Bestuur Voorbeeldclausules

Bestuur. 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste vier (4) leden. 2. Het bestuur van de stichting is paritair samengesteld uit drie (3) leden van de werkgeversorganisaties en één (1) lid van de werknemersorganisatie(s), die op bindende voordracht van de werkgeversorganisaties respectievelijk werknemersorganisatie(s) door het bestuur worden benoemd. 3. Voorts kan het bestuur een bestuurslid op persoonlijke titel benoemen. 4. Het bestuur stelt een rooster inzake het aan- en aftreden op. 5. Indien in het bestuur één of meer vacatures ontstaan, wordt daarin binnen twee maanden voorzien. De benoeming geschiedt door de organisatie, door welke het bestuurslid, wiens zetel is opengevallen, was aangewezen. Gedurende het bestaan van een vacature behoudt het bestuur zijn volledige bevoegdheden. 6. Indien na het ontstaan van een of meerdere vacatures niet binnen twee maanden na het ontstaan van de vacature(s) is voorzien, kan de rechtbank op verzoek van iedere belanghebbende in de vervulling van de vacature(s) voorzien. De rechtbank neemt daarbij zoveel mogelijk deze statuten in acht. 7. Het bestuur, met uitzondering van het eerste bestuur waarvan alle leden in functie worden benoemd, kiest uit zijn midden een vicevoorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functie van vicevoorzitter, secretaris en penningmeester worden jaarlijks bij toerbeurt vervuld door een bestuurder van de werkgeversorganisaties dan wel werknemersorganisatie(s). 8. De functie van voorzitter wordt vervuld door het op persoonlijke titel benoemde bestuurslid dan wel door een door het bestuur uit zijn midden gekozen lid. 9. Bestuursleden kunnen een bezoldiging ten laste van de stichting genieten. Het bestuur stelt voorts een regeling op inzake vacatiegelden alsook inzake vergoeding van reis- en verblijfkosten.
Bestuur. 1. De Vennootschap heeft een Bestuur bestaande uit één of meer personen. Zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon kan bestuurder zijn. 2. De Algemene Vergadering stelt het aantal bestuurders vast. 3. De Algemene Vergadering benoemt de bestuurders en is te allen tijde bevoegd iedere bestuurder te schorsen of te ontslaan. Besluiten tot ontslag van een bestuurder kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derden van de geldige stemmen, mits deze meerderheid ten minste de heft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigt. Ook de Raad van Commissarissen is bevoegd iedere bestuurder te schorsen. 4. Indien, ingeval van schorsing van een bestuurder, hetzij door de Algemene Vergadering hetzij door de Raad van Commissarissen, de Algemene Vergadering niet binnen drie maanden tot zijn ontslag heeft besloten, eindigt de schorsing. 5. Een bestuurder wordt in de Algemene Vergadering waarin zijn schorsing of ontslag aan de orde komt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te doen bijstaan. 6. Het voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag van een bestuurder wordt pas aan de Algemene Vergadering aangeboden,16 nadat de Ondernemingsraad tijdig voor de datum van oproeping in de gelegenheid is gesteld hierover een standpunt te bepalen. Het standpunt van de Ondernemingsraad wordt gelijktijdig met het voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag aan de Algemene Vergadering aangeboden. De voorzitter of een door hem aangewezen lid van de Ondernemingsraad kan het standpunt van de Ondernemingsraad in de Algemene Vergadering toelichten. Het ontbreken van dat standpunt tast de besluitvorming over het voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag niet aan. 7. Voor de toepassing van lid 6 van dit artikel wordt onder de Ondernemingsraad mede verstaan de ondernemingsraad van de onderneming van een Dochtermaatschappij, mits de werknemers in dienst van de Vennootschap en de Groepsmaatschappijen in meerderheid binnen Nederland werkzaam zijn. Is er meer dan één ondernemingsraad, dan wordt de bevoegdheid door deze raden gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of ondernemingen een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komt de bevoegdheid toe aan de centrale ondernemingsraad. 8. De Raad van Commissarissen stelt de beloning en de verdere arbeidsvoorwaarden van ieder van de bestuurders vast. Deze beloning kan bestaan uit een vast bedrag en/of een variabel bedrag afhankelijk van de winst of andersz...
Bestuur. 1. Het bestuur van de SFU bestaat uit ten minste acht leden, te weten: minimaal vier leden van werkgeverszijde en minimaal vier leden van werknemerszijde. De organisaties wijzen voor elk lid dat zij hebben aangewezen een plaatsvervanger aan, die bij ontstentenis of verhindering van dat lid diens plaats inneemt. Hetgeen is bepaald ten aanzien van de bestuursleden geldt evenzeer voor hun plaatsvervangers. 2. De werkgeversleden worden benoemd door werkgeverszijde, te weten: ten minste drie door de vereniging: Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), statutair gevestigd te Amsterdam en ten minste één door de vereniging: de Nederlandse Bond voor Bemiddelings- en Uitzendonderne- mingen (NBBU), statutair gevestigd te Amersfoort. De werknemersleden worden benoemd door de werknemersorganisaties, te weten: ten minste één door de vereniging: FNV (Federatie Neder- landse Vakbeweging), statutair gevestigd te Amsterdam, ten minste één door de vereniging: CNV ▇▇▇▇▇▇▇▇▇.▇▇, statutair gevestigd te Utrecht, ten minste één door de vereniging: De Unie, Vakbond voor Industrie en Dienstverlening, statutair gevestigd te Culemborg en ten minste één door de vereniging Landelijke Belangen Vereniging (LBV), statutair gevestigd te Rotterdam. 3. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door een persoon worden benoemd. 4. De bestuursleden worden benoemd voor een periode van vijf jaar; zij zijn terstond herbenoembaar. In een tussentijdse vacature wordt binnen twee maanden voorzien door de organisatie, die het uittredende bestuurslid had benoemd. 5. De in lid 2 genoemde organisaties hebben te allen tijde het recht de door hen benoemde bestuurs- leden te vervangen. 6. De eventuele vergoeding van kosten en vacatiegelden die bestuursleden in de uitoefening van hun functie maken worden nader uitgewerkt in een huishoudelijk reglement.
Bestuur. 1. Het bestuur van de Stichting Arbo Flexbranche bestaat uit tenminste acht leden, te weten: minimaal vier leden van werkgeverszijde en minimaal vier leden van werknemerszijde. 2. De werkgeversleden worden benoemd door de werkgeversorganisaties, te weten: a. ten minste drie door Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), statutair gevestigd te Amsterdam; b. tenminste één door de Nederlandse Bond voor Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU), statutair gevestigd te Amersfoort. De werknemersleden worden benoemd door de werknemersorganisaties, te weten: a. tenminste één door de vereniging: Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), statutair gevestigd te Amsterdam; b. tenminste één door de vereniging: CNV ▇▇▇▇▇▇▇▇▇.▇▇, statutair gevestigd te Utrecht; c. tenminste één door de vereniging: De Unie, Vakbond voor Industrie en Dienstverlening, gevestigd te Culemborg; d. ten minste één door de vereniging: Landelijke Belangen Vereniging (LBV), statutair gevestigd te Rotterdam. 3. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een secretaris/penningmeester, dan wel benoemt het bestuur een onafhankelijk voorzitter van buiten de eigen gelederen. 4. De bestuursleden worden benoemd voor een periode van vijf jaar; zij zijn terstond herbenoembaar. In een tussentijdse vacature wordt binnen twee maanden voorzien door de organisatie, die het uittredende bestuurslid had benoemd. 5. De in lid 2 genoemde organisaties hebben te allen tijde het recht de door hen benoemde bestuursleden te vervangen. 6. De eventuele vergoeding van kosten en vacatiegelden die bestuursleden in de uitoefening van hun functie maken worden nader uitgewerkt in een huishoudelijk reglement.
Bestuur. Het bestuur van het Fonds.
Bestuur. Het Bestuur van het Fonds.
Bestuur. 15.1 De vennootschap heeft een bestuur, bestaande uit één of meer bestuurders. Het aantal bestuurders wordt door de prioriteit vastgesteld. 15.2 Bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering uit een bindende voordracht van ten minste twee personen voor elke vacature op te maken door de prioriteit. De bindende voordracht wordt opgemaakt binnen twee maanden, na het ontstaan van een te vervullen vacature. Maakt de prioriteit geen of niet tijdig gebruik van zijn recht een bindende voordracht op te maken, dan is de algemene vergadering vrij in haar benoeming. De algemene vergadering kan aan een bindende voordracht steeds het bindend karakter ontnemen bij besluit genomen met ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen, die meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen. 15.3 Bestuurders kunnen te allen tijde door de algemene vergadering worden geschorst of ontslagen; welke schorsing of ontslag van kracht wordt onmiddellijk per de dag dat de algemene vergadering hiertoe besloten heeft, of per een andere datum gelegen in de toekomst zoals besloten door de algemene vergadering. 15.4 Een besluit tot schorsing of ontslag van bestuurders kan, tenzij op voorstel van de prioriteit, door de algemene vergadering slechts worden genomen met ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen, die meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen. 15.5 Indien de algemene vergadering een bestuurder heeft geschorst, dient de algemene vergadering binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten hetzij tot ontslag, hetzij tot opheffing of handhaving van de schorsing; bij gebreke daarvan vervalt de schorsing. Een schorsing kan in totaal niet langer worden verlengd dan drie maanden, ingaande op de dag, waarop de algemene vergadering het besluit tot handhaving heeft genomen. Indien de algemene vergadering niet binnen de voor de handhaving bepaalde termijn tot ontslag of tot opheffing van de schorsing heeft besloten, vervalt de schorsing. 15.6 De bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden worden, voor iedere bestuurder afzonderlijk, bepaald door de prioriteit.
Bestuur. 4.1 Het bestuur van de stichting bestaat uit vier leden. De leden van het bestuur worden benoemd door de organisaties die partij zijn bij de CAO. Twee leden worden benoemd door de HISWA-RECRON, gevestigd te Leusden. Twee leden worden benoemd door de werknemersorganisaties, te weten één lid door FNV Bouw en Wonen, gevestigd te Utrecht en één lid door CNV Vakmensen, gevestigd te Utrecht. 4.2 De organisaties wijzen voor elk lid dat zij hebben aangewezen een plaatsvervanger aan, die bij ontstentenis of verhindering van dat lid diens plaats inneemt. Een plaatsvervangend lid dat benoemd is door de werkgeversorganisatie kan echter ook een ander lid van het bestuur vervangen dan degene wiens plaatsvervanger hij is. Omgekeerd kan ook een plaatsvervangend lid dat benoemd is door een werknemersorganisatie een ander lid van het bestuur vervangen dan degene wiens plaatsvervanger hij is, met dien verstande dat plaatsvervangers die een werkgeversorganisatie zijn benoemd slechts bestuursleden kunnen vervangen die door een werkgeversorganisatie zijn benoemd, terwijl plaatsvervangers die door een werknemersorganisatie zijn benoemd slechts bestuursleden kunnen vervangen die door een werknemersorganisatie zijn benoemd. Datgene wat is bepaald ten aanzien van bestuursleden geldt evenzeer voor hun plaatsvervangers. 4.3 De leden en plaatsvervangende leden worden benoemd voor een periode van twee jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster en zijn terstond herbenoembaar. Bij tussentijdse beëindiging van het (plaatsvervangend) bestuurslidmaatschap wordt de opvolger voor de resterende periode benoemd. 4.4 Het (plaatsvervangend) bestuurslidmaatschap eindigt: a) door schriftelijk opzeggen dan wel door overlijden van het bestuurslid; b) door het intrekken der benoeming door de organisatie, die de vertegenwoordiger heeft benoemd; c) indien de organisatie die de vertegenwoordiger heeft benoemd niet langer partij is bij de CAO; d) door ontslag door de rechtbank.
Bestuur. Het bestuur van de stichting;
Bestuur. (a) Algemeen De raad van bestuur heeft de bevoegdheid alle handelingen te verrichten die nodig of nuttig zijn voor de verwezenlijking van het maatschappelijk doel, met uitzondering van deze die het Wetboek van vennootschappen of de statuten aan de algemene vergadering voorbehouden. Niettegenstaande de verplichtingen die voortvloeien uit het collegiaal bestuur, met name het overleg en het toezicht, kunnen de bestuurders onder elkaar de bestuurstaken verdelen. (b) Dagelijks bestuur De raad van bestuur mag het dagelijks bestuur van de vennootschap delegeren aan één of meer personen, die al dan niet leden van de raad van bestuur zijn. Zij treden afzonderlijk, gezamenlijk of als college op, naar gelang de beslissing van de raad van bestuur. De raad van bestuur kan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de dagelijks bestuurder(s) beperken. Deze bevoegdheidsbeperkingen zijn niet tegenstelbaar aan derden. De persoon aan wie de bevoegdheden van dagelijks bestuur zijn toevertrouwd, voert de titel van “directeur”. Indien hij eveneens bestuurder is, voert hij de titel “gedelegeerd bestuurder”. (c) Directiecomité De raad van bestuur mag een directiecomité oprichten, samengesteld uit meerdere personen, die al dan niet bestuurder zijn, en zijn bestuursbevoegdheden delegeren aan het directiecomité, dit alles overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen. Niettegenstaande deze bevoegdheidsdelegatie, blijven de volgende bevoegdheden en verantwoordelijkheden volledig onder de bevoegdheid van de raad van bestuur: (i) de benoeming van de Chief Executive Officer (“CEO”), de Chief Financial Officer (“CFO”) en de secretaris van de vennootschap; (ii) de goedkeuring of substantiële wijziging van elke overeenkomst met een bestuurder (“Management Agreement”), te sluiten met elk lid van de raad van bestuur of van het directiecomité van de vennootschap, of, voor bestuurders die vennootschappen zijn, met de personen die de controle uitoefenen over deze vennootschappen of met de vennootschappen die worden gecontroleerd door dergelijke bestuurders; (iii) benoeming van de leden van de directiecomités van de vennootschap; (iv) elke overeenkomst tussen de vennootschap en alle of een deel van haar aandeelhouders; (v) de goedkeuring van het algemeen beleid van de vennootschap en de groep, met dien verstande dat de strategie van de vennootschap en haar groep elk jaar uitgestippeld wordt voor periodes van drie (3) jaar; (vi) de goedkeuring van het jaarlijkse budget, dat volgende elementen omvat:...