/of regelingen die betrekking hebben op een bepaald handelsartikel of categorieën van handelsartikelen. b) Het onderzoek dat op verzoek van de exporterende partij door de importerende partij wordt verricht met het oog op de erkenning van de gelijkwaardigheid van de door de exporterende partij op een specifiek handelsartikel toegepaste maatregelen, is geen reden om de handel te verstoren of de lopende invoer van dit handelsartikel uit de exporterende partij op te schorten. c) De bepaling van de gelijkwaardigheid van maatregelen is een interactief proces tussen de exporterende en de importerende partij. Dit proces houdt in dat de exporterende partij een objectief bewijs van gelijkwaardigheid van aparte maatregelen levert en de importerende partij een objectieve beoordeling van dit bewijs verricht, teneinde eventueel de gelijkwaardigheid te erkennen. d) Het uiteindelijke besluit over de erkenning van de gelijkwaardigheid van de toepasselijke maatregelen van de exporterende partij wordt uitsluitend door de importerende partij genomen.
Beginselen. De partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handelsbetrekkingen. De partijen erkennen dat concurrentieverstorende praktijken en overheidsmaatregelen, waaronder subsidies, de goede werking van de markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer kunnen ondergraven.