MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
BESLUIT VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID VAN 19 DECEMBER 2006 TOT ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN BEPALINGEN VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR DE CONTRACTCATERINGBRANCHE
UAW Nr. 10610
Bijvoegsel Stcrt. d.d. 21-12-2006, nr. 249
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van Stichtingen ContractCatering namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot al- gemeen verbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve ar- beidsovereenkomst;
Partij(en) te ener zijde: Veneca;
Partij(en) te anderer zijde: FNV Horecabond, CNV Bedrijvenbond en De Unie.
Naar aanleiding van dit verzoek zijn schriftelijke dispensatieverzoeken ingediend door Vitam Catering B.V. mede namens Sorbon B.V. en door Brinvest B.V. Deze verzoeken zijn toegewezen in de vorm van een afzonderlijke beschikking conform de Algemene wet bestuursrecht.
Tevens is een schriftelijk dispensatieverzoek ingediend door Van der Aa & Koers Advocaten namens Office Service Partners B.V (verder te noe- men OSP) alsmede de aan de haar gelieerde vennootschappen OSP du Monde Food B.V., OSP du Monde Non-Food B.V. en OSP du Monde Beheer B.V. (verder te noemen OSP du Monde). Dit verzoek is afgewe- zen in de vorm van een afzonderlijke beschikking conform de Algemene wet bestuursrecht.
Naast het verzoek om dispensatie van avv zijn naar aanleiding van dit avv-verzoek schriftelijke bedenkingen ingebracht door:
A. Vitam Catering B.V. mede namens Sorbon B.V.
B. Brinvest B.V.
C. Van der Aa & Koers Advocaten namens OSP en OSP du Monde.
Sdu Uitgevers, ’s-Gravenhage 2006 CAO106102006 CAO3046 1
Gezien de toewijzing van de primair ingediende dispensatieverzoeken van Vitam Catering B.V. mede namens Sorbon B.V. en Brinvest B.V., kunnen de door hen subsidiair ingediende bedenkingen buiten beschou- wing worden gelaten.
Overwegende ten aanzien van de bedenkingen van Van der Aa & Koers Advocaten namens OSP en OSP du Monde:
Bedenkinghebbende stelt dat algemeen verbindend verklaring van de cao voor de Contractcateringbranche leidt tot strijdigheid met het recht en tot een te grote benadeling van de rechtmatige belangen van derden met name waar het betreft de artikelen 6, 10 en 11 van de cao Contract- cateringbranche.
Strijdigheid met het recht
Ten aanzien van de inhoud van de cao geldt dat het vaststellen daarvan tot de bevoegdheid behoort van de bij de cao betrokken partijen. Bij de beoordeling of cao-bepalingen voor avv in aanmerking kunnen komen, wordt getoetst aan de Wet AVV, het recht en het AVV-beleid zoals ver- woord in het Toetsingskader AVV. Bepalingen worden getoetst op basis van de ingediende tekst en in principe niet op de mogelijke toepassings- praktijk. De toetsing aan het recht betreft toetsing op kennelijke strijdig- heid met het recht. Niet is gebleken dat de betreffende bepalingen in de cao als zodanig in strijd zijn met wet- en regelgeving.
Overigens zij opgemerkt dat in elk besluit tot avv in een dictum wordt bepaald dat indien en voorzover de algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen strijdig zijn met (mede) ter zake van de vaststelling van ▇▇▇▇▇ en/of andere arbeidsvoorwaarden bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, deze regelen prevaleren.
Daarnaast hebben partijen aangegeven dat met de doorhaling van de ver- wijzing naar artikel 7:662 BW en verder cao partijen niet langer de bedoeling hebben om in, c.q. met, de cao een uitleg te willen geven van een wetsartikel in formele zin. Partijen geven aan dat zij met de veran- deringen in de tekst thans nog slechts de bedoeling hebben om de situa- tie te regelen waarbij er door een opdrachtgever een contract wordt beëindigd en er met een nieuwe contractcateraar een contract wordt aan- gegaan.
Artikel 10 en 11 staan los van de vraag of sprake is van een situatie die valt onder artikel 7:662 e.v. BW. Voor zover daarover discussie ontstaat is het uiteindelijk aan de rechter om daar uitleg en invulling aan te geven.
Rechtmatige belangen van derden
Volgens bedenkinghebbende kent de cao Contractcateringbranche een aantal bepalingen die de toegang direct hetzij indirect tot de relevante markt voor bonafide (nieuwe) ondernemingen afsluiten of tot een on- evenredig niveau beperken, zonder dat daarbij tenminste in een met waarborgen omklede dispensatie-mogelijkheid voor werkgevers is voor-
2
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
zien. Volgens bedenkinghebbende zal de toepassing van met name de artikelen 10 en 11 van de cao Contractcateringbranche tot een aantal knelpunten leiden en daarmee een te grote benadeling van de rechtma- tige belangen van derden vormen.
Vooropgesteld zij dat ingevolge het Toetsingskader AVV een met waar- borgen omklede dispensatie mogelijkheid voor werkgevers met name is vereist indien er sprake is van bepalingen die de toegang tot de relevante markt afsluiten voor niet onder de werkingssfeer van de cao vallende ondernemingen. Van een dergelijke situatie is hier geen sprake.
Overigens zij opgemerkt dat op grond van artikel 106 cao Contract- cateringbranche de Vakraad bevoegd is tot het geven van dispensatie van één of meerdere bepalingen van de cao.
Dat bepalingen als de onderhavige artikelen 10 en 11 in bepaalde situa- ties door onder de werkingssfeer van de cao vallende werkgevers als knellend worden ervaren kan nu eenmaal inherent zijn aan de toepassing van dergelijke bepalingen, maar staat avv daarvan niet in de weg.
Daar waar de bedenkingen zich richten tegen artikel 6 cao voor de Contractcateringbranche zij opgemerkt dat dit artikel niet voor algemeen verbindendverklaring is voorgelegd. Daarmee is de grond voor deze bedenkingen komen te vervallen.
Overwegende tenslotte:
De ingebrachte bedenkingen vormen geen beletsel om tot algemeen ver- bindend verklaring van de daarvoor in aanmerking komende bepalingen over te gaan.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeids- overeenkomsten;
Besluit:
Dictum I
Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovenge- noemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV, V, VI en VII is bepaald:
3
ALGEMEEN DEEL
DEFINITIES
Artikel 1
Definities
In deze collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) wordt verstaan onder:
1. CAO:
De collectieve arbeidsovereenkomst voor de Contractcateringbranche inclusief de daarbij behorende bijlagen, die geacht worden deel uit te maken van de CAO.
2. Werkgever:
Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die al of niet in hoofd- zaak een bedrijf maakt van het aanbieden en verrichten van contract- cateringactiviteiten.
3. Werknemer:
Iedere natuurlijke persoon met uitzondering van stagiairs waarmee de werkgever een arbeidsovereenkomst is aangegaan en wiens func- tie is ingedeeld in de in de CAO genoemde salarisgroepen en die op locatie werkzaam is. De eis van het op locatie werkzaam zijn geldt uit de aard der activiteiten niet indien er sprake is van productiekeu- kens.
De werknemer die administratieve werkzaamheden verricht op loca- tie is werknemer in het kader van deze overeenkomst. Voor een werknemer met een werkduur van minder dan de normale arbeids- duur worden de in deze CAO opgenomen arbeidsvoorwaarden naar evenredigheid toegepast.
4. Parttime werknemer:
Iedere werknemer niet zijnde regiomedewerker waarmee een over- eenkomst is gesloten met betrekking tot het verrichten van contract- cateringactiviteiten voor minder dan de normale arbeidsduur.
5. Regiomedewerker:
Iedere werknemer die geen vaste formatieplaats bezet en op verschil- lende locaties werkzaamheden verricht of kan verrichten.
6. Opdrachtgever:
De natuurlijke- of rechtspersoon die aan de opdrachtnemer op basis van een overeenkomst opdracht geeft tot het verrichten van contract- cateringactiviteiten.
7. Opdrachtnemer:
De natuurlijke- of rechtspersoon die met de opdrachtgever een over- eenkomst heeft gesloten tot het uitvoeren van contractcatering- activiteiten en werkgever is in de zin van deze CAO.
8. Locatie:
De plaats waar door de opdrachtnemer, op basis van een overeen- komst met de opdrachtgever, restauratieve diensten worden verstrekt. De plaats kan uit meerdere uitgifte/verstrekkingspunten bestaan al of
4
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
niet verspreid over verschillende ruimten in een gebouw danwel een complex gebouwen die tezamen een huisvesting van de opdrachtge- ver vormen. Met locatie is niet bedoeld een vestiging van de inflight- catering of van (andere) productiekeukens.
9. Levenspartner:
De ongehuwde persoon met wie de ongehuwde werknemer duur- zaam een gezamenlijke huishouding voert als ware hij gehuwd. Onder duurzaam wordt verstaan dat er langer dan 1 jaar aantoonbaar gezamenlijk een huishouding is gevoerd danwel er een samenlevings- contract is afgesloten.
10. Jeugdige werknemer:
De werknemer die jonger is dan 21 jaar.
11. Vakvolwassen werknemer:
De werknemer van 21 jaar en ouder.
12. Leerling:
De werknemer die bij de werkgever werkzaam is, welke als leer- bedrijf erkend is en waarvoor een praktijkovereenkomst bestaat.
13. Vakantiekracht:
De werknemer, die uitsluitend tijdens de vakanties van het dagon- derwijs werkzaamheden verricht.
14. Stagiairs:
Leerlingen die op grond van een leerplan van een onderwijsinstelling een stage lopen en met wie door de onderwijsinstelling en de werk- gever een stageovereenkomst is afgesloten.
16. Uurloon:
Het uurloon bedraagt voor een werknemer zijn maandsalaris gedeeld door 173,33, bij een 4-weekse periode gedeeld door 160.
17. Overwerk:
Arbeid, opgedragen door of vanwege de werkgever, welke verricht wordt boven de normale arbeidsduur per week danwel 9 uur per dag. Voor werknemers jonger dan 18 jaar wordt onder overwerk verstaan arbeid, welke verricht wordt boven de normale arbeidsduur per week danwel 8 uur per dag.
18. Meeruren:
Uren die uitgaan boven de contractueel overeengekomen uren maar die niet liggen boven de normale arbeidsduur per week.
19. Consignatie:
Onder consignatie wordt verstaan: een tijdruimte tussen twee opeen- volgende diensten of tijdens een pauze, waarin de werknemer uitslui- tend verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten.
5
20. Roostervrije dagen:
Dagen waarop met behoud van loon geen arbeid wordt verricht en die niet worden opgebouwd of verdiend door de werknemer. Voor aanwijzing van roostervrije dagen komen niet in aanmerking reeds overeengekomen vakantiedagen.
21. Ploegendienst:
Arbeid volgens een dienstrooster, dat voorziet in regelmatig wisse- lende tijdstippen van aanvang en einde, die buiten de dagdienst kun- nen liggen.
22. Erkende feestdagen:
Erkende feestdagen in het kader van de CAO zijn: Nieuwjaarsdag, eerste Paasdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, eerste Pinksterdag, tweede Pinksterdag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag. 30 april en 5 mei zijn erkende feestdagen mits deze als nationale feestdagen worden gevierd.
23. CWI:
Centrum voor Werk en Inkomen.
24. VCC:
Stichting Vakraad voor de Contractcateringbranche.
25. FBA:
Stichting Fonds Bevordering Arbeidsverhoudingen Contractcatering.
26. FBS:
Stichting Fonds Bevordering Sociale Verhoudingen Contractcatering.
27. SUCON:
Stichting Vrijwillig Vervroegde Uittreding voor de Contractcatering- branche.
28. SKA:
Stichting Kwaliteit van de Arbeid voor de Contractcateringbranche.
29. SAVAC:
Stichting Aanvullende Verzekeringen bij Arbeidsongeschiktheid in de Contractcateringbranche.
30. OCC:
Stichting Opleidingen Contractcatering.
31. Minimum-CAO:
Deze CAO draagt een minimum karakter hetgeen wil zeggen dat minimaal de in deze CAO opgenomen bepalingen toegepast dienen te worden. Verworven rechten zullen van kracht blijven.
Werkingssfeer
Artikel 2
Werkingssfeer algemeen
1. Deze CAO is van toepassing op de arbeidsovereenkomsten tussen werkgevers (iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon) die zich bezighouden met het verrichten van contractcateringactiviteiten en hun werknemers die in het kader van hun arbeidsovereenkomst
6
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
betrokken zijn bij activiteiten van hun werkgever op het gebied van contractcatering.
2. Voor contractcateringactiviteiten waarop deze CAO van toepassing is, is karakteristiek het verlenen van restauratieve diensten ten be- hoeve van personen met wie de opdrachtgever een durende band heeft anders dan die strekkende tot dat verlenen, en die diensten wor- den verleend in directe relatie tot die band.
Onder contractcateringactiviteiten dienen tevens te worden begrepen voedselbereidingsactiviteiten die plaats vinden buiten de besloten kring van het bedrijf of de instelling van de opdrachtgever – hieron- der met name aparte rechtspersonen te verstaan – voor zover deze worden verricht ten behoeve van het verlenen van restauratieve dien- sten in de besloten kring van het bedrijf of de instelling van de opdrachtgever.
3. Tevens is sprake van contractcateringactiviteiten indien de restaura- tieve diensten door een opdrachtgever (bedrijf of instelling), binnen dat bedrijf of die instelling zijn ondergebracht in een aparte rechts- persoon. Deze aparte rechtspersoon, wordt dan aangemerkt als werk- gever in de zin van deze CAO.
4. Offshore cateringactiviteiten zijn geen contractcateringactiviteiten in de zin van deze CAO.
Artikel 3
Werkingssfeer sectoren
– Onder bedrijfscatering wordt verstaan die activiteit waarbij restaura- tieve diensten worden verleend in bedrijven, overheidsinstellingen en overige instellingen niet bedoeld in de institutionele of onderwijs- sectoren.
– Onder institutionele catering wordt verstaan die activiteit waarbij direct danwel indirect restauratieve diensten in gevangenissen, zie- kenhuizen, en verzorgingshuizen of verpleeghuizen worden verleend alsmede direct danwel indirect maaltijden worden verzorgd aan on- der meer thuiswonende bejaarden of gehandicapten en asielzoekers- centra.
– Onder inflightcatering wordt verstaan die activiteit waarbij restaura- tieve diensten in de ruimste zin des woords – ondersteunende dien- sten voorzover in hoofdzaak ten behoeve van bevoorrading van vliegtuigen uitgevoerd daaronder mede begrepen – worden verleend
7
ten behoeve van passagiers van de opdrachtgever. In geval er sprake is van activiteiten op het gebied van inflightcatering en het bedrijf waarbinnen die activiteiten worden uitgevoerd ressorteert onder een andere bedrijstak-CAO in de zin van de Wet op de Collectieve Arbeidsovereenkomst, dan behoeft de onderhavige CAO niet ver- plicht te worden toegepast. Onder andere bedrijfstak-CAO valt niet te verstaan de CAO voor het Horecabedrijf.
– Onder onderwijscatering wordt verstaan die activiteit waarbij restau- ratieve diensten op onderwijsinstellingen worden verleend.
Artikel 5
Gemengde individuele werkzaamheden
Deze CAO is niet van toepassing op de werknemer die per week voor meer dan 50% van de met hem overeengekomen wekelijkse arbeidsduur werkzaamheden verricht bij een werkgever op wie de CAO voor het Horecabedrijf van toepassing is.
De arbeidsovereenkomst en uitzendarbeid
Artikel 6
Schriftelijke arbeidsovereenkomst en proeftijd
1. De werkgever is verplicht de arbeidsovereenkomst met een werkne- mer schriftelijk aan te gaan.
De werkgever is verplicht een exemplaar voor de aanvang van het dienstverband aan de werknemer te doen toekomen. Indien er sprake is van een proeftijd dient dit uit de schriftelijke arbeidsovereenkomst te blijken. De proeftijd mag in alle gevallen maximaal twee maan- den duren.
2. Wijzigingen of aanpassingen in de arbeidsverhouding dienen in een nieuwe of aanvullende schriftelijke arbeidsovereenkomst te worden vastgelegd en door beide partijen te worden bevestigd.
3. Gedurende en bij beëindiging van de proeftijd kan zowel de werk- gever als de werknemer de arbeidsovereenkomst zonder inachtne- ming van een opzegtermijn beëindigen; dit is eveneens van toepas- sing wanneer de werknemer tijdens deze periode arbeidsongeschikt is.
Artikel 7
De arbeidsovereenkomst
1. De arbeidsovereenkomst wordt steeds geacht te zijn aangegaan voor 8
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
onbepaalde tijd, tenzij met inachtneming van dit artikel anders wordt bepaald.
2. In afwijking van lid 1 kan een dienstverband voor bepaalde tijd wor- den aangegaan.
Vanaf het moment dat tussen dezelfde partijen, binnen een periode van maximaal vijf jaar, meer dan vijf voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden, geldt de laatste arbeidsovereen- komst als aangegaan voor onbepaalde tijd.
Voor werknemers die reeds bij aanvang van de looptijd van de CAO geldend van 1 januari 2005 tot 1 april 2006 een arbeidsovereenkomst hadden voor bepaalde tijd, blijft de oude bepaling omtrent de duur van kracht te weten dat vanaf het moment dat tussen dezelfde par- tijen, binnen een periode van maximaal drie jaar, meer dan drie voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opge- volgd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden, de laatste arbeidsovereenkomst geldt als te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd.
Een direct voorafgaande uitzendrelatie met dezelfde werknemer wordt in beide gevallen in de keten meegerekend. Meerdere, aan de arbeidsovereenkomst met de werkgever voorafgaande uitzendrelaties met dezelfde werknemer, worden als 1 schakel in de keten gerekend.
Artikel 8
Einde van de arbeidsovereenkomst
1. Voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gelden de bepalin- gen van het Burgerlijk Wetboek, c.q. Buitengewoon Besluit Arbeids- verhoudingen met uitzondering van het in de volgende leden be- paalde.
2. Met inachtneming van artikel 7 lid 2 geldt dat indien een werkgever en een werknemer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de eerste, tweede, derde of vierde maal aansluitend hebben verlengd, voor deze verlengde tijdelijke arbeidsovereenkomsten, geen opzeg- ging nodig is (d.w.z. dat geen voorafgaande toestemming nodig is van de afdeling juridische zaken van het CWI in de regio waar de werknemer arbeid (heeft) verricht).
3. Deze bepaling geldt voor werknemers die bij aanvang van de CAO reeds een arbeidsovereenkomst hadden, voor de eerste of tweede
9
aansluitende verlenging. Ingeval de werkgever, danwel de werkne- mer deze verlengde tijdelijke arbeidsovereenkomst niet wenst voort te zetten, dient hij hiervan tijdig, voor het van rechtswege aflopen van de arbeidsovereenkomst, schriftelijk mededeling te doen aan de wederpartij. Als tijdig wordt beschouwd een termijn van een week indien de verlengde arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een periode van korter dan 6 maanden, en een termijn van een maand indien de verlengde arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een periode van 6 maanden of langer.
4. Indien een partij de in het vorige lid neergelegde verplichting niet nakomt, heeft de wederpartij aanspraak op schadevergoeding.
5. De arbeidsovereenkomst van een werknemer die de 65-jarige leeftijd heeft bereikt, eindigt van rechtswege op de eerste dag van de maand, waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt. Dit is niet van toepassing als werkgever en werknemer anders overeenkomen.
6. Voor wat betreft de opzegtermijnen voor werknemers geboren vóór 1 januari 1954 geldt dat de overgangsregeling in het kader van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid van toepassing blijft zolang betrokken werknemer aaneengesloten in de contractcateringbranche werkzaam is.
7. De werkgever kan gedurende maximaal drie maanden geen gebruik maken van toestemming voor ontslag indien de aanvang van de arbeidsongeschiktheid wegens een fysiek arbeidsongeval intreedt nadat het verzoek om toestemming voor ontslag door de afdeling juridische zaken van het CWI in de regio waar de werknemer arbeid (heeft) verricht is ontvangen.
Artikel 9
Uitzendarbeid
1. Een specifieke formatieplaats op een locatie mag ten hoogste gedu- rende een half jaar worden ingevuld door een uitzendkracht. Hierna biedt de werkgever, indien de formatieplaats voorzienbaar blijft be- staan, een arbeidsovereenkomst aan, in volgorde aan een eigen werk- nemer, een medewerker uit de arbeidspool of een persoon daarbui- ten, waaronder een uitzendkracht.
2. Voor de beloning van een uitzendkracht die vakkracht is, wordt ver- wezen naar artikel 28 lid 3. Onder vakkracht wordt verstaan degene die een functie uitoefent die kan worden ingedeeld in een van de functies van het Handboek Referentiefuncties Contractcatering dat deel uitmaakt van de CAO, uitgezonderd functies in loongroep I en die in het bezit is van een OCC-certificaat voor de functie contract-
10
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
cateringassistent of OCC-diploma voor de functie van contract- cateringmedewerker of OCC-diploma voor de functie van contract- cateringbeheerder.
Contractwisseling en contractwijziging
Artikelen 10 en 11 van deze CAO zijn van toepassing op offertes uitge- bracht vanaf 1 augustus 2006 en waarbij zich een situatie voordoet als omschreven in artikel 10 en/of 11. Voor offertes uitgebracht vóór 1 au- gustus 2006 geldt de regeling als neergelegd in de oude CAO (over de periode 1 januari 2005–1 april 2006), mits die offertes een maximale gel- digheidsduur van 3 maanden hebben. Voor offertes uitgebracht vóór 1 augustus 2006 met een langere geldigheidsduur dan 3 maanden èn met een geldigheidsduur die eindigt na 1 augustus 2006, geldt onderstaande nieuwe regeling.
Daar waar werknemers, op het moment van van kracht worden van de nieuwe artikelen 10 en 11 van deze nieuwe CAO, nog lopende aanspra- ken hebben op basis van de artikelen 10 en 11 van de oude CAO 1 januari 2005–1 april 2006, blijven deze aanspraken voor deze werkne- mers ongewijzigd van kracht.
Artikel 10
Contractswisseling
1. Ten behoeve van dit artikel wordt ,,contractswisseling’’ gedefinieerd als een situatie waarbij een opdrachtgever, ten gevolge van een her- aanbesteding respectievelijk hergunning, een nieuwe catering- overeenkomst aangaat met een andere contractcateraar (tevens werk- gever in de zin van deze CAO). De contractcateraar/werkgever die het nieuwe contract verwerft (hierna: de ,,nieuwe werkgever’’) en de contractcateraar/werkgever die het contract verliest (hierna: de ,,oude werkgever’’) worden dan geconfronteerd met de vraag op welke wijze door hen dient te worden omgegaan met de werknemers van de oude werkgever.
2. Hoofdregel bij contractswisseling is dat de nieuwe werkgever ver- plicht is alle ,,betrokken werknemers’’ (als gedefinieerd in artikel 10 lid 3 en lid 4 hieronder) een arbeidsovereenkomst aan te bieden, met inachtneming van het hierna in lid 10 van dit artikel en in artikel 11 bepaalde (dat ingaat op de mogelijkheden van contractsaanpassing). Deze arbeidsovereenkomst dient voor wat betreft onderstaande ar- beidsvoorwaarden overeen te komen met de voorwaarden die golden
11
bij de oude werkgever. Onder deze arbeidsvoorwaarden wordt ver- staan het geldend salaris voor de werknemer , anciënniteit, het over- eengekomen aantal contractsuren dat de werknemer bij de oude werkgever werkte, de pensioenaanspraken van de werknemer (indien en voor zover er sprake is van de bedrijfstakpensioenregeling van het Pensioenfonds Horeca & Catering) en de aanspraken die een werk- nemer heeft verworven bij de oude werkgever en die afwijken van,
c.q. uitstijgen boven, de aanspraken die voortvloeien uit de CAO (hierna: de ,,boven CAO-lijke rechten’’).
3. a. De nieuwe werkgever heeft de zelfstandige plicht om bij de oude werkgever informatie in te winnen over de werknemers die betrokken zijn bij de contractswisseling en die ten gevolge van de contractswisseling hun arbeidsplek bij de oude werkgever zul- len verliezen, zowel voor wat betreft de personeelsbezetting, samenstelling en duur van de dienstverbanden alsmede voor wat betreft de voor de betrokken werknemers bij de oude werkgever geldende arbeidsvoorwaarden.
b. De oude werkgever heeft daarnaast de zelfstandige plicht de nieuwe werkgever de hierboven bedoelde informatie (onge- vraagd) zo spoedig mogelijk en tijdig te verstrekken.
4. De informatieverstrekking en informatieaanvraag van lid 3 dient gerelateerd te worden aan de situatie zoals die gold op de betreffende locatie(s) waar de contractswisseling betrekking op heeft, te rekenen vanaf 1 jaar voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van de contractswisseling door de nieuwe werkgever (de ,,referentie- datum’’), gecorrigeerd met de mutaties die sinds dat moment zijn opgetreden, te verwerken in een mutatielijst. De werknemers die op deze mutatielijst zijn opgenomen en die op moment van inwerking- treding van de contractswisseling volgens die lijst werknemer zijn op dat betreffende project worden geacht ,,betrokken werknemers’’ in de zin van dit artikel 10 te zijn.
5. a. De in lid 4 vermelde mutatielijst dient bij elke situatie van contractswisseling te worden opgemaakt. Op deze lijst dient in ieder geval te worden vermeld:
– de naam van de werknemer,
– de functie en schaal van de werknemer,
– het overeengekomen aantal contractsuren, onderverdeeld per werknemer (met vermelding van eventuele wijzigingen daarin sedert de referentiedatum),
– datum indiensttreding bij de oude werkgever,
– datum aanstelling op het betreffende project waarop de contractswisseling betrekking heeft,
– datum van uitdiensttreding van in die periode vertrokken werknemers,
– de mutatiedatum van in die periode overgeplaatste werkne-
12
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
mers. In geval van mutaties sinds de referentiedatum dient de reden te worden vermeld waarom deze mutaties zijn doorge- voerd. Alleen die mutaties die zijn doorgevoerd vanwege zui- ver verloop of vervanging, dan wel om redenen die niet door de oude werkgever konden worden beïnvloed en die om geen andere redenen dan op basis van algemene aanvaarde en acceptabele bedrijfsvoering redelijkerwijs doorgevoerd moch- ten worden, leiden tot de slotsom dat sprake is van ,,betrok- ken werknemers’’in de zin van artikel 10.
b. Op verzoek van de nieuwe werkgever zal de oude werkgever alle gevraagde informatie verstrekken over de mutatielijst en achter- gronden van mutaties desgevraagd nader toelichten. Alle verzoe- ken om toelichting door de nieuwe werkgever zullen schriftelijk worden gedaan. Ieder verzoek om informatie zal zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen 2 weken schriftelijk door de oude werkgever worden beantwoord.
6. a. De oude werkgever zal geen oneigenlijk gebruik maken van het bepaalde in deze CAO ten aanzien van de verplichting van de nieuwe werkgever tot overname van werknemers van de oude werkgever.
b. Oneigenlijk gebruik betekent in dit geval onder meer, maar is daarmee niet beperkt tot, plaatsing door de oude werkgever (te rekenen vanaf het moment dat deze vermoedt of redelijkerwijze kan vermoeden het contract te gaan verliezen) van een of meer van zijn tot op dat moment niet betrokken werknemers, werk- zaam op een ander project of locatie, op het te verliezen project of locatie, met het overwegend oogmerk om een extra reductie van eigen, tot dat moment niet betrokken, werknemers bovenop de reductie middels de betrokken werknemers te bewerkstelligen of met het overwegend oogmerk van het bewerkstellingen van kwaliteitsverbetering onder het eigen, niet betrokken, personeel.
7. a. De oude werkgever is verplicht om aan de betrokken werknemers tijdig en schriftelijk te vragen of zij hun opgebouwde, maar nog niet genoten, aanspraken op vakantiedagen, alsmede de opge- bouwde, maar nog niet uitgekeerde vakantietoeslag, wensen mee te nemen naar de nieuwe werkgever.
b. De oude werkgever zal de nieuwe werkgever vervolgens tijdig en zo spoedig mogelijk schriftelijk informeren welke betrokken werknemers van hun recht tot meenemen van vakantiedagen en vakantietoeslag gebruik wensen te maken en wat derhalve de hoogte is van de over te dragen aanspraken.
13
c. De oude en de nieuwe werkgever dienen de wensen van de betrokken werknemers voor wat betreft al dan niet overgang van aanspraken op vakantiedagen en vakantietoeslag te respecteren en, met inachtneming van de in lid 7d. vermelde maximering, zonder voorbehoud uit te voeren.
d. Het aantal over te dragen vakantiedagen bedraagt, inclusief het aantal niet ingeroosterde roostervrije dagen, maximaal 20. In aanvulling hierop zullen schriftelijke afspraken tussen de oude werkgever en werknemer over sparen van vakantiedagen in geval van contractswisseling door de nieuwe werkgever worden geres- pecteerd.
8. Op de overdracht van vakantiedagen en vakantiebijslag bij contracts- wisseling is het overdrachtsprotocol van toepassing dat is opgeno- men in bijlage 10 van de CAO.
9. Een Branche Toetsingscommissie zal gevraagd worden uitspraak te doen in die gevallen waarbij geschillen over interpretatie bestaan tus- sen betrokken werkgevers onderling en/of tussen werkgevers en werknemer(s) over de regeling van dit artikel, of van artikel 11 hier- onder, of van onderdelen daarvan, een en ander voor zover er voor wat betreft het geschil geen taak ligt voor de Toetsingscommissie als bedoeld in artikel 93 van de CAO. De Branche Toetsingscommissie is niet bedoeld, en zal derhalve niet bevoegd zijn om, op te treden als beroepscommissie voor andere (scheids)commissies van de CAO. De Branche Toetsingscommissie is verder niet bevoegd aangelegen- heden te behandelen waarbij de discussie zich (mede) toelegt op pro- blemen in de bewijsrechtelijke sfeer. De procedure voor deze Branche Toetsingscommissie (die zoals aangegeven een andere toetsings- commissie is dan de in artikel 93 van de CAO omschreven toetsings- commissie) is neergelegd in bijlage 3b. bij de CAO.
10. Een nieuwe werkgever heeft het recht om de arbeidsovereenkomst met een werknemer, die ten gevolge van een contractswisseling bij hem in dienst is gekomen, te beëindigen, indien de nieuwe werkge- ver geen werkzaamheden voor de werknemer te verrichten heeft als gevolg van (de inrichting van) de werkzaamheden na de contracts- wisseling en/of dit voortvloeit uit de (nieuwe) overeenkomst zoals die is gesloten tussen opdrachtgever en de nieuwe werkgever. Voor zoén beindiging zal de nieuwe werkgever de daarvoor geigende weg (via CWI of kantonrechter) volgen, tenzij het contract op een andere, rechtsgeldige wijze, kan worden beindigd. In geval van de beëindi- ging van het dienstverband heeft een werknemer aanspraak op een vergoeding conform de in artikel 11 lid 8 en 9 vermelde aanvullings- regeling, met dien verstande dat, voor zolang als de werknemer geen andere dienstbetrekking elders heeft aanvaard, er geen ,,verschil tus- sen het oude en het nieuwe salaris’’ is dat de werkgever kan verre- kenen met de aanvulling.
14
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Artikel 11
Contractsaanpassing en aanvullingsregeling
1. De in artikel 10 gedefinieerde begrippen hebben in dit artikel die- zelfde betekenis, tenzij anders wordt aangegeven.
2. Een nieuwe werkgever heeft het recht om de arbeidsovereenkomst met een werknemer, die ten gevolge van een in artikel 10 omschre- ven contractswisseling bij hem in dienst is gekomen, te wijzigen indien dit vereist is in verband met de (inrichting van) de werkzaam- heden na de contractswisseling en/of voortvloeit uit de (nieuwe) overeenkomst zoals die is gesloten tussen opdrachtgever en de nieuwe werkgever. Deze wijziging kan reeds effect hebben terstond vanaf de overdrachtsdatum, met in acht neming van het hieronder in dit arti- kel bepaalde.
3. De werkgever ten aanzien waarvan het contract met een opdrachtge- ver wordt gewijzigd als gevolg van wijzigingen in de omstandighe- den op een locatie (of een logisch samenstelsel van locaties) of ten aanzien waarvan het contract met een opdrachtgever wordt beëindigd of ten aanzien waarvan er, als gevolg van wijzigingen in het met de opdrachtgever overeengekomen budget, veranderingen optreden in de gewenste of noodzakelijke inzet van medewerkers qua aantal, qua salaris en/of qua salarisindeling, kan de arbeidsovereenkomst met de werknemer wijzigen. Deze wijziging kan effect hebben vanaf het moment van in werking treding van de wijzigingen in het contract met de opdrachtgever en kan betrekking hebben op de onderdelen van de arbeidsovereenkomst als in lid 4 hieronder bepaald.
4. De wijzigingen genoemd onder lid 2 en lid 3 van dit artikel kunnen betreffen:
– veranderingen in de arbeidsvoorwaarden;
– vermindering of vermeerdering van het aantal uren van de be- trokken werknemer; ingeval van contractswisseling op basis van de offerte c.q. overeenkomst en de daaruit voortkomende roosters
c.q. het werkaanbod na contractswisseling;
– plaatsing in een lagere loongroep.
5. a. Indien de wijzigingen in de arbeidsovereenkomst leiden tot la- gere maandinkomsten voor de werknemer door partiële werk- loosheid, dan kunnen de wijzigingen, behoudens in geval van omstandigheden als onder 5 b. hieronder omschreven, alleen
15
worden doorgevoerd na verkregen toestemming van het CWI tot partiële ontslagaanzegging (in geval van urenvermindering onder overigens gelijkblijvende arbeidsvoorwaarden) dan wel gehele ontslagaanzegging onder gelijktijdige aanbieding van een nieuwe arbeidsovereenkomst (in geval van aanpassing van de arbeids- voorwaarden en/of wijziging van de salarisgroep) of na partiële ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter (in geval van urenvermindering onder overigens gelijkblijvende arbeidsvoorwaarden) dan wel na algehele ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter met de vermelding dat de werkgever heeft aangegeven terstond na ontbinding een nieuwe, aangepaste arbeidsovereenkomst aan te bieden (in geval van aanpassing van de arbeidsvoorwaarden en/of wijziging van de salarisgroep). De keus voor de route via het CWI of via de kantonrechter is aan de werkgever.
b. In geval van aanpassing van boven CAO-lijke voorwaarden van een werknemer door een (nieuwe) werkgever ten gevolge van een contractswisseling of ten gevolge van een contractswijziging (als omschreven in lid 3) zal de (nieuwe) werkgever de werkne- mer schriftelijke informeren over de inhoud en ingangsdatum van de wijzigingen. Een werknemer heeft het recht de wijzigingen in de boven CAO-lijke voorwaarden ter toetsing voor te leggen aan de in artikel 93 van de CAO omschreven Toetsingscommissie.
6. a. De in lid 5 a. neergelegde regeling is bedoeld om een werknemer de benodigde arbeidsrechtelijke bescherming te bieden ingeval van wijziging van zijn contractvoorwaarden en tevens om het de werknemer mogelijk te maken om in de negatieve financiële gevolgen van zo’n contractswijziging te voorzien door aanvullin- gen zijdens de sociale verzekeringswetgeving (,,WW’’).
c. De werknemer is gehouden om al datgene te doen dat noodzake- lijk of gewenst is om een WW uitkering te verkrijgen ter com- pensatie van het financieel nadeel dat hij ondervindt ten gevolge van de wijziging.
7. Afgezien van het in lid 4 en lid 5 hierboven bepaalde kan een arbeidsovereenkomst alleen worden gewijzigd indien er door de (nieuwe) werkgever aan de werknemer tegelijkertijd een aanvulling wordt toegekend als nader omschreven in lid 8 t/m 13 van dit arti- kel. Voor beide situaties (contractswijziging door nieuwe werkgever na contractswisseling als omschreven in lid 2 en contractswijziging met de werknemer na wijzigingen van het contract tussen werkgever en opdrachtgever als omschreven in lid 3) geldt dezelfde aanvullings- regeling, als hieronder nader omschreven.
8. a. De lengte van deze aanvulling wordt als volgt bepaald:
– indien het dienstverband tot 1 jaar heeft geduurd wordt gedu- rende 1 maand een aanvulling toegekend;
16
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
– indien het dienstverband 1 jaar of langer heeft geduurd wordt gedurende zoveel maanden een aanvulling verstrekt als het dienstverband jaren heeft geduurd, met een maximum van 2,5 jaar;
– indien het dienstverband langer dan 1 jaar heeft geduurd en de werknemer ouder is dan 45 jaar, is de aanvullingsperiode voor elk jaar dat het dienstverband boven de 45 jaar heeft geduurd 2 maanden (in plaats van 1 maand), met een maxi- mum van 2,5 jaar.
b. Voor het begrip ,,jaar’’ in lid 8a.wordt een periode van 6 maan- den of meer naar boven afgerond. Voor het moment van bereke- nen van de duur van het dienstverband wordt gekeken naar het ingangsmoment van de wijziging van de arbeidsovereenkomst.
9. a. De hoogte van de aanvulling wordt als volgt bepaald: De totale periode van aanvulling waar de werknemer recht op heeft op basis van lid 8 (met een maximumperiode van 2 jaar) wordt in 4 gelijke delen opgedeeld. Per deelperiode is de aanspraak op aan- vulling dan als volgt:
– gedurende de eerste deelperiode: 100% aanvulling van het verschil tussen het oude en het nieuwe salaris, verminderd met een eventuele uitkering krachtens de WW;
– gedurende de tweede deelperiode: een aanvulling tot 75% van het verschil tussen het oude en het nieuwe salaris, verminderd met een eventuele uitkering krachtens de WW;
– gedurende de derde deelperiode: een aanvulling tot 50% van het verschil tussen het oude en het nieuwe salaris, verminderd met een eventuele uitkering krachtens de WW;
– gedurende de vierde deelperiode; een aanvulling tot 25% van het verschil tussen het oude en het nieuwe salaris, verminderd met een eventuele uitkering krachtens de WW.
In geval van een wijziging van boven CAO-lijke rechten (in plaats van aanpassing van het salaris) dient voor ,,verschil tussen het oude en het nieuwe salaris’’ te worden gelezen ,,het verschil voortvloeiende uit de verandering in de boven CAO-lijke rech- ten’’.
b. De eerste deelperiode wordt geacht van start te gaan op het moment van contractsovername door de nieuwe werkgever dan wel op het ingangsmoment van de contractswijziging in de rela- tie tussen werkgever en opdrachtgever. Ingeval op dat moment (of naderhand) (nog) sprake is van een lopende procedure bij het CWI, bij de kantonrechter of bij de Toetsingscommissie, wordt de deelperiode desalniettemin geacht van start te zijn gegaan.
17
c. Voor werknemers die in verband met de lengte van hun dienst- verband recht hebben op een langere aanvullingsperiode dan 2 jaar geldt voor de gehele periode na de eerste 2 jaar een recht op aanvulling gedurende het restant van de aanvullingsperiode tot 25% van het verschil tussen het oude en het nieuwe salaris, ver- minderd met een eventuele uitkering krachtens de WW.
d. Voor zolang als een werknemer nog geen aanspraak kan maken op een WW uitkering omdat de op de werknemer van toepassing zijnde fictieve opzegtermijn nog niet (volledig) is doorlopen, ter- wijl er wel al een recht op aanvulling is, zal er geen aftrek plaats- vinden van te ontvangen WW met de te ontvangen aanvulling.
10. Een werkgever heeft het recht om de arbeidsovereenkomst met een werknemer te beëindigen, indien de werkgever voor die werknemer, ten gevolgen van een wijziging in het contract tussen de werkgever en de opdrachtgever, geen werkzaamheden meer voor de werknemer te verrichten heeft. Voor zo’n beëindiging zal de werkgever de daar- voor geëigende weg (via CWI of kantonrechter) volgen, tenzij het contract op een andere, rechtsgeldige wijze, kan worden beëindigd. In geval van beëindiging van het dienstverband heeft een werknemer aanspraak op een vergoeding conform de in lid 8 en 9 van dit artikel vermelde aanvullingsregeling, met dien verstande dat, voor zolang als de werknemer geen andere dienstbetrekking elders hefet aan- vaard, er geen ,,verschil tussen het oude en het nieuwe salaris’’ is dat de werkgever kan verrekenen met de aanvulling.
11. Voor wat betreft de gevolgen van een aanvulling op toekomstige ver- beteringen van de arbeidsvoorwaarden van een werknemer, maken partijen de volgende afspraken:
– de aanvulling maakt geen deel uit van het schaalsalaris en zal niet meestijgen als gevolg van algemene salarisverhoging(en);
– de aanvulling wordt in geval van salarisverhoging door bijvoor- beeld promotie of uitbreiding van uren gecompenseerd met het bedrag van de verhoging.
12. Voor wat betreft de mogelijkheid van door te voeren wijzigingen maken partijen de navolgende afspraken:
– plaatsing van een werknemer in een lagere functiegroep is alleen mogelijk voor zover de werknemer geplaatst wordt in de naast- liggende lagere functiegroep;
– bij een noodzakelijke urenvermindering is er geen maximum aan de vermindering;
– indien de medewerker naast een functieverlaging ook te maken krijgt met een urenvermindering dan zal de daling van het inko- men als volgt zijn: bij functiegroep 2 en 3 maximaal 10% bij functiegroep 4 maximaal 15% bij functiegroep 5 en hoger maxi- maal 20%. tot het deel dat onder het aan te vullen bedrag en de maximale verlaging valt worden ook de persoonlijke toeslagen
18
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
(in alle varianten), onkostenvergoedingen en andere emolumen- ten gerekend.
13. Indien sprake is van een urenvermindering van minder dan 5 uur, of van minder dan de helft van het gemiddelde aantal arbeidsuren in geval van een werkweek van minder dan 10 uur, of indien sprake is van functieverlaging, dan toetst de in artikel 93 van de CAO om- schreven Toetsingscommissie of:
– de wijziging zich inderdaad als gevolg van veranderende omstan- digheden op de locatie voordoet en niet is gelegen in de persoon van de werknemer;
– het afspiegelingsbeginsel juist is toegepast conform het Ontslag- besluit;
– de werkgever al datgene heeft gedaan wat in zijn vermogen ligt om de verslechtering van het salaris op uurbasis tegen te gaan. De werkgever verstrekt daartoe aan de commissie de relevante informatie ten aanzien van het contract en de beschikbare vaca- tures. De straal waarbinnen de vacatures gezocht worden is een zaak van overleg tussen werkgever en werknemer. Leidt derge- lijk overleg tussen werkgever en werknemer niet tot resultaat, dan wordt een straal van 30 kilometer rond de werkplek aange- houden. De commissie geeft haar oordeel op basis van de rele- vante informatie. De commissie hoort de werknemer niet.
14. Voorts geldt het navolgende:
a. Indien een werknemer financiële aanspraken heeft uit hoofde van andere afspraken respectievelijk regelingen, komen die aanspra- ken in de plaats van deze regeling;
b. Indien het salaris en/of de functie-indeling van een werknemer wordt verlaagd door eigen toedoen van de werknemer, wegens onbekwaamheid of op eigen verzoek, dan geschiedt dit zonder toepassing van de onderhavige regeling, met ingang van de betalingsperiode volgend op dit verzoek of op het vaststellen van het eigen toedoen of de onbekwaamheid;
c. De werknemer die tijdens zijn dienstverband meerdere malen wordt geconfronteerd met een contractswijziging, kan in totali- teit maximaal 1 keer worden geplaatst in de naastliggende lagere functiegroep.
16. Specifiek voor de situatie van wijziging van het contract tussen werkgever en opdrachtgever als nader omschreven in lid 3 van dit artikel 11 geldt nog het volgende.
a. De werkgever zal al datgene doen dat redelijkerwijs van hem
19
gevergd kan worden om een andere functie op een vaste locatie binnen het bedrijf met dezelfde arbeidsvoorwaarden, respectieve- lijk hetzelfde aantal uren voor de werknemer te vinden, zonder daarbij de belangen van andere bij hem in dienst zijnde werkne- mers te schaden, respectievelijk een functie te vinden die qua arbeidsvoorwaarden zo dicht mogelijk ligt bij de oorspronkelijke functie van de werknemer. De werkgever volhardt in die inspan- ning ook tijdens en na de afbouwperiode.
b. Indien een voorgenomen contractwijziging tussen werkgever en opdrachtgever achteraf niet door blijkt te gaan, heeft de werkne- mer het recht om tegen een aanpassing van zijn arbeidsovereen- komst in beroep te gaan, ook als hij daar mee akkoord is gegaan, mits die akkoord bevinding plaats vond vóórdat bekend werd dat de wijziging geen doorgang zou vinden. Dit beroep kan, zonder uitsluiting van eventuele andere rechtsgangen, worden ingesteld bij de Toetsingscommissie.
Dienstroosters, arbeidstijden en rusttijden
Artikel 12
Soorten dienstrooster
1. Iedere werknemer werkt volgens een van de volgende dienstroosters:
a. Een dagdienstrooster dat een periode van 1 week omvat en een normale arbeidsduur aangeeft van gemiddeld 40 uur per week. In dagdienst wordt als regel gewerkt op maandag tot en met vrijdag tussen 07.00 uur en 18.00 uur. Dit is van toepassing voor de bedrijfscatering en inflightcatering. Voor werknemers in de insti- tutionele catering (deel B) en de onderwijscatering (deel D) gel- den, afhankelijk van datum indiensttreding, afwijkende tijden voor de dagdienst.
b. Een 2-ploegendienstrooster dat een periode van twee aaneenge- sloten weken omvat en een normale arbeidsduur aangeeft van gemiddeld 40 uur per week. In 2-ploegendienstrooster wordt als regel maandag tot en met vrijdag gewerkt, waarbij de werkne- mers afwisselend in een ochtend of een middagdienst zijn inge- deeld. De roosters kunnen elkaar met maximaal een uur overlap- pen.
c. Een 3-ploegendienstrooster dat een periode van drie aaneengeslo- ten weken omvat en een normale arbeidsduur aangeeft van ge- middeld 40 uur per week. In 3 ploegendienstrooster wordt als regel op maandag tot en met zaterdag gewerkt, waarbij de werk- nemers afwisselend in een nachtdienst, een ochtenddienst of een middagdienst zijn ingedeeld. De roosters kunnen elkaar met maximaal een uur overlappen.
d. Een 5-ploegendienstrooster, waarbij als regel wordt gewerkt op alle dagen van de week en de werknemers afwisselend in een
20
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
nachtdienst, een ochtenddienst of een middagdienst zijn inge- deeld, onderbroken door roostervrije diensten.
2. Aanbevolen wordt een voorwaarts roterend rooster te hanteren.
Artikel 13
Invulling dienstroosters bedrijfsniveau
Op bedrijfsniveau kunnen met instemming van de Ondernemingsraad, of bij ontbreken daarvan met de personeelsvertegenwoordiging, andere varianten van ploegendiensten aan de orde zijn dan die beschreven in artikel 12 van deze CAO. Met instemming van Ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging kan dan invulling worden gegeven aan arbeidsduur en arbeidstijden alsmede aan percentages.
Indien op bedrijfsniveau geen andere regeling tot stand komt, gelden de bepalingen terzake van deze CAO.
Artikel 14
Geen verplichting ploegendienst
Het werken in ploegendienst is niet verplicht voor:
a. de werknemer van 55 jaar en ouder;
b. de werknemer die een beroep doet op zijn gezondheid. Bij verschil van mening dient zo mogelijk met inschakeling van een onafhanke- lijke arts een medische verklaring te worden overlegd;
c. zwangere vrouwen.
Artikel 15
Rustdagen
1. De werknemer heeft recht op tenminste 22 vrije zondagen in elke periode van 52 achtereenvolgende weken. De werknemer die werk- zaam is op een locatie waar een vijfploegendienst geldt, heeft – mits de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging daarmee in- stemt – recht op tenminste 16 vrije zondagen per 52 weken. Naast deze vrije zondagen heeft de werknemer tevens recht op 22 respec- tievelijk 16 vrije dagen hetzij voorafgaand aan hetzij aansluitend op een vrije zondag.
2. Een werknemer mag, indien hij op een dag gedurende de voor zijn
21
functie in het desbetreffende bedrijf gebruikelijke volle arbeidstijd of langer in dienst van de werkgever arbeid heeft verricht, op die dag gedurende zijn rusttijden geen arbeid verrichten in dienst van een andere werkgever zulks met inachtneming van het bepaalde in arti- kel 5:15 Arbeidstijdenwet.
Artikel 16
Normale arbeidsduur en normale arbeidsduur 5-ploegendienst
1. De normale arbeidsduur is voor een werknemer:
a. Als hij 18 jaar of ouder is, 40 uur per week en 9 uur per dag;
b. Als hij jonger is dan 18 jaar, 40 uur per week en 8 uur per dag;
c. Bovengenoemde arbeidstijden gelden ook voor leerlingen. Hierin zijn dan begrepen de uren, waarop geen arbeid wordt verricht maar in plaats daarvan schoolbezoek in het kader van het leer- lingstelsel (volledige schooldag is 8 uur) plaatsvindt.
2. a. In het kader van een 5-ploegendienstrooster mogen de maximum werktijden toegestaan onder de arbeidstijdenwet niet worden overschreden. Dit betekent een maximale werkweek van 33,6 uur. Door de rustperiode van 6,4 uur die hierdoor ontstaat wor- den de vrije dagen geacht door middel van roostervrije dagen te zijn verwerkt hetgeen betekent dat er zolang de 5-ploegendienst duurt geen toekenning van roostervrije dagen zal plaatsvinden.
b. Voor werknemers die reeds vóór 1 april 2006 in dienst waren van een werkgever en werkzaam waren in een 5-ploegendienstrooster of vóór 1 april 2008 werkzaam zullen zijn in een 5-ploegen- dienstrooster, worden op bedrijfsniveau met de Ondernemings- raad afspraken gemaakt over de toekenning van de 13 rooster- vrije dagen. Werkgever en Ondernemingsraad kunnen binnen de volgende kaders afspraken maken die toegesneden zijn op de betreffende locatie:
a. De 13 roostervrije dagen worden ingeroosterd in het week- rooster.
b. De 13 roostervrije dagen worden vastgesteld conform artikel 22.
c. Per kalenderjaar wordt eenmalig 5,85% uitbetaald van het brutojaarloon. In dit verband wordt daaronder verstaan het brutomaandloon maal 12 plus vakantietoeslag.
Artikel 17
Arbeidsduur regiomedewerkers en parttime werknemers
1. Er kan een arbeidsrelatie met een zogenaamde regiomedewerker worden aangegaan.
a. Het aantal te werken uren bedraagt minimaal 15 uur per week.
22
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
De berekeningsbasis is hierbij het gemiddelde per week over een periode van 3 maanden. Uitsluitend op verzoek van de werkne- mer mag een lager aantal uren overeengekomen worden.
b. In overleg tussen werkgever en werknemer zal in de arbeidsover- eenkomst een maximum aantal uren worden opgenomen, waar- toe de regiomedewerker verplicht kan worden. Dit maximum mag echter nooit meer dan 15 uur boven het overeengekomen minimum aantal uren per week uitkomen.
2. De parttime werknemer kan niet verplicht worden meer dan 20% langer te werken dan de met hem overeengekomen arbeidstijd. In overleg met werkgever en werknemer kan overeengekomen worden dat de 20% kan worden overschreden.
3. a. Voor parttime werknemers geldt een minimum aantal uren van gemiddeld 13 uren per week. In overleg tussen werkgever en werknemer kan hiervan worden afgeweken. Voor parttime werk- nemers die vóór 1 maart 1992 in dienst waren kan, uitsluitend indien dit tussen werkgever en werknemer wordt overeengeko- men, het minimum-urencontract worden opgetrokken tot 13 uur per week.
b. Voor parttime werknemers en regiomedewerkers geldt, dat indien men structureel, dat wil zeggen gemeten over een periode van 3 maanden meer uren werkt dan overeengekomen, de arbeidsover- eenkomst als volgt wordt aangepast. Voor de toepassing wordt het gemiddeld aantal gewerkte uren gedurende de laatste 3 maan- den na afsluiting van de laatste overeenkomst gehanteerd. Het aantal uren dat in het aangepaste contract wordt opgenomen bedraagt het gemiddelde minus 25%, doch nooit minder dan het gemiddelde aantal gewerkte uren na afsluiting van de laatste overeenkomst. De verandering van het aantal overeengekomen uren wordt aan de werknemer schriftelijk bevestigd.
Artikel 18
Rusttijd per dag
1. Na 41/2 uur werk heeft de werknemer recht op een onbetaalde rust- tijd van een 1/2 uur.
2. De dagelijkse rusttijd bedraagt tenminste 11 uur per 24 uur. Deze rusttijd kan eenmaal per periode van 7 maal 24 uur worden ingekort tot 8 uur.
23
3. De wekelijkse rusttijd bedraagt hetzij tenminste 36 uren in een aan- eengesloten periode van 7 maal 24 uren hetzij 60 uren in een aan- eengesloten periode van 9 maal 24 uren. De wekelijkse rusttijd kan éénmaal in elke periode van 5 aaneengesloten weken worden bekort tot 32 uur.
4. Werknemers jonger dan 18 jaar mogen geen arbeid verrichten tussen
23.00 en 7.00.
Artikel 19
Maximale reistijd en reistijd regiomedewerker
1. Tenzij in overleg met de werknemer een hoger maximum is afge- sproken, geldt voor de werknemer een maximum normale reistijd per dag van 2,5 uur, gemeten naar de reisduur via het openbaar vervoer. Het meerdere wordt beschouwd als werktijd, waarbij artikel 39 bui- ten toepassing blijft.
2. Indien een regiomedewerker aaneensluitend op meerdere projecten per dag moet werken wordt de tussenliggende reistijd aangemerkt als werktijd. Een regiomedewerker kan niet worden verplicht om op meer dan 2 locaties per dag te werken.
Artikel 20
Nachtdienst
Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht in nachtdienst geldt dat hij:
1. in elke periode van 4 weken ten hoogste 16 maal arbeid in nacht- dienst verricht indien de arbeid eindigt vóór of op 2.00 uur;
2. indien de nachtdienst eindigt na 2.00 uur ten hoogste 10 maal arbeid in nachtdienst verricht, waarbij in elke periode van 13 achtereenvol- gende weken ten hoogste 25 maal arbeid in nachtdienst wordt ver- richt;
3. na het verrichten van arbeid in nachtdienst, welke eindigt na 2.00 uur, een onafgebroken rusttijd heeft van tenminste 14 uren;
4. een onafgebroken rusttijd van tenminste 48 uren heeft na een reeks van tenminste 3 en ten hoogste 6 maal achtereen arbeid te hebben verricht in nachtdienst indien de arbeid eindigt vóór of op 2.00 uur;
5. een onafgebroken rusttijd van tenminste 48 uren heeft in andere dan het in lid 3 genoemde geval na een reeks van tenminste 3 en ten hoogste 5 maal achtereen arbeid te hebben verricht in nachtdienst.
24
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Artikel 21
Nachtdienst en vervoer
Indien een werknemer nachtdienst verricht en geen bedrijfsvervoer of openbaar vervoer danwel eigen vervoer voor woon- werkverkeer be- schikbaar is, zal (ad hoc), in overleg met de leidinggevende op locatie een aangepaste regeling worden getroffen.
De extra kosten komen voor rekening van de werkgever.
Artikel 22
Roostervrije dagen en adv oudere werknemers
1. Aan de werknemer worden 13 roostervrije dagen op jaarbasis toege- kend met behoud van loon. Voor werknemers die werken in een 5-ploegendienstrooster geldt het bepaalde in artikel 16 lid 2.
2. Roostervrije dagen voor enig jaar worden in de maand december van het voorafgaande jaar, in overleg met de werknemer ingeroosterd. De inroostering kan voor onderdelen danwel projecten en/of personen verschillend zijn.
3. Roostervrije dagen kunnen aaneensluitend worden vastgesteld tot een maximum van 3 dagen.
4. De werkgever kan jaarlijks 3 roostervrije dagen collectief per locatie aanwijzen.
5. Als de werknemer arbeidsongeschikt is op dagen dat hij volgens planning roostervrij is, komen de ingeroosterde roostervrije dagen niet te vervallen. Vervangende roostervrije tijd zal in overleg tussen werkgever en werknemer, na diens herstel, worden vastgesteld.
6. De werknemer die 55 jaar of ouder is heeft, vanaf de maand waarin hij 55 jaar wordt, recht op verdere arbeidsduurverkorting.
De aanvullende rechten zijn als volgt:
55 jaar 36 uur per jaar
56 jaar 48 uur per jaar
57 jaar 60 uur per jaar
58 jaar 72 uur per jaar
25
59 tot 65 jaar 84 uur per jaar.
Het bepaalde in lid 2 t/m 5 is zoveel mogelijk, analoog van toepas- sing.
7. De werknemer van 55 jaar of ouder heeft tevens recht op het ruilen van loon voor roostervrije dagen conform het bepaalde in artikel 57.
Functie-indeling en functievervulling
Artikel 23
Functie-indeling
1. a. De werkgever dient bij de functie-indeling gebruik te maken van het Handboek Referentiefuncties Contractcatering. Het Handboek Referentiefuncties maakt deel uit van de CAO en is verkrijgbaar bij de Vakraad.
b. De werkgever stelt een bedrijfsfunctie vast door een omschrij- ving te maken van de belangrijkste taken en verantwoordelijkhe- den die aan de werknemer worden opgedragen.
c. De werkgever vergelijkt de bedrijfsfunctie met de in de meest passende functiecategorie voorkomende referentie-functies en be- paalt bij welke referentiefunctie(s) de bedrijfsfunctie het meest past. Mocht dit aan de hand van de in de functiecategorie voor- komende referentiefuncties niet mogelijk zijn, dan maakt hij gebruik van de referentiefuncties van andere functiecategorieën.
d. De bedrijfsfunctie wordt aan de hand van de, langs de in c. beschreven procedure gevonden vergelijkbare referentie- functie(s), ingedeeld in een functiegroep.
2. De werkgever is verplicht aan de werknemer mede te delen in welke functiegroep de door hem te vervullen bedrijfsfunctie wordt inge- deeld alsmede de gehanteerde referentiefunctie. Voorts is hij ver- plicht de desbetreffende functiegroep te vermelden in de schriftelijke arbeidsovereenkomst. Als de werknemer dat wenst, dient hem door de werkgever het handboek ter inzage te worden gegeven.
Artikel 24
Invoeringsbepaling functie-indeling
In zoverre de loongroepindeling ten aanzien van referentiefuncties tot gevolg zou hebben dat bestaande functies in een lagere loongroep zou- den moeten worden ingedeeld dan voorheen, geldt dat de werknemer die vóór de invoering van het nieuwe functiewaarderingssysteem in dienst was, recht blijft behouden op zijn oude salaris. Deze werknemer blijft
26
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
ingedeeld in zijn oude loongroep en behoudt daarmee hetzelfde recht op functiejaarverhogingen als waarop hij recht zou hebben kunnen doen gelden zonder dat het nieuwe functiewaarderingssysteem zou zijn inge- voerd.
Artikel 25
Beroepsmogelijkheid functie-indeling
1. a. De werkgever is verantwoordelijk voor een juiste indeling van de bedrijfsfunctie.
b. Is de werknemer het niet (meer) eens met de indeling en/of de uitwerking of toepassing van horizontale vermenging, of is hij van mening dat zijn bedrijfsfunctie zodanig is gewijzigd dat de indeling moet worden herzien, dan dient de werknemer eerst te trachten in goed overleg met zijn directe leidinggevende tot een oplossing te komen. Aan deze overlegfase is een termijn gebon- den van ten hoogste 14 dagen. Als de werknemer geen direct lei- dinggevende heeft, treedt de werknemer in plaats hiervan in over- leg met de werkgever.
c. Indien het in b. genoemde overleg met de direct leidinggevende niet tot een voor de werknemer bevredigende oplossing leidt, dient de werknemer aansluitend op deze overlegfase, binnen een termijn van 14 dagen, schriftelijk in overleg te treden met de werkgever.
d. Indien het in b. of c. genoemde overleg met de werkgever niet tot een voor de werknemer bevredigende oplossing leidt, kan de werknemer zich wenden tot een interne geschillencommissie, als die in het bedrijf is ingesteld. De interne geschillencommissie bestaat uit 2 medewerkers van het betrokken bedrijf en 2 verte- genwoordigers van de directie. De interne geschillencommissie doet uitspraak binnen 14 dagen bij wijze van advies aan de werk- gever, die zijn beslissing binnen een termijn van 14 dagen her- ziet danwel handhaaft.
e. Indien de werknemer van mening is dat de beslissing van de werkgever, zoals hierboven in d. genoemd, niet tot een bevredi- gende oplossing van het geschil heeft geleid, kan hij het geschil voorleggen aan de Vakraad. Dit geldt ook bij het ontbreken van een geschillencommissie in het bedrijf. Namens de Vakraad doet de Commissie Bezwaren Functie-indeling een uitspraak in het geschil. De uitspraak van deze commissie heeft het karakter van een bindend advies voor betrokken partijen, indien deze vooraf schriftelijk zijn overeengekomen deze uitspraak als zodanig te
27
accepteren. Toetsing door de burgerlijke rechter blijft daarnaast openstaan.
2. De procedure is opgenomen in bijlage 2 van de CAO.
Artikel 26
Functievervulling
1. De werknemer, met uitzondering van vakantiekrachten en leerlingen, is verplicht tijdelijk andere dan zijn gewone werkzaamheden te ver- richten als de werkgever dit noodzakelijk acht. De werkgever zal dit beperken tot de werkzaamheden die in redelijkheid aan de betrokken werknemer kunnen worden opgedragen en daarbij zoveel mogelijk rekening houden met de door de werknemer vervulde bedrijfsfunctie.
2. Horizontale vermenging van functies is niet toegestaan.
Toepassing salarisschalen
Artikel 27
Vaststellen functieloon en toepassing functiejarenschaal
1. Voor iedere werknemer, op wie dit hoofdstuk van toepassing is, stelt de werkgever het loon vast aan de hand van de groep waarin de werknemer is ingedeeld met behulp van het Handboek Referentie- functies Contractcatering.
2. Toepassing functiejarenschalen (vanaf 1 januari 1991):
a. De vakvolwassen werknemer ontvangt tenminste het schaalsalaris van de functiejarenschaal bij 0 functiejaren, behorende bij de functiegroep waarin bij overeenkomstig de uit te oefenen functie is ingedeeld. Werknemers die nieuw in de branche bij een werk- gever in dienst treden kunnen evenwel gedurende de maximum- duur van een halfjaar worden ingeschaald op een aanloopschaal- salaris zoals vermeld in de van toepassing zijnde loonschaal. Dit aanloopschaalsalaris kent in de loongroepen I en II een salaris dat 10% ligt onder het van toepassing zijnde CAO-loon. In loongroep III bedraagt dit percentage 5%. Als minimum geldt het wettelijk minimum(jeugd)loon.
b. Daar waar recht bestaat op een functiejaar, wordt het schaal- salaris op 1 januari van enig jaar vastgesteld door toekenning van een functiejaarverhoging, zoals aangegeven in het schaalsalaris, mits de betrokken werknemer vóór 1 oktober voorafgaande in dienst van de werkgever was. Indien de werknemer werkzaam is bij een werkgever die met instemming van de Ondernemings- raad, danwel met instemming van de personeelsvertegenwoordi-
28
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
ging bij ontbreken van een Ondernemingsraad, en met inacht- name van de uitgangspunten zoals door CAO-partijen vastgesteld, een systeem voor personeelsbeoordeling heeft ingevoerd, kan in afwijking van het hier bepaalde, sprake zijn van een hogere of lagere loonstijging dan die conform 1 functiejaar.
c. Indien het wegens reeds elders verworven kundigheden en erva- ring niet billijk zou zijn de vakvolwassen werknemer bij indienst- treding het schaalsalaris bij 0 functiejaren toe te kennen, kan de werkgever meer functiejaren toekennen.
d. Aan de werknemer die 52 weken of langer arbeidsongeschikt is geweest, behoeven geen functiejaarverhogingen, als bedoeld on- der b meer te worden toegekend.
Artikel 28
Jeugdlonen, loon vakantiekracht en loon uitzendkracht die vakkracht is
1. De jeugdige werknemer heeft recht op het loon dat wordt berekend met toepassing van onderstaande percentages:
16 jaar: 40% van het basisloon (0-functiejaren); 17 jaar: 50% van het basisloon (0-functiejaren); 18 jaar: 60% van het basisloon (0-functiejaren); 19 jaar: 70% van het basisloon (0-functiejaren); 20 jaar: 80% van het basisloon (0-functiejaren).
Het loon van een werknemer die jonger is dan 21 jaar zal met ingang van de loonperiode, volgend op die waarin hij een jaar ouder wordt, worden verhoogd.
2. Het loon en eventuele loonaanpassingen voor de werknemer, werk- zaam als vakantiekracht, bedoeld in artikel 1 sub 13, wordt bepaald door in de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag 1968. Een vakantiekracht kan nooit werkzaamheden verrichten, welke voorko- men in schaal 3 of hoger en komt niet in aanmerking voor initiële prijscompensatie conform deze CAO.
3. De uitzendkracht die vakkracht is in de zin van artikel 9 lid 2 van de CAO, dient vanaf de eerste dag van de verblijfsduur te worden betaald op het niveau van de CAO. Het gaat daarbij om de volgende beloningselementen: het van toepassing zijnde schaalsalaris en de toeslagenmatrix voor overwerk en onregelmatige uren (waaronder feestdagentoeslag) alsmede de arbeidsduurverkorting, de initiële
29
loonsverhoging, de kostenvergoedingen d.w.z. de kledingtoeslag en de reiskosten (het één en ander voorzover de uitzendonderneming deze vrij van loonheffing en premies kan uitbetalen) en periodieken. De inlenende werkgever moet zich ervan verzekeren dat deze inleen- krachten een beloning op CAO-niveau ontvangen.
Artikel 29
Overplaatsing naar hogere groep of schaal en tijdelijke functiewaarneming
Overplaatsing naar andere functiegroep c.q. schaal:
a. Bij definitieve indeling in een hogere salarisschaal of functiegroep van de vakvolwassen werknemer bedraagt de verhoging zoveel als nodig is om het nieuwe schaalsalaris in overeenstemming te brengen met het gelijke of eerstkomende hogere bedrag in de nieuwe schaal of groep. Deze verhoging wordt toegepast met ingang van de betalingsperiode volgend op die waarin de plaatsing in de hogere functiegroep heeft plaatsgevonden.
b. De werknemer die de functie van een andere, in een hogere loongroep ingedeelde werknemer, anders dan wegens vakantie tijdelijk waar- neemt, heeft, indien er sprake is van volledige waarneming die lan- ger dan één aaneengesloten week heeft geduurd en de waarneming niet al ligt besloten in zijn functie, recht vanaf de eerste dag van waarneming op een extra betaling van welke het bedrag tenminste gelijk is aan het verschil tussen het schaalloon bij 0 functiejaren van die functie welke hij tijdelijk waarneemt en zijn feitelijk loon.
c. De jeugdige werknemer die de functie van een andere in een hogere loongroep ingedeelde werknemer – anders dan wegens vakantie – tij- delijk waarneemt, heeft, indien er sprake is van volledige waarne- ming die langer dan één aaneengesloten week heeft geduurd en de waarneming niet al ligt besloten in zijn functie, vanaf de eerste dag van waarneming recht op een extra betaling, van welke het bedrag tenminste gelijk is aan het verschil tussen het CAO-loon van zijn functie welke hij tijdelijk waarneemt en het CAO-loon van zijn eigen functie waarbij de leeftijd in acht wordt genomen.
d. De werknemer die met het oog op een plaatsing naar een hogere functiegroep (of hogere salarisschaal) in de gelegenheid wordt ge- steld een leertijd door te maken, kan gedurende die leertijd geen aan- spraak maken op een hogere salariëring. De leertijd en de duur daar- van wordt aan de betrokken werknemer schriftelijk medegedeeld. De leertijd bedraagt maximaal 3 maanden.
30
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Artikel 30
Vrijwillige verlaging functieniveau senioren
De werknemer van 55 jaar en ouder kan op basis van vrijwilligheid kie- zen voor een functie met een lager functieniveau. Hij behoudt daarbij pensioenrechten op basis van het loon dat bij het oorspronkelijke functie- niveau hoort.
Artikel 31
Beoordelingssysteem en gedifferentieerde beloning
1. Het is de werkgever toegestaan om een systeem voor personeels- beoordeling, gekoppeld aan het gedifferentieerd kunnen toepassen van een functiejarenverhoging te gebruiken, mits de OR voor het invoeren van dit systeem haar instemming heeft verleend conform de Wet op de Ondernemingsraden, artikel 27 lid 1-c en lid 1-g danwel, bij het ontbreken van een Ondernemingsraad de personeelsverte- genwoordiging instemming heeft verleend, en mits daarin de uit- gangspunten zijn verwerkt die partijen bij de CAO hebben vastge- steld en die zijn opgenomen in de navolgende leden.
2. Ten aanzien van een systeem voor personeelsbeoordeling gelden onderstaande uitgangspunten:
Inbedding in personeelsbeleid
1. Een medewerker kan zijn functioneren alleen meer in lijn bren- gen met de wensen van de organisatie als hij hierover feedback krijgt van zijn leidinggevende.
2. Iedere leidinggevende heeft daartoe met al zijn medewerkers één keer per jaar een ,,resultaat- en ontwikkelingsgesprek’’ (voorheen beoordelingsgesprek) waarin de leidinggevende het functioneren van de medewerker beoordeelt en de leidinggevende en de mede- werker tezamen werkafspraken en afspraken over de persoonlijke ontwikkeling van de medewerker maken.
3. Iedere leidinggevende heeft daartoe met al zijn medewerkers minimaal één keer per jaar een ,,voortgangsgesprek’’ (voorheen functioneringsgesprek) waarin zij de samenwerking en de voort- gang van de (werk)afspraken uit het ’’resultaat- en ontwikkelings- gesprek’’ evalueren en eventueel bijstellen.
31
Toepassingsgebied
4. Personeelsbeoordeling, gekoppeld aan gedifferentieerde functie- jarenverhoging is alleen van toepassing op medewerkers die een arbeidsovereenkomst hebben voor onbepaalde tijd.
5. Personeelsbeoordeling, gekoppeld aan gedifferentieerde functie- jarenverhoging is alleen van toepassing op medewerkers die hun functie gedurende de beoordelingsperiode tenminste 6 maanden hebben uitgeoefend.
6. De leidinggevende die de medewerkers gedurende de beoordelings- periode beoordeelt, dient tenminste een periode van 3 maanden als leidinggevende van de betrokken medewerker te functione- ren.
7. De beoordelingsperiode omvat het afgelopen kalenderjaar, van januari tot en met december.
8. Beoordelingen zijn niet overdraagbaar, bijvoorbeeld door contract- overname of anderszins.
De eindbeoordeling
9. De beoordeling dient gebaseerd te zijn op tenminste 3 en ten hoogste 5 objectieve beoordelingscriteria. Daarnaast kunnen cri- teria, toegespitst op het individu, worden toegevoegd.
10. Deze beoordelingscriteria zijn bedrijfseigen.
11. De eindbeoordeling dient te voorzien in een vier-punts-schaal.
12. De eindbeoordeling dient te worden gegeven in de term onvol- doende, matig, goed of uitstekend.
De consequenties van de eindbeoordeling
13. In het geval van een onvoldoende zal de periodieke functiejaren- verhoging gelijk zijn aan nul.
14. In het geval van een matig zal de periodieke functiejarenverhoging gelijk zijn aan 50% van de geldende periodieke normverhoging.
15. In het geval van een goed zal de periodieke functiejarenverhoging gelijk zijn aan 100% van de geldende periodieke normverhoging.
16. In het geval van een uitstekend zal de periodieke functiejaren- verhoging gelijk zijn aan 150% van de geldende periodieke normverhoging.
17. Indien de leidinggevende het functioneren van de medewerker matig of onvoldoende acht, verplicht deze zich tot het, tezamen met de medewerker, opstellen van een actieplan dat zal leiden tot zodanige verbetering dat een volgende beoordeling naar ver- wachting goed zal zijn.
18. Van de beoordeling en het eventuele actieplan behoort een schrif- telijke weergave, voor gezien getekend door de beoordelaar en de beoordeelde, bewaard te worden in het personeelsdossier van de betrokken medewerker.
Afwijkingen
19. Indien een medewerker die het maximale aantal functiejaren
32
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
heeft bereikt, uitstekend functioneert, krijgt hij voor het komende jaar een bonus ter hoogte van 50% van de geldende periodieke normverhoging. Deze bonus blijft maximaal 1 jaar geldig.
20. Indien de leidinggevende, aan de hand van het omschreven toepassingsgebied, meent dat een medewerker niet beoordeeld kan worden, zal deze medewerker een functiejaarverhoging ont- vangen ter grootte van één periodiek.
21. Als aan de voorwaarden voor het toepassingsgebied wordt vol- daan en de medewerkers desondanks niet door zijn leidingge- vende blijkt te zijn beoordeeld, zal deze medewerker evt. met terugwerkende kracht een functiejaarverhoging ontvangen ter grootte van één periodiek.
22. Een leidinggevende die tenminste 10% van zijn medewerkers ten onrechte niet beoordeelt, kan geen goede beoordeling krijgen.
Taken en bevoegdheden OR
23. Werkgevers mogen een systeem voor personeelsbeoordeling, ge- koppeld aan het gedifferentieerd kunnen toepassen van een functiejarenverhoging gebruiken, mits de OR voor het invoeren van dit systeem haar instemming verleent conform WOR artikel 27 lid 1-c en lid 1-g danwel, bij ontbreken van een OR, de per- soneelsvertegenwoordiging instemming heeft verleend.
24. Eventuele arbitrage in het kader van de beoordeling is voorbe- houden aan de ,,toetsingscommissie’’ die zich hiertoe kan beroe- pen op de aan haar toegekende rechten, plichten en procedures.
25. Voor de omschrijving van deze rechten, plichten en procedures kan worden aangesloten op artikel 25 uit de CAO.
Loonsverhoging en loonbetaling
Artikel 32
Initieel en prijscompensatie
1. Per 1 juli 2006 worden de lonen verhoogd met 1,5%.
Per 1 april 2007 worden de lonen vervolgens verhoogd met 1,75%.
2. Het systeem van prijscompensatie blijft gehandhaafd maar zal met betrekking tot de contractsperiode van de CAO niet tot uitbetaling leiden.
33
Artikel 33
Afrekening van het loon
De werkgever is verplicht conform het Burgerlijk Wetboek voor iedere werknemer gespecificeerd te berekenen wat hij ingevolge deze CAO en de sociale en fiscale wettelijke voorschriften aan de werknemer is ver- schuldigd of van de werknemer heeft te vorderen.
De werkgever dient hetgeen hij op grond van het in de vorige volzin is verschuldigd voor iedere werknemer afzonderlijk uit te betalen met een loonspecificatie.
Hierop moet duidelijk vermeld zijn:
A. De naam van de werknemer;
B. De functiebenaming (vermelding met ingang van 1 januari 2001);
C. Indien mogelijk salarisgroep en functiejaar;
D. De periode waarop de betaling betrekking heeft;
E. Het brutobedrag van het loon en de gratificatie, eventueel inclusief hetgeen de werkgever verschuldigd is ingevolge de geldende toesla- gen;
F. De toeslagen op grond van de CAO, afzonderlijk te vermelden;
G. De inhoudingen aan loonbelasting;
H. Het door de werknemer te betalen aandeel in premies, verschuldigd krachtens de sociale verzekeringswetten en aan de Stichting Bedrijfs- pensioenfonds voor het Horecabedrijf;
I. Het door de werknemer te betalen aandeel in de bijdrage aan het Fonds Bevordering Arbeidsverhoudingen voor de Contractcatering en, indien van toepassing, het te betalen aandeel in de bijdrage aan het Fonds Bevordering Sociale Verhoudingen voor de Contract- catering;
J. Andere bedragen, welke de werknemer is verschuldigd, nauwkeurig gespecificeerd.
Artikel 34
Beloningen in natura
1. Iedere werknemer heeft recht op minstens twee koppen koffie of thee per dag zonder hiervoor enige vergoeding aan de werkgever ver- schuldigd te zijn.
2. De werkgever is verplicht aan een werknemer, werkzaam op een locatie met de functiebenaming kok gratis die maaltijd te verstrek- ken die binnen de dienstverlening op het project wordt verstrekt.
3. De fiscus verplicht de werkgever het loon van de werknemer bedoeld in lid 2 te belasten met de door de fiscus vastgestelde norm voor loon
34
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
in natura ongeacht de mate waarin die werknemer van dit recht gebruik maakt.
Overwerk en overwerkvergoeding
Artikel 35
Verplichting tot overwerk
Overwerk is verplicht voorzover de eisen van het bedrijf dat naar het oordeel van de werkgever noodzakelijk maken. Voor werknemers van 50 jaar of ouder bestaat geen overwerkverplichting.
Artikel 36
Arbeidstijd bij overwerk
Overwerk is toegestaan tot de in de Arbeidstijdenwet genoemde maxima.
Artikel 37
Overwerkvergoeding
1. De werknemer die overwerk heeft verricht, heeft recht op een ver- goeding. Bij deze vergoeding kan de werknemer in overleg met de werkgever kiezen voor vrije tijd volgens de geldende regeling dan- wel voor de geldende overwerktoeslag. Het recht op vergoeding geldt vanaf het moment dat de normale arbeidstijd 15 minuten is overschreden met terugwerkende kracht tot aanvang van deze 15 minuten. De vergoeding in vrije tijd is gelijk aan de duur van het verrichte overwerk. De vrije tijd moet worden gegeven buiten de normale vrije tijd. De vrije tijd dient uiterlijk in de maand vooraf- gaande aan of twee maanden volgende op de kalendermaand waarin het overwerk wordt verricht, te worden toegekend. De vrije tijd wordt zoveel mogelijk aaneengesloten toegekend. Indien de vrije tijd later wordt gegeven, dan krijgt de werknemer een overwerktoeslag uitgekeerd zoals opgenomen in de overwerkmatrix die op de werk- nemer van toepassing is. ▇▇▇▇▇ gekozen voor de overwerktoeslag of is vergoeding in vrije tijd niet mogelijk, dan geniet de werknemer naast zijn normale uurloon de geldende vergoeding zoals opgenomen in de overwerkmatrix die op de werknemer van toepassing is.
35
2. Bij de 4- en 5-ploegendienst geldt een vaste overwerkvergoeding van 75%.
Andere toeslagen en vergoedingen
Artikel 39
Toeslagen onregelmatige uren en uitzonderingsbepaling
1. Wanneer de werknemer werkt op onregelmatige uren, dan heeft de werknemer recht op een financiële vergoeding zoals opgenomen in de matrix onregelmatige uren die op hem van toepassing is.
Artikel 40
Anticumulatie overwerk- en onregelmatigheidstoeslag
1. Er bestaat geen verplichting voor de werkgever om de van toepas- sing zijnde matrix overwerk en de van toepassing zijnde matrix onre- gelmatigheid cumulatief toe te passen.
2. De werkgever dient de voor de werknemer meest gunstige regeling toe te passen.
Artikel 41
Toeslag voor feestdagen
Indien sprake is van arbeid op feestdagen zoals in de CAO genoemd, gelden als basis de percentages van de onregelmatige urenmatrix die op de werknemer van toepassing is, verhoogd met een vergoeding van 100%.
Deze laatste vergoeding zal echter zoveel mogelijk worden toegekend in vrije tijd.
De werkgever is verplicht die vrije tijd te geven in de periode van 2 weken voorafgaande aan of 6 weken volgend op de kalendermaand waarin die feestdag valt.
Artikel 42
Behoud toeslag bij vervanging
De werknemer die op aanwijzing van de werkgever niet meer op onre- gelmatige uren werkzaam is, behoudt gedurende 1 maand het recht op toeslagen voor onregelmatige uren, voor zover die vast in zijn dienstver- band zijn opgenomen. Daarna gelden de voorwaarden van de nieuwe situatie.
36
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Artikel 43
Behoud toeslag werknemers in continudienst
Een werknemer die, op aanwijzing van de werkgever, niet meer in con- tinudienst werkzaam is, danwel om gezondheidsredenen niet meer in continudienst werkzaam mag zijn, behoudt zijn onregelmatigheidstoe- slag voor zoveel maanden als hij jaren de betreffende toeslag heeft geno- ten, tot een maximum van 6 maanden.
Indien de werknemer gedurende een gedeelte van een jaar de betreffende toeslag heeft ontvangen, wordt dit bij de toepassing van deze regeling als een vol jaar gerekend.
Artikel 44
Toeslagen ploegendienst
Voor toeslagen voor het werken in ploegendienst (ongeacht welk ploegendienstrooster) geldt de matrix toeslagen onregelmatige uren zo- als van toepassing op en opgenomen als bijlage bij de onderscheiden sectoren. (verbijzonderende delen A t/m D) Per betalingsperiode kan op basis van een jaar een gemiddelde worden aangehouden.
Artikel 45
Afbouwregeling ploegendienstmedewerkers
Voor de werknemer die in ploegendienst werkzaam is geweest respec- tievelijk die in een andere (getalsmatige lagere) ploegendienst komt waarbij nadelige financiële consequenties optreden, geldt de navolgende afbouwregeling:
Een werknemer die tenminste onafgebroken één jaar in een ploegen- dienstregeling werkt en op aanwijzing door de werkgever danwel om gezondheidsredenen niet meer in de ploegendienstregeling werkzaam kan zijn, ontvangt de volgende garantie van inkomen:
a. gedurende zes salarisperioden de toeslag resp. het inkomen conform de ploegendienstregeling;
b. na de periode bedoeld in a. geldt dat het verschil tussen de verdien- sten tijdens de ploegendienst en de verdiensten in de nieuwe situatie afgebouwd worden met 50% per jaar als de ploegendienstregeling minder dan drie jaren aaneengesloten heeft geduurd; met 25% per jaar als de ploegendienstregeling van drie tot vijf jaren aaneengeslo-
37
ten heeft geduurd; met 15% per jaar als de ploegendienstregeling meer dan vijf jaren aaneengesloten heeft geduurd.
c. Indien de werknemer gedurende een gedeelte van een jaar in de ploegendienstregeling heeft gewerkt, wordt dit bij de toepassing van deze regeling als een vol jaar gerekend.
d. Als de ploegendienstregeling eindigt, omdat de werknemer 55 jaar of ouder is, worden de termijnen onder 1.a. en b. verdubbeld.
Artikel 46
Bedrijfs- en beroepskleding
1. Onder bedrijfskleding wordt uitsluitend verstaan kleding, die kenne- lijk bestemd is om slechts in het bedrijf of de bedrijven van een bepaalde werkgever te worden gedragen.
2. De kosten van aanschaffing van door de werkgever voorgeschreven bedrijfskleding komen voor rekening van de werkgever; de kosten van herstelling en/of chemisch reinigen zijn voor rekening van de werkgever, tenzij de herstelling of het chemisch reinigen noodzake- lijk is geworden door opzet of grove schuld van de betrokken werk- nemer. Het chemisch reinigen zal plaatsvinden indien in het kader van de textiel- en wasvoorschriften chemische reiniging voorge- schreven is.
3. De bedrijfskleding, waarvan de aanschaffingskosten door de werkge- ver zijn voldaan, is het eigendom van de werkgever. De werkgever is verplicht de benodigde bedrijfskleding ter beschikking te stellen aan de werknemer die deze draagt ten behoeve van het bedrijf of de bedrijven van die werkgever, waarin hij werkzaam is.
4. Onder beroepskleding wordt verstaan: die specifieke kleding die ken- merkend is voor de uitvoering van een bepaald beroep, zoals koks- en kelnerskleding.
5. De kosten van aanschaffing, onderhoud en schoonhouden van be- roepskleding van een werknemer zijn voor rekening van die werk- nemer. Hiervoor wordt een kledingtoeslag toegekend volgens het bepaalde in artikel 47. De werkgever heeft het recht de aanschaffing van de beroepskleding te doen en deze vervolgens ter beschikking te stellen aan de werknemer. Het onderhoud en de bewassing – exclu- sief chemisch reinigen – conform lid 2, van deze kleding komen voor rekening van de werknemer.
38
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Artikel 47
Kledingtoeslag
De werknemer die verplicht is beroepskleding op verlangen van de werkgever te dragen en deze zelf aanschaft, ontvangt daarvoor een toe- slag van € 16,12 per maand of € 14,88 per periode van 4 weken als een tegemoetkoming in de kosten.
Artikel 48
Jubileumtoeslag
Bij een 12,5, 25-jarig respectievelijk 40-jarig dienstverband bij een werkgever ontvangt een werknemer 1/4 maandsalaris, 1 maandsalaris danwel 2x het maandsalaris. Bij de uitbetaling wordt gebruik gemaakt van de maximaal mogelijke fiscale vrijstellingen.
Artikel 49
Reiskosten
Reiskosten van de werknemer worden door de werkgever vergoed, indien en voorzover deze worden gemaakt voor vervoer tussen locaties of naar een afwijkende locatie op verzoek van de werkgever.
Deze vergoeding is op basis van 2e klas openbaar vervoer.
Artikel 50
Consignatie
1. Alleen werknemers van 18 jaar en ouder kunnen geconsigneerd wor- den.
2. De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer:
a. tenminste gedurende 2 maal een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren in elke periode van 4 achtereenvolgende weken geen consignatie wordt opgelegd; tijdens de bij deze wet en de daarop berustende bepalingen voorgeschreven onafgebroken rust- tijd direct voorafgaand aan een nachtdienst en direct volgend op een nachtdienst geen consignatie wordt opgelegd;
b. ten hoogste 13 uren in elke periode van 24 achtereenvolgende uren en 60 uren per week arbeid verricht;
39
c. ten hoogste gemiddeld 45 uren per week in elke periode van 13 achtereenvolgende werken arbeid verricht.
3. Indien de consignatie geheel of gedeeltelijk de periode van 00.00 uur tot 06.00 uur bestrijkt, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste gemiddeld 40 uren per week in elke periode van 13 achtereenvolgende weken arbeid verricht.
4. De minimum arbeidstijd per oproep bedraagt 30 minuten.
5. De werknemer die in opdracht van de werkgever is geconsigneerd heeft recht op een consignatietoeslag van € 0,68 per uur. De consignatievergoeding bedraagt tenminste 3 uren.
Vakantie en verlof
Artikel 51
Algemene bepalingen vakantierechten
1. De vakantierechten bestaan uit vakantiedagen en vakantietoeslag.
2. Het bepaalde in de artikelen 51 t/m 55 is ook van toepassing op de regiomedewerker en de parttimer werknemer. De rechten worden opgebouwd naar evenredigheid van het feitelijk aantal gewerkte uren gedurende het vakantiejaar met een maximum van 40 uur per week.
3. Een dag geldt als vakantiedag wanneer de werknemer anders op die dag zou hebben gewerkt.
4. Als vakantiedagen worden niet beschouwd:
a. Dagen of gedeelten van dagen gedurende welke de werknemer wegens arbeidsongeschiktheid in de zin van de Ziektewet de bedongen arbeid niet heeft verricht.
b. Dagen of gedeelten van dagen gedurende welke de werknemer de bedongen arbeid niet verricht, omdat er sprake is van erkende feestdagen, zoals bedoeld in artikel 1, sub 22.
c. De tijd gedurende welke de werknemer de bedongen arbeid niet heeft verricht, omdat hij anders dan voor eerste oefening een ver- plichting naleeft, hem opgelegd door de wet of voortvloeiend uit een verbintenis door hem jegens de overheid aangegaan ten aan- zien van ’s lands verdediging of ter bescherming van de open- bare orde.
d. De tijd gedurende welke een jeugdige werknemer geen arbeid heeft verricht, omdat hij onderwijs volgt krachtens de wet of deze CAO, waartoe hij door de werkgever in de gelegenheid is ge- steld.
40
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
5. De werknemer, die tijdens vakantiedagen arbeidsongeschikt wordt, zal dit zo spoedig mogelijk aan de werkgever melden.
6. Indien het bepaalde in lid 4 onder A, C of D van toepassing is, gel- den deze dagen slechts dan niet als vakantiedagen indien aan de werkgever tijdig van de desbetreffende omstandigheid mededeling is gedaan.
8. De werknemer geniet vrije dagen, zoals aangegeven in artikel 52 lid 2, met behoud van loon.
Artikel 52
Berekening vakantiedagen
1. Het vakantiejaar loopt van 1 juni tot 1 juni. Over deze periode wor- den het aantal vakantiedagen en de vakantierechten berekend.
2. a. De werknemer van 18 jaar en ouder, die gedurende het gehele jaar in dienst is geweest, heeft recht op tenminste 25 dagen per jaar, waarvan ▇▇▇▇▇▇▇▇▇ drie weken aaneengesloten en de rest in de vorm van snipperdagen. De werknemer die nog geen 18 jaar is, heeft recht op 28 vakantiedagen op jaarbasis.
b. De werknemer heeft het recht van de over een vakantiejaar opge- bouwde bovenwettelijke vakantiedagen, dagen te sparen met in- achtneming van de bepalingen omtrent verjaring.
c. Een werknemer, die niet het gehele vakantiejaar in dienst is geweest, heeft voor elke maand van het dienstverband recht op 1/12 van deze vakantie, waarbij een dienstverband van 15 dagen of meer als volle maand zal worden gerekend en een dienstver- band van minder dan 15 dagen niet wordt meegerekend.
3. De werkgever stelt de tijdstippen van aanvang en einde van de aan- eengesloten vakantie en snipperdagen vast na overleg met de werk- nemer. Tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen, gebeurt dit zo tijdig, dat de werknemer gelegenheid heeft tot het treffen van voorbereidingen voor de besteding van de vakantie.
4. De aaneengesloten vakantie wordt, indien de werknemer dit wenst en de werkzaamheden zulks toelaten, in de maanden april t/m septem- ber gegeven.
5. De werkgever kan, indien daartoe gewichtige redenen aanwezig zijn,
41
na overleg met de werknemer, het door hem vastgestelde tijdvak van de aaneengesloten vakantie wijzigen. De schade die de werknemer tengevolge van de wijziging van dit tijdvak lijdt, wordt door de werkgever vergoed.
6. Vakantiedagen kunnen in overleg met de werkgever worden opgeno- men in het vakantiejaar, waarin ze zijn opgebouwd.
7. Bij beëindiging van het dienstverband worden de nog niet genoten vakantiedagen alle aaneengesloten onmiddellijk na het einde van het dienstverband gegeven. Het dienstverband wordt dan geacht te zijn verlengd met deze vakantiedagen voor zover de werknemer niet bij een andere werkgever in dienst treedt.
Wenst de werknemer de vakantie niet bij het einde van de dienstbe- trekking op te nemen, dan heeft hij recht op uitbetaling van zijn vakantierechten.
8. Bij beëindiging van de dienstbetrekking mogen vakantiedagen niet in de opzeggingstermijn worden begrepen tenzij dit gebeurt met wederzijds goedvinden.
9. De werknemer bouwt geen vakantiedagen op over de tijd, gedurende welke hij wegens het niet verrichten van de bedongen arbeid geen recht heeft op zijn loon.
Het recht op opbouw van vakantiedagen wordt, naast het bepaalde onder artikel 55 lid 3, eveneens niet onderbroken:
a. Over de periode dat de bedongen arbeid niet wordt verricht wegens zwangerschap of bevalling;
b. Wanneer hij, anders dan voor eerste oefening, een verplichting naleeft, hem opgelegd door de wet of voortvloeiende uit een ver- bintenis, door hem jegens de overheid aangegaan ten aanzien van ’s lands verdediging of ter bescherming van de openbare orde;
c. Wanneer hij een jeugdige werknemer is, die geen arbeid verricht omdat hij onderwijs volgt, waartoe hij krachtens de wet of deze CAO door de werkgever in de gelegenheid wordt gesteld;
d. Bij onvrijwillige werkloosheid met handhaving van het dienst- verband;
e. Wanneer hij vakantiedagen geniet, ontleend aan een vorig dienst- verband, als bedoeld in lid 7;
10. Lid 9 onder B, C en E is slechts van toepassing voor een periode van maximaal 12 maanden, gedurende welke de werknemer zijn werk- zaamheden niet heeft verricht. Het bepaalde in lid 9 is voorts slechts van toepassing indien de werknemer de werkgever van de desbetref- fende omstandigheid tijdig in kennis heeft gesteld.
11. Hindoestaanse werknemers hebben het recht om op hun verzoek een vakantiedag op te nemen op de feestdag Wali. Islamitische werkne-
42
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
mers hebben dit recht op resp. het einde van de Ramadan en de feest- dag Eid Curban.
Artikel 53
Vervallen van vakantiedagen
2. Indien de werknemer zijn wettelijk vastgestelde vakantiedagen niet heeft opgenomen voor 31 mei, volgend op het einde van het vakantie- jaar, waarin ze zijn verdiend, stelt de werkgever de data voor deze vakantiedagen vast.
Artikel 54
Berekening vakantietoeslag
1. De vakantietoeslag is gelijk aan 8% van het loon respectievelijk de uitkering in het kader van de Ziektewet en de aanvullingen daarop welke de werknemer in het vakantiejaar bij die werkgever heeft ver- diend. Toeslagen en eventuele gratificaties worden niet meegerekend.
2. De werknemer die geen normale arbeidsduur werkt, maar meer dan het omschreven aantal uren, bouwt toch over dat meerdere vakantie- toeslag op.
3. De vakantietoeslag voor de vakvolwassen werknemer bedraagt ten- minste € 1.089,07 per jaar als hij het gehele vakantiejaar in dienst is geweest. Voor een werknemer met een werkweek van gemiddeld minder dan 40 uren bedraagt het minimum van de vakantietoeslag tenminste een evenredig gedeelte.
De vakantietoeslag bedraagt voor een werknemer, jonger dan de vak- volwassen werknemer, het percentage, dat is vermeld in artikel 28 lid 1, van het minimum zoals dit geldt voor de vakvolwassen werkne- mer. Wanneer hij korter dan een jaar in dienst is geweest bedraagt de vakantietoeslag een evenredig deel.
4. De werkgever is verplicht de vakantietoeslag, waarop de werknemer recht heeft over het vakantiejaar tot en met 31 mei van het lopende jaar, in de maand mei van dat jaar aan de werknemer te betalen.
43
Artikel 55
Vakantierechten bij einde dienstverband, ziekte en overlijden
1. Bij beëindiging van het dienstverband vóór 1 juni is de werkgever verplicht de vakantierechten, waarop de werknemer recht heeft, op de dag van die beëindiging te betalen. De werkgever heeft het recht bij beëindiging van het dienstverband te veel ontvangen vakantie- rechten met het loon te verrekenen.
2. Wanneer de werknemer is overleden, worden de vakantierechten welke de werknemer nog niet had genoten, betaald aan de nabestaan- den.
3. De werknemer die de bedongen arbeid niet verricht wegens ziekte of ongeval heeft, tenzij de ziekte of het ongeval door zijn opzet is ver- oorzaakt, ongeacht of een aanspraak op in geld vastgesteld loon bestaat, aanspraak op vakantie over het tijdvak van de laatste zes maanden waarin de arbeid niet werd verricht, met dien verstande dat tijdvakken samengesteld worden als zij elkaar met onderbreking van minder dan een maand opvolgen. De in eerste volzin genoemde aan- spraak bestaat niet indien de werknemer de bedongen arbeid slechts gedurende een gedeelte van de tijd niet verricht.
Arbeidsvoorwaarden op maat
Artikel 56
Uitruil van roostervrije dagen in loon/loon in roostervrije dagen
1. Werknemers worden op basis van vrijwilligheid in de gelegenheid gesteld roostervrije dagen op jaarbasis om te zetten in loon. De werk- nemer heeft de keuze dit loon al dan niet ineens te laten uitkeren. Naar keuze van de werknemer kan de verkoop van roostervrije dagen, inclusief de extra roostervrije tijd voor ouderen als genoemd in artikel 22 lid 6, worden aangewend ter gehele of gedeeltelijke compensatie van de door de werknemer verschuldigde premie in het kader van de Overgangsregeling VUT.
2. De waarde van een volledige roostervrije dag wordt gesteld op 0,45% van het loon. Onder loon wordt in dit verband verstaan het bruto maandloon maal 12 plus vakantietoeslag.
3. Werknemers worden eveneens in de gelegenheid gesteld om dagen op jaarbasis te kopen. De waarde daarvan is eveneens 0,45% van het loon.
4. De keuze voor het kopen of verkopen van roostervrije dagen dient 44
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
in de regel in de maand november door de werknemer aan de werk- gever kenbaar gemaakt te worden. De werkgever kan hiervoor uitvoeringsvoorschriften vaststellen.
5. De door de werknemer gemaakte keuzes blijven bestaan bij contract- wisseling in de contractcateringbranche.
Artikel 57
Ruil loon in roostervrije dagen voor senioren
1. Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen op basis van vrijwilligheid loon omzetten in roostervrije dagen op jaarbasis. De waarde van zo’n dag wordt gesteld op 0,3% van het loon. Als er van deze regeling gebruik wordt gemaakt is het niet mogelijk gebruik te maken van de regeling waarbij roostervrije dagen worden omgezet in loon.
2. De waarde van een roostervrije dag wordt gesteld op 0,3% van het loon. Onder loon wordt in dit verband verstaan het bruto maandloon maal 12 plus vakantietoeslag.
3. De keuze dient in de regel in de maand november door de werkne- mer aan de werkgever kenbaar gemaakt te worden. De werkgever kan hiervoor uitvoeringsvoorschriften geven.
4. De door de werknemer gemaakte keuzes blijven bestaan bij contract- wisseling in de contractcateringbranche.
Artikel 58
Afwijking CAO i.v.m. belastingfaciliteiten/vakbondscontributie
A. Wanneer belastingfaciliteiten een regeling mogelijk maken waarin wordt afgezien van een deel van het loon of verlofdagen, is het toe- gestaan om in de individuele arbeidsovereenkomst van de CAO afwijkende afspraken te maken.
45
Kort verzuim
Artikel 59
Buitengewoon verlof
1. Aan de werknemer, die in de in lid 2 genoemde bijzondere omstan- digheden binnen de arbeidstijd moet verzuimen, wordt dit toegestaan mits hij dit tijdig aan de werkgever heeft medegedeeld.
2. Bij zodanig verzuim wordt het loon doorbetaald in de navolgende gevallen en hoogstens over de hierbij vermelde duur:
a. Bij overlijden van:
zijn echtgeno(o)t(e), zijn levenspartner ▇▇▇▇▇▇ van een inwonend kind van de dag van overlijden t/m de dag
van de begrafenis of crematie met een minimum van: 4 dagen; één van zijn ouders of schoonouders of een niet
inwonend kind: 2 dagen.
b. Bij begraven of cremeren van:
één van zijn bloed- of aanverwanten in de rechte linie t/m grootouders (niet zijnde levenspartner, ouders of kinderen van de werknemer), een broer, zuster, zwager
of schoonzuster: 1 dag.
c. Bij huwelijk of registreren van partnerschap van:
de werknemer: 2 dagen;
één van zijn kinderen, pleegkinderen of kleinkinderen, broer, zuster, zwager of schoonzuster, vader, schoon- vader, moeder of ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇, mits de plechtigheid
wordt bijgewoond: 1 dag.
d. Bij 25-jarig huwelijksfeest:
van de werknemer, diens ouders of schoonouders, mits hij gedurende een jaar aaneengesloten in vaste dienst
is: 1 dag.
e. Bij 40-, 50- of 60- jarig huwelijksfeest:
van de ouders, schoonouders of grootouders van de werknemer mits hij gedurende een jaar aaneen gesloten
in vaste dienst is: 1 dag;
bij 40-jarig huwelijksfeest van de werknemer: 1 dag.
f. Bij bevalling van partner:
Recht gaat in op de dag van de geboorte maar kan eventueel (gedeeltelijk) uitgesteld worden tot het moment van thuiskomst van partner en/of kind uit het
ziekenhuis: 3 dagen.
46
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
g. Ter gelegenheid van de eerste Heilige Communie:
het dopen, ▇▇ ▇▇▇▇▇▇ ▇▇▇▇, het afleggen van de belijde- nis, de Bar mitswah van één van zijn kinderen, pleegkinderen of kleinkinderen, mits de plechtigheid
wordt bijgewoond: 1 dag.
i. Bij verhuizing van de werknemer:
hoogstens éénmaal per jaar: 1 dag.
j. Bij het vervullen van een door de wet of de overheid zonder geldelijke vergoeding opgelegde verplichtingen:
daaronder begrepen het verschijnen voor een bedrijfs- commissie, voor zover deze verplichting persoonlijk moet worden nagekomen, die niet buiten de arbeidstijd kan geschieden en voor zover hiervoor van de overheid geen geldelijke vergoeding kan worden verkregen:
k. Kort verzuim:
een bezoek aan huisarts, tandarts dient zo veel moge- lijk te geschieden buiten werktijden, indien de omstan- digheden dit toelaten. Is zulks niet mogelijk dan is een verzuim toegestaan gedurende een redelijke tijd nodig voor zo’n bezoek. Voor een bezoek aan de specialist is kort verzuim toegestaan met behoud van loon over een naar redelijkheid met de werkgever te bepalen tijd.
over een redelijke tijd tot ten hoogste 1 dag.
3. Indien het verzuim, bedoeld in dit lid, samenvalt met de vrije er- kende feestdagen, bedoeld in artikel 1, sub 23 danwel het verzuim bij overlijden van echtgeno(o)t(e) ▇▇▇▇▇▇ ▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇▇, ouders of kinderen of bij huwelijk van de werknemer samenvalt met de vakan- tiedagen, is de werkgever verplicht aan de werknemer extra vrije tijd te geven, gelijk aan de duur van dit verzuim met inachtneming van het bepaalde in dit artikel.
4. De werknemer verliest zijn recht op betaling van zijn loon krachtens lid 2, indien hij zijn werkgever of degene die de werkgever daarvoor heeft aangewezen, niet zo tijdig mogelijk van tevoren van het ver- zuim in kennis heeft gesteld.
47
Vakopleiding en educatief verlof
Artikel 60
Faciliteiten
2. Tot de noodzakelijke opleidingen behoren de OCC-opleidingen en examens. De vergoeding voor deze noodzakelijke opleidingen be- draagt 100%. Dit betreft de kosten van het opleidingsinstituut (inschrijvingskosten en lesgeld), de kosten van noodzakelijk en voor- geschreven studiemateriaal alsmede de examenkosten.
De noodzakelijke opleidingen worden in beginsel binnen de werktijd gevolgd. Voor zover dat niet mogelijk is en de opleiding (deels) bui- ten werktijd plaatsvindt, zal dit worden beschouwd als werktijd en tegen het voor de werknemer geldende basisuurloon worden ver- goed.
3. Voor opleidingen die door zowel werknemer als werkgever ▇▇▇▇▇- ▇▇▇▇ wordt geacht voor een door de werknemer beoogde loopbaan- ontwikkeling, zal 50% van de opleidingskosten zoals genoemd in lid 2 worden vergoed, vergoeding van werktijd zoals bij noodzakelijke opleidingen hieronder niet begrepen. Werkgever en werknemer kun- nen afspraken maken over het verlof voor deze opleidingen.
5. Werkgevers verschaffen ten behoeve van het stimuleringsbeleid van OCC tot opleidingsbeleid van werkgevers, aan OCC relevante infor- matie over het eigen opleidingsbeleid.
Ziekte en arbeidsongeschiktheid
Artikel 62
Verzamelen verzuimgegevens
Werkgevers zullen zowel op ondernemings- als op locatieniveau ver- zuim registreren teneinde tot een effectieve verzuimaanpak te komen. Hierbij worden omvang en oorzaken vastgelegd. Werkgevers maken periodiek, bij voorkeur per kwartaal en per locatie, de ziekteverzuim- gegevens aan de werknemer bekend. Tevens maakt de werkgever bekend wat het totale ziekteverzuimcijfer in de onderneming is.
Artikel 64
Schadevergoeding bij ziekte
Indien de arbeidsongeschiktheid van de werknemer veroorzaakt is of mede veroorzaakt is door een zodanig handelen of nalaten van een
48
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
derde, dat deze derde terzake jegens de werknemer aansprakelijk is, heeft de werkgever jegens deze derde recht op schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:107a van het Burgerlijk Wetboek.
De arbeidsongeschikte werknemer is in dit kader gehouden zijn mede- werking te verlenen aan het onderzoek naar de feitelijke omstandighe- den van het ongeval c.q. afdoende medewerking te verlenen bij het ver- zamelen van gegevens, welke voor de werkgever noodzakelijk zijn.
Artikel 65
Uitkering bij arbeidsongeschiktheid 1e 104 weken
1. De werknemer behoudt bij arbeidsongeschiktheid gedurende de eer- ste 13 weken aanspraak op loon en wel ter hoogte van 95% van zijn nettoloon dat verdiend zou zijn als de werknemer niet arbeidsonge- schikt was geweest. Gedurende de direct daaropvolgende 39 weken behoudt de werknemer bij arbeidsongeschiktheid aanspraak op loon en wel 90% van zijn nettoloon dat verdiend zou zijn als de werkne- mer niet arbeidsongeschikt was geweest. Indien bij een variabel arbeidspatroon, het toekomstig arbeidspatroon niet duidelijk is, wordt de hoogte van het loon gerelateerd aan het gemiddeld aantal ge- werkte arbeidsuren over een periode van 13 weken voorafgaande aan de eerste arbeidsongeschiktheidsdag met een minimum van het aan- tal uren dat in de arbeidsovereenkomst staat vermeld. Indien de periode van 13 weken kennelijk geen juiste maatstaf voor vaststel- len van het loon biedt, dan wordt uitgegaan van een periode van 13 vierwekelijkse-tijdvakken of 12 maandtijdvakken.
2. De werknemer behoudt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid ge- durende week 53 t/m week 104 aanspraak op loon en wel ter hoogte van 80% van zijn nettoloon dat verdiend zou zijn als de werknemer niet arbeidsongeschikt was geweest. Als voorwaarde hierbij geldt dat de werknemer volledig meewerkt aan zijn reïntegratie. Indien de werknemer onvoldoende gebruik maakt van de geboden mogelijkhe- den dan kan de aanspraak op loon worden teruggebracht naar 78,75%.
3. De termijn van genoemde arbeidsongeschikte periode van 104 we- ken wordt, met behoud van de hiervoor genoemde aanspraak, met de duur van de vertraging verlengd ingeval de werkgever de ziekte van de werknemer te laat meldt bij de uitvoeringsinstelling.
49
Artikel 66
Uitkering bij arbeidsongeschiktheid (WAO)
1. Vanaf de eerste WAO-dag zal gedurende ten hoogste 104 weken, aan de werknemer, die aansluitend een AAW/WAO-uitkering geniet naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% tot 100% een aan- vulling op de uitkering worden gegeven tot 80% van het laatst- verdiende loon.
Dit geldt ook voor de werknemer aan wie een gedeeltelijke AAW/ WAO-uitkering is toegekend. De aanvulling is gerelateerd aan de AAW/WAO-uitkering met een maximum tot 80% van het laatst- verdiende loon bij volledig werk.
2. De aanvullende uitkering als bedoeld in lid 3 van dit artikel wordt gerelateerd aan enerzijds de uitkering verstrekt vanwege de WAO en anderzijds, de uitkering verstrekt in het kader van de collectieve brancheregeling SAVAC.
Artikel 68
Reïntegratie bij arbeidsongeschiktheid
1. Verplichtingen van de werkgever
Tenzij reïntegratie c.q. het verkrijgen van een wettelijke uitkering hierbij belemmerend werkt, geldt het volgende.
a. De werkgever zal, voorzover dat redelijkerwijs in zijn vermogen ligt, gelijke kansen van gehandicapte en niet gehandicapte werk- nemers voor wat betreft de deelname aan het arbeidsproces bevorderen en de nodige voorzieningen treffen, gericht op het behoud, het herstel of de bevordering van de arbeidsgeschiktheid van werknemers.
b. Werkgevers garanderen dat zij de verdiencapaciteit van werkne- mers die voor minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn zullen benutten. Deze werknemers blijven bij het ingaan van deze situa- tie in dienst van de werkgever en dit is geen reden voor ontslag.
c. Werkgevers spannen zich substantieel in voor reïntegratie (bin- nen het bedrijf danwel erbuiten) van gedeeltelijk arbeidsgeschik- ten die tussen de 35% en 80% arbeidongeschikt zijn.
d. De werkgever is gehouden tot het bevorderen van gelijke kansen bij de werving van nieuwe werknemers, zulks overeenkomstig het door partijen bij deze CAO geformuleerde aannamebeleid.
e. De werkgever is gehouden het in het bedrijf van werkgever gel- dende promotiebeleid op normale wijze van toepassing te laten zijn op gehandicapte werknemers.
f. Ten behoeve van gehandicapten zorgt de werkgever voor een optimale toegankelijkheid van de interne opleidingen op een zodanige wijze, dat gehandicapten zich binnen de opleidings-
50
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
locatie onafhankelijk kunnen verplaatsen en daar onafhankelijk kunnen verblijven alsmede dat de leerstof en leermiddelen voor hen toegankelijk zijn. Gehandicapten hebben daarbij dezelfde opleidingsmogelijkheden als niet-gehandicapten.
g. De werkgever zal arbeidsgehandicapten registreren overeenkom- stig de definitie van de arbeidsgehandicapten in de WIA. Bovendien registreert de werkgever die werknemers, voor wie op grond van een medische indicatie maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van arbeidsongeschiktheid. Andere preventieve maatregelen worden eveneens geregistreerd.
2. Verplichtingen van de werknemer
a. De werknemer zal, voor zover dat redelijkerwijs in zijn vermo- gen ligt, al datgene doen wat het behoud, het herstel of de bevor- dering van de arbeidsgeschiktheid in positieve zin kan beïnvloe- den. Een geneeskundig onderzoek is hierbij niet uitgesloten.
Ouderschap en zorg
Artikel 69
Zwangerschaps- en bevallingsverlof
1. De totale duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof bedraagt de wettelijke termijn van 16 weken.
2. De werkneemster kan het zwangerschaps- en bevallingsverlof flexi- bel opnemen, met dien verstande dat het zwangerschapsverlof ten vroegste 6 weken en uiterlijk 4 weken voor de uitgerekende bevallingsdatum dient in te gaan.
Artikel 70
Ouderschapsverlof
1. De werknemer die als ouder in familierechtelijke betrekking staat tot een kind heeft recht op verlof zonder behoud van loon. Genoemde verlofmogelijkheid bestaat tevens voor degene die blijkens verklarin- gen uit het bevolkingsregister op hetzelfde adres woont als het kind en duurzaam de verzorging en opvoeding van dat kind als eigen kind op zich heeft genomen.
51
2. a. Het verlof wordt per week opgenomen gedurende een aaneenge- sloten periode van ten hoogste 6 maanden.
b. Deeltijd werken is ook mogelijk gedurende de periode genoemd in lid 2a.
c. In afwijking van het onder 2a vermelde kan de werknemer de werkgever verzoeken om verlof voor een langere periode dan zes maanden. De werkgever stemt in met dit verzoek tenzij gewich- tige redenen zich daartegen verzetten.
3. Voormeld recht bestaat voor werknemers met een kind tot de leeftijd van 8 jaren.
4. De werknemer stelt de werkgever 2 maanden voor de gewenste ingangsdatum van het verlof schriftelijk op de hoogte van het voor- nemen om verlof op te nemen onder opgave van de periode, het aan- tal uren per week en de eventuele spreiding daarvan over de week.
5. De gevolgen van de ontstane pensioenbreuk worden door de werk- gever gedragen. Betrokken werknemer dient na hervatting van het dienstverband nog minimaal 6 maanden werkzaam te zijn in de onderneming om aanspraak te kunnen maken op de pensioenrechten van de eerste 6 maanden. Wanneer de werknemer langer dan één maand onbetaald verlof neemt, heeft dat consequenties voor het ver- zekerd zijn ingevolge ZW, Ziekenfonds en dergelijke.
Artikel 71
Kinderopvang en kinderverzorging
1. Een financiële bijdrage voor opvang voor kinderen van 0–12 jaar kan door de werknemer worden aangevraagd bij de Vakraad. De hoogte van de financiële tegemoetkoming bedraagt eenzesde deel van de totale opvangkosten, doch niet meer dan eenzesde deel van het door de belastingdienst vastgestelde maximum uurtarief. Deze regeling geldt voor opvang via gastoudergezinnen alsmede via kinderdagver- blijven, mits deze zijn geregistreerd bij de gemeente van vestiging. Voor tussenschoolse opvang wordt geen financiële bijdrage verstrekt.
2. Het Vakraadbestuur stelt jaarlijks budget beschikbaar ten behoeve van kinderopvang. Werknemers kunnen uit dit budget een bijdrage verkrijgen. Deze bijdrage wordt verstrekt op volgorde van binnen- komst totdat het totale budget is uitgeput. Bij uitputting van het kinderopvangfonds zijn geen bijdragen van de Vakraad ten behoeve van kinderopvang meer mogelijk.
3. Er is een informatiepakket kinderopvang. Dit is op aanvraag ver- krijgbaar bij de werkgever en bij de Vakraad voor de Contract- cateringbranche, Postbus 693, 4200 AR GORINCHEM.
52
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Artikel 72
Calamiteitenverlof
1. Calamiteitenverlof is van toepassing indien er sprake is van een plot- selinge ernstige gebeurtenis in gezin of directe omgeving en die de werknemer in alle redelijkheid niet in staat stelt om op die of de opvolgende dag arbeid te verrichten.
2. De werknemer heeft in geval van een calamiteit recht op verlof van 1 dag op jaarbasis met behoud van loon.
3. In overleg tussen werkgever en werknemer kan een langere duur van het verlof maar dan zonder behoud van loon worden vastgesteld met een maximum van 9 dagen op jaarbasis.
Artikel 73
Zorgverlof
1. Zorgverlof is van toepassing bij ziekte van een kind alsook bij ziekte van de partner of huisgeno(o)t(e) van de werknemer of een andere verzorgingsbehoevende voor wie de werknemer de feitelijke verzor- ging heeft.
2. De duur van het verlof kan niet meer bedragen dan 30 dagen op jaar- basis waarvan met ingang van 1 juli 2006 8 dagen met een loondoor- betaling en wel van 95% gedurende de eerste 3 dagen en 70% gedu- rende de overige 5 dagen.
Artikel 74
Doorbetaling premie Pensioenfonds Horeca & Catering bij onbetaald verlof
Indien er gebruik wordt gemaakt van onbetaald verlofregelingen, ge- noemd in deze CAO, blijft gedurende de verlofperiode, de premie voor het Pensioenfonds Horeca & Catering door de werkgever afgedragen worden.
53
Artikel 75
Terugkeerbeleid
Voor wie gezinsomstandigheden de redenen van ontslag waren zal, indien zij terugkeer overwegen – desgewenst een oriënterend gesprek voor een ,,nieuwe functie’’ plaatsvinden. Daarnaast wordt uitdrukkelijk gekeken naar mogelijkheden van inpassing.
Arbeidsomstandigheden
Artikel 76
Antidiscriminatie
1. Met inachtneming van objectieve functie-eisen wijzen partijen dis- criminatie bij tewerkstelling op grond van factoren als leeftijd, sekse, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, samenlevingsvorm, levens- of geloofsovertuiging, huidskleur, ras of etnische afkomst, nationaliteit en politieke keuze af en verklaren gelijke kansen voor mannen en vrouwen in het arbeidsproces te willen bevorderen.
In dat verband zullen partijen nadere voorzieningen nastreven ten aanzien van werving en selectie, opleiding en loopbaanbegeleiding.
2. De Vakraad voor de Contractcateringbranche behandelt klachten met betrekking tot discriminatie. Hierbij hanteert zij de gedragscode anti- rassendiscriminatie van het Bedrijfschap. De gedragscode is op aan- vraag verkrijgbaar bij de Vakraad voor de Contractcateringbranche, Postbus 693, 4200 AR GORINCHEM.
Artikel 77
Voorkoming ongewenste intimiteiten
1. Partijen erkennen het recht van iedere werknemer op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de onaantastbaarheid van het lichaam. In hun gedrag jegens elkaar dienen zowel werkgever als werknemer onderling dit recht te respecteren en tevens te handelen overeenkomstig de algemene regels van moraal en fatsoen.
In dit kader kunnen opmerkingen of gedragingen van seksuele aard of met een seksuele ondertoon, die voor de wederpartij vernederend en/of belastend zijn, binnen de arbeidsverhoudingen niet worden toe- gestaan en kunnen tot sancties leiden voor degene die zich daaraan schuldig maakt.
2. Er geldt de volgende klachtenprocedure in dit kader:
a. De werkgever wijst, met instemming van de ondernemingsraad
c.q. de personeelsvertegenwoordiging, een contact-/vertrouwens-
54
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
persoon aan. Deze kan lid zijn van de ondernemingsraad c.q. per- soneelsvertegenwoordiging. Taak van de contact-/vertrouwens- persoon is kennisnemen, begeleiding en bemiddeling bij klachten van werknemers over ongewenste omgangsvormen.
b. Indien de bemiddeling niet het gewenste resultaat heeft, kan een betrokken werknemer een schriftelijk gemotiveerde klacht indie- nen bij de CAO-partijen. CAO-partijen stellen een vertrouwens- persoon aan ter verdere behandeling. Voor de klachtenprocedure wordt verwezen naar bijlage 5.
Artikel 78
Veiligheid, gezondheid en milieu
2. a. De werkgever erkent het recht van de werknemer op een veilige arbeidsplaats. Hij treft de nodige maatregelen teneinde deze veilige arbeidsplaats te verwezenlijken.
b. De werkgever is verplicht de werknemers op de hoogte te stellen van de te onderkennen specifieke gevaren, welke in hun arbeids- situatie kunnen optreden en van de veiligheidsvoorschriften, welke ter zake worden getroffen. Hij ziet toe op de naleving van de veiligheidsvoorschriften.
c. De werkgever zal in contact met de leveranciersgroep zoveel mogelijk gebruik maken van milieuvriendelijke middelen.
d. De werknemer heeft het recht een opdracht niet uit te voeren indien niet voldaan is aan de bedrijfsveiligheidsvoorschriften of wanneer zich daarbij een situatie voordoet die een gevaar voor zijn eigen leven of gezondheid of dat van anderen oplevert, zoda- nig dat van hem in redelijkheid niet kan worden geëist dat hij deze opdracht uitvoert. Hij dient hiervan onmiddellijk de leiding- gevende in lijn of diens plaatsvervanger in kennis te stellen.
e. De werknemer kan aangelegenheden die veiligheid, gezondheid of het milieu betreffen te allen tijde met zijn leidinggevende in lijn bespreken. Ook kan hij deze onderwerpen inbrengen in het vertegenwoordigend overleg binnen de onderneming en via zijn werknemersorganisatie in de Vakraad.
Artikel 79
Melding werkdruk
Er geldt een Reglement Meldingsprocedure werkdruk. Dit reglement is als bijlage 6 in deze CAO opgenomen.
55
Meldingen kunnen volgens deze procedure voorgelegd worden aan de Toetsingscommissie en via haar aan de desbetreffende Geschillencom- missie van de Vakraad.
Arbeidsmarkt en werkgelegenheid
Artikel 80
Arbeidsmarktanalyse
Partijen, in het bijzonder de werkgever, dienen ervoor zorg te dragen dat gegevens die relevant zijn om een inzicht in de bedrijfstak te verkrijgen resp. welke relevant zijn om op een bepaald terrein bedrijfstakbeleid te voeren, beschikbaar dienen te komen.
Artikel 81
Steunpunt Arbeidsmarkt en Werkgelegenheid (SAW)
Er is een Steunpunt Arbeidsmarkt en Werkgelegenheid (SAW), dat belast is met de uitvoering van bedrijfstakactiviteiten op het gebied van ar- beidsmarkt en werkgelegenheid. Daaronder vallen activiteiten die be- trekking hebben op de arbeidspool (oftewel ,,Vakwerk contractcatering’’), op doelgroepenbeleid (Steunpunt Doelgroepenbeleid) en op employabi- lity. De regiekosten van de activiteiten van SAW vallen onder de kosten van de Vakraad welke worden gedragen door FBA.
Artikel 82
Arbeidspool
Voor werknemers in de bedrijfscatering met een arbeidscontract voor onbepaalde tijd die onverhoopt niet meer bij een werkgever ressorte- rende onder de CAO voor de Contractcateringbranche werkzaam kun- nen zijn (als gevolg van contractswisseling), is er een pool ,,Vakwerk Contractcatering’’, bestuurd door sociale partners.
Artikel 83
Doelgroepenbeleid
1. Voor werkgevers geldt een inspanningsverplichting tot het plaatsen van personen behorende tot de doelgroepen (gedeeltelijk) arbeids- gehandicapten en gehandicapte werknemers alsmede herintredende vrouwen, jongeren met een afgebroken vakopleiding, langdurig werk- lozen en etnische minderheden. Voorwaarde is dat er een redelijk uit- zicht op een baan kan worden geboden.
56
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
2. Aan deze inspanningsverplichting zal uitvoering worden gegeven door het Steunpunt Doelgroepenbeleid. Het Steunpunt dient in het kader van de aan haar opgedragen taak optimaal gebruik te maken van overheidsvoorzieningen in het kader van arbeidsinpassing. Het steunpunt zal de aandacht extra richten op (gedeeltelijk) arbeids- gehandicapten.
Tenminste 2 maal per jaar (1 januari en 1 juli) zal aan het Vakraad- bestuur mededeling worden gedaan omtrent de resultaten van de inspanningsverplichting ten aanzien van vorengenoemde doelgroe- pen.
Artikel 84
Reïntegratie arbeidsgehandicapten
Partijen dragen zorg voor een bedrijfstakaanpak gericht op reïntegratie van (gedeeltelijk) arbeidsgehandicapten. De aanpak richt zich op her- plaatsing in het bedrijf, binnen de bedrijfstak of buiten de bedrijfstak.
Artikel 85
Positie van vrouwen
1. Partijen verbinden zich om, rekeninghoudend met de grenzen van de economische mogelijkheden van de werkgever, gezamenlijk een rol te spelen in het bevorderen van een betere positie voor vrouwen in de branche.
2. In het kader van artikel 72 komen partijen overeen enige specifieke maatregelen te treffen bedoeld om belemmeringen voor vrouwen weg te nemen. Op de terreinen van sociaal beleid zijn hiervoor de belangrijkste aandachtsgebieden: arbeidsvoorwaarden, opleidingen alsmede loopbaanpromotie en werving- en selectiemogelijkheden.
3. Rondom werving en selectie is verhoogde aandacht voor de catego- rie vrouwen. In het kader van een promotiebeleid zal nadrukkelijk gekeken worden naar de mogelijkheden en samenstelling van de ver- schillende groepen in de onderneming en een daarbij behorende afspiegeling tussen mannen en vrouwen.
57
Artikel 86
Vacaturemelding
Teneinde de inzichtelijkheid van de arbeidsmarkt te bevorderen zal de werkgever alle daarvoor relevante vacatures direct kenbaar maken aan het desbetreffende Arbeidsbureau.
Verplichtingen bij bedrijfsbeëindiging, reorganisatie e.d.
Artikel 88
Inschakeling werknemersorganisaties
1. De werkgever die overweegt:
– een fusie of overname aan te gaan,
– een bedrijf of bedrijfsonderdeel te sluiten en/of
– de personeelsbezetting te reorganiseren zal bij het nemen van zijn beslissing de sociale consequenties betrekken.
2. a. In verband daarmede zal de werkgever zo spoedig mogelijk de werknemersorganisaties inlichten over de overwogen maatrege- len. Uiterlijk één week hierna zullen de Ondernemingsraad en de werknemers hierover door de werkgever worden ingelicht.
b. Daarna zal de werkgever de overwogen maatregelen en de daar- uit eventueel voor een aantal werknemers voortvloeiende gevol- gen bespreken met de werknemersorganisaties, alsmede met de Ondernemingsraad. Deze worden in de gelegenheid gesteld hun oordeel te geven. De werkgever zal de resultaten van dit beraad mededelen aan de Raad van Commissarissen, danwel aan de daarmee vergelijkbare beleidsinstantie.
Artikel 89
Sociaal plan
Als genoemde maatregelen in artikel 88 gevolgen hebben voor werkne- mers zal de werkgever in overleg met de werknemersorganisaties een sociaal plan opstellen. Daarin wordt aangegeven met welke belangen van de werknemers in bijzonder rekening zal worden gehouden en welke voorzieningen in verband daarmee zullen worden getroffen.
In verband hiermede zal, indien de werknemersorganisaties zulks ver- zoeken, hierbij tevens het inzicht van het desbetreffende CWI worden gevraagd inzake de plaatsbaarheid van de betrokken werknemers.
58
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Vakbondswerk en medezeggenschap
Artikel 91
Bescherming leden ondernemingsraden
1. Vakbondskaderleden genieten dezelfde rechtsbescherming als leden van de ondernemingsraad.
2. Daar waar sprake is van een personeelsvertegenwoordiging heeft dit orgaan en de afzonderlijke werknemers die deel uitmaken van dit orgaan, dezelfde rechten en faciliteiten als een ondernemingsraad respectievelijk leden van een ondernemingsraad.
Artikel 92
Werkoverleg en functioneringsgesprekken
1. Er dient tenminste éénmaal per jaar een functioneringsgesprek van de directe chef met de medewerker gehouden te worden.
2. a. Er dient op locaties tenminste tweemaal per jaar gestructureerd werkoverleg plaats te vinden, zoveel mogelijk binnen werktijd. Indien onverhoopt het werkoverleg (ten dele) plaatsvindt buiten werktijd, wordt aan de werknemer per werkoverleg maximaal 1 basisuurloon vergoed.
b. In het werkoverleg kunnen alle onderwerpen aan de orde komen die van invloed zijn op werkdruk en werkplezier, zoals:
– arbeidstijden
– inzet flexibele arbeidskrachten
– veiligheid, gezondheid en welzijn
– ziekteverzuim en RI&E
– doorstroombeleid
Artikel 93
Toetsingscommissie
De ondernemingsraad c.q. personeelsvertegenwoordiging stelt een Toetsingscommissie samen, met dien verstande dat:
• één lid en twee plaatsvervangende leden worden aangewezen door bij de CAO betrokken vakorganisaties. Deze vakorganisaties kunnen een lid, niet zijnde een werknemer aanwijzen;
59
• de overige leden worden aangewezen door de ondernemingsraad c.q. personeelsvertegenwoordiging, waarbij tenminste de helft van de commissie uit ondernemingsraadsleden bestaat;
• de overige leden werknemers zijn, die onder de directe werkingssfeer van de CAO vallen;
• de commissie zo snel mogelijk een oordeel uitspreekt, echter op zijn laatst vier weken nadat om haar oordeel is gevraagd;
• indien de bedoelde commissie negatief oordeelt, de werkgever zijn voornemen kan voorleggen aan de Vakraad. De uitspraak van de Vakraad heeft altijd terugwerkende kracht tot het moment waarop de regeling werd toegepast.
Leerlingen
Artikel 94
Leerlingen en leermeesters
1. De leerling wordt ingeschaald in loonschaal 2.
2. De leerling kan uitsluitend werkzaam zijn in bedrijven, erkend als leerbedrijf door of namens het bestuur van de Stichting Landelijk Orgaan Beroepsonderwijs voor Horeca, Toerisme en Voeding.
3. Ten behoeve van de leerling dient een praktijkovereenkomst te zijn gesloten tussen de patroon en de leerling, ▇▇▇▇▇▇, bij diens minder- jarigheid, zijn wettelijke vertegenwoordiger(ster) en de school mede ondertekend door het Landelijk Orgaan Beroepsonderwijs voor Ho- reca, Toerisme en Voeding. De schriftelijke arbeidsovereenkomst voor leerlingen wordt in drievoud opgemaakt. De werkgever is ver- plicht de leerling voor de aanvang van het dienstverband een exem- plaar van de schriftelijke arbeidsovereenkomst te verstrekken. Het derde exemplaar is voor het Landelijk Orgaan Beroepsonderwijs voor Horeca, Toerisme en Voeding.
5. De werkgever is verplicht de leerling in de gelegenheid te stellen het aanvullend theoretisch en beroepsbegeleidend onderwijs te volgen aan de onderwijsinstelling, bedoeld in de praktijkovereenkomst.
6. De werkgever is verplicht de schooldag door te betalen voor leerlin- gen die een opleiding volgen via de beroepsbegeleidende leerweg (voorheen leerlingstelstel).
7. De praktijkovereenkomst eindigt als de arbeidsovereenkomst vervalt en mede op grond van het bepaalde in de praktijkovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8. lid 2 van de Wet Educatie en Beroepsonder- wijs (WEB).
60
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
8. De werkgever is verplicht de leermeester in de gelegenheid te stel- len het leermeesteroverleg bij te wonen. De werkgever dient hem hiertoe maximaal twee dagen per jaar in de gelegenheid te stellen.
Artikel 95
Uitzondering loonbetaling bij schoolbezoek
Geen loon is verschuldigd over dagen, waarop de werknemer ter vervul- ling van zijn wettelijke leerplicht een school, vormingsinstituut of cur- sus moet bezoeken; voor hem wordt het maandloon dan naar evenredig- heid verminderd.
Artikel 96
Stage
1. Een stage heeft tot doel het onder begeleiding opdoen van relevante ervaring binnen een stagebedrijf. De verantwoordelijkheid voor de stage berust bij de onderwijsinstelling. De stage heeft een opleidend en voorbereidend karakter.
2. In geval er sprake is van een stage wordt er tussen de onderwijs- instelling, de werkgever en de stagiaire een stage-overeenkomst gesloten waarin in ieder geval wordt vastgelegd:
– begin en einde van de stage;
– de aard van de activiteiten die de stagiaire zal gaan verrichten conform de stageopdracht;
– wie als mentor zal optreden;
– werktijden;
– wanneer en op welke wijze de stage zal worden geëvalueerd;
– of en zo ja, welke de vergoedingen zijn die de stagiaire ontvangt.
3. De stagiaire is krachtens de wet verzekerd voor de ziektewet indien zij een stagevergoeding ontvangen De werkgever draagt zorg voor de aanmelding van de stagiaire bij de uitvoeringsinstelling.
61
Stichtingen, fondsen en commissies
Artikel 98
Commissie Werkingssfeer
Bij een geschil over de vraag of in een concreet geval sprake is van contractcateringactiviteiten in deze overeenkomst bedoelde zin of van activiteiten in het kader van de CAO voor het Horecabedrijf beslist de Commissie Werkingssfeer op verzoek van de meest gerede partij. De uit- spraak van de Commissie heeft het karakter van een bindend advies voor betrokken partijen indien deze vooraf schriftelijk zijn overeengekomen deze uitspraak als zodanig te accepteren.
De samenstelling, taak en werkwijze van de Commissie Werkingssfeer zijn geregeld bij een van deze CAO deel uitmakend reglement (zie bij- lage 4).
Artikel 99
Commissie Bezwaren Functie-indeling
1. Deze commissie wordt paritair samengesteld uit partijen bij de CAO. De taak van de commissie is de begeleiding en behandeling van geschillen bij functie-indeling. De commissie laat zich in voorko- mende gevallen adviseren door een externe deskundige.
2. De procedure van de Commissie Bezwaren Functie-indeling is gere- geld in een reglement opgenomen in bijlage 2 van de CAO.
Artikel 100 I
Fonds Bevordering Arbeidsverhoudingen Contractcatering
1. Er is een Stichting Fonds Bevordering Arbeidsverhoudingen Con- tractcatering, hierna te noemen FBA.
2. De statuten en in het kader hiervan vastgestelde reglementen van het FBA worden geacht deel uit te maken van deze overeenkomst.
3. a. De werkgever is over 2006, 2007 en 2008 ten behoeve van FBA een bijdrage verschuldigd over het loon voor de werknemers- verzekeringen (kolom 8 van de loonstaat) met een maximum gelijk aan het maximum premiedagloon in de zin van artikel 17, eerste lid van de Wet Financiering Sociale Verzekeringen. Tot het heffingsloon wordt ook gerekend het loon van de niet (meer) voor de wettelijke werknemersverzekeringen verplicht verzekerde werknemer welk loon mede in aanmerking zou zijn genomen als bedoelde verplichte verzekeringen voor hem zou gelden. De
62
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
werkgever dient de in de vorige volzin bedoelde loongegevens te vermelden op de verzamelloonstaat. De werkgever is verplicht om uiterlijk vóór 1 februari van het jaar volgend op die waarop de loonsomopgave betrekking heeft, aan het FBA of de door de FBA aangewezen administrateur, opgave te doen van de loonsom bedoeld in dit lid. De loonsomopgave moet zijn voorzien van een verklaring van een register accountant of accountant-admini- stratieconsulent met certificerende bevoegdheid.
Voorts is de werkgever verplicht om uit eigen beweging mede- deling te doen van elke verandering in de loonsom gedurende het premiebetalingstijdvak, welke ertoe leidt dat het feitelijk ver- loonde bedrag meer dan 5%, doch ten minste een bedrag van
€ 2269,00 hoger is dan het loonbedrag waarop de voorschotnota is gebaseerd. Deze mededeling dient te geschieden binnen drie maanden na bedoelde verandering doch uiterlijk op 31 december van het desbetreffende jaar.
Indien de werkgever niet voldoet aan de hiervoor genoemde ver- plichtingen is hij in verzuim, zonder dat er sprake is van opzet of grove schuld.
Indien de werkgever niet voldoet aan de hiervoor genoemde ver- plichtingen en dit aan zijn opzet of grove schuld is te wijten, is er sprake van een vergrijp.
Het FBA is bevoegd om bij verzuim een boete op te leggen aan de werkgever van 5% van het verschuldigde of het alsnog ver- schuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie met inacht- name van maxima zoals weergegeven in het Reglement Ambts- halve aanslagen, Boeten en Invordering. Na de 1e overtreding gelden hogere percentages.
Het FBA is bevoegd om bij vergrijp een boete op te leggen aan de werkgever van 25% van het verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie met inachtname van maxima zoals weerge- geven in het Reglement Ambtshalve aanslagen, Boeten in Invor- dering. Na de 1e overtreding gelden hogere percentages.
Indien de werkgever, ook na minimaal 2 aanmaningen, niet aan de verplichting voldoet om de gevraagde loonsom op te geven, is het FBA bevoegd de loonsom en in verband daarmee het ver- schuldigde of het alsnog verschuldigde bedrag aan premie naar beste weten vast te stellen en een ambtshalve aanslag op te leg- gen. Deze aanslag kan worden gevolgd door een boete als hier- voor genoemd.
FBA deelt bij het opleggen van een boete schriftelijk de gronden mede alsook de duur van de op te leggen maatregel.
De werkgever en de werknemers zijn verplicht om verder de
63
inlichtingen te verschaffen die de stichting noodzakelijk acht voor een goede uitvoering van de regeling. Indien de werkgever of de werknemers, ook na aanmaning niet aan deze verplichting voldoen, is het FBA bevoegd deze gegevens naar beste weten vast te stellen.
b. De werknemer kan als zijn aandeel in de in lid 3a. bedoelde bij- drage een bijdrage verschuldigd zijn over de loonsom voor de werknemersverzekeringen (kolom 8 van de loonstaat) met een maximum gelijk aan het maximum premiedagloon in de zin van artikel 17, eerste lid van de Wet Financiering Sociale Verzekerin- gen. Over het kalenderjaar 2006 is de werknemer geen aandeel verschuldigd. Over het kalenderjaar 2007 en 2008 is de werkne- mer als zijn aandeel in de in lid 3a genoemde bijdrage, een bij- drage verschuldigd van 0,22%. De werkgever is, indien er sprake is van een bijdrage van de werknemer in de premie FBA, ver- plicht dit aandeel van de werknemer te vorderen door inhouding iedere loonperiode op diens loon. Is de werkgever geen of onvol- doende loon aan de werknemer verschuldigd, dan is de werkne- mer verplicht zijn aandeel in de bijdrage, indien deze verschul- digd is, aan de werkgever te betalen.
c. Werkgever en werknemer zijn verplicht als hun aandeel ten behoeve van FBA te voldoen:
periode te heffen
premie
werkgevers-
aandeel
werknemers-
aandeel
1-1-2005 t/m 31-12-2006 0,32% 0,32% nihil
1-1-2007 t/m 31-12-2008 0,86% 0,64% 0,22%
4. Uit het FBA zullen aan de Vakraad middelen ter beschikking worden gesteld ter verwezenlijking van de kinderopvangregeling, zulks on- der verwijzing naar artikel 71. Ten behoeve van kinderopvang- voorzieningen zal vanuit FBA in ieder geval 0,25% ter beschikking worden gesteld.
5. Naast financiering van FBA strekt de opbrengst der bijdragen, ge- noemd in lid 3 tot financiering door het FBA van de kosten voor:
a. werkzaamheden van de stichting OCC;
b. werkzaamheden van de stichting SKA;
c. werkzaamheden van de stichting Vakraad.
6. De opbrengst der bijdragen, genoemd in lid 3 en waarnaar wordt ver- wezen in lid 5, komt ten goede aan alle werkgevers en werknemers in de Contractcateringbranche.
64
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Artikel 101
Stichting Opleidingen
1. Er is een Stichting Opleidingen voor de Contractcateringbranche, hierna te noemen OCC.
De stichting heeft tot doel het bevorderen van een adequate scholings- infrastructuur binnen en buiten de Contractcateringbranche, die een kwaliteitsbevorderend effect zal hebben op de activiteiten van werk- nemers en werkgevers in de branche, door de vorming, scholing en opleiding van (potentiële) werknemers voor bedrijfstak-kwalificaties, om op deze wijze te voorzien in de toenemende vraag naar vakbe- kwame medewerkers, één en ander op basis van afspraken die daar- over zijn gemaakt door CAO-partijen in de Contractcatering.
De Stichting stimuleert een opleidingsbeleid van werkgevers door inventarisatie van de opleidingsmogelijkheden en het geven van adviezen en voorlichting aan alle betrokkenen binnen de Contract- cateringbranche.
2. De statuten en in het kader hiervan vastgestelde reglementen van OCC worden geacht deel uit te maken van deze overeenkomst.
3. De financiering van OCC vindt plaats middels een bijdrage vanuit het FBA.
Artikel 102
Stichting Kwaliteit van de Arbeid
1. Er is een Stichting Kwaliteit van de Arbeid. De Stichting heeft ten doel:
a. het coördineren, voorbereiden en ondersteunen van het bestuurs- overleg van de Stichting, niet zijnde het CAO-overleg, ten be- hoeve van werkgevers en werknemers in de branche;
b. het uitvoering geven aan het Arboplusconvenant voor zover het verband houdt met de arbeid;
c. het coördineren, voorbereiden en ondersteunen van de Branche- begeleidingscommissie, ingesteld ten behoeve van het Arboplus- convenant met betrekking tot de arbeid;
d. het verrichten en publiceren van onderzoek (incl. evaluatief on- derzoek), het geven van voorlichting en adviezen en het ontwik- kelen van instrumenten met betrekking tot arbeidsomstandighe- den, arbeidsongeschiktheid en bedrijfsgezondheidszorg.
65
2. Het bestuur van de Stichting is paritair samengesteld en bestaat uit 4 werkgeversvertegenwoordigers en 4 werknemersvertegenwoordigers. Daarnaast zal voor ieder bestuurslid een plaatsvervanger worden aangewezen.
3. Het FBA stelt de financiële middelen beschikbaar ten behoeve van de Stichting die daartoe een begroting indient.
4. De statuten en reglementen van de Stichting Kwaliteit van de Arbeid maken integraal onderdeel uit van deze CAO.
Artikel 103
Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden
B. Degene ten aanzien van wie door het bestuur van SUCON een schriftelijk besluit op grond van de CAO Vrijwillig Vervroegd Uit- treden voor de Contractcateringbranche en/of het reglement Vrijwil- lig Vervroegd Uittreden voor de Contractcatering is genomen, heeft het recht tegen deze beslissing binnen 1 maand na dagtekening van vermelde beslissing schriftelijk zijn beklag te doen bij de door de Vakraad voor de Contractcateringbranche ingestelde Toetsings- commissie van 3 personen. Het indienden van een klaagschrift is uit- sluitend mogelijk op grond van vermeende onjuiste toepassing van de regels zoals gesteld in de CAO Vrijwillig Vervroegd Uittreden voor de Contractcateringbranche en/of het Reglement Vrijwillig Ver- vroegd Uittreden voor de Contractcateringbranche. Het Reglement voor de Toetsingscommissie SUCON maakt integraal onderdeel uit van de onderhavige CAO. De Toetsingscommissie geeft haar opvat- ting in de vorm van een schriftelijk advies. Het bestuur van SUCON neemt een nieuwe beslissing over de betreffende kwestie na kennis- genomen te hebben van de uitspraak van de Toetsingscommissie.
Artikel 104
Vakraad voor de Contractcateringbranche
1. Er is een Vakraad voor de Contractcateringbranche verder te noemen de Vakraad.
2. De werkzaamheden respectievelijk de taken van de Vakraad bestaan uit:
a. Het coördineren, voorbereiden en ondersteunen van het geforma- liseerde overleg – met uitzondering van het CAO-overleg – tus- sen Sociale Partners ten behoeve van werkgevers en werknemers in de branche.
b. Het geven van voorlichting over de collectieve arbeidsvoorwaar- den ten behoeve van alle werkgevers en werknemers.
66
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
c. De vervaardiging van, uitgifte en verzending van de noodzake- lijke hoeveelheid CAO-boekjes ten behoeve van alle werkgevers en werknemers in de branche.
d. Het op verzoek van 1 of meer partijen bij de CAO of op verzoek van een werkgever en/of werknemer uitleg geven aan de bepa- lingen van deze CAO, ter bevordering van een eenvormige toe- passing van de bepalingen.
e. Het uitbrengen van een bindend advies over toepassing van de CAO, wanneer een werkgever samen met één of meer werkne- mers, daarom verzoeken.
f. Het geven van dispensatie van één of meerdere bepalingen van de CAO. De Vakraad heeft de bevoegdheid om een gegeven dis- pensatie te allen tijde in te trekken.
g. Het geven van voorlichting en het doen van onderzoek en publi- ceren op het gebied van bij de CAO geregelde arbeidsvoorwaar- den.
h. Het uitvoeren en bijdragen in de kosten van de kinderopvang- regeling zoals genoemd in artikel 71 en artikel 100 lid 4 CAO.
i. Activiteiten te (doen) uitvoeren van het Steunpunt Arbeidsmarkt en Werkgelegenheid als genoemd in de artikelen 81 t/m 83 van de CAO.
j. Het behandelen van klachten met betrekking tot discriminatie. Daarbij wordt de gedragscode antirassendiscriminatie van het Bedrijfschap gehanteerd.
k. Het op verzoek van een werknemer doen van een uitspraak in geval een werknemer het niet of niet meer eens is met de inde- ling van de functie respectievelijk van mening is dat de feitelijke inhoud niet meer in overeenstemming is met de oorspronkelijke omschrijving; De uitspraak wordt namens de Vakraad gedaan door de Commissie Bezwaren Functie-indeling.
l. Het op verzoek van een werknemer doen van een uitspraak naar aanleiding van een door SUCON genomen besluit; de uitspraak wordt namens de Vakraad gedaan door de Toetsingscommissie SUCON welke commissie de zaak daarna terugverwijst naar het bestuur van SUCON.
m. Het via de door haar ingestelde Geschillencommissie, uitvoering geven aan het Reglement Meldingsprocedure Werkdruk.
n. Het tezamen met Koninklijke Horeca Nederland uitvoering ge- ven aan het Reglement van de Commissie Werkingssfeer.
o. Het uitvoering geven aan de klachtenregeling met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van seksuele intimidatie en onge- wenst gedrag.
p. Het, ter opname in het Handboek Referentiefuncties Contract-
67
catering, (her)beschrijven van functie(s) in de onderscheiden sec- toren indien de inhoud van die functie(s) niet meer in overeen- stemming is met de praktijk danwel het toevoegen van nieuwe functies indien deze nieuw zijn komen te ontstaan.
q. Het (laten) verrichten en publiceren van onderzoek ter bevorde- ring van een goede vakbekwaamheid bij het personeel in de bedrijfstak.
r. Het ontwikkelen en/of implementeren van beleid specifiek ten behoeve van het uitvoeren van projecten die gericht zijn op opti- male werkgelegenheid in de bedrijfstak.
s. Het via de door haar ingesteld Branchetoetsingscommissie uit- voering geven aan de bindend adviesprocedure met betrekking tot artikel 10 en/of 11 van de CAO.
3. De Vakraad laat zich bijstaan door een ambtelijk secretaris. De sta- tuten en vastgestelde reglementen van de Vakraad worden geacht deel uit te maken van deze overeenkomst.
4. Voor het overige regelt de Vakraad haar werkwijze zelf.
Slotbepalingen
Artikel 106
Afwijkingen van bepalingen van deze CAO
Afwijkingen van de bepalingen van deze CAO zijn uitsluitend mogelijk na verkregen dispensatie van de Vakraad.
De Vakraad kan een gegeven dispensatie te allen tijde intrekken.
68
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
DEEL A
Verbijzonderende regeling arbeidsvoorwaarden Bedrijfscatering
Artikel 1
Algemeen
Voor de omschrijving van de werkingssfeer van de sector bedrijfs- catering wordt verwezen naar de artikelen 2 en 3, Algemeen Deel.
Artikel 2
Lonen
Op werknemers werkzaam in de sector bedrijfscatering zijn de loon- tabellen van toepassing die als bijlage A1 in dit deel zijn opgenomen. De voor de bedrijfscatering geldende loontabellen zijn uitgesplitst in:
– tabel met ingang van 1 juli 2006 (bijlage A1)
– tabel met ingang van 1 april 2007 (bijlage A1)
De loonsverhoging is voor werknemers in de bedrijfscatering gebaseerd op de lonen zoals deze golden op 1 juni 2005 respectievelijk gelden op 1 juli 2006.
Wanneer een werknemer werkzaam in de bedrijfscatering meer verdient dan het loon vermeld in de CAO dat voor hem geldt, wordt alleen dit CAO-loon verhoogd met:
– 1,5% met ingang van 1 juli 2006 en met 1,75% met ingang van 1 april 2007.
Het bedrag van deze respectievelijke verhogingen wordt opgeteld bij het feitelijk betaalde loon direct voorafgaande aan de loonsverhoging.
Artikel 3
Overwerktoeslag
Voor werknemers, werkzaam in de bedrijfscatering is de matrix over- werktoeslag van bijlage A2 van toepassing.
69
Artikel 4
Onregelmatigheidstoeslag
Voor werknemers, werkzaam in de bedrijfscatering is de matrix toesla- gen onregelmatige uren van bijlage A3 van toepassing. Voor de uren van
18.00 uur tot 22.00 uur op maandag t/m vrijdag bedraagt de toeslag met ingang van 1 juli 2006 10%.
Werknemers die in een vast rooster op deze uren werkzaam zijn of vóór 1 april 2008 werkzaam zullen zijn en vóór 1 april 2006 in dienst waren krijgen een persoonlijke toeslag ter hoogte van het verschil in de onre- gelmatigheidstoeslag zoals deze geldt met ingang van 1 juli 2006 ten opzichte van de onregelmatigheidstoeslag zoals deze gold direct vooraf- gaande aan 1 juli 2006. De persoonlijke toeslag behoort tot het bruto- loon. Deze persoonlijke toeslag loopt tot 2011.
70
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
BIJLAGE A1 – BEDRIJFSCATERING
Loontabel per 1 juli 2006
Salarisschalen op basis van het CAO-loon per 1-6-2005 Funktiejarenschaal in euro’s per maand
Salaris- groep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII | IX |
0 fj | 1.457,25 | 1.508,73 | 1.561,69 | 1.711,61 | 1.921,24 | 2.137,49 | 2.351,61 | 2.574,24 | 2.726,52 |
1 fj | 1.487,85 | 1.540,41 | 1.595,95 | 1.748,93 | 1.962,85 | 2.183,51 | 2.401,97 | 2.629,15 | 2.781,04 |
2 fj | 1.519,09 | 1.572,76 | 1.630,21 | 1.786,25 | 2.004,45 | 2.229,53 | 2.452,36 | 2.684,08 | 2.836,67 |
3 fj | 1.551,00 | 1.605,80 | 1.665,15 | 1.824,31 | 2.046,86 | 2.276,45 | 2.503,75 | 2.740,11 | 2.893,39 |
4 fj | 1.700,78 | 1.863,12 | 2.090,13 | 2.324,31 | 2.556,14 | 2.797,22 | 2.951,26 | ||
5 fj | 2.134,23 | 2.373,09 | 2.609,54 | 2.855,44 | 3.010,29 | ||||
6 fj | 2.423,00 | 2.664,20 | 2.915,03 | 3.070,49 | |||||
7 fj | 2.975,72 | 3.131,91 | |||||||
8 fj | 3.194,54 | ||||||||
16 jaar | 582,91 | 603,49 | 624,69 | 684,65 | 768,50 | 855,00 | 940,65 | 1.029,70 | 1.090,61 |
17 jaar | 728,63 | 754,37 | 780,85 | 855,81 | 960,62 | 1.068,75 | 1.175,81 | 1.287,13 | 1.363,26 |
18 jaar | 874,36 | 905,24 | 937,02 | 1.026,97 | 1.152,75 | 1.282,50 | 1.410,97 | 1.544,54 | 1.635,91 |
19 jaar | 1.020,08 | 1.056,11 | 1.093,19 | 1.198,13 | 1.344,87 | 1.496,25 | 1.646,13 | 1.801,96 | 1.908,56 |
20 jaar | 1.165,80 | 1.206,98 | 1.249,36 | 1.369,29 | 1.537,00 | 1.710,00 | 1.881,29 | 2.059,39 | 2.181,22 |
71
De salarisgroepen I, II en III kennen een aanloopschaalsalaris dat kan worden toegepast op werknemers die nieuw in de branche bij een werkgever in dienst treden en wel voor de maximumduur van een half- jaar.
72
In de salarisgroepen I en II ligt het aanloopschaalsalaris 10% onder het van toepassing zijnde CAO-loon en in salarisgroep III ligt het aanloopschaalsalaris 5% onder het van toepassing zijnde CAO-loon.
Salaris- | |||||||||
groep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII | IX |
0 fj* | 1.311,53 | 1.357,85 | 1.483,61 | ||||||
16 jaar* | 524,62 | 543,15 | 593,45 | ||||||
17 jaar* | 655,77 | 678,93 | 741,81 | ||||||
18 jaar* | 786,92 | 814,72 | 890,17 | ||||||
19 jaar* | 918,07 | 950,50 | 1.038,53 | ||||||
20 jaar* | 1.049,22 | 1.086,29 | 1.186,89 |
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
BIJLAGE A1 – BEDRIJFSCATERING
Loontabel per 1 april 2007
Salarisschalen op basis van het CAO-loon per 1-7-2006 Funktiejarenschaal in euro’s per maand
Salaris- groep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII | IX |
0 fj | 1.482,76 | 1.535,14 | 1.589,02 | 1.741,57 | 1.954,87 | 2.174,90 | 2.392,77 | 2.619,29 | 2.774,24 |
1 fj | 1.513,89 | 1.567,37 | 1.623,88 | 1.779,54 | 1.997,20 | 2.221,73 | 2.444,01 | 2.675,17 | 2.829,71 |
2 fj | 1.545,68 | 1.600,29 | 1.658,74 | 1.817,51 | 2.039,53 | 2.268,55 | 2.495,28 | 2.731,06 | 2.886,32 |
3 fj | 1.578,15 | 1.633,91 | 1.694,30 | 1.856,24 | 2.082,69 | 2.316,29 | 2.547,57 | 2.788,07 | 2.944,03 |
4 fj | 1.730,55 | 1.895,73 | 2.126,71 | 2.364,99 | 2.600,88 | 2.846,18 | 3.002,91 | ||
5 fj | 2.171,58 | 2.414,62 | 2.655,21 | 2.905,42 | 3.062,98 | ||||
6 fj | 2.465,41 | 2.710,83 | 2.966,05 | 3.124,23 | |||||
7 fj | 3.027,80 | 3.186,72 | |||||||
8 fj | 3.250,45 | ||||||||
16 jaar | 593,12 | 614,06 | 635,63 | 696,64 | 781,95 | 869,97 | 957,12 | 1.047,72 | 1.109,70 |
17 jaar | 741,39 | 767,58 | 794,52 | 870,79 | 977,44 | 1.087,46 | 1.196,39 | 1.309,66 | 1.387,12 |
18 jaar | 889,67 | 921,09 | 953,42 | 1.044,95 | 1.172,93 | 1.304,95 | 1.435,67 | 1.571,57 | 1.664,54 |
19 jaar | 1.037,94 | 1.074,60 | 1.112,33 | 1.219,10 | 1.368,41 | 1.522,44 | 1.674,94 | 1.833,50 | 1.941,96 |
20 jaar | 1.186,21 | 1.228,11 | 1.271,23 | 1.393,26 | 1.563,90 | 1.739,93 | 1.914,22 | 2.095,43 | 2.219,40 |
73
De salarisgroepen I, II en III kennen een aanloopschaalsalaris dat kan worden toegepast op werknemers die nieuw in de branche bij een werkgever in dienst treden en wel voor de maximumduur van een half- jaar.
74
In de salarisgroepen I en II ligt het aanloopschaalsalaris 10% onder het van toepassing zijnde CAO-loon en in salarisgroep III ligt het aanloopschaalsalaris 5% onder het van toepassing zijnde CAO-loon.
Salaris- | |||||||||
groep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII | IX |
0 fj* | 1.334,49 | 1.381,62 | 1.509,58 | ||||||
16 jaar* | 533,81 | 552,66 | 603,84 | ||||||
17 jaar* | 667,25 | 690,82 | 754,80 | ||||||
18 jaar* | 800,70 | 828,98 | 905,75 | ||||||
19 jaar* | 934,14 | 967,14 | 1.056,71 | ||||||
20 jaar* | 1.067,59 | 1.105,31 | 1.207,67 |
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
BIJLAGE A 2 – BEDRIJFSCATERING
Matrix toeslagen overwerk operationele functies
tijd | weekdagen | tijd | ||||||
zo | ma | di | wo | do | vr | za | ||
00/01 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 00/01 |
01/02 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 01/02 |
02/03 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 02/03 |
03/04 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 03/04 |
04/05 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 04/05 |
05/06 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 05/06 |
06/07 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 06/07 |
07/08 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 07/08 |
08/09 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 08/09 |
09/10 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 09/10 |
10/11 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 10/11 |
11/12 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 11/12 |
12/13 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 12/13 |
13/14 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 13/14 |
14/15 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 14/15 |
15/16 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 15/16 |
16/17 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 16/17 |
17/18 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 17/18 |
18/19 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 18/19 |
19/20 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 19/20 |
20/21 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 20/21 |
21/22 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 21/22 |
22/23 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 100 | 22/23 |
23/24 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 100 | 23/24 |
75
BIJLAGE A3 – BEDRIJFSCATERING
Matrix toeslagen onregelmatige uren
tijd | weekdagen | tijd | ||||||
zo | ma | di | wo | do | vr | za | ||
00/01 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 00/01 |
01/02 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 01/02 |
02/03 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 02/03 |
03/04 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 03/04 |
04/05 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 04/05 |
05/06 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 05/06 |
06/07 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 06/07 |
07/08 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 07/08 |
08/09 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 08/09 |
09/10 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 09/10 |
10/11 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 10/11 |
11/12 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 11/12 |
12/13 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 12/13 |
13/14 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 13/14 |
14/15 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 14/15 |
15/16 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 15/16 |
16/17 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 16/17 |
17/18 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 17/18 |
18/19 | 70 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 35 | 18/19 |
19/20 | 70 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 35 | 19/20 |
20/21 | 70 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 35 | 20/21 |
21/22 | 70 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 35 | 21/22 |
22/23 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 70 | 22/23 |
23/24 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 70 | 23/24 |
76
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
DEEL B
Verbijzonderende regeling arbeidsvoorwaarden Institutionele catering
Artikel 1
Algemeen
1. Voor de omschrijving van de werkingssfeer van de sector institutio- nele catering, wordt verwezen naar de artikelen 2 en 3 Algemeen deel.
2. Onverminderd het overige in de CAO bepaalde is op werknemers die na 1 juli 1994 in dienst zijn getreden bij een werkgever in de zin van deze CAO die institutionele cateringactiviteiten verricht en die werk- zaam zijn in de institutionele sector, het hiernavolgende van toepas- sing.
Artikel 2
Loonindeling
De werknemer wordt ingedeeld in één van de loonschalen zoals opge- nomen in het direct aan dit hoofdstuk toegevoegde bijlagen.
Artikel 3
Lonen
1. Op werknemers werkzaam in de sector institutionele catering zijn de loontabellen opgenomen in het direct aan het onderhavige deel B toegevoegde bijlagen B1 en B2 van toepassing.
2. De voor de institutionele catering geldende loontabellen zijn uitge- splitst in:
– tabellen met ingang van 1 juli 2006 alsmede met ingang van 1 april 2007 geldend voor werknemers in de institutionele sector in dienst vóór 1 juli 1994 (bijlage B1);
– tabellen met ingang van 1 juli 2006 alsmede met ingang van 1 april 2007 geldend voor werknemers in de institutionele sector in dienst vanaf 1 juli 1994 (bijlage B2).
77
3. Voor werknemers werkzaam in de institutionele catering worden de loonsverhogingen toegepast op de CAO-lonen en de feitelijk be- taalde lonen.
Artikel 4
Roostervrije tijd
In tegenstelling tot het bepaalde in artikel 22 lid 1, is de werkgever bevoegd ten aanzien van werknemers bedoeld in artikel 1, lid 2 deel B werkzaam in de institutionele sector, de roostervrije tijd die deze werk- nemers hebben op grond van artikel 22 lid 1, in te roosteren in uren in plaats van in dagen. Dit geldt voor zowel toekomstige als voor bestaande contracten een en ander onder de voorwaarde dat alle betrokken werk- nemers zich hiermee schriftelijk akkoord verklaren. Alsdan dient aan de Vakraad ontheffing te worden gevraagd.
Artikel 5
Overwerktoeslag
Verwijzend naar artikel 37 lid 1, waarin wordt verwezen naar de ma- trixen overwerk bij de verbijzonderende delen, is op werknemers in de institutionele sector die vóór 1 juli 1994 in dienst waren bij een werk- gever in de zin van deze CAO die institutionele cateringactiviteiten ver- richt, de matrix overwerkvergoedingen zoals opgenomen in bijlage B3a van toepassing en op de werknemers bedoeld in artikel 1 lid 2 deel B, in dienst vanaf 1 juli 1994, de matrix zoals opgenomen in bijlage B3b.
Artikel 6
Onregelmatigheidstoeslag
Verwijzend naar artikel 39 lid 1, waarin wordt verwezen naar de ma- trixen toeslagen onregelmatige uren bij de verbijzonderende delen, is voor werknemers vóór 1 juli 1994 in dienst bij een werkgever in de zin van deze CAO die institutionele cateringactiviteiten verricht, de matrix toeslagen onregelmatige uren zoals opgenomen in bijlage B4a van toe- passing. Op werknemers als bedoeld in artikel 1 lid 2 deel B, in dienst vanaf 1 juli 1994, kan de matrix onregelmatige uren zoals opgenomen in bijlage B4b worden toegepast. Voor werknemers in de institutionele sec- tor vanaf 1 juli 1999 in dienst, geldt in afwijking van bijlage B4b, van maandag tot en met vrijdag van 07.00 uur tot 20.00 uur, een 0-tarief, een en ander zoals verwerkt in bijlage B4c.
78
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Artikel 7
Ontwikkelingen
De Vakraad voor de Contractcateringbranche brengt jaarlijks aansluitend op een afgesloten CAO in de institutionele sector, de ontwikkelingen in kaart en brengt de consequenties voor de bepalingen in het onderhavige hoofdstuk in kaart. Het is immers niet de bedoeling dat bepalingen in het onderhavige hoofdstuk gaan achterlopen bij die in de CAO in de institutionele sector.
79
80
BIJLAGE B1 – INSTITUTIONELE CATERING
Loontabel per 1 juli 2006 voor werknemers in dienst vóór 1 juli 1994 Salarisschalen op basis van het CAO-loon per 1-6-2005 Funktiejarenschaal in euro’s per maand
Salaris- | |||||||||
groep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII | IX |
0 fj | 1.574,24 | 1.625,72 | 1.678,67 | 1.828,60 | 2.038,24 | 2.254,49 | 2.468,58 | 2.691,23 | 2.838,05 |
1 fj | 1.606,36 | 1.658,89 | 1.712,94 | 1.865,92 | 2.079,83 | 2.300,50 | 2.518,96 | 2.746,15 | 2.892,58 |
2 fj | 1.638,49 | 1.692,06 | 1.747,20 | 1.903,22 | 2.121,43 | 2.346,51 | 2.569,35 | 2.801,06 | 2.948,19 |
3 fj | 1.671,26 | 1.725,91 | 1.782,14 | 1.941,30 | 2.163,85 | 2.393,45 | 2.620,72 | 2.857,09 | 3.004,93 |
4 fj | 1.704,68 | 1.760,40 | 1.817,77 | 1.980,11 | 2.207,12 | 2.441,29 | 2.673,13 | 2.914,21 | 3.062,80 |
5 fj | 1.795,57 | 1.854,09 | 2.019,66 | 2.251,20 | 2.490,05 | 2.726,52 | 2.972,43 | 3.121,84 | |
6 fj | 2.296,34 | 2.539,98 | 2.781,18 | 3.032,01 | 3.182,03 | ||||
7 fj | 2.590,82 | 2.836,85 | 3.092,70 | 3.243,44 | |||||
8 fj | 3.154,49 | 3.306,08 | |||||||
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
BIJLAGE B1 – INSTITUTIONELE CATERING
81
Loontabel per 1 april 2007 voor werknemers in dienst vóór 1 juli 1994 Salarisschalen op basis van het CAO-loon per 1-7-2006 Funktiejarenschaal in euro’s per maand
Salaris- | |||||||||
groep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII | IX |
0 fj | 1.601,79 | 1.654,18 | 1.708,05 | 1.860,61 | 2.073,91 | 2.293,95 | 2.511,79 | 2.738,33 | 2.887,72 |
1 fj | 1.634,48 | 1.687,93 | 1.742,92 | 1.898,58 | 2.116,23 | 2.340,76 | 2.563,05 | 2.794,21 | 2.943,21 |
2 fj | 1.667,17 | 1.721,68 | 1.777,78 | 1.936,53 | 2.158,56 | 2.387,58 | 2.614,32 | 2.850,08 | 2.999,79 |
3 fj | 1.700,51 | 1.756,12 | 1.813,33 | 1.975,28 | 2.201,72 | 2.435,34 | 2.666,59 | 2.907,09 | 3.057,52 |
4 fj | 1.734,52 | 1.791,21 | 1.849,59 | 2.014,77 | 2.245,75 | 2.484,02 | 2.719,91 | 2.965,21 | 3.116,40 |
5 fj | 1.827,00 | 1.886,54 | 2.055,01 | 2.290,60 | 2.533,63 | 2.774,24 | 3.024,45 | 3.176,48 | |
6 fj | 2.336,53 | 2.584,43 | 2.829,86 | 3.085,08 | 3.237,72 | ||||
7 fj | 2.636,16 | 2.886,50 | 3.146,83 | 3.300,21 | |||||
8 fj | 3.209,70 | 3.363,94 |
82
BIJLAGE B2 – INSTITUTIONELE CATERING
Loontabel per 1 juli 2006
Van toepassing op werknemers in de institutionele sector in dienst na 1 juli 1994 bij een werkgever in de zin van de CAO.
Salarisschalen op basis van het CAO-loon per 1-6-2005 Funktiejarenschaal in euro’s per maand
Salaris- | ||||||||
groep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
0 fj | 1.347,80 | 1.385,08 | 1.424,05 | 1.538,79 | 1.710,32 | 1.891,02 | 2.070,59 | 2.256,44 |
1 fj | 1.370,82 | 1.409,79 | 1.449,60 | 1.568,47 | 1.745,21 | 1.929,62 | 2.112,84 | 2.302,48 |
2 fj | 1.394,91 | 1.435,01 | 1.476,15 | 1.599,08 | 1.780,82 | 1.968,97 | 2.155,96 | 2.349,47 |
3 fj | 1.419,83 | 1.461,02 | 1.503,67 | 1.630,92 | 1.817,17 | 2.009,17 | 2.199,96 | 2.397,42 |
4 fj | 1.445,24 | 1.487,80 | 1.532,25 | 1.664,20 | 1.854,25 | 2.050,16 | 2.244,85 | 2.446,34 |
5 fj | 1.471,67 | 1.515,89 | 1.561,70 | 1.698,17 | 1.892,09 | 2.092,00 | 2.290,67 | 2.496,27 |
6 fj | 1.499,00 | 1.544,91 | 1.592,15 | 1.732,81 | 1.930,71 | 2.134,70 | 2.337,41 | 2.547,21 |
7 fj | 1.527,40 | 1.574,80 | 1.623,61 | 1.768,19 | 1.970,10 | 2.178,26 | 2.385,11 | 2.599,19 |
8 fj | 1.556,72 | 1.605,53 | 1.656,70 | 1.804,27 | 2.010,30 | 2.222,72 | 2.433,78 | 2.652,23 |
9 fj | 1.587,05 | 1.637,80 | 1.690,50 | 1.841,08 | 2.051,33 | 2.268,06 | 2.483,44 | 2.706,34 |
10 fj | 1.614,42 | 1.669,05 | 1.724,46 | 1.878,66 | 2.093,19 | 2.314,36 | 2.534,14 | 2.761,59 |
11 fj | 1.647,23 | 1.703,09 | 1.759,66 | 1.916,99 | 2.135,91 | 2.361,59 | 2.585,84 | 2.817,94 |
12 fj | 1.680,83 | 1.737,85 | 1.795,55 | 1.956,10 | 2.179,47 | 2.409,79 | 2.638,61 | 2.875,43 |
13 fj | 1.773,27 | 1.832,15 | 1.995,98 | 2.223,90 | 2.458,88 | 2.692,37 | 2.934,04 | |
14 fj | 2.269,40 | 2.509,36 | 2.747,46 | 2.994,05 | ||||
15 fj | 2.560,44 | 2.803,59 | 3.055,22 | |||||
16 fj | 3.117,50 | |||||||
Salaris- groep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
16 jaar | 539,12 | 554,04 | 569,62 | 615,52 | 684,14 | 756,41 | 828,24 | 902,58 |
17 jaar | 673,90 | 692,55 | 712,03 | 769,40 | 855,16 | 945,52 | 1.035,30 | 1.128,23 |
18 jaar | 808,69 | 831,06 | 854,43 | 923,28 | 1.026,19 | 1.134,61 | 1.242,36 | 1.353,87 |
19 jaar | 943,47 | 969,56 | 996,84 | 1.077,15 | 1.197,23 | 1.323,72 | 1.449,41 | 1.579,51 |
20 jaar | 1.078,24 | 1.108,07 | 1.139,24 | 1.231,03 | 1.368,26 | 1.512,81 | 1.656,47 | 1.805,15 |
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
De salarisgroepen I, II en III kennen een aanloopschaalsalaris dat kan worden toegepast op werknemers die nieuw in de branche bij een werkgever in dienst treden en wel voor de maximumduur van een half- jaar.
83
In de salarisgroepen I en II ligt het aanloopschaalsalaris 10% onder het van toepassing zijnde CAO-loon (met als minimum het wettelijk bruto minimum(jeugd)loon) en in salarisgroep III ligt het aanloopschaal- salaris 5% onder het van toepassing zijnde CAO-loon.
Salaris- | ||||||||
groep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
0 fj* | 1.283,78 | 1.283,78 | 1.352,85 | |||||
16 jaar* | 485,22 | 498,63 | 541,14 | |||||
17 jaar* | 606,52 | 623,30 | 676,43 | |||||
18 jaar* | 727,82 | 747,95 | 811,71 | |||||
19 jaar* | 849,12 | 872,61 | 946,99 | |||||
20 jaar* | 970,42 | 997,26 | 1.082,28 | |||||
84
BIJLAGE B2 – INSTITUTIONELE CATERING
Loontabel per 1 april 2007
Van toepassing op werknemers in de institutionele sector in dienst na 1 juli 1994 bij een werkgever in de zin van de CAO.
Salarisschalen op basis van het CAO-loon per 1-7-2006 Funktiejarenschaal in euro’s per maand
Salaris- | ||||||||
groep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
0 fj | 1.371,39 | 1.409,32 | 1.448,98 | 1.565,72 | 1.740,26 | 1.924,12 | 2.106,83 | 2.295,93 |
1 fj | 1.394,81 | 1.434,47 | 1.474,97 | 1.595,92 | 1.775,76 | 1.963,39 | 2.149,82 | 2.342,78 |
2 fj | 1.419,33 | 1.460,13 | 1.501,99 | 1.627,07 | 1.811,99 | 2.003,43 | 2.193,69 | 2.390,59 |
3 fj | 1.444,68 | 1.486,59 | 1.529,99 | 1.659,47 | 1.848,98 | 2.044,34 | 2.238,46 | 2.439,38 |
4 fj | 1.470,54 | 1.513,84 | 1.559,07 | 1.693,33 | 1.886,70 | 2.086,04 | 2.284,14 | 2.489,16 |
5 fj | 1.497,43 | 1.542,42 | 1.589,03 | 1.727,89 | 1.925,21 | 2.128,61 | 2.330,76 | 2.539,96 |
6 fj | 1.525,24 | 1.571,95 | 1.620,02 | 1.763,14 | 1.964,50 | 2.172,06 | 2.378,32 | 2.591,79 |
7 fj | 1.554,13 | 1.602,36 | 1.652,03 | 1.799,14 | 2.004,58 | 2.216,38 | 2.426,85 | 2.644,68 |
8 fj | 1.583,97 | 1.633,63 | 1.685,70 | 1.835,85 | 2.045,49 | 2.261,62 | 2.476,38 | 2.698,65 |
9 fj | 1.614,83 | 1.666,47 | 1.720,09 | 1.873,30 | 2.087,23 | 2.307,76 | 2.526,91 | 2.753,71 |
10 fj | 1.642,68 | 1.698,26 | 1.754,64 | 1.911,54 | 2.129,83 | 2.354,87 | 2.578,49 | 2.809,92 |
11 fj | 1.676,06 | 1.732,90 | 1.790,46 | 1.950,54 | 2.173,29 | 2.402,92 | 2.631,10 | 2.867,26 |
12 fj | 1.710,25 | 1.768,27 | 1.826,98 | 1.990,34 | 2.217,62 | 2.451,97 | 2.684,79 | 2.925,76 |
13 fj | 1.804,31 | 1.864,22 | 2.030,91 | 2.262,82 | 2.501,92 | 2.739,49 | 2.985,39 | |
14 fj | 2.309,12 | 2.553,28 | 2.795,55 | 3.046,45 | ||||
15 fj | 2.605,25 | 2.852,66 | 3.108,69 | |||||
16 fj | 3.172,06 |
Salaris- groep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
16 jaar | 548,56 | 563,74 | 579,59 | 626,30 | 696,12 | 769,65 | 842,74 | 918,38 |
17 jaar | 685,70 | 704,67 | 724,50 | 782,87 | 870,13 | 962,07 | 1.053,42 | 1.147,98 |
18 jaar | 822,85 | 845,61 | 869,39 | 939,44 | 1.044,15 | 1.154,47 | 1.264,11 | 1.377,57 |
19 jaar | 959,99 | 986,53 | 1.014,29 | 1.096,01 | 1.218,19 | 1.346,89 | 1.474,78 | 1.607,16 |
20 jaar | 1.097,11 | 1.127,47 | 1.159,18 | 1.252,58 | 1.392,21 | 1.539,29 | 1.685,46 | 1.836,75 |
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
De salarisgroepen I, II en III kennen een aanloopschaalsalaris dat kan worden toegepast op werknemers die nieuw in de branche bij een werkgever in dienst treden en wel voor de maximumduur van een half- jaar.
85
In de salarisgroepen I en II ligt het aanloopschaalsalaris 10% onder het van toepassing zijnde CAO-loon (met als minimum het wettelijk bruto minimum(jeugd)loon) en in salarisgroep III ligt het aanloopschaal- salaris 5% onder het van toepassing zijnde CAO-loon.
Salaris- | ||||||||
groep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
0 fj* | 1.306,25 | 1.306,25 | 1.376,53 | |||||
16 jaar* | 493,72 | 507,36 | 550,61 | |||||
17 jaar* | 617,14 | 634,21 | 688,27 | |||||
18 jaar* | 740,56 | 761,04 | 825,92 | |||||
19 jaar* | 863,98 | 887,89 | 963,57 | |||||
20 jaar* | 987,41 | 1.014,72 | 1.101,22 | |||||
BIJLAGE B3A – INSTITUTIONELE CATERING
Matrix toeslagen overwerkvergoedingen
Van toepassing op werknemers in de institutionele sector vóór 1 juli 1994 in dienst bij een werkgever in de zin van de CAO.
tijd | weekdagen | tijd | ||||||
zo | ma | di | wo | do | vr | za | ||
00/01 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 00/01 |
01/02 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 01/02 |
02/03 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 02/03 |
03/04 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 03/04 |
04/05 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 04/05 |
05/06 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 05/06 |
06/07 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 06/07 |
07/08 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 07/08 |
08/09 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 08/09 |
09/10 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 09/10 |
10/11 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 10/11 |
11/12 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 11/12 |
12/13 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 12/13 |
13/14 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 13/14 |
14/15 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 14/15 |
15/16 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 15/16 |
16/17 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 16/17 |
17/18 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 17/18 |
18/19 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 18/19 |
19/20 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 19/20 |
20/21 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 20/21 |
21/22 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 21/22 |
22/23 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 100 | 22/23 |
23/24 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 100 | 23/24 |
86
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
BIJLAGE B3B – INSTITUTIONELE CATERING
Matrix toeslagen overwerkvergoedingen
Van toepassing op werknemers in de institutionele sector vanaf 1 juli 1994 in dienst bij een werkgever in de zin van de CAO.
tijd | tijd | |||||||
zo | ma | di | wo | do | vr | za | ||
00/01 | 100 | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 00/01 |
01/02 | 100 | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 01/02 |
02/03 | 100 | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 02/03 |
03/04 | 100 | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 03/04 |
04/05 | 100 | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 04/05 |
05/06 | 100 | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 05/06 |
06/07 | 100 | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 06/07 |
07/08 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 07/08 |
08/09 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 08/09 |
09/10 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 09/10 |
10/11 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 10/11 |
11/12 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 11/12 |
12/13 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 12/13 |
13/14 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 13/14 |
14/15 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 14/15 |
15/16 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 15/16 |
16/17 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 16/17 |
17/18 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 17/18 |
18/19 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 18/19 |
19/20 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 19/20 |
20/21 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 20/21 |
21/22 | 100 | 25% | 25% | 25% | 25% | 25% | 50% | 21/22 |
22/23 | 100 | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 100% | 22/23 |
23/24 | 100 | 50% | 50% | 50% | 50% | 50% | 100% | 23/24 |
87
BIJLAGE B4A – INSTITUTIONELE CATERING
Matrix toeslagen onregelmatige uren
Van toepassing op werknemers in de institutionele sector vóór 1 juli 1994 in dienst bij een werkgever in de zin van de CAO
tijd | weekdagen | tijd | ||||||
zo | ma | di | wo | do | vr | za | ||
00/01 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 00/01 |
01/02 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 01/02 |
02/03 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 02/03 |
03/04 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 03/04 |
04/05 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 04/05 |
05/06 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 05/06 |
06/07 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 06/07 |
07/08 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 07/08 |
08/09 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 08/09 |
09/10 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 09/10 |
10/11 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 10/11 |
11/12 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 11/12 |
12/13 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 12/13 |
13/14 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 13/14 |
14/15 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 14/15 |
15/16 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 15/16 |
16/17 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 16/17 |
17/18 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 17/18 |
18/19 | 70 | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 | 35 | 18/19 |
19/20 | 70 | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 | 35 | 19/20 |
20/21 | 70 | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 | 35 | 20/21 |
21/22 | 70 | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 | 35 | 21/22 |
22/23 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 70 | 22/23 |
23/24 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 70 | 23/24 |
88
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
BIJLAGE B4B – INSTITUTIONELE CATERING
Matrix toeslagen onregelmatige uren
Van toepassing op werknemers in de institutionele sector vanaf 1 juli 1994 in dienst bij een werkgever in de zin van de CAO.
tijd | weekdagen | tijd | ||||||
zo | ma | di | wo | do | vr | za | ||
00/01 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 50 | 00/01 |
01/02 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 50 | 01/02 |
02/03 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 50 | 02/03 |
03/04 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 50 | 03/04 |
04/05 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 50 | 04/05 |
05/06 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 50 | 05/06 |
06/07 | 50 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 35 | 06/07 |
07/08 | 50 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 35 | 07/08 |
08/09 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 08/09 |
09/10 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 09/10 |
10/11 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 10/11 |
11/12 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 11/12 |
12/13 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 12/13 |
13/14 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 13/14 |
14/15 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 14/15 |
15/16 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 15/16 |
16/17 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 16/17 |
17/18 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 17/18 |
18/19 | 50 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 35 | 18/19 |
19/20 | 50 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 40 | 19/20 |
20/21 | 50 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 40 | 20/21 |
21/22 | 50 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 40 | 21/22 |
22/23 | 70 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 70 | 22/23 |
23/24 | 70 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 70 | 23/24 |
89
BIJLAGE B4C – INSTITUTIONELE CATERING
Matrix toeslagen onregelmatige uren
Van toepassing op werknemers in de institutionele sector vanaf 1 juli 1999 in dienst
tijd | weekdagen | tijd | ||||||
zo | ma | di | wo | do | vr | za | ||
00/01 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 50 | 00/01 |
01/02 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 50 | 01/02 |
02/03 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 50 | 02/03 |
03/04 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 50 | 03/04 |
04/05 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 50 | 04/05 |
05/06 | 50 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 50 | 05/06 |
06/07 | 50 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 35 | 06/07 |
07/08 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 07/08 |
08/09 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 08/09 |
09/10 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 09/10 |
10/11 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 10/11 |
11/12 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 11/12 |
12/13 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 12/13 |
13/14 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 13/14 |
14/15 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 14/15 |
15/16 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 15/16 |
16/17 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 16/17 |
17/18 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 17/18 |
18/19 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 18/19 |
19/20 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 40 | 19/20 |
20/21 | 50 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 40 | 20/21 |
21/22 | 50 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 40 | 21/22 |
22/23 | 70 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 70 | 22/23 |
23/24 | 70 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 70 | 23/24 |
90
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
DEEL C
Verbijzonderende regeling arbeidsvoorwaarden Inflightcatering
Artikel 1
Algemeen
1. Voor de omschrijving van de werkingssfeer van de sector inflightca- tering, wordt verwezen naar de artikelen 2 en 3 Algemeen deel.
2. Onverminderd het overige in de onderhavige CAO bepaalde is op werknemers die in dienst zijn getreden bij een werkgever in de zin van deze CAO die inflightcateringactiviteiten verricht en die werk- zaam zijn in de sector inflightcatering, het hiernavolgende van toe- passing.
Artikel 2
Loonindeling
De functies van de werknemers bedoeld in artikel 1, worden ingedeeld op een door de Vakraad voor de Contractcateringbranche bepaalde wijze. De functiebeschrijvingen zijn vastgelegd in een Handboek Referentie- functies Contractcatering.
De werknemer wordt ingedeeld in één van de loonschalen zoals opge- nomen in het direct aan het onderhavige hoofdstuk toegevoegde bijla- gen.
Artikel 3
Lonen
1. Op werknemers werkzaam in de sector inflightcatering zijn de loon- tabellen opgenomen in de direct aan het onderhavige deel C toege- voegde bijlage C1 van toepassing. Dit betreft de loontabellen met ingang van 1 juli 2006 alsmede met ingang van 1 april 2007.
2. Voor werknemers werkzaam in de inflightcatering worden de loons- verhogingen toegepast op de CAO-lonen en de feitelijk betaalde lonen.
91
Artikel 4
Roostervrije tijd
In tegenstelling tot het bepaalde in artikel 22 lid 1, is de werkgever bevoegd ten aanzien van werknemers bedoeld in artikel 1, lid 2 deel C werkzaam in de Inflightcatering, de roostervrije tijd die deze werkne- mers hebben op grond van artikel 22 lid 1, in te roosteren in uren in plaats van in dagen.
Artikel 5
Overwerktoeslag
Voor werknemers, werkzaam in de inflightcatering, is de matrix overwerktoeslag van bijlage C2 van toepassing.
Artikel 6
Onregelmatigheidstoeslag
Voor werknemers, werkzaam in de inflightcatering, is de matrix toesla- gen onregelmatige uren van bijlage C3, van toepassing.
Artikel 7
Afbouw ploegentoeslag
In tegenstelling tot het bepaalde in artikel 45, wordt er geen afbouw van ploegentoeslag doorgevoerd indien er sprake is van afwijkingen in dien- sten vanwege seizoenwerken in de dienstregeling bij de opdrachtgever.
Artikel 8
Reiskosten, reistijden
Het bepaalde in artikel 19, 21 en 49 is niet van toepassing voor de inflightcatering. Van toepassing is de fiscale regeling ter zake van woon- werkverkeer en dienstverkeer. In geval van verhuizing wordt de vergoe- ding aangepast en eveneens bij ziekte vanaf de eerste ziektedag tenzij de werknemer in het bezit is van een OV-maand/jaarkaart.
Artikel 9
Beloningen in natura
Onverminderd artikel 34 verstrekt de werkgever een gratis warme maal- tijd in geval van overwerk, dat op verzoek van de werkgever wordt ver-
92
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
richt en langer dan 1 uur duurt, waardoor de werknemer vanaf 18.00 uur niet in de gelegenheid is een warme maaltijd elders te nuttigen.
93
BIJLAGE C1 – INFLIGHTCATERING
Loontabel per 1 juli 2006
Salarisschalen op basis van het CAO-loon per 1-6-2005 Funktiejarenschaal in euro’s per maand
Salarisgroep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
0 fj | 1.574,24 | 1.625,71 | 1.678,66 | 1.828,60 | 2.038,24 | 2.254,49 | 2.468,58 | 2.691,23 |
1 fj | 1.606,36 | 1.658,87 | 1.712,94 | 1.865,91 | 2.079,83 | 2.300,50 | 2.518,96 | 2.746,15 |
2 fj | 1.638,49 | 1.692,06 | 1.747,20 | 1.903,22 | 2.121,43 | 2.346,50 | 2.569,34 | 2.801,06 |
3 fj | 1.671,26 | 1.725,91 | 1.782,14 | 1.941,30 | 2.163,85 | 2.393,45 | 2.620,71 | 2.857,09 |
4 fj | 1.704,68 | 1.760,40 | 1.817,77 | 1.980,11 | 2.207,11 | 2.441,28 | 2.673,12 | 2.914,21 |
5 fj | 1.795,57 | 1.854,09 | 2.019,66 | 2.251,20 | 2.490,05 | 2.726,52 | 2.972,42 | |
6 fj | 2.296,34 | 2.539,98 | 2.781,18 | 3.032,01 | ||||
7 fj | 2.590,82 | 2.836,85 | 3.092,70 | |||||
8 fj | 3.154,48 | |||||||
16 jaar | 629,70 | 650,29 | 671,47 | 731,44 | 815,30 | 901,80 | 987,44 | 1.076,49 |
17 jaar | 787,13 | 812,86 | 839,34 | 914,31 | 1.019,13 | 1.127,25 | 1.234,30 | 1.345,62 |
18 jaar | 944,55 | 975,43 | 1.007,20 | 1.097,16 | 1.222,95 | 1.352,70 | 1.481,15 | 1.614,74 |
19 jaar | 1.101,97 | 1.138,00 | 1.175,07 | 1.280,02 | 1.426,77 | 1.578,15 | 1.728,01 | 1.883,87 |
20 jaar | 1.259,40 | 1.300,57 | 1.342,93 | 1.462,87 | 1.630,59 | 1.803,59 | 1.974,86 | 2.152,98 |
De salarisgroepen I, II en III kennen een aanloopschaalsalaris dat kan worden toegepast op werknemers die nieuw in de branche bij een werk- gever in dienst treden en wel voor de maximumduur van een halfjaar. In de salarisgroepen I en II ligt het aanloopschaalsalaris 10% onder het van toepassing zijnde CAO-loon en in salarisgroep III ligt het aanloop- schaalsalaris 5% onder het van toepassing zijnde CAO-loon.
Salarisgroep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
0 fj* | 1.416,82 | 1.463,14 | 1.594,73 | |||||
16 jaar* | 566,73 | 585,26 | 637,90 | |||||
17 jaar* | 708,41 | 731,58 | 797,37 | |||||
18 jaar* | 850,10 | 877,89 | 956,85 | |||||
19 jaar* | 991,77 | 1.024,20 | 1.116,31 | |||||
20 jaar* | 1.133,46 | 1.170,51 | 1.275,79 |
94
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
BIJLAGE C1 – INFLIGHTCATERING
Loontabel per 1 april 2007
Salarisschalen op basis van het CAO-loon per 1-7-2006 Funktiejarenschaal in euro’s per maand
Salarisgroep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
0 fj | 1.601,79 | 1.654,16 | 1.708,04 | 1.860,61 | 2.073,91 | 2.293,95 | 2.511,79 | 2.738,33 |
1 fj | 1.634,48 | 1.687,91 | 1.742,92 | 1.898,57 | 2.116,23 | 2.340,76 | 2.563,05 | 2.794,21 |
2 fj | 1.667,17 | 1.721,68 | 1.777,78 | 1.936,53 | 2.158,56 | 2.387,57 | 2.614,31 | 2.850,08 |
3 fj | 1.700,51 | 1.756,12 | 1.813,33 | 1.975,28 | 2.201,72 | 2.435,34 | 2.666,58 | 2.907,09 |
4 fj | 1.734,52 | 1.791,21 | 1.849,59 | 2.014,77 | 2.245,74 | 2.484,01 | 2.719,90 | 2.965,21 |
5 fj | 1.827,00 | 1.886,54 | 2.055,01 | 2.290,60 | 2.533,63 | 2.774,24 | 3.024,44 | |
6 fj | 2.336,53 | 2.584,43 | 2.829,86 | 3.085,08 | ||||
7 fj | 2.636,16 | 2.886,50 | 3.146,83 | |||||
8 fj | 3.209,69 | |||||||
16 jaar | 640,72 | 661,68 | 683,23 | 744,25 | 829,57 | 917,59 | 1.004,73 | 1.095,33 |
17 jaar | 800,91 | 827,09 | 854,03 | 930,32 | 1.036,97 | 1.146,98 | 1.255,91 | 1.369,17 |
18 jaar | 961,08 | 992,51 | 1.024,83 | 1.116,37 | 1.244,36 | 1.376,38 | 1.507,08 | 1.643,00 |
19 jaar | 1.121,26 | 1.157,92 | 1.195,64 | 1.302,43 | 1.451,74 | 1.605,77 | 1.758,26 | 1.916,84 |
20 jaar | 1.281,44 | 1.323,33 | 1.366,44 | 1.488,48 | 1.659,13 | 1.835,16 | 2.009,43 | 2.190,66 |
De salarisgroepen I, II en III kennen een aanloopschaalsalaris dat kan worden toegepast op werknemers die nieuw in de branche bij een werk- gever in dienst treden en wel voor de maximumduur van een halfjaar. In de salarisgroepen I en II ligt het aanloopschaalsalaris 10% onder het van toepassing zijnde CAO-loon en in salarisgroep III ligt het aanloop- schaalsalaris 5% onder het van toepassing zijnde CAO-loon.
Salarisgroep | I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII |
0 fj* | 1.441,62 | 1.488,75 | 1.622,64 | |||||
16 jaar* | 576,65 | 595,51 | 649,07 | |||||
17 jaar* | 720,81 | 744,39 | 811,33 | |||||
18 jaar* | 864,98 | 893,26 | 973,60 | |||||
19 jaar* | 1.009,13 | 1.042,13 | 1.135,85 | |||||
20 jaar* | 1.153,30 | 1.191,00 | 1.298,12 |
95
BIJLAGE C2 – INFLIGHTCATERING
Matrix toeslagen overwerk operationele functies
tijd | weekdagen | tijd | ||||||
zo | ma | di | wo | do | vr | za | ||
00/01 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 00/01 |
01/02 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 01/02 |
02/03 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 02/03 |
03/04 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 03/04 |
04/05 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 04/05 |
05/06 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 05/06 |
06/07 | 100 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 06/07 |
07/08 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 07/08 |
08/09 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 08/09 |
09/10 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 09/10 |
10/11 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 10/11 |
11/12 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 11/12 |
12/13 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 12/13 |
13/14 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 13/14 |
14/15 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 14/15 |
15/16 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 15/16 |
16/17 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 16/17 |
17/18 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 17/18 |
18/19 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 18/19 |
19/20 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 19/20 |
20/21 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 20/21 |
21/22 | 100 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 50 | 21/22 |
22/23 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 100 | 22/23 |
23/24 | 100 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 100 | 23/24 |
96
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
BIJLAGE C3 – INFLIGHTCATERING
Matrix toeslagen onregelmatige uren
tijd | weekdagen | tijd | ||||||
zo | ma | di | wo | do | vr | za | ||
00/01 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 00/01 |
01/02 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 01/02 |
02/03 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 02/03 |
03/04 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 03/04 |
04/05 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 04/05 |
05/06 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 05/06 |
06/07 | 70 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 06/07 |
07/08 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 07/08 |
08/09 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 08/09 |
09/10 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 09/10 |
10/11 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 10/11 |
11/12 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 11/12 |
12/13 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 12/13 |
13/14 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 13/14 |
14/15 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 14/15 |
15/16 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 15/16 |
16/17 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 16/17 |
17/18 | 70 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 35 | 17/18 |
18/19 | 70 | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 | 35 | 18/19 |
19/20 | 70 | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 | 35 | 19/20 |
20/21 | 70 | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 | 35 | 20/21 |
21/22 | 70 | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 | 35 | 21/22 |
22/23 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 70 | 22/23 |
23/24 | 70 | 35 | 35 | 35 | 35 | 35 | 70 | 23/24 |
97
Deel D
Verbijzonderende regeling arbeidsvoorwaarden Onderwijscatering
Artikel 1
Algemeen
1. Voor de omschrijving van de werkingssfeer van de sector onderwijs- catering, wordt verwezen naar de artikelen 1 en 2, Algemeen Deel.
2. Onverminderd het overige in de onderhavige CAO bepaalde, is op werknemers die werkzaam zijn in de onderwijscatering het hierna- volgende van toepassing.
Artikel 2
Spaarurenregeling
1. Voor locaties met een vaste bedrijfssluiting geldt dat indien het aan- tal vakantiedagen waarop werknemer recht heeft minder is dan het aantal dagen op jaarbasis waarop wegens sluiting van de locatie geen arbeid kan worden verricht, werkgever en werknemer een spaaruren- regeling overeen kunnen komen.
2. Werkgever deelt werknemer bij plaatsing op een locatie met een vaste bedrijfssluiting mede dat werknemer periodiek geen arbeid kan verrichten op die locatie vanwege de vaste bedrijfssluiting. Werkge- ver biedt werknemer aan een spaarurenregeling overeen te komen. Voorschriften voor toepassing van een spaarurenregeling zijn opge- nomen in het direct aan het onderhavige hoofdstuk opgenomen bij- lage 1.
Artikel 3
Lonen
Voor werknemers als in artikel 1 bedoeld zijn de loonschalen van de bedrijfscatering van toepassing (bijlage A1).
Wanneer een werknemer werkzaam in de scholencatering meer verdient dan het loon vermeld in de CAO wat voor hem geldt, wordt alleen dit CAO-loon verhoogd met:
– 1,5% met ingang van 1 juli 2006 en met 1,75% met ingang van 1 april 2007.
Het bedrag van deze respectievelijke verhogingen wordt opgeteld bij het feitelijk betaalde loon direct voorafgaande aan de loonsverhoging.
98
Contractcateringbranche 2006/2011 Verbindendverklaring CAO-bepalingen
Artikel 4
Onregelmatigheidstoeslag
Voor werknemers als in artikel 1 bedoeld, vóór 1 juli 1999 in dienst, is de matrix toeslagen onregelmatige uren van bijlage D2a van toepassing. Voor werknemers als in artikel 1 bedoeld, vanaf 1 juli 1999 in dienst, is de matrix toeslagen onregelmatige uren van bijlage D2b van toepassing. In deze bijlage geldt, in tegenstelling tot bijlage D2a, van maandag tot en met vrijdag van 07.00 uur tot 20.00 uur een 0-tarief.
Artikel 5
Overwerktoeslag
Voor werknemers als in artikel 1 bedoeld is de matrix overwerktoeslag van de bedrijfscatering van toepassing (bijlage A2).
Artikel 6
Uitzonderingsbepaling uitruil
Artikel 56 lid 1 is niet van toepassing op werknemers in de scholensector op locaties met een vaste bedrijfssluiting.
Artikel 7
Vergunning tot afwijking
Bedrijven die reeds op 1 januari 1994 een vergunning tot afwijking heb- ben verkregen van de artikelen 39, 41, 42 en 43 (voorheen artikel V,2) verkrijgen automatisch ontheffing van de Vakraad onder dezelfde reik- wijdte als die waaronder de eerdere ontheffingen werden verleend.
99
